Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 25 april 2004
gepubliceerd op 16 juni 2004

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 oktober 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap, tot vaststelling van het bedrag en de modaliteiten van toekenning en vereffening van een bijkomend sociaal voordeel ten laste van het "Sociaal Fonds voor de diensten voor gezins- en bejaardenhelpsters", in de diensten gesubsidieerd door het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2004012106
pub.
16/06/2004
prom.
25/04/2004
ELI
eli/besluit/2004/04/25/2004012106/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

25 APRIL 2004. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 oktober 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap, tot vaststelling van het bedrag en de modaliteiten van toekenning en vereffening van een bijkomend sociaal voordeel ten laste van het "Sociaal Fonds voor de diensten voor gezins- en bejaardenhelpsters", in de diensten gesubsidieerd door het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 8 oktober 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap, tot vaststelling van het bedrag en de modaliteiten van toekenning en vereffening van een bijkomend sociaal voordeel ten laste van het "Sociaal Fonds voor de diensten voor gezins- en bejaardenhelpsters", in de diensten gesubsidieerd door het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijk Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 25 april 2004.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, F. VANDENBROUCKE _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap Collectieve arbeidsovereenkomst van 8 oktober 2001 Vaststelling van het bedrag en de modaliteiten van toekenning en vereffening van een bijkomend sociaal voordeel ten laste van het "Sociaal Fonds voor de diensten voor gezins- en bejaardenhelpsters", in de diensten gesubsidieerd door het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijk Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (Overeenkomst geregistreerd op 19 juni 2003 onder het nummer 66556/CO/318.01) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werknemers en de werkgevers van de diensten die vallen onder de bevoegdheid van het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap en door de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Met "werknemers", worden bedoeld : zowel gezins- en bejaardenhulp, huishoudhulp en de arbeidsters en arbeiders, als elke persoon tewerkgesteld in het raam van een programma tot bestrijding van de werkloosheid.

Met "voltijdse werknemer", wordt bedoeld : elke werknemer waarvan het arbeidsstelsel hoger is dan 50 pct. van het arbeidsstelsel van toepassing in voornoemde diensten.

Met "deeltijdse werknemer" wordt bedoeld : elke werknemer waarvan het arbeidsstelsel lager is dan of gelijk is aan 50 pct. van het arbeidsstelsel van toepassing in voornoemde diensten.

Met "sociaal boekjaar" wordt bedoeld : de periode van 1 januari tot 31 december. HOOFDSTUK II. - Doel

Art. 2.De werknemers tewerkgesteld in één van de diensten bedoeld in artikel 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 juni 2001 tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en tot vaststelling van de statuten ervan, genaamd "Fonds social pour les services de aides familiales et des aides seniors" hebben recht op een bijkomend sociaal voordeel ten laste van voornoemd fonds onder de voorwaarden bepaald door deze collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK III. - Toekenningsvoorwaarden

Art. 3.Algemeen principe § 1. Om het totaal bedrag van het sociaal voordeel te genieten, moeten de werknemers bedoeld in artikel 1 op 1 januari van het vorige sociaal boekjaar aan de volgende voorwaarden voldoen : a) aangesloten zijn bij één van de representatieve werknemersorganisaties, namelijk : - de "Christelijke Centrale voor Voeding en Diensten" (A.C.V.); - de "Centrale der Voeding- en Hotelarbeiders en Diensten" (A.B.V.V.); - de "Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België" (A.C.L.V.B.); - de "Centrale nationale des Employés" (C.N.E.); - het "Syndicat des Employés, Techniciens et Cadres" (SETCA); b) door een arbeidscontract gebonden zijn aan één van de diensten bedoeld in artikel 1. § 2. Er wordt een sociaal voordeel toegekend aan de rechthebbenden, op basis van 1/12e van het totale jaarlijkse bedrag, per gepresteerde of gelijkgestelde maand zoals bepaald in de bijlage bij deze collectieve arbeidsovereenkomst, die tijdens het vorige sociale boekjaar niet gedurende 12 maanden voldeden aan de voorwaarden van artikel 3, § 1.

Art. 4.Afwijkingen § 1. De werknemers die voldoen aan de voorwaarden van artikel 3, § 1, en een volledige loopbaanonderbreking genieten, hebben slechts recht op het bijkomend sociaal voordeel tot maximaal de eerste 12 maanden van de loopbaanonderbreking. § 2. De zieke werknemers die voldoen aan de voorwaarden van artikel 3, § 1, hebben recht op het bijkomend sociaal voordeel tot de eerste 36 maanden van de opschorting van hun contract.

