Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 22 juni 2003
gepubliceerd op 06 augustus 2003

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 december 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de handel in voedingswaren, betreffende het aanvullend sociaal voordeel

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2003012444
pub.
06/08/2003
prom.
22/06/2003
ELI
eli/besluit/2003/06/22/2003012444/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

22 JUNI 2003. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 december 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de handel in voedingswaren, betreffende het aanvullend sociaal voordeel (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de handel in voedingswaren;

Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 20 december 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de handel in voedingswaren, betreffende het aanvullend sociaal voordeel.

Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 juni 2003.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de handel in voedingswaren Collectieve arbeidsovereenkomst van 20 december 2001 Aanvullend sociaal voordeel (Overeenkomst geregistreerd op 4 april 2002 onder het nummer 61940/CO/119) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de arbeiders van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de handel in voedingswaren. § 2. Met "arbeiders" worden de mannelijke en vrouwelijke arbeiders bedoeld. HOOFDSTUK II. - Aard van het voordeel

Art. 2.De arbeiders tewerkgesteld door één van de ondernemingen bedoeld in artikel 5, a, van de statuten van het "Waarborg- en Sociaal Fonds voor de handel in voedingswaren", hebben elk jaar recht op een aanvullend sociaal voordeel ten laste van genoemd fonds, in de voorwaarden bepaald in deze collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK III. - Toekenningsvoorwaarden

Art. 3.Om het voordeel te bekomen moeten de in artikel 1 bedoelde arbeiders aan volgende voorwaarden voldoen : 1. vóór 1 mei van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar van betaling zijn aangesloten bij één van de representatieve interprofessionele organisaties van arbeiders die op nationaal vlak zijn verbonden, namelijk : - de Christelijke Centrale Voeding en Diensten (ACV); - de Centrale voor Voeding- en Hotelarbeiders (ABVV); - de Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België (ACLVB); 2. gedurende ten minste één maand in de loop van het jaar dat voorafgaat aan het jaar van betaling tewerkgesteld geweest zijn door één van de in artikel 5, a, van de statuten van bovenvermeld fonds bedoelde ondernemingen. HOOFDSTUK IV. - Bedrag

Art. 4.Het bedrag van het voordeel is vastgesteld op 8,26 EUR per maand tewerkstelling in de loop van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar van betaling en op 99,16 EUR voor het volledig kalenderjaar van tewerkstelling.

Onder "maand tewerkstelling" dient tevens verstaan : elke maand in de loop waarvan de arbeidsovereenkomst uiterlijk de vijftiende is ingegaan, alsmede elke maand in de loop waarvan de sedert de eerste dag van de maand lopende arbeidsovereenkomst na de vijftiende een einde heeft genomen.

Bij het bepalen van de maanden tewerkstelling die in aanmerking worden genomen, wordt rekening gehouden met de werkelijk gepresteerde arbeidsdagen, evenals met de dagen die zijn gelijkgesteld overeenkomstig de beslissingen dienaangaande genomen door het Paritair Comité voor de handel in voedingswaren. HOOFDSTUK V. - Betalingsmodaliteiten

Art. 5.De in artikel 5, a , van de statuten van het fonds bedoelde werkgevers overhandigen vóór 1 april van het jaar van betaling aan elke arbeider die in hun onderneming zijn tewerkgesteld geweest in de loop van het voorgaand kalenderjaar, een behoorlijk ingevuld en ondertekend formulier in dubbel exemplaar, waarvan het model wordt vastgesteld door het Paritair Comité voor de handel in voedingswaren.

Deze formulieren worden ambtshalve of op hun verzoek ter beschikking gesteld door het beheer van het fonds, gevestigd St. Bernardusstraat 60, te 1060 Brussel.

Art. 6.De arbeiders die de in artikel 3 van deze collectieve arbeidsovereenkomst bedoelde toekenningsvoorwaarden vervullen maken het in artikel 5 bedoelde formulier in dubbel exemplaar over aan de in artikel 3 vermelde organisatie waarvan zij lid zijn.

Deze organisatie gaat na of de betrokken arbeider werkelijk is aangesloten en of hij of zij een recht kan doen gelden en berekent het bedrag van het voordeel. Na die verrichtingen te hebben doen controleren door een andere representatieve interprofessionele organisatie van arbeiders, geeft zij op naam en ten voordele van de betrokkene een genummerde circulaire bankcheque uit waarvan het bedrag overeenstemt met het voordeel waaarop hij of zij recht heeft.

Het nazicht, de controle en de uitgifte hebben plaats van 1 april tot 15 september van het jaar van betaling.

Art. 7.Vóór 15 oktober van het jaar van betaling bezorgt iedere in artikel 3 bedoelde organisatie aan het sociaal fonds een afrekening met vermelding van het aantal, de nummers en het totaal bedrag van de door haar uitgegeven cheques.

De organisaties dienen de aanvraagformulieren en het dubbel van de daarop betrekking hebbende checks te bewaren; deze worden gecontroleerd door de daartoe door de raad van beheer van het fonds aangeduide personen.

De niet-gebruikte circulaire bankcheques worden aan het beheer van het fonds overhandigd ten laatste acht dagen na de datum van het einde van de uitgifte. HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen

Art. 8.Deze overeenkomst vervangt de overeenkomst van 30 juni 1999 en heft ze op.

Art. 9.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2002 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2002.

Op 1 januari van elk jaar wordt zij stilzwijgend verlengd voor een periode van één jaar, behoudens opzegging door één van de partijen uiterlijk drie maanden vóór het verstrijken van de collectieve arbeidsovereenkomst per aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de handel in voedingswaren, die de leden ervan op de hoogte brengt.

