Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 23 juni 1998
gepubliceerd op 27 augustus 1998

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 december 1996, gesloten in het Paritair Subcomité voor de handel in brandstoffen van Oost-Vlaanderen, betreffende de loon- en arbeidsvoorwaarden

bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
numac
1998012523
pub.
27/08/1998
prom.
23/06/1998
ELI
eli/besluit/1998/06/23/1998012523/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

23 JUNI 1998. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 december 1996, gesloten in het Paritair Subcomité voor de handel in brandstoffen van Oost-Vlaanderen, betreffende de loon- en arbeidsvoorwaarden (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de handel in brandstoffen van Oost-Vlaanderen;

Op de voordracht van Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 18 december 1996, gesloten in het Paritair Subcomité voor de handel in brandstoffen van Oost-Vlaanderen, betreffende de loon- en arbeidsvoorwaarden.

Art. 2.Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 23 juni 1998.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Mevr. M. SMET _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor de handel in brandstoffen van Oost-Vlaanderen Collectieve arbeidsovereenkomst van 18 december 1996.

Loon- en arbeidsvoorwaarden (Overeenkomst geregistreerd op 25 maart 1997 onder het nummer 43596/CO/127.02) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de arbeiders van de ondernemingen welke ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de handel in brandstoffen van Oost-Vlaanderen.

Worden als arbeiders beschouwd de werklieden en werksters. HOOFDSTUK II. - Lonen

Art. 2.Minimumuurloon § 1. Het minimumuurloon van de in artikel 1 bedoelde arbeiders, met uitzondering van de arbeiders bedoeld in artikel 2, § 2, voor de arbeidsduur van 40 uren per week, ongeacht hun leeftijd wordt op datum van 1 januari 1997 vastgesteld op 337,80 F per uur. § 2. Het minimumuurloon voor het kuispersoneel, tewerkgesteld bij werkgevers, ressorterend onder het Paritair Subcomité voor handel in brandstoffen van Oost-Vlaanderen. Het uurloon wordt op datum van 1 januari 1997 vastgesteld op 250 F per uur. De betrokken arbeiders blijven onderworpen aan alle bepalingen van het loonboeksysteem en genieten ook alle voordelen eraan verbonden.

Onder kuispersoneel wordt verstaan, alle arbeiders die uitsluitend instaan voor de netheid van de lokalen, werven, garages,...

Het kuisen van ketels en schouwen is hieronder niet begrepen.

Art. 3.De bij artikel 2 vastgestelde lonen zijn minimumuurlonen en doen in niets afbreuk aan hogere lonen welke door afzonderlijke overeenkomsten, hetzij bij bepaalde firma's hetzij in bepaalde gemeenten of gewesten van de provincie, worden bekomen.

Art. 4.Overloon.

Onverminderd de toepassing van artikel 29 van de arbeidswet an 16 maart 1971, wordt de arbeid welke wordt verricht buiten de gewone werktijdregeling welke in het loonboek is omschreven, betaald tegen een bedrag dat tenminste 50 pct. hoger is dan het gewone loon. Dit overloon wordt uitbetaald bij de eerstvolgende loonafrekening, zonder compensatie.

Art. 5.Toeslagen. § 1. Kolen in zakken.

Voor het verladen bij klanten ontvangen de arbeiders een premie van 4 F per zak, voor zakken van 10kg, 6 F per zak, voor zakken van 25 kg, en 7 F per zak, voor de grote zakken van 50kg, voor zover de levering niet geschiedt op het gelijkvloers. § 2. Vervoer van benzine en gassen.

Aan de autovoerders wordt een premie van 20 F per uur bovenop het minimumuurloon, bepaald in artikel 2, § 1, toegekend voor de uren waarop zij benzine of gassen in bulk of in flessen vervoeren. § 3. Vullen van gasflessen.

Het bij artikel 2, § 1 vastgestelde minimumuurloon wordt toegepast, voor de arbeiders die gasflessen vullen. § 4. Kuisen van ketels en schoorstenen.

Het bij artikel 2, § 1 vastgestelde minimumuurloon wordt, voor de arbeiders die ketels en schoorstenen kuisen, verhoogd met een premie van 30 F per uur, voor de uren tijdens dewelke dit werk effectief gebeurt. § 5. Garagepersoneel.

Het bij artikel 2, § 1 vastgestelde minimumuurloon wordt voor het garagepersoneel als volgt verhoogd : - voor de geschoolden : 5 F per uur - voor de meestergasten : 9 F per uur. HOOFDSTUK III. - Koppeling van de minimumlonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen

Art. 6.De in artikel 2 vastgestelde minimum uurlonen, alsmede de werkelijk uitbetaalde lonen, zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het rijk dat maandelijks wordt vastgesteld door het Ministerie van Economische Zaken en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

De in artikel 2 bedoelde lonen stemmen vanaf 1 januari 1997 overeen met het referte-indexcijfer 121,96 in de indexschijf 119,57 - 124.40.

