Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 23 januari 2002
gepubliceerd op 10 juli 2002

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 oktober 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de notarisbedienden, betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en de preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen

bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
numac
2002012158
pub.
10/07/2002
prom.
23/01/2002
ELI
eli/besluit/2002/01/23/2002012158/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

23 JANUARI 2002. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 oktober 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de notarisbedienden, betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en de preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de notarisbedienden;

Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 20 oktober 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de notarisbedienden, betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en de preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen.

Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 23 januari 2002.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de notarisbedienden Collectieve arbeidsovereenkomst van 20 oktober 1999 Bevordering van de werkgelegenheid en de preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen (Overeenkomst geregistreerd op 27 januari 2000 onder het nummer 53712/COF/216)

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de bedienden die onder het Paritair Comité voor de notarisbedienden ressorteren.

Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt onder andere gesloten krachtens en overeenkomstig de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen en de ter uitvoering ervan genomen besluiten, zoals aangevuld en gewijzigd door latere wetten, uitvoeringsbesluiten en collectieve arbeidsovereenkomsten, alsmede in toepassing van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen en de ter uitvoering ervan genomen besluiten, onder meer omtrent de bepalingen betreffende het interprofessioneel akkoord 1999-2000.

Zij heeft tot doel de werkgelegenheid in het notariaat te behouden, te bevorderen en te promoten. HOOFDSTUK I. - Koopkracht

Art. 3.Er wordt overeengekomen dat naast de toe te kennen indexeringen en baremieke verhogingen, zoals voorzien in de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 februari 1989 houdende de arbeids- en loonsvoorwaarden, en rekening houdende met de indicatieve marge voor de loonkostenontwikkeling, vastgesteld voor 1999 en 2000 op 5,9 pct., er thans geen loonsverhoging kan worden toegekend.

Art. 4.Er wordt evenwel overeengekomen met betrekking tot artikel 3, een eventuele bijsturing in het paritair comité af te spreken vanaf januari 2000, op verzoek van de meest gerede partij, voor het geval de indicatieve loonmarge niet zou worden bereikt door de opeenvolgende indexaties en baremieke verhogingen.

De resultaten zullen uitwerking hebben vanaf 1 januari 2000.

Elke toekenning van extra verlof, brugdagen of arbeidsduurvermindering zal in aanmerking moeten worden genomen bij de berekening van de beschikbare loonmarge (indicatieve loonmarge van 5,9 pct.). HOOFDSTUK II. - Functieclassificatie

Art. 5.De contracterende partijen verklaren zich akkoord om het functieclassificatiesysteem, zoals opgenomen in de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 februari 1989, te actualiseren.

Dit functieclassificatiesysteem beoogt een nieuwe omschrijving van de bediendencategorieën uit hogergenoemde collectieve arbeidsovereenkomst met het oog op - onder andere - een evaluatie van de loonschalen.

Art. 6.Het Financieringsfonds voor de Tewerkstelling in het notariaat wordt belast met het uitwerken van een nieuw functieclassificatiesysteem.

Een comité bestaande uit vier werkgevers en vier werknemers, respectievelijk aangesteld door de werkgeversdelegatie en de werknemersdelegatie in het paritair comité, desgevallend bijgestaan door deskundigen, wordt belast met het voorbereiden van de te volgen werkwijze en het ontwerp van functieclassificatie.

Verslag zal bij elke vergadering van het paritair comité worden uitgebracht. De nieuwe functieclassificatie zal het voorwerp uitmaken van een collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK III. - Arbeidsherverdeling Brugpensioen

Art. 7.De duur van de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 oktober 1994 houdende maatregelen ten voordele van oudere bedienden in het raam van het brugpensioen en deze van 19 maart 1997 houdende invoering van het halftijds conventioneel brugpensioen, verlengd bij de collectieve arbeidsovereenkomsten van 6 juni 1997 wordt verlengd met drie jaar, om een einde te nemen op 30 september 2003.