Onder "ziekteperiode" wordt verstaan : - de periodes van totale ongeschiktheid die het gevolg zijn van een arbeidsongeval of een beroepsziekte; - de periode van totale ongeschiktheid te wijten aan een ongeval of een ziekte die niet met het beroep te maken hebben. § 3. De in het vorige sociale boekjaar gepensioneerde werknemers die voldoen aan de voorwaarde van artikel 3, § 1, a), hebben recht op het volledige bijkomende sociaal voordeel. § 4. De echtgenote van de werknemer die voldeed aan de voorwaarde van artikel 3, § 1, en die overleden is tijdens het vorige sociale boekjaar heeft recht op het volledige bijkomende sociaal voordeel. § 5. De bruggepensioneerden die voldoen aan de voorwaarde van artikel 3, § 1, a) en die door een arbeidscontract tot de laatste dag van hun beroepscarrière gebonden waren aan één van de diensten bedoeld in artikel 1, hebben recht op het bijkomend sociaal voordeel tot zij de wettelijke pensioenleeftijd hebben bereikt.

Art. 5.Voor de berekening van het sociaal voordeel bedoeld in artikel 3, wordt onder "maand" verstaan elke maand tijdens dewelke het arbeidscontract ten laatste op de vijftiende is ingegaan en elke maand tijdens dewelke het contract is beëindigd na de vijftiende. HOOFDSTUK IV. - Bedrag

Art. 6.Het bedrag van het sociaal voordeel wordt als volgt vastgesteld : § 1. Voor de werknemers bedoeld in artikel 3, § 1, artikel 4, § 1, § 2, § 3, § 4 en § 5 : a) de voltijdse werknemers : 116,51 EUR;b) de deeltijdse werknemers : 78,09 EUR;c) de werknemers die in de twee arbeidsstelsels werken : 9,72 EUR per voltijdse gepresteerde of met een voltijdse gelijkgestelde maand + 6,52 EUR per deeltijds gepresteerde of met een deeltijdse gelijkgestelde maand. § 2. Voor de werknemers bedoeld in artikel 3, § 2 : a) de voltijdse werknemers : 9,72 EUR per gepresteerde of gelijkgestelde maand;b) de deeltijdse werknemers : 6,52 EUR per gepresteerde of gelijkgestelde maand;c) de werknemers die in de twee arbeidstijdstelsels werken : 9,72 EUR per voltijds gepresteerde of met een voltijdse gelijkgestelde maand + 6,52 EUR per voltijds gepresteerde of met een voltijds gelijkgestelde maand. HOOFDSTUK V. - Betalingsmodaliteiten

Art. 7.De werkgevers bedoeld in artikel 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 juni 2001, vermeld in artikel 2 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, geven vóór 15 maart aan elke werknemer die in hun dienst tewerkgesteld was tijdens het voorafgaande sociaal boekjaar, een formulier dat behoorlijk in drievoud moet ingevuld en ondertekend worden en waarvan het model bepaald wordt door het Paritair Comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp.

Deze formulieren worden aan de werkgevers bezorgd door het "Sociaal Fonds voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp" vóór 15 januari.

Vanaf het tweede sociaal boekjaar van het brugpensioen, verstrekt het sociaal fonds vóór 15 maart aan elke bruggepensioneerde een formulier dat behoorlijk in drievoud moet ingevuld en ondertekend worden door de secretaris van bovengenoemd fonds en waarvan het model bepaald wordt door het Paritair Comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp.

Art. 8.De personen die voldoen aan de toekenningsvoorwaarden bepaald in de artikels 3 en 4 bezorgen het formulier bedoeld in artikel 7 in drievoud aan één van de werknemersorganisaties bedoeld in artikel 3, § 1, a), waarvan zij lid zijn. Deze organisatie controleert het effectieve lidmaatschap van de betrokkene evenals de verantwoording van zijn recht, berekent het bedrag van het sociaal voordeel en schrijft een cheque uit op naam van de betrokkene. Het formulier "sociaal voordeel" zal ter controle een volgnummer dragen en de stempel van één van de representatieve werknemersorganisaties bedoeld in artikel 3, § 1, a).

De controle en de betaling zullen plaatshebben van 1 april tot 15 september.

De laattijdige formulieren zullen betaald worden in de periode van 1 april tot 15 september van het volgende jaar.

Art. 9.Vóór 15 oktober dient elk van de organisaties bedoeld in artikel 3, § 1, a) een afrekening in bij het sociaal fonds met het totaal bedrag van de betaalde sociale voordelen, vermeerderd met de administratiekosten die er betrekking op hebben zoals door de raad van bestuur van het sociaal fonds.

Het sociaal fonds zal de werknemersorganisaties terugbetalen na ontvangst van hun gedeeltelijke of definitieve afrekeningen.

De afrekeningen ingediend na de uiterste datum van 15 november zullen automatisch het volgende jaar betaald worden.

De werknemersorganisaties moeten de aanvraagformulieren bewaren. Deze kunnen gecontroleerd worden door de daartoe door de raad van bestuur van het fonds aangewezen personen. HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen

Art. 10.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heft op en vervangt deze van 5 mei 2000 tot vaststelling van het bedrag en de modaliteiten van toekenning en vereffening van een bijkomend sociaal voordeel ten laste van het "Sociaal Fonds voor de gezins- en bejaardenhelpsters", in de diensten die gesubsidieerd worden door de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en het Brussels Gewest.

Art. 11.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2002 en is gesloten voor onbepaalde tijd.

Zij kan door elk van de partijen worden opgezegd, mits een opzeggingsperiode van drie maanden betekend per aangetekende brief aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 25 april 2004.

