Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 21 oktober 2004
gepubliceerd op 29 oktober 2004

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 maart 2000 tot vaststelling van de maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen toegelaten in en op voedingsmiddelen

bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
numac
2004022815
pub.
29/10/2004
prom.
21/10/2004
ELI
eli/besluit/2004/10/21/2004022815/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

21 OKTOBER 2004. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 maart 2000 tot vaststelling van de maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen toegelaten in en op voedingsmiddelen


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten, inzonderheid op artikel 5, gewijzigd bij de wetten van 22 maart 1989 en van 9 februari 1994;

Gelet op de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid, inzonderheid op artikel 9, 2°, gewijzigd bij de wet van 28 maart 2003;

Gelet op het koninklijk besluit van 13 maart 2000 tot vaststelling van de maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen toegelaten in en op voedingsmiddelen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 26 juni 2000, 3 september 2000, 23 januari 2001, 5 april 2001, 4 juli 2001, 26 oktober 2001, 4 februari 2002, 14 april 2002, 17 februari 2003, 25 maart 2003, 14 april 2003, 22 oktober 2003, 24 maart 2004 en 17 augustus 2004;

Gelet op het overleg tussen de Gewestregeringen en de federale overheid van 13 september 2004;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd door de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat het noodzakelijk is zich onverwijld te schikken naar de Richtlijn 2004/59/EG van de Commissie van 23 april 2004 tot wijziging van Richtlijn 90/642/EEG van de Raad wat de daarin vastgestelde maximumgehalten voor broompropylaatresiduen betreft, alsook naar de Richtlijn 2004/61/EG van de Commissie van 26 april 2004 tot wijziging van de bijlagen bij de Richtlijnen 86/362/EEG, 86/363/EEG en 90/642/EEG van de Raad wat betreft maximumgehalten aan residuen van bepaalde bestrijdingsmiddelen waarvan het gebruik in de Europese Gemeenschap verboden is;

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In de bijlage bij het koninklijk besluit van 13 maart 2000 tot vaststelling van de maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen toegelaten in en op voedingsmiddelen worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in punt 3 worden de bepalingen met betrekking tot de bestrijdingsmiddelen ALDRIN, BINAPACRYL, BROOMPROPYLAAT, CAMFECHLOOR, CHLOORDAAN, DIELDRIN, DINOSEB, HCH en HEXACHLOORBENZEEN vervangen door de bepalingen in bijlage I bij dit besluit;2° punt 3 wordt aangevuld met de bepalingen met betrekking tot de bestrijdingsmiddelen 1,2-DICHLOORETHAAN, ETHYLEENOXIDE, KWIK en NITROFEEN in bijlage I bij dit besluit;3° in punt 3 wordt het bestrijdingsmiddel « ETHYLEENDIBROMIDE (1,2-dibroomethaan) » door het bestrijdingsmiddel « 1,2-DIBROOMETHAAN » vervangen; 4° punt 4.A wordt aangevuld met de bepalingen met betrekking tot de bestrijdingsmiddelen BINAPACRYL, CAMFECHLOOR, CAPTAFOL, 1,2-DICHLOORETHAAN, ETHYLEENOXIDE, KWIK en NITROFEEN in bijlage II bij dit besluit; 5° punt 4.B wordt aangevuld met de bepalingen met betrekking tot het bestrijdingsmiddel DINOSEB in bijlage II bij dit besluit.

Art. 2.Dit besluit treedt in werking op 25 oktober 2004 voor de bepalingen met betrekking tot het bestrijdingsmiddel BROOMPROPYLAAT en op 26 januari 2005 voor de bepalingen met betrekking tot de bestrijdingsmiddelen ALDRIN, BINAPACRYL, CAMFECHLOOR, CHLOORDAAN, 1,2-DIBROOMETHAAN, 1,2-DICHLOORETHAAN, DIELDRIN, DINOSEB, ETHYLEENOXIDE, HCH, HEXACHLOORBENZEEN, KWIK en NITROFEEN.

Art. 3.Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 21 oktober 2004.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE

Bijlage I Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 21 oktober 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 maart 2000 tot vaststelling van de maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen toegelaten in en op voedingsmiddelen.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE

Bijlage II Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 21 oktober 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 maart 2000 tot vaststelling van de maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen toegelaten in en op voedingsmiddelen.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE

^