Deze vermelde indexschijf wordt bepaald door het referteïndexcijfer 121,96 dat er het spilindexcijfer van is. Door dit spilindexcijfer te vermenigvuldigen met 1,02 wordt het hoogste grensindexcijfer van de schijf bekomen en door het te delen door 1,02 wordt het laagste grensindexcijfer van de schijf bekomen. Het grensindexcijfer waarvan de overschrijding een verhoging of een verlaging van de lonen veroorzaakt, wordt het spilindexcijfer van de volgende of voorgaande schijf, waarvan de grenzen worden berekend zoals hiervoor bepaald.

Bij deze bewerkingen wordt rekening gehouden met 4 decimalen, waarvan de afronding als volgt gebeurt : - wanneer de derde decimaal lager is dan 5, blijft de tweede decimaal ongewijzigd; - wanneer de derde decimaal gelijk is aan of hoger dan 5, wordt de tweede decimaal naar boven afgerond.

Wanneer het indexcijfer van de consumptieprijzen het hoogste of het laagste grensindexcijfer van de van kracht zijnde schijf bereikt of overschrijdt, worden de van kracht zijnde lonen aangepast. Bij het bereiken of overschrijden van het hoogste indexcijfer worden de van kracht zijnde lonen verhoogd met 2 pct.

De honderdsten van de aldus berekende lonen worden afgerond op het hoger tiende of weggelaten naar gelang zij al dan niet 50 pct. van een honderdste bereiken of overschrijden.

Bij het bereiken of overschrijden van het laagste grensindexcijfer worden de van kracht zijnde lonen verminderd met het bedrag van de vorige verhoging.

De loonaanpassingen gaan in de eerste maandag van de maand welke volgt op deze waarvan het indexcijfer van de consumptieprijzen een aanpassing veroorzaakt.

In toepassing van voorgaande bepalingen worden de indexschijven ter uitvoering van deze collectieve arbeidsovereenkomst als volgt bepaald : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld HOOFDSTUK IV. - Arbeidsduur

Art. 7.Werkregeling. § 1. Onverminderd de toepassing van artikel 19 van de arbeidswet van 16 maart 1971, gewijzigd bij de wet van 20 juli 1978, wordt de wekelijkse arbeidsduur op 40 uur vastgesteld, met aaneensluitende dagprestaties volgens de mogelijke arbeidsregelingen, voorzien in dit artikel onder § 3. § 2. Zaterdagwerk : er mag op zaterdag gewerkt worden op voorwaarde dat : - de grens van 40 uren per week niet overschreden wordt; - er niet wordt gewerkt op meer dan vijf dagen per week. § 3. Mogelijke arbeidsregelingen.

Elke werkgever kan kiezen tussen 3 arbeidsregelingen : a) Dagelijkse aanwervingen per dagprestatie van 8 uren of halve dagprestatie van 4 uren. De arbeider kan tewerkgesteld worden in een aaneensluitende prestatie van 8 uren tussen 6 uur en 23 uur, met een rusttijd van een half uur (voor een halve dagprestatie vervalt de rusttijd van een half uur). b) Dagelijkse aanwerving per dagprestatie van 10 uren. De arbeider kan tewerkgesteld worden in een aaneensluitende dagprestatie van 10 uren, tussen 6 uur en 23 uur, met twee rusttijden van een half uur. c) Dagelijkse aanwerving per dagprestatie van 8 uren in twee-ploegensysteem : - 1e ploeg : van 6 uur tot 14.30 uur; - 2e ploeg : van 14.30 uur tot 23 uur.

De arbeider kan tewerkgesteld worden in een aaneensluitende dagprestatie van 8 uren, met een rusttijd van een half uur. § 4. De rusttijden worden niet beschouwd als arbeidstijd. § 5. Vooraleer een werkgever een arbeidsregeling kan veranderen, moet hij dit minimaal 10 kalenderdagen vooraf melden op het secretariaat van het Kompensatiefonds voor de arbeiders uit de brandstoffenhandel van de Provincie Oost-Vlaanderen, K.A.B.O.V., Hoogstraat 15, 9000 Gent.

Indien er geen melding is van de werkgever, wordt deze geacht te werken onder de arbeidsregeling, genoemd in artikel 7, § 3, a). § 6. Elk werkaanbod van een werkgever moet duidelijk vermelden onder welke arbeidsregeling de aanwerving gebeurt.

