Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 20 november 2006
gepubliceerd op 14 december 2006

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 februari 2001 tot vaststelling van de vergoedingen waaraan het gebruik van openbare diensten betreffende de luchtvaart is onderworpen

bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
numac
2006014267
pub.
14/12/2006
prom.
20/11/2006
ELI
eli/besluit/2006/11/20/2006014267/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

20 NOVEMBER 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 februari 2001 tot vaststelling van de vergoedingen waaraan het gebruik van openbare diensten betreffende de luchtvaart is onderworpen


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart, inzonderheid op artikel 5, § 1, gewijzigd bij de wet van 2 januari 2001;

Gelet op het koninklijk besluit van 14 februari 2001 tot vaststelling van de vergoedingen waaraan het gebruik van openbare diensten betreffende de luchtvaart is onderworpen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 26 maart 2001, 20 juni 2002 en 11 juli 2003;

Gelet op de omstandigheid dat de gewestregeringen bij het ontwerpen van dit besluit betrokken zijn;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 16 juli 2004;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 16 september 2004;

Gelet op het advies nr 39.770/4 van de Raad van State gegeven op 26 juni 2006;

Op de voordracht van Onze Minister van Mobiliteit, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 4 van het koninklijk besluit van 14 februari 2001 tot vaststelling van de vergoedingen waaraan het gebruik van openbare diensten betreffende de luchtvaart is onderworpen wordt een punt 3° ingevoegd, luidende : « 3° het deelnemen aan het theoretisch examen voor een vergunning voor onderhoud van luchtvaartuigen : 25 EUR per module of deel van een module. ».

Art. 2.Een artikel 7bis wordt ingelast in hetzelfde besluit, luidende : « Gecertificeerde luchtvaartterreinen

Art. 7bis.§ 1. De vergoeding verschuldigd voor het onderzoek van de aanvraag van een « Aerodrome certificate - Annex 14 » bedraagt voor : 1° luchtvaartterreinen die over minstens één precisielandingsbaan categorie II of III beschikken : 20.000 EUR; 2° luchtvaartterreinen die niet onder punt 1° vallen en over minstens één precisielandingsbaan categorie I beschikken : 10.000 EUR; 3° luchtvaartterreinen die niet onder de punten 1° en 2° vallen en over minstens één niet-precisielandingsbaan beschikken : 6.000 EUR; 4° alle overige luchtvaartterreinen : 4.000 EUR. § 2. De bedragen in § 1 worden vermeerderd met : 1° 5.000 EUR per precisielandingsbaan categorie II of III; 2° 2.500 EUR per precisielandingsbaan categorie I; 3° 1.500 EUR per niet-precisielandingsbaan; 4° 500 EUR per landingsbaan die niet onder het punt 1°, 2° of 3° valt. § 3. De vergoedingen vermeld in de §§ 1 en 2 gelden zowel voor de uitbaters van een luchtvaartterrein, die wettelijk verplicht zijn om een « Aerodrome certificate - Annex 14 » te bekomen, als voor alle overige uitbaters van een luchtvaartterrein, die vrijwillig een aanvraag voor een « Aerodrome certificate - Annex 14 » hebben ingediend ».

Art. 3.In artikel 10, § 3 van hetzelfde besluit, wordt het tweede lid vervangen door de volgende tekst : « In dit geval worden de Bi vergoedingen eerst berekend zoals in § 1 (met een maximum van 3.500 EUR) en de aldus verkregen sommen worden aangepast prorata van het aantal maanden dat nog overblijft vóór de volgende 1 juni.

Voor het berekenen van de vergoeding wordt elk gedeelte van een maand voor een volle maand gerekend. ».

Art. 4.Artikel 12 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : «

Art. 12.De vergoeding voor de controle met het oog op het bekomen van de erkenning van een synthetische vliegtrainer bedoeld in : 1° de JAR-STD 1A Aeroplane Flight Simulators-norm of in de JAR-STD 1H Helicopter Flight Simulators-norm bedraagt 5.000 EUR; 2° de JAR-STD 2A Aeroplane Flight Training Devices-norm of in de JAR-STD 2H Helicopter Flight Training Devices-norm bedraagt : - 1.000 EUR voor de trainers van « level I »; - 2.000 EUR voor de trainers van « level II »; 3° de JAR-STD 3A Aeroplane Flight & Navigation Procedure Trainers-norm of in de JAR-STD 3H Helicopter Flight & Navigation Procedure Trainers-Norm bedraagt : - 1.000 EUR voor de trainers FNPT van type I; - 2.000 EUR voor de trainers FNPT van type II; 4° de JAR-STD 4A Basic Instrument Training Devices-norm bedraagt 1.000 EUR. Wanneer met een synthestische vliegtrainer verscheidene types van verschillende specifieke luchtvaartuigen kunnen worden gesimuleerd, is een bijkomende vergoeding ten bedrage van 50 % van het bedrag van de basiserkenning verschuldigd per bijkomend gesimuleerd luchtvaartuig.

De vergoeding verschuldigd voor de hernieuwing van een bovenbedoelde erkenning bedraagt 75 % van het bedrag verschuldigd voor de oorspronkelijke erkenning.

Deze vergoedingen zijn verschuldigd bij de aanvraag van de erkenning of de aanvraag voor de hernieuwing. »

Art. 5.In artikel 15 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2 worden in de eerste en de zesde alinea de woorden « en 14 » geschrapt;tussen de woorden « 10 » en « 13 » wordt het woord « en » ingevoegd. 2° § 6 wordt vervangen door de volgende tekst : « § 6.De vergoedingen die als grondslag de massa van het luchtvaartuig en het vermogen of de stuwkracht van de motoren hebben worden berekend op basis van de hoogst toegelaten grenswaarden bij de opstijging die vermeld staan op het bewijs van luchtwaardigheid, de beperkte toelating tot het luchtverkeer of elk daarbij horend document. De verkregen waarden worden afgerond naar het lagere honderdtal tot en met 50 kg en daarboven naar het hogere honderdtal.

Wanneer de hoogst toegelaten massa bij de opstijging in ponden wordt uitgedrukt op het in de eerste alinea beschreven referentiedocument wordt 0,4536 als omzettingsfactor gebruikt voor het omzetten van de ponden in kilo's. ». 3° in § 7 worden de woorden « en 14, § 4 » geschrapt.4° in § 8, laatste lid, worden de woorden « binnen de gestelde termijn verklaart van de verrichting af te zien » vervangen door de woorden « van de prestatie afziet vóór de datum van uitvoering van de genoemde prestatie ».

Art. 6.Onze minister bevoegd voor de luchtvaart is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 20 november 2006.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Mobiliteit, R. LANDUYT

^