Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 20 september 2000
gepubliceerd op 26 oktober 2000

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 mei 1999, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf van de zandsteen- en kwartsietgroeven op het gehele grondgebied van het Rijk, uitgezonderd de kwartsietgroeven van Waals-Brabant, betreffende de toekenning van een uitkering ter aanvulling van de werkloosheidsuitkeringen wegens slecht weder of wegens economische oorzaken en van een getrouwheidspremie

bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
numac
2000012680
pub.
26/10/2000
prom.
20/09/2000
ELI
eli/besluit/2000/09/20/2000012680/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

20 SEPTEMBER 2000. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 mei 1999, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf van de zandsteen- en kwartsietgroeven op het gehele grondgebied van het Rijk, uitgezonderd de kwartsietgroeven van Waals-Brabant, betreffende de toekenning van een uitkering ter aanvulling van de werkloosheidsuitkeringen wegens slecht weder of wegens economische oorzaken en van een getrouwheidspremie (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor het bedrijf van de zandsteen- en kwartsietgroeven op het gehele grondgebied van het Rijk, uitgezonderd de kwartsietgroeven van Waals-Brabant;

Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 3 mei 1999, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf van de zandsteen- en kwartsietgroeven op het gehele grondgebied van het Rijk, uitgezonderd de kwartsietgroeven van Waals-Brabant, betreffende de toekenning van een uitkering ter aanvulling van de werkloosheidsuitkeringen wegens slecht weder of wegens economische oorzaken en van een getrouwheidspremie.

Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 20 september 2000.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor het bedrijf van de zandsteen- en kwartsietgroeven op het gehele grondgebied van het Rijk, uitgezonderd de kwartsietgroeven van Waals-Brabant Collectieve arbeidsovereenkomst van 3 mei 1999 Toekenning van een uitkering ter aanvulling van de werkloosheidsuitkering wegens slecht weder of wegens economische oorzaken en van een getrouwheidspremie (Overeenkomst geregistreerd op 28 oktober 1999 onder het nummer 52851/CO/102.04) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de werklieden van de ondernemingen van de provincie Luik, die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor het bedrijf van de zandsteen- en kwartsietgroeven op het gehele grondgebied van het Rijk, uitgezonderd de kwartsietgroeven van Waals-Brabant.

Met « werklieden » worden de werklieden en werksters bedoeld. HOOFDSTUK II. - Uitkering ter aanvulling van de werkloosheidsuitkering wegens slecht weder of wegens economische oorzaken

Art. 2.In geval van werkloosheid wegens slecht weder of wegens economische oorzaken ontvangen de werklieden een dagelijkse aanvullende werkloosheidsuitkering van 260 BEF vanaf de eerste dag van de werkloosheid tot maximum de 45e dag inbegrepen.

Vanaf 2000, wordt deze werkloosheidsuitkering op 270 F gebracht.

Art. 3.Het aantal verloren dagen wegens slecht weder of wegens werkloosheid om economische oorzaken dat recht geeft op de bij artikel 2 vastgestelde uitkeringen, wordt berekend over het kalenderjaar.

Art. 4.De betaling van de bij de artikelen 2 en 3 vastgestelde uitkeringen geschiedt samen met de uitbetaling van het loon over de periode waarin de dagen werkloosheid vallen. HOOFDSTUK III. - Eindejaarspremie

Art. 5.De werklieden ontvangen één eindejaarspremie waarvan het bedrag wordt berekend op basis van het aantal effectief gewerkte dagen tijdens de referteperiode met andere woorden tussen 1 juni en 31 mei van het volgende jaar naar rata van 150 BEF per dag vanaf 1 juni 1993.

Een bedrag van 10 000 BEF wordt, zonder andere berekening, in de loop van december betaald bij wijze van voorschot en het saldo dan in juni.

Met effectief gewerkte dagen worden gelijkgesteld de inhaalrustdagen, de dagen afwezigheid wegens ziekte met een maximum van 10 dagen per jaar, 10 dagen wegens economische werkloosheid of werkloosheid wegens slecht weer en 10 dagen ongeschiktheid wegens arbeidsongeval.

Art. 6.De premie wordt betaald naar rata van het aantal gewerkte dagen wanneer een werkman de onderneming verlaat in de loop van de maand. HOOFDSTUK IV. - Toekenning van voordelen aan de georganiseerde werklieden

Art. 7.Voor 1999 en 2000 verbinden de werkgevers zich er toe om uiterlijk op 31 januari van het volgende jaar aan de V.Z.W. « Sociaal Fonds voor de werklieden van het groefbedrijf », waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te Brussel, Hoogstraat 26-28, een bedrag te storten van 4.440 BEF per jaar per werkman die op 31 december van het vorige jaar is ingeschreven in het personeelsregister, alsmede voor de bruggepensioneerde werklieden.

Indien de werkman die op 31 december van het jaar is ingeschreven geen volledig jaar heeft gewerkt, wordt er prorata temporis een premie betaald, met een minimum van 6 maanden.

Indien de werknemer niet meer is ingeschreven op 31 december van het jaar, maar in de onderneming heeft gewerkt, zal de premie prorata temporis worden betaald. Elke begonnen maand wordt beschouwd als een volledige maand.

Voor iedere werknemer die tijdens het refertejaar meer dan één jaar afwezig is, stort de onderneming niet meer het fonds. Met dit bovenvermelde bedrag kan het sociaal fonds aan de werknemers een premie van 4 200 BEF toekennen.

Art. 8.De premie wordt door toedoen van de V.Z.W. « Sociaal Fonds voor de werklieden van het groefbedrijf », Hoogstraat 26-28 te Brussel, aan de rechthebbenden betaald en door dit fonds prorata temporis verdeeld onder de georganiseerde werknemers die lid zijn van een van de vakorganisaties die deze overeenkomst hebben ondertekend.

Art. 9.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1999 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2000.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 20 september 2000.

De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX

^