Art. 8.Gebruik van het loonboek.

Het is de verantwoordelijkheid van de arbeiders om hun loonboeken correct in te vullen : - arbeidsdag : kleven van een zegel; deze zegel heeft voluit "zegel voor de sociale vergoeding, KABOV", hierna "zegel" genoemd. Deze zegels worden door K.A.B.O.V. verkocht aan de werkgevers, die ze moeten bezorgen aan zijn arbeiders. - werkloosheidsdag : vermelden in het loonboek met de "W"; - klein verlet : vermelden in het loonboek met de letters "KV"; - familiaal verlof : vermelden in het loonboek met de letters "FM"; - ziekte : vermelden in het loonboek met de letter "Z".

Art. 9.Rustdagen. a) Wekelijkse rustdag in het kader van de vijfdaagse werkweek : te nemen binnen de eerste zes dagen van de week en te bepalen de week voordien door de werkgever (zie artikel 4 van het reglement).In dit geval zal de arbeider de inhaalrust met de letter "R" vermelden in het loonboek. b) Rustdag in het kader van de vierdaagse werkweek : te nemen de eerstvolgende werkdag van de week na het bereiken van de 40 gepresteerde uren.In dit geval zal de arbeider de inhaalrust met de letter "R" vermelden in het loonboek. c) De zondagen.d) De betaalde feestdagen.In dat geval zal de arbeider de betaalde feestdagen met de letter "BF" vermelden in het loonboek. e) De dagen van de jaarlijkse vakantie.In dat geval zal de arbeider de jaarlijkse vakantie met de letter "V" vermelden in het loonboek. f) De bij collectieve arbeidsovereenkomst voorziene compensatiedagen (zie artikel 10, § 1).In dat geval zal de arbeider de compensatiedagen met de letters "CD" vermelden in het loonboek.

Art. 10.Compensatiedagen. § 1. Er wordt een arbeidsduurverkorting doorgevoerd onder de vorm van zeven compensatiedagen per jaar. § 2. De compensatiedagen worden vergoed door het "Sociaal Fonds voor de ondernemingen van handel in brandstoffen", Léon Lepagestraat 4, 1000 Brussel. § 3. De compensatiedagen worden betaald door storting van een werkgeversbijdrage aan het in artikel 10, § 2 genoemd fonds. Deze werkgeversbijdrage wordt betaald per collectieve arbeidsovereenkomst in het Paritair Comité voor de handel in brandstoffen. § 4. De raad van bestuur van het "Sociaal Fonds voor de ondernemingen van handel in brandstoffen" bepaalt de modaliteiten van toekenning en betaling van de compensatiedagen. Ongeacht de arbeidsregeling waarin de arbeiders is tewerkgesteld, zal hij recht hebben op één compensatiedag per schijf van 264 uur werkelijke arbeid. § 5. De compensatiedagen worden individueel genomen, rekening houdend met de noodwendigheden van de arbeidsorganisatie en volgens de gebruikelijke procedure in de onderneming. HOOFDSTUK V. - Klein verlet en verlof om dwingende reden

Art. 11.§ 1. De in artikel 1 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, bedoelde arbeiders hebben recht op klein verlet, volgens de wettelijke en conventionele modaliteiten. Het loon voor deze dagen wordt betaald door het "Kompensatiefonds voor de arbeiders uit de brandstoffenhandel van de provincie Oost-Vlaanderen (K.A.B.O.V.)". § 2. De in artikel 1 van deze collectieve arbeidsovereenkomst bedoelde arbeiders hebben jaarlijks recht op tien dagen verlof om dwingende reden, volgens de conventionele en wettelijke modaliteiten. "K.A.B.O.V. » betaalt het loon voor een aantal dagen gemotiveerde afwezigheid. § 3. De modaliteiten voor toekenning en betaling van dit klein verlet en verlof om dwingende reden worden bepaald in een afzonderlijke collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK VI. - Werkkledij

Art. 12.In overeenstemming met artikel 103 van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (A.R.A.B.) stelt de individuele werkgever de werkkledij ter beschikking van de arbeiders; deze werkkledij blijft eigendom van de individuele werkgever en wordt na beëindiging van de taak teruggegeven aan de individuele werkgever. HOOFDSTUK VII. - Bestaanszekerheidsvergoeding

