Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 19 april 2010
gepubliceerd op 18 november 2010

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 mei 2009, gesloten in het Paritair Subcomité voor de orthopedische schoeisels, betreffende de arbeidsvoorwaarden van de werklieden en werksters

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2010012098
pub.
18/11/2010
prom.
19/04/2010
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
Document Qrcode

19 APRIL 2010. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 mei 2009, gesloten in het Paritair Subcomité voor de orthopedische schoeisels, betreffende de arbeidsvoorwaarden van de werklieden en werksters (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de orthopedische schoeisels;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 18 mei 2009, gesloten in het Paritair Subcomité voor de orthopedische schoeisels, betreffende de arbeidsvoorwaarden van de werklieden en werksters.

Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 19 april 2010.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, Mevr. J. MILQUET _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor de orthopedische schoeisels Collectieve arbeidsovereenkomst van 18 mei 2009 Arbeidsvoorwaarden van de werklieden en werksters (Overeenkomst geregistreerd op 14 september 2009 onder het nummer 94250/CO/128.06) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werklieden, de werksters en op de huisarbeiders en -arbeidsters, hierna genoemd "werklieden", en op de werkgevers van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de orthopedische schoeisels.

Wanneer de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst slechts van toepassing zijn op de "regelmatige huisarbeiders", wordt hiervan telkens melding gemaakt.

Onder "regelmatige huisarbeider" wordt verstaan : de huisarbeider die, tijdens de betrokken toepassingsperiode, een loon verdiende dat tenminste gelijk is aan 90 pct. van het referteloon van een fabriekarbeider die is tewerkgesteld in dezelfde functieklasse als de belanghebbende. In het loon is noch de vergoeding voor het gebruik van eigen machine of materiaal, noch de vergoeding voor de levering van bijhorigheden begrepen.

Het in vorig lid bedoelde referteloon wordt vastgesteld door het conventioneel minimumuurloon te vermenigvuldigen met het hierna vastgestelde aantal uren, eventueel verminderd met het aantal uren verloren wegens ziekte, bevalling, militaire dienst, betaalde vakantie, ongeval van de belanghebbende, evenals met zijn gecontroleerde werkloosheidsdagen voor de in aanmerking genomen periode.

Dit aantal uren wordt voor vijf werkdagen per week op acht uur per dag vastgesteld. HOOFDSTUK II. - Classificatie van de functies en beloning

Art. 2.§ 1. De minimumuurlonen van de werklieden worden op 1 april 2009, voor een arbeidstijdregeling van 38 uren per week, als volgt vastgesteld : A. Werkterrein 1.1. Bandagisterie Bandagisterie omvat de techniek tot en de wetenschap om te bespreken, te ontwerpen, maat te nemen, aan te passen, af te leveren en te controleren van bandages en drukverbanden, zowel voorlopige als definitieve, zowel "immediate fitting" als naar maat, zowel esthetische als functionele, alsook van hulpmiddelen voor thuisverzorging en verplaatsingsmiddelen. De limitatieve omschrijving van de materie is deze beschreven in de nomenclatuur RIZIV bandagisterie, artikelen 27 en 28. 1.2. Orthesiologie Orthesiologie omvat de techniek tot en de wetenschap om te bespreken, ontwerpen, maatnemen, vervaardigen, aanpassen, afleveren en controleren van orthesen, zowel statische als dynamische, zowel voorlopige als definitieve, zowel "immediate fitted" als na individuele maatname, zowel esthetische als functionele, werkend door eigen lichaamskracht of uitwendige krachtbron, evenals de antikeloïde hulpmiddelen en bestralingstherapie hulpmiddelen. 1.3. Prothesiologie Prothesiologie omvat de techniek tot en de wetenschap om te bespreken, ontwerpen, maatnemen, vervaardigen, aanpassen, afleveren, en controleren van prothesen, zowel voorlopige als definitieve, zowel "immediate fitted" als na individuele maatname, zowel esthetische als functionele, aangedreven door om het even welke krachtbron. 1.4. Orthopedische schoentechniek Orthopedische schoentechniek omvat de techniek tot en de wetenschap om de loopfuncties van loopgestoorde gehandicapten en/of patiënten te verbeteren of te normaliseren door middel van orthopedische, podologische en functionele voorzieningen onder vorm van diverse schoentypes, orthesen, prothesen, aanvullingen, evenals door schoentechnische voorzieningen die in bepaalde gevallen aan en in confectieschoenen kunnen worden aangebracht.

B. Functieclassificatie - orthopedisch schoeisel B.1. Categorie I : Zonder kwalificatie - Basisloon = 10,5765 EUR. B.1.1. Onder deze categorie vallen de werknemers die in de sector orthopedisch schoeisel tewerkgesteld zijn en die een functie vervullen waarvoor geen specifieke beroepskwalificatie of bekwaamheid in het vak van de orthopedische schoentechniek vereist is. De functie omvat onder meer het technische onderhoud, het inlijmen, het vastlijmen, het onderhoud van de werkplaatsen, boodschappen verrichten, logistieke opdrachten, enz.

B.1.2. Onder deze categorie vallen eveneens de werknemers, die in het bezit zijn van een diploma hoger secundair onderwijs, specialisatie orthopedische technieken en dit gedurende de eerste vierentwintig maanden van hun tewerkstelling in de sector.

B.1.3. Onder deze categorie vallen eveneens de werknemers, die in het bezit zijn van een diploma hoger paramedisch onderwijs, specialisatie orthopedische schoentechniek, en dit gedurende de eerste twee jaar van hun verplichte stage.

B.2. Categorie II : Aspirant A - Basisloon = 11,3620 EUR. Onder deze categorie vallen de werknemers die tewerkgesteld zijn in de sector orthopedisch schoeisel en bekwaam zijn om onder begeleiding en op aanwijzen van een door het RIZIV-erkend orthopedisch schoenmaker een of meer van de volgende handelingen te stellen : - opbouwen van orthese, steunzolen of supplementen, zonder afwerking; - monteren en aanbrengen van beschermingen en verstijvingen voor koker en binnenschoen; - assembleren van proefschoenen; - aanbrengen van orthopedische voorzieningen aan confectieschoeisel.

Opleiding erkend orthopedisch schoentechnieker vanaf het derde jaar stage.

B.3. Categorie III : Aspirant B - Basisloon = 12,4420 EUR. B.3.1. Onder deze categorie vallen de werknemers die tewerkgesteld zijn in de sector orthopedisch schoeisel en bekwaam zijn om in opdracht van een door het RIZIV-erkend orthopedisch schoenmaker een of meerdere van de volgende handelingen te stellen : - het maken van patronen en schachten; - het stikken en assembleren van schachten; - het maken van onderwerken.

Opleiding orthopedisch schoentechnieker vanaf het vierde jaar stage.

B.4. Categorie IV : Assistent - Basisloon = 13,4855 EUR. Onder deze categorie vallen de volledig geschoolde werknemers, die tewerkgesteld zijn in de sector orthopedisch schoeisel en in staat zijn om in opdracht van een door het RIZIV-erkend orthopedisch schoenmaker alle bewerkingen uit te voeren, met inbegrip van alle taken opgesomd in de categorieën II en III en van de leestenbouw.

Vallen eveneens onder deze categorie : de werