Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 22 november 2005
gepubliceerd op 02 december 2005

Koninklijk besluit houdende de toekenningsmodaliteiten van een financiële tussenkomst voor 2005 ten laste van het « Fonds ter financiering van sommige uitgaven verricht die verbonden zijn met de veiligheid voortvloeiend uit de organisatie van de Europese Toppen te Brussel » aan de Brusselse politiezones om de taalverwerving door hun personeel aan te moedigen

bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
numac
2005000751
pub.
02/12/2005
prom.
22/11/2005
ELI
eli/besluit/2005/11/22/2005000751/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

22 NOVEMBER 2005. - Koninklijk besluit houdende de toekenningsmodaliteiten van een financiële tussenkomst voor 2005 ten laste van het « Fonds ter financiering van sommige uitgaven verricht die verbonden zijn met de veiligheid voortvloeiend uit de organisatie van de Europese Toppen te Brussel » aan de Brusselse politiezones om de taalverwerving door hun personeel aan te moedigen


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wetten op de rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, inzonderheid op de artikelen 55 tot 58;

Gelet op de wet van 10 augustus 2001 tot oprichting van een Fonds ter financiering van de internationale rol en de hoofdstedelijke functie van Brussel en tot wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, gewijzigd bij de programma-wet van 24 december 2002;

Gelet op de wet van 14 juli 2005 houdende de eerste aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2005;

Gelet op het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en de begrotingscontrole;

Gelet op het advies van de Samenwerkingscommissie bedoeld in artikel 43 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen van 29 september 2005;

Gelet op de beslissing van de federale leden van de voornoemde Samenwerkingscommissie van 29 september 2005;

Overwegende dat de rol van Europese hoofdstad van Brussel moet bevorderd worden, namelijk in verband met het onthaal van de Europese Toppen;

Overwegende dat aan de lokale politiezones van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dringend de middelen moeten ter beschikking worden gesteld om de nodige veiligheid te kunnen waarborgen voor de effectieve uitvoering van deze rol;

Overwegende dat één van deze middelen bestaat in het bevorderen van de kennis van de tweede landstaal door het aanwezig personeel;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën van 30 juni 2005;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 14 oktober 2005;

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Binnen de perken van de beschikbare kredieten, wordt voor het begrotingsjaar 2005 een financiele tussenkomst van 1.500.000 euro toegekend aan de politiezones van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (code 5339, 5340, 5341, 5342, 5343 en 5344) om de verwerving van de tweede landstaal te bevorderen door de leden van het personeel die niet in het bezit zijn van het getuigschrift van taalkennis bedoeld door het koninklijk besluit van 18 juli 1966 houdende coördinatie van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken dat verbonden is met het kader of het niveau waartoe hun betrekking behoort.

Art. 2.De in artikel 1 bedoelde financiële tussenkomst wordt aangerekend ten laste van basisallocatie 13.56.70.43.01.

Art. 3.De betaling van de in dit besluit bedoelde financiële tussenkomst is onderworpen aan de volgende voorwaarden : a) de modaliteiten voor de verwerving van de tweede landstaal bevorderen de inlevingsopleiding, b) de opleiding wordt verstrekt door de voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest erkende politieschool of onder zijn toezicht door een andere opleidingsinstelling; c) voorafgaand aan de organisatie ervan, wordt het opleidingsprogramma goedgekeurd door de Minister van Binnenlandse Zaken overeenkomstig artikel IV.II.18 van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten;

Art. 4.Het bedrag van de in dit besluit bedoelde financiële tussenkomst wordt berekend op grond van het aantal personeelsleden dat in 2005 heeft deelgenomen aan de vorming en het omvat : a) de door de Brusselse politieschool of door de opleidingsinstelling gefactureerde opleidingskosten;b) de wedde van het personeelslid voor de duur van de opleiding.De hier bedoelde wedde is het produkt van de vermenigvuldiging van het in de erkenningsaanvraag vermelde aantal uren met het uurloon, zoals bepaald bij de bijlage bij dit besluit.

Voor de betaling van de financiële tussenkomst : a) wordt een eerste schijf overeenkomende met de opleidingskosten vastgesteld door de Brusselse politieschool of door de opleidingsinstelling gestort op voorlegging aan de Algemene Directie Veiligheids- en Preventiebeleid van een naamlijst van de tot de opleiding toegelaten personeelsleden;b) is de betaling van het saldo ondergeschikt aan de voorlegging aan het einde van elke lessencyclus aan dezelfde dienst van de lijst van de personeelsleden met vermelding van hun kader of hun niveau die de vorming werkelijk hebben bijgewoond alsook de facturen opgemaakt door de Brusselse politieschool of door de opleidingsinstelling.

Art. 5.Indien het bedrag toe te kennen aan een politiezone in uitvoering van artikel 3, het aandeel overtreft in de financiële tussenkomst dat haar zou toekomen indien dit aandeel onder de zones zou zijn verdeeld pro rata hun personeelseffectief, dan wordt het toe te kennen bedrag teruggebracht tot dit pro-rata-aandeel.

Het personeelseffectief bedoeld in het eerste lid is dat van het operationeel kader (met inbegrip van de hulpagenten van politie) en van het CALOG op 1 april 2005, zoals overgemaakt door de politiezones en weergegeven in de bijlage bij dit besluit.

Art. 6.De Minister van Binnenlandse Zaken of zijn afgevaardigde kunnen op ieder ogenblik alle stukken raadplegen die het bewijs leveren dat de voorwaarden die het recht op de financiële tussenkomst openen, vervuld werden.

Art. 7.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2005.

Art. 8.Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 november 2005.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, P. DEWAEL

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te gevoegd worden bij Ons besluit van 22 november 2005.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, P. DEWAEL

^