Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 26 januari 2022
gepubliceerd op 01 februari 2022

Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 34 en 34ter van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders

bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
numac
2022200468
pub.
01/02/2022
prom.
26/01/2022
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

26 JANUARI 2022. - Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 34 en 34ter van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van koninklijk besluit dat wij ter ondertekening aan Uwe Majesteit voorleggen strekt ertoe om, in het kader van de integratie van de aangiften van sociale zekerheidsbijdragen van de provinciale en lokale besturen in de DmfA, die gepland is voor 1 januari 2022, de nodige aanpassingen te doen aan het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders zodat deze besturen op een correcte manier hun aangiften kunnen indienen.

Artikel 1 voegt in artikel 34 van voornoemd besluit van 28 november 1969, een bepaling toe betreffende de uiterlijke datum waarop het saldo van de bijdragen dient te worden betaald door werkgevers voor of met wie de RSZ via een automatische inhouding op hun bankrekening werkt. Tot eind 2021 gebeurt de invordering van de bijdragen bij de provinciale en plaatselijke besturen door middel van maandelijkse facturen die de RSZ op basis van de aangiften opstelt en aan de betrokken besturen overmaakt. Deze facturen moeten uiterlijk één maand na de factuurdatum worden betaald. Voor de besturen die met een automatische afhouding werken, verloopt die betaling via Belfius op basis van lijsten die de RSZ haar overmaakt, met opgave van de identiteit van het betrokken bestuur en het te betalen bedrag. Vanaf 1 januari 2022 wordt het systeem van de invordering via facturen afgeschaft voor de nieuwe kwartalen (het blijft behouden voor regularisaties op oude kwartalen). De betaaltermijn van één maand zal, voor de besturen die met een automatische inhouding werken, echter behouden blijven. Deze "extra" termijn heeft tot doel de RSZ in staat te stellen om de aangiften te registreren, de afrekening van de verschuldigde saldi op te stellen, deze aan Belfius over te maken en Belfius in staat te stellen om de diverse rekeningen voor die bedragen te debiteren en deze aan de RSZ over te maken. Al deze handelingen vinden plaats tussen de laatste dag van de maand die volgt op het kwartaal (d.i. de datum waarop de RSZ de aangiften ontvangt) en de laatste dag van de tweede maand die volgt op het kwartaal.

Artikel 2 voegt in artikel 34ter van voornoemd besluit van 28 november 1969, voor het jaar 2022 een overgangsbepaling in voor de provinciale of plaatselijke besturen, als de berekeningsbasis van de bijdragen afhankelijk is van elementen van vóór 2022, verwerkt in het "oude" APL-beheerssysteem. De keuze voor een overgangssysteem is gemaakt uit economische overwegingen. Een geautomatiseerde overzetting van gegevens uit het oude APL-beheerssysteem naar het RSZ-beheerssysteem is immers onverantwoord duur gelet op de beperkte periode van waaruit gegevens moeten worden getransfereerd. Ook alle voorschotten die de provinciale of plaatselijke besturen in 2022 verschuldigd zijn, zullen om die reden manueel worden berekend.

Om de manuele berekeningen niet nodeloos ingewikkeld te maken wordt in de tweede paragraaf van dit artikel 34ter een gelijkaardig systeem vooropgesteld voor de berekening van de voorschotten die nieuwe werkgevers van de provinciale of plaatselijke overheid in 2022 verschuldigd zijn. Vanaf 2023 zullen de vier refertekwartalen, nodig voor de berekening van de voorschotten, in het RSZ-beheerssysteem gecreëerd zijn en zullen de berekeningen zodoende geautomatiseerd kunnen verlopen.

De inwerkingtreding van het besluit wordt bepaald op 1 januari 2022.

Wij hebben de eer te zijn, Sire, Van Uw Majesteit de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaren, De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE De Minister van Sociale Zaken, F. VANDENBROUCKE

RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving Advies 70.718/1 van 17 januari 2022 over een ontwerp van koninklijk besluit 'tot wijziging van artikel 34 en 34ter van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders' Op 17 december 2021 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Sociale Zaken verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit 'tot wijziging van artikel 34 en 34ter van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders'.

Het ontwerp is door de eerste kamer onderzocht op 13 januari 2022. De kamer was samengesteld uit Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter, Wouter PAS en Inge VOS, staatsraden, Michel TISON en Johan PUT, assessoren, en Greet VERBERCKMOES, griffier.

Het verslag is uitgebracht door Barbara SPEYBROUCK, eerste auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter.

Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 17 januari 2022. 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. STREKKING EN RECHTSGROND VAN HET ONTWERP 2. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt tot het wijzigen van de artikelen 34 en 34ter van het koninklijk besluit van 28 november 1969 'tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders'.De wijzigingen beogen het de provinciale en lokale besturen mogelijk te maken om hun aangiften van socialezekerheidsbijdragen op een correcte wijze in te dienen rekening houdend met de integratie van die aangiften in de Dmfa1. 3. De ontworpen wijzigingen vinden rechtsgrond in artikel 23, § 2, van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten 'tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders' dat luidt: "Die (socialezekerheids)bijdragen moet de werkgever binnen de door de Koning vastgestelde termijnen, om de drie maanden aan gezegde Rijksdienst overmaken, onder voorbehoud van het bepaalde bij § 3.De Koning kan de werkgevers of bepaalde categorieën van werkgevers verplichten een deel van de verschuldigde bijdragen, op een door Hem te bepalen wijze, als voorschot te storten vóór de driemaandelijkse vervaldag. De modaliteiten van berekening van het voorschot kunnen verschillen volgens de categorie waartoe de werkgevers behoren of volgens hun activiteit." ONDERZOEK VAN DE TEKST Aanhef 4. Rekening houdend met hetgeen onder randnummer 3 is opgemerkt met betrekking tot de rechtsgrond, schrijve men aan het einde van het eerste lid van de aanhef van het ontwerp "... betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, artikel 23, § 2, gewijzigd bij de wet van 6 juli 1989;". 5. De ontworpen regeling dient niet van een bijzondere motivering te worden voorzien.De consideransen in het zevende en het achtste lid van de aanhef kunnen derhalve worden weggelaten.