De Minister van Werk, F. VANDENBROUCKE

Bijlage bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 oktober 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap, tot vaststelling van het bedrag en de modaliteiten van toekenning en vereffening van een bijkomend sociaal voordeel ten laste van het "Sociaal Fonds voor de diensten voor gezins- en bejaardenhelpsters", in de diensten gesubsidieerd door het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijk Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest In het raam van de toepassing van voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst, wordt verstaan onder "gepresteerde dagen" : de dagen of gedeelten van dagen effectief besteed aan het werk.

Onder "gelijkgestelde dagen" wordt verstaan : 1. de niet-gepresteerde dagen of gedeelten ervan, waarvoor de werkgever verplicht is een vergoeding te betalen (bijvoorbeeld : gewaarborgd weekloon, feestdagen, kort verzuim,...); 2. de dagen tijdens dewelke de uitvoering van het arbeidscontract wordt opgeschort omwille van jaarlijks verlof waarop de werknemers en werkneemsters op grond van de wetten betreffende het jaarlijks verlof van de loontrekkende werknemers recht hebben;3. de zesde niet-gepresteerde dag van elke vijfdagenweek, ingeval de wekelijkse arbeid, tijdens het kwartaal, verdeeld is over ofwel vijf, ofwel meer dan vijf dagen; 4. de dagen begrepen in de eerste twaalf maanden van de periode van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, volgend op een tijdelijke volledige arbeidsongeschiktheid, op voorwaarde dat het erkende percentage van gedeeltelijke tijdelijke arbeidsongeschiktheid ten minste gelijk is aan 66 pct.; 5. de dagen zwangerschaps- en bevallingsrust : zeven weken vóór en acht weken na de bevalling;als de arbeidster effectief slechts gestopt is met haar beroepsarbeid minder dan zes weken vóór de bevalling, wordt de gelijkschakeling verlengd met een termijn die overeenstemt met de periode tijdens dewelke zij blijven werken is vanaf de zesde week voorafgaand aan de bevalling; 6. de erkende borstvoedingsperiodes;7. de gewone dagen van wederoproeping onder de wapens waarvan de duur 74 of 66 dagen niet mag overschrijden, naargelang de werknemer deelneemt aan de opleiding tot het reservekader of niet;8. de dagen besteed aan het volbrengen van burgerlijke plichten (voogd, lid van een familieraad, getuige bij een rechtszaak, jurylid, kiezer, lid van een stembureau);9. de dagen besteed aan de uitoefening van een publiek mandaat en vakbondsverplichtingen, vermeld in artikel 16, 9° en 10° van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 (Belgisch Staatsblad van 6 april 1967), gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 1970 (Belgisch Staatsblad van 31 juli 1970);10. de dagen van deelname aan stages of studiedagen besteed aan arbeidersopleiding of aan vakbondsvorming, georganiseerd door de representatieve werknemersorganisaties of door gespecialiseerde instituten erkend door de bevoegde Minister, gedurende maximum 12 dagen per jaar;11. stakingsdagen of lock-outs onder de volgende voorwaarden : 1° de werknemer moet effectief tewerkgesteld geweest zijn gedurende ten minste één van de 28 opeenvolgende dagen voorafgaand aan de dag van het begin van de staking of de lock-out;2° de staking moet : a) voorafgegaan zijn door een verzoeningspoging door een bemiddelaar, gekozen door de partijen of op vraag van één van hen, door de Minister van Tewerkstelling en Arbeid;b) plaatsgrijpen bij het verstrijken van een collectieve stakingsaanzegging, bekendgemaakt door een vakbondsafvaardiging vertegenwoordigd in het paritair comité bevoegd voor de onderneming. Deze aanzegging kan betekend worden, ten vroegste de zevende dag die volgt op de eerste vergadering belegd door de gekozen of aangewezen bemiddelaar. De aanzegging wordt betekend, ofwel bij aangetekend schrijven gericht aan elke werkgever afzonderlijk, ofwel door deze in te lassen in de notulen van een verzoeningsvergadering. De aanzegging wordt van kracht de dag die volgt op diegene waarop de aanzegging wordt betekend en duurt ten minste zeven dagen. 12. de dagen gedeeltelijke werkloosheid;13. de periode van bovenwettelijk verlof door de werkgever toegestaan aan buitenlandse werknemers die naar hun land terugkeren;14. voor de jonge werknemers en werkneemsters, de schoolperiode en de periode tussen de datum waarop zij de school verlaten en het begin van hun eerste arbeidsovereenkomst (met een maximum van vier maanden, deze limiet wordt op 31 december gebracht voor de jongeren die het schooljaar beëindigd hebben).De rechten moeten op dezelfde manier worden berekend als bepaald door de wetgeving betreffende het jaarlijks verlof van de arbeiders; 15. de militaire dienst, op voorwaarde dat de betrokkene onmiddellijk vóór en na zijn dienst tewerkgesteld was in een onderneming die afhangt van het "Sociaal Fonds voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp". Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 25 april 2004.

De Minister van Werk, F. VANDENBROUCKE

^