Art. 13.Bestaanszekerheidsvergoeding in geval van werkloosheid. § 1. De in artikel 1 van deze collectieve arbeidsovereenkomst bedoelde arbeiders hebben recht op een bestaanszekerheidsvergoeding in geval van werkloosheid mits zij voldoen aan de volgende voorwaarden : 1) in het bezit zijn van een loonboek uitgereikt door het Paritair Subcomité voor de handel in brandstoffen van Oost-Vlaanderen;2) Voldoende prestaties behalen volgens de normen bepaald in artikel 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 december 1996 met betrekking tot de normen voor het toekennen en intrekken van loonboeken;3) zich, volgens de gebruiken van het beroep, in het officieel aanwervingsbureau ter aanwerving hebben aangeboden en niet tewerkgesteld zijn geworden, of werkloos zijn gesteld door een in artikel 1 bedoelde werkgever;4) niet in staking of niet het voorwerp van lock-out zijn;5) recht hebben op werkloosheidsuitkeringen. § 2. Deze bestaanszekerheidsvergoeding wordt betaald door "K.A.B.O.V." De modaliteiten voor toekenning en betaling van deze bestaanszekerheidsvergoeding in geval van werkloosheid worden bepaald in een afzonderlijke collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK VIII. - Tussenkomst van "K.A.B.O.V." in geval van ziekte en ongeval, andere dan arbeidsongeval

Art. 14.§ 1. De in artikel 1 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, bedoelde arbeiders hebben recht op een tussenkomst van "K.A.B.O.V." in geval van ziekte en ongeval andere dan arbeidsongeval. § 2. Deze tussenkomst wordt betaald door "K.A.B.O.V.". De modaliteiten voor toekenning en betaling van deze tussenkomst in geval van ziekte en ongeval andere dan arbeidsongeval worden bepaald in een afzonderlijke collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK IX. - Bijkomende voordelen

Art. 15.A.R.A.B.-vergoeding. § 1. In uitvoering van wat bepaald is in artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 oktober 1993, gesloten in het Paritair Comité voor de handel in brandstoffen, betreffende de toekenning van een forfaitaire A.R.A.B.-vergoeding, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 30 september 1994, wordt aan de arbeiders bedoeld in artikel 1 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, een A.R.A.B.-vergoeding toegekend. § 2. De modaliteiten voor toekenning en betaling van deze A.R.A.B.-vergoeding worden bepaald in de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 januari 1994, gesloten in het Paritair Subcomité voor de handel in brandstoffen van Oost-Vlaanderen, tot vaststelling van een forfaitaire A.R.A.B.-vergoeding, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 7 november 1994. § 3. Deze A.R.A.B.-vergoeding wordt betaald door "K.A.B.O.V." het Kompensatiefonds voor de arbeiders uit de brandstoffenhandel van de provincie Oost-Vlaanderen ter ontlasting van de individuele werkgevers.

Art. 16.Vergoeding bij sluiting van ondernemingen.

De in artikel 1 van deze collectieve arbeidsovereenkomst bedoelde arbeiders hebben recht op een vergoeding in geval van sluiting van ondernemingen.

Art. 17.Tussenkomst in de kosten bij overlijden. § 1. Aan de rechtverkrijgende van een overleden, van een in artikel 1 van deze collectieve arbeidsovereenkomst bedoelde arbeider, wordt een tussenkomst in de kosten bij overlijden bepaald. § 2. Deze tussenkomst in de kosten bij overlijden wordt betaald door "K.A.B.O.V.". De modaliteiten voor toekenning en betaling van deze tussenkomst in de kosten bij overlijden worden bepaald in een afzonderlijke collectieve arbeidsovereenkomst.

Art. 18.Getrouwheidspremie bij pensionering. § 1. De in artikel 1 van deze collectieve arbeidsovereenkomst bedoelde arbeiders hebben recht op een getrouwheidspremie bij pensionering. § 2. Deze getrouwheidspremie bij pensionering wordt betaald door de individuele werkgever. De modaliteiten voor toekenning en betaling van deze getrouwheidspremie bij pensionering worden bepaald in een afzonderlijke collectieve arbeidsovereenkomst.

Art. 19.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1997 en is gesloten voor onbepaalde duur. Ze vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 februari 1990, gesloten in het Paritair Subcomité voor de handel in brandstoffen van Oost-Vlaanderen, tot vaststelling van de loon- en arbeidsvoorwaarden, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 11 juni 1990 (Belgisch Staatsblad van 13 juli 1990). Ze kan door elk van de partijen worden opgezegd mits naleving van een opzeggingstermijn van drie maanden te rekenen vanaf de eerste van de maand volgens op de datum van de verzending van de opzegging. Deze opzegging geschiedt bij een ter post aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de handel in brandstoffen van Oost-Vlaanderen.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 23 juni 1998.

De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Mevr. M. SMET

^