Gepresteerde en gelijkgestelde dagen.

Lijst opgesteld door het paritair comité op 15 december 1971 en gewijzigd op 13 april 1973, 22 december 1976, 13 juli 1977, 8 december 1987 en 19 december 1990.

Onder "gepresteerde dagen" dient te worden verstaan : 1. De dagen of gedeelten van dagen die werkelijk aan arbeid worden besteed. 2. De dagen of gedeelten van dagen die niet gepresteerd worden doch waarvoor de werkgever verplicht is een loon uit te betalen (bij voorbeeld : gewaarborgd weekloon, betaalde feestdagen, dagen van klein verlet, enz...). 3. De dagen gedurende dewelke niet gewerkt wordt omwille van jaarlijkse vakantie waarop de arbeiders recht hebben overeenkomstig de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers.4. De zesde niet-gepresteerde dag van elke 5-daagse werkweek, ingeval de wekelijkse arbeidstijd in de loop van een kwartaal nu eens over 5, dan weer over meer dan 5 dagen gespreid is. Onder "gelijkgestelde dagen" dient te worden verstaan : 1. De dagen van volledige arbeidsongeschiktheid die het gevolg is van een arbeidsongeval of een beroepsziekte.2. De dagen van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid gedurende de eerste twaalf maanden, na een tijd van volledige arbeidsongeschiktheid, wanneer het erkend percentage van ongeschiktheid ten minste 66 pct.bedraagt. 3. De dagen afwezigheid gedurende de eerste twaalf maand, ingevolge een ongeval dat geen arbeidsongeval is, of een ziekte die geen beroepsziekte is.4. De rustperiode voor zwangerschap en bevalling : zoals bepaald in artikel 39 van de arbeidswet van 16 maart 1971 (Belgisch Staatsblad van 30 maart 1971).5. De militaire dienstplicht, op voorwaarde dat de belanghebbende onmiddellijk vóór en na zijn legertijd in dienst is geweest van een onderneming aangesloten bij het "Waarborg- en sociaal fonds voor de handel in voedingswaren".6. De dagen van gewone wederoproeping voor legerdienst met een maxima van 74 of 66 dagen, naargelang de werknemer al dan niet deelneemt aan de vorming van reservekaders.7. De dagen besteed aan het nakomen van burgerlijke verplichting (voogd, lid van een familieraad, getuige in rechten, gezworene, kiezer, lid van een stembureau).8. De dagen besteed aan de uitoefening van een openbaar mandaat en een mandaat in syndicaal verband, bepaald bij artikel 16, 9 en 10 van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 (Belgisch Staatsblad van 6 april 1967) gewijzigd door het koninklijk besluit van 20 juli 1970 (Belgisch Staatsblad van 31 juli 1970).9. De dagen van deelneming aan stages of studiedagen die aan arbeidsopvoeding of aan syndicale vorming gewijd zijn en georganiseerd worden door representatieve organisaties der werknemers of door de bevoegde Minister erkende gespecialiseerde instituten, ten belope van maximaal 12 dagen per jaar.10. De dagen van staking of lock-out, in de volgende voorwaarden : a .de arbeider moet ten minste één dag effectief werkzaam zijn geweest in de loop der 28 opeenvolgende dagen die de aanvangsdag van de werkstaking of de lock-out voorafgaat. b . de staking moet : 1. voorafgegaan worden door een poging tot verzoening door een bemiddelaar die gekozen werd door de partijen, of op verzoek van één dezer, door de Minister van Werkgelegenheid;2. ingaan na het verstrijken van een collectieve stakingsaanzegging, betekend door een syndicale organisatie die vertegenwoordigd is in het paritair comité waaronder de onderneming ressorteert. Deze opzegging kan ten vroegste betekend worden de zevende dag volgend op de eerste vergadering die door de gekozen of aangewezen bemiddelaar gehouden werd.

De opzegging wordt betekend hetzij bij een ter post aangetekende brief en aan ieder individuele werkgever gerichte brief, hetzij door inlassing in de notulen van een verzoeningsvergadering.

Zij neemt een aanvang de dag volgend op de in de loop van welke zij wordt betekend en haar duur is ten minste van zeven dagen. 11. De dagen van gedeeltelijke werkloosheid.12. De extra-legale vakantieperiode die door de werkgever aan de vreemde arbeiders toegekend wordt, die naar hun land terugkeren.13. Voor de jonge arbeiders, de schoolperiode en de periode begrepen tussen de datum waarop ze de school verlaten en het begin van hun eerste arbeidscontract (maximaal 4 maanden, deze grens wordt op 31 december gebracht voor de jongeren die het schooljaar volledig beëindigen). De rechten moeten op dezelfde wijze als voorzien bij de wetgeving betreffende jaarlijkse vakantie der loonarbeiders berekend worden, dit wil zeggen dat het begin van het eerste arbeidscontract moet liggen binnen de 4 maanden na het einde der studies, deze grens wordt gebracht op 31 december (ongeveer 6 maanden) voor de jongeren die hun schooljaar volledig beëindigen.

In dit geval wordt de periode die nog op school doorgebracht werd evenals het deel van de 4 maanden (of 6 maanden) waarin niet gewerkt werd, en die valt tussen de datum van het verlaten van de school en 31 december van het lopende jaar, gelijkgesteld met normale werkdagen. 14. Voor de genieters van brugpensioen, de periode vanaf op brugpensioenstelling tot 31 december van hetzelfde jaar.15. Voor de gepensioneerden, de periode vanaf de opruststelling tot 31 december van hetzelfde jaar.16. De periode vanaf het overlijden van een arbeider, tot 31 december van hetzelfde jaar. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 22 juni 2003.

De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX

^