Art. 8.In geval aan een werknemer een halftijds conventioneel brugpensioen wordt toegekend, worden de bijdragen voor de groepsverzekering ten laste van de werkgever verder betaald, tot aan de normale pensioenleeftijd van de betrokken werknemer, op basis van het volledige loon dat hij heeft ontvangen in de laatste maand waarin hij voltijds tewerkgesteld was.

Art. 9.In geval aan een werknemer een voltijds brugpensioen wordt toegekend, wordt bij het ingaan van het brugpensioen door de werkgever een eenmalige premie in de groepsverzekering voor de werknemer betaald, die 24 keer de patronale bijdrage bedraagt van de laatste maand waarin de werknemer tewerkgesteld was. HOOFDSTUK IV. - Collectieve arbeidsduurvermindering

Art. 10.Zes bijkomende verlofdagen worden toegekend, die op de volgende data worden vastgelegd : Voor het jaar 1999 - vrijdag 31 december 1999.

Voor het jaar 2000 - vrijdag 2 juni 2000 (dag na O.L.H. Hemelvaart); - maandag 14 augustus 2000 (dag vóór 15 augustus 2000).

Voor het jaar 2001 - vrijdag 25 mei 2001 (dag na O.L.H. Hemelvaart); - vrijdag 2 november 2001; - maandag 24 december 2001.

Indien een van deze dagen reeds als verlofdag is toegekend door de werkgever, kan die op een andere dag in hetzelfde jaar worden genomen in overeenstemming met het arbeidsreglement.

Op het einde van het jaar 2001 zal de invoering van deze bijkomende verlofdagen geëvalueerd worden. HOOFDSTUK V. - Vorming

Art. 11.De werknemers kunnen, onder bepaalde voorwaarden, de inschrijvingsgelden voor opleidingen van het type A-cyclus of B-cyclus die zij hebben gevolgd voor beroepsvervolmaking in het notariaat, terugvorderen van hun werkgever.

De werkgever kan onder bepaalde voorwaarden de in het eerste lid vermelde kosten terugvorderen van de v.z.w. Notarieel Vormingsinitiatief of van de v.z.w. Financieringsfonds voor de Tewerkstelling in het Notariaat.

De raden van bestuur van voornoemde v.z.w.'s bepalen de voorwaarden voor de terugvorderingen vermeld in het eerste en het tweede lid. Zij kunnen tevens andere opleidingen bepalen die voor de terugvordering van deze kosten in aanmerking komen en de voorwaarden om de terugbetaling ervan te bekomen.

Art. 12.De v.z.w. Financieringsfonds voor de Tewerkstelling in het Notariaat draagt de kosten voor het organiseren van informatie in de scholen over het notariaat en over de tewerkstellingsmogelijkheden die de sector biedt, teneinde nieuwe werknemers aan te trekken in deze sector. HOOFDSTUK VI. - Inwerkingtreding

Art. 13.Behoudens wanneer uitdrukkelijk anders vermeld, treden de bepalingen van deze overeenkomst in werking op 1 januari 2000 en treden buiten werking op 31 december 2000.

De bepalingen van artikelen 8, 9 en 12 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2000 en worden afgesloten voor onbepaalde duur. Zij kunnen door elk van de contracterende partijen slechts worden opgezegd met een opzegtermijn van ten minste zes maanden. Deze opzegging moet gebeuren bij een ter post aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de notarisbedienden en aan de ondertekenende organisaties.

De bepalingen van artikel 10 treden in werking op 1 november 1999 en treden buiten werking op 31 december 2001.

De bepalingen van artikel 11 hebben uitwerking met ingang van 1 oktober 1999 en worden afgesloten voor onbepaalde duur. Zij kunnen door elk van de contracterende partijen slechts worden opgezegd met een opzegtermijn van ten minste zes maanden. Deze opzegging moet gebeuren bij een ter post aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de notarisbedienden en aan de ondertekenende organisaties.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 23 januari 2002.

De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX

^