Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 22 oktober 2017
gepubliceerd op 03 november 2017

Koninklijk besluit betreffende het uniform van het personeel van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2017031380
pub.
03/11/2017
prom.
22/10/2017
ELI
eli/besluit/2017/10/22/2017031380/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

22 OKTOBER 2017. - Koninklijk besluit betreffende het uniform van het personeel van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de Grondwet, artikelen 37 en 107, tweede lid;

Gelet het koninklijk besluit van 7 augustus 1953 betreffende de inrichting van het kledingfonds van het douanepersoneel;

Gelet op het koninklijk besluit van 8 april 1976 betreffende de uniform van het douanepersoneel;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 24 april 2017;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 19 juli 2017;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister belast met Ambtenarenzaken, gegeven op 25 september 2017;

Gelet op het protocol van onderhandelingen nr. D.I. 337/D/103 van het sectorcomité II - Financiën, gesloten op 19 september 2017;

Gelet op het verzoek om spoedbehandeling luidende: Het onderhavig koninklijk en het bijhorende ministerieel uitvoeringsbesluit dienen genomen te worden om de continue terbeschikkingstelling van het uniform aan het personeel van de Algemene Administratie van Douane en Accijnzen mogelijk te maken binnen het kader van de steeds strikter wordende jaarlijkse begroting.

Het dragen van een correct uniform vormt krachtens verschillende wettelijke douanebepalingen een conditio sine qua non voor het stellen van rechtsgeldige daden en het uitvoeren van diverse taken.

Bij toepassing van de actueel geldende bepalingen wordt een forfaitaire bestelmogelijkheid toegekend aan alle personeelsleden van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen, ongeacht de aard van hun activiteiten.

De nieuwe bepalingen beogen een selectieve, geïndividualiseerde toekenning van het bestelvermogen die voortaan afhangt van de operationele behoeften van de ambtenaar.

Er valt op te merken dat de ambtenaren met de grootste behoeften hierdoor voortaan recht zullen hebben op een gerechtvaardigdere bestelmogelijkheid ten opzichte van het huidige forfaitaire bestelstelsel.

Om uitvoering te geven aan dit nieuwe beleid werden alle contracten voor de levering van het uniform hernieuwd met de publicatie van de open offerteaanvraag nr. KF_MDH/2017/Lot 1-22 en werd bij het opmaken van de raming ervan reeds rekening gehouden met die selectieve toekenning.

De Inspectie van Financiën dringt in haar advies op het gunningsvoorstel voor de nieuwe contracten op het volgende aan: " 3.5. Tot slot, de Inspectie vestigt de aandacht op het feit dat de procedure en de voorschriften van deze open offerteaanvraag, in het bijzonder de geraamde en gegarandeerd minimale hoeveelheden, opgemaakt werden op basis van de voorgestelde toekomstige reglementering met betrekking tot de uniformvergoeding. Echter, tot op heden, werd deze reglementering nog niet formeel onderworpen aan het advies van de Inspectie en zal dus pas in werking kunnen treden minstens over een paar maanden. De Inspectie is derhalve van oordeel dat de verschillende loten kunnen worden toegekend (bij voorkeur zo laat mogelijk, in het licht van de geldigheidsduur van de offertes), maar dat er geen enkele bestelling mag worden geplaatst vóór de inwerkingtreding van de nieuwe reglementering." (vertaling) Het indienen van de bestellingen door de ambtenaren kan enkel plaatsvinden via een speciaal daarvoor ontwikkelde webtool die het identificeren van de individuele behoeften en het toekennen van het daaraan gekoppelde bestelvermogen mogelijk maakt.

Deze applicatie vervangt een omslachtige en op papieren gebaseerde bestelprocedure, bovendien beheerd door middel van een antediluviaanse toepassing die onlangs onbruikbaar is geworden en niet meer te herstellen is.

Gezien het voorgaande en in het bijzonder de stelling door de Inspectie van Financiën dat er geen bestellingen mogen worden geplaatst vóór de inwerkingtreding van de nieuwe reglementering, is een spoedig advies noodzakelijk, om de ambtenaren nog dit jaar de mogelijkheid te geven de uniformartikelen te bestellen volgens de nieuwe werkwijze.

Gelet op advies 62.206/2 van de Raad van State, gegeven op 2 oktober 2017, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 3° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Financiën, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Het dragen van het uniform

Artikel 1.De door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde aangeduide rijksambtenaren en houders van een managementfunctie van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen zijn verplicht het uniform te dragen.

Het dragen van het uniform kan ook voorgeschreven worden aan contractuele personeelsleden voor onbepaalde duur, tewerkgesteld bij de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen, voor zover ze dezelfde taken uitvoeren als de in het eerste lid bedoelde ambtenaren.

