Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 23 januari 1998
gepubliceerd op 26 augustus 1998

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 oktober 1996, gesloten in het Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen, betreffende de toekenning van het halftijds conventioneel brugpensioen

bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
numac
1998012925
pub.
26/08/1998
prom.
23/01/1998
ELI
eli/besluit/1998/01/23/1998012925/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

23 JANUARI 1998. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 oktober 1996, gesloten in het Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen, betreffende de toekenning van het halftijds conventioneel brugpensioen (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen;

Op de voordracht van Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 7 oktober 1996, gesloten in het Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen, betreffende de toekenning van het halftijds conventioneel brugpensioen.

Art. 2.Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 23 januari 1998.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Mevr. M. SMET _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen Collectieve arbeidsovereenkomst van 7 oktober 1996 Toekenning van het halftijds conventioneel brugpensioen (Overeenkomst geregistreerd op 1 juli 1997 onder het nummer 44424/CO/319) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werknemers en de werkgevers van de inrichtingen en diensten die ressorteren onder het Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen die erkend zijn en/of worden gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Franse en Gemeenschappelijke gemeenschapscommissies, alsmede op de werknemers en de werkgevers van de inrichtingen en diensten die dezelfde activiteiten uitoefenen en die noch erkend zijn, noch worden gesubsidieerd.

Onder "werknemers" verstaat men de mannelijke en vrouwelijke bedienden en de werklieden en werksters. HOOFDSTUK II. - Principe

Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft tot doel een regeling van halftijds conventioneel brugpensioen met compenserende indienstneming in te voeren, zoals is bepaald in de collectieve arbeidsovereenkomst nr 55 gesloten op 13 juli 1993 in de Nationale Arbeidsraad en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 17 november 1993, voor de bejaarde werknemers bedoeld bij artikel 46 van de wet van 30 maart 1994, vanaf de leeftijd van 56 jaar.

Art. 3.De betrokken werknemers moeten hebben gewerkt in een voltijdse arbeidsregeling, zoals is bepaald in artikel 2 van voormelde collectieve arbeidsovereenkomst, in de loop van de twaalf maanden die de vermindering van arbeidsprestaties onmiddellijk voorafgaan.

Onder voltijdse arbeidsregeling moet worden verstaan : de arbeidsregeling in de zin van hoofdstuk III, arbeids- en rusttijden, van de arbeidswet van 16 maart 1971.

Art. 4.Zij moeten bovendien de werkloosheidsuitkering genieten waarin is voorzien voor deze categorie van werknemers door de reglementering betreffende de werkloosheidsverzekering.

Art. 5.Het aantal arbeidsuren dat is bepaald in de deeltijdse arbeidsregeling moet, na de vermindering, gemiddeld per arbeidscyclus, gelijk zijn aan de helft van het aantal arbeidsuren in een normale voltijdse arbeidsregeling in de dienst. HOOFDSTUK III. - Bedrag van de aanvullende vergoeding

Art. 6.De aanvullende vergoeding wordt berekend zoals is bepaald in de artikelen 5 tot en met 10 van de voormelde collectieve arbeidsovereenkomst nr 55 van 13 juli 1993.

Art. 7.Het bedrag van de aanvullende vergoeding is ten laste van de werkgever van de betrokken werknemer en wordt maandelijks betaald. HOOFDSTUK IV. - Geldigheid

Art. 8.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1997 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 1998.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 23 januari 1998.

De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Mevr. M. SMET

^