Artikel 2 6. In verband met het ontworpen artikel 34ter, § 2, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 (artikel 2, 2°, van het ontwerp), verstrekte de gemachtigde de volgende toelichting: "Artikel 34 regelt de berekeningswijze van de voorschotten en stelt dat, bij gebrek aan een berekeningsbasis, de voorschotten moeten berekend worden op een forfaitaire wijze.Een nieuwe werkgever heeft, per definitie, geen berekeningsbasis want er is nog geen aangifte T-2 of T-4 aanwezig. Voor deze werkgevers worden de voorschotten dus via een forfaitair bedrag per werknemer bepaald. Voor de lokale besturen zullen, in afwijking van de algemene regel, de voorschotten te betalen gedurende het jaar 2022 bepaald worden via een raming van verwachte bijdragen gedurende het jaar 2022. Dit is de werkwijze zoals ze tot op heden werd toegepast.

T-2 bepaalt de verplichting tot het betalen van voorschotten en op basis van T-4 kan een procentueel voorschot worden berekend. Bij het ontbreken van het ene en/of het andere element weten we niet hoe we het procentueel voorschot moeten berekenen en gaan we over op een forfaitair voorschot.

Ik stel vast dat in de huidige tekst van de artikelen 34 en 34ter van het KB van 28 november 1969 in het Nederlands telkens gesproken wordt van de kwartalen K, K-1, enz. en niet van de kwartalen T, T-1, enz.

Misschien zou het consequenter zijn als dit overal hetzelfde zou zijn." Rekening houdend met de door de gemachtigde verstrekte toelichting wordt ter overweging gegeven om de redactie van het ontworpen artikel 34ter, § 2, van het koninklijk besluit van 28 november 1969, meer af stemmen op de redactie van de bepaling waarvan wordt afgeweken en om in de ontworpen bepaling de zinsnede "geen bijdragen verschuldigd was in het kwartaal T-4, T-2 of in de kwartalen T-2 en T-4" ter wille van de duidelijkheid te vervangen door de zinsnede "geen bijdragen verschuldigd was voor het kwartaal K-4 en de berekeningsbasis voor de procentuele bijdragen dus niet voorhanden is, of geen enkele bijdrage verschuldigd was voor het kwartaal K-2, of geen enkele bijdrage verschuldigd was voor de kwartalen K-2 en K-4".

DE GRIFFIER DE VOORZITTER, G. VERBERCKMOES M. VAN DAMME _______ Nota 1 "Dmfa" staat voor "Déclaration multifonctionnelle/ multifunctionele Aangifte".

26 JANUARI 2022. - Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 34 en 34ter van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, artikel 23, § 2, gewijzigd bij de wet van 6 juli 1989;

Gelet op het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 3 december 2021;

Gelet op de akkoordbevinding van de Staatsecretaris voor Begroting, d.d. 13 december 2021;

Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, gegeven op 21 december 2021;

Gelet op het advies nr. 70.718/1 van de Raad van State, gegeven op 17 januari 2022 in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Werk en de Minister van Sociale Zaken, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 34, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 9 april 2020, wordt het vierde lid aangevuld met de woorden ", of, als de werkgever een provinciaal of plaatselijk bestuur is, voor wie de betaling van het saldo via automatische inning wordt geregeld, uiterlijk de laatste dag van de tweede maand na dit kwartaal.".

Art. 2.In artikel 34ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 15 maart 2017Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/03/2017 pub. 27/03/2017 numac 2017201619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector ingevolge de integratie van sommige opdrachten van de Dienst voor de bijzondere socialezekerheidsstelsels in de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid sluiten worden volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : " § 1.In afwijking van artikel 34 is het provinciaal of plaatselijk bestuur aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid het bedrag van de bijdragen, waarvan de berekeningsbasis vóór het eerste kwartaal van 2022 ligt, verschuldigd op de vervaldatum vermeld in de maandelijkse factuur."; 2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt : " § 2.In afwijking van artikel 34, kan de voornoemde Rijksdienst, voor de voorschotten die voor de kwartalen van het jaar 2022 verschuldigd zijn, en voor zover het provinciaal of plaatselijk bestuur geen bijdragen verschuldigd was voor het kwartaal K-4 en de berekeningsbasis voor de procentuele bijdragen dus niet voorhanden is, of geen enkele bijdrage verschuldigd was voor het kwartaal K-2, of geen enkele bijdrage verschuldigd was voor de kwartalen K-2 en K-4, de maandelijkse voorschotten voor dat jaar vastleggen op basis van de geraamde bijdragen voor het lopende jaar."

Art. 3.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2022.

Art. 4.De minister bevoegd voor Werk en de minister bevoegd voor Sociale Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 26 januari 2022.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE De Minister van Sociale Zaken, F. VANDENBROUCKE

^