Art. 2.De kledingstukken en accessoires die het uniform vormen, worden ter beschikking gesteld aan de personeelsleden.

De samenstelling, de kleur, alsook de kentekens van het uniform, worden vastgesteld door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde.

Art. 3.De personeelsleden vernieuwen op regelmatige basis hun kledingstukken en accessoires om steeds te beschikken over een compleet en presentabel uniform, om te voldoen aan de behoeften van de dienst.

Art. 4.Het is verboden om kledingstukken en accessoires van het uniform door te geven aan derden vreemd aan de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen.

Art. 5.Het is verboden in het bij artikel 2 bedoelde uniform deel te nemen aan openbare vergaderingen of betogingen, die van aard zouden kunnen zijn dat ze het vertrouwen van het publiek in zijn volledige neutraliteit, in zijn bekwaamheid of in zijn waardigheid in het gedrang zouden kunnen brengen. HOOFDSTUK 2. - Uniformbudget

Art. 6.Aan de personeelsleden bedoeld in artikel 1 wordt een jaarlijks uniformbudget, hierna "budget" genoemd, toegekend, waarvan het bedrag varieert in functie van de dienst waarin zij zijn tewerkgesteld.

Er bestaan 3 categorieën van budget: - categorie 1: 182,86 euro; - categorie 2: 365,72 euro; - categorie 3: 548,58 euro.

Deze basisbudgetten zijn gekoppeld aan het spilindexcijfer 138,01.

Het budget wordt vastgesteld op 1 januari en wordt na indexatie naar boven afgerond tot op de eurocent.

De Minister van Financiën of zijn gemachtigde bepaalt voor elke dienst de toepasselijke budgetcategorie.

Art. 7.Het recht op het budget ontstaat voor de eerste maal bij de benoeming tot rijksambtenaar, bij de aanstelling in een managementfunctie, of 1 jaar na de indiensttreding van het contractueel personeelslid voor onbepaalde duur. De daaropvolgende jaren ontstaat het recht op het budget op 1 januari.

Het budget wordt verdubbeld in het jaar van de benoeming tot rijksambtenaar, van de aanstelling in een managementfunctie, of 1 jaar na de indiensttreding van het contractueel personeelslid voor onbepaalde duur.

Het budget wordt niet toegekend voor het jaar van de definitieve ambtsneerlegging.

Art. 8.Als het personeelslid wordt overgeplaatst naar een dienst met een budgetcategorie verschillend van die van zijn vorige dienst, wordt zijn budget daaraan ambtshalve aangepast.

Indien het personeelslid wordt overgeplaatst naar een dienst met een hogere budgetcategorie, geniet het eenmalig van een bijkomend budget, gelijk aan het dubbele van het verschil tussen de twee budgetten.

Deze laatste bepaling kan maar één keer worden ingeroepen per overgang naar een hogere budgetcategorie, en dus maximaal twee keer.

Art. 9.Het budget vertegenwoordigt geen bedrag gestort aan personeelsleden, maar een bestelmogelijkheid van kledingstukken en accessoires.

Onder voorbehoud van uitzonderlijke omstandigheden die niet zijn toe te schrijven aan het personeelslid, zoals het failliet van een leverancier, wordt het op het einde van het kalenderjaar niet gebruikte budget niet overgedragen naar het volgende kalenderjaar.

Art. 10.De Minister van Financiën of zijn gemachtigde bepaalt de toekenningsmodaliteiten van het budget. HOOFDSTUK 3. - Raad van het uniform

Art. 11.Een Raad van het uniform wordt opgericht.

Art. 12.De Raad bestaat uit een voorzitter en uit leden.

Art. 13.De Voorzitter uitgezonderd, is de Raad paritair samengesteld uit leden die door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde rechtstreeks worden aangewezen en leden die door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde worden aangewezen op voordracht van de representatieve syndicale organisaties in het Sectorcomité II - Financiën.

De Voorzitter, bekleed met minstens de titel van Adviseur en aangewezen binnen de centrale diensten van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen, wordt aangeduid door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde.

Art. 14.De Minister van Financiën of zijn gemachtigde bepaalt de bevoegdheden alsook de werkwijze van de Raad van het uniform. HOOFDSTUK 4. - Opheffings- en slotbepalingen

Art. 15.Worden opgeheven: - het koninklijk besluit van 7 augustus 1953 betreffende de inrichting van het kledingfonds van het douanepersoneel; - het koninklijk besluit van 8 april 1976 betreffende de uniform van het douanepersoneel.

Art. 16.Bestellingen geplaatst in 2016 worden niet aangerekend op het in dit besluit ingevoerde budget.

Art. 17.Dit besluit treedt in werking de dag van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.

Art. 18.De minister bevoegd voor de Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 oktober 2017.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Financiën, J. VAN OVERTVELDT

^