Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 20 juli 2004
gepubliceerd op 26 juli 2004

Koninklijk besluit houdende een verbod op het houden van sommige diersoorten in circussen en rondreizende tentoonstellingen

bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
numac
2004022587
pub.
26/07/2004
prom.
20/07/2004
ELI
eli/besluit/2004/07/20/2004022587/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

20 JULI 2004. - Koninklijk besluit houdende een verbod op het houden van sommige diersoorten in circussen en rondreizende tentoonstellingen


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, gewijzigd bij de wetten van 26 maart 1993, 4 mei 1995 en door het koninklijk besluit van 22 februari 2001, inzonderheid artikel 3bis § 3, 4, §§ 1 tot 3, 6, § 2, en 44;

Gelet op het koninklijk besluit van 7 december 2001 houdende de lijst van dieren die nog gehouden mogen worden, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 augustus 2002;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 23 maart 2004;

Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting gegeven op 15 april 2004;

Gelet op het advies nr. 37.075/3 van de Raad van State gegeven op 18 mei 2004 in toepassing van artikel 84, § 1, 1e alinea, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Overwegende dat de omstandigheden waarin sommige dieren momenteel gehouden worden in de circussen en rondreizende tentoonstellingen niet in overeenstemming zijn met artikel 4, §§ 1 en 3, van de wet;

Overwegende dat dringend maatregelen genomen moeten worden om welzijnsproblemen voor deze dieren, voortvloeiend uit een onaangepaste huisvesting te beperken;

Overwegende dat dringend maatregelen moeten genomen worden om de welzijnsproblemen verbonden aan het transport van deze dieren te beperken;

Op voorstel van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Het is verboden in circussen en in rondreizende tentoonstellingen zoogdieren te houden die niet voorkomen in bijlage I van het koninklijk besluit van 7 december 2001.

Art. 2.De kunsten die de dieren uitvoeren tot vermaak van het publiek en het africhten van de dieren hiervoor, mogen geen aanleiding geven tot gedrag of handelingen die tegen hun natuur ingaan en geen dwingend karakter hebben. Dit gebruik mag niet leiden tot pijn, lijden of letsel.

Art. 3.In afwijking van artikel 1, mogen uitsluitend permanent in België gehouden dieren, andere dan zij die voorkomen in bijlage I van het koninklijk besluit van 7 december 2001, die op de datum van inwerkingtreding van dit besluit reeds gedresseerd werden met het oog op hun gebruik in een circus of een rondreizende tentoonstelling en reeds in hun bezit zijn, nog gehouden worden.

De circussen en rondreizende tentoonstellingen die van deze uitzonderingsmaatregel wensen gebruik te maken, dienen binnen de 20 dagen na de inwerkingtreding van dit besluit een exhaustieve lijst van de zoogdieren bedoeld in voorgaande alinea over te maken aan de « Dienst Dierenwelzijn » van de Federale Overheidsdienst « Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. » De dienst zal voor elk dier een identificatiefiche opstellen.

De Minister bevoegd voor dierenwelzijn regelt de modaliteiten voor de identificatie van deze dieren.

De circussen dienen zich te beperken tot 3 verschillende standplaatsen per jaar indien zij dieren houden zoals omschreven in dit artikel.

Onverminderd de bevoegdheid van de lokale overheden, wordt elke standplaats voorafgaandelijk onderworpen aan een machtiging van de minister bevoegd voor dierenwelzijn.

Art. 4.De Minister bevoegd voor Dierenwelzijn legt normen vast voor het houden en vervoeren van de dieren omschreven in artikel 3.

Art. 5.De verbodsbepaling voorzien in artikel 1 geldt voor alle circussen en rondreizende tentoonstellingen die zich, zelfs occasioneel, op Belgisch grondgebied bevinden.

Art. 6.Dit besluit treedt in werking op de dag van publicatie in het Belgisch Staatsblad.

De afwijking voorzien in artikel 3 vervalt op de datum die door de Minister bevoegd voor Dierenwelzijn wordt vastgelegd, na overleg met de betrokken circussen en/of de rondreizende tentoonstellingen.

Art. 7.Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 20 juli 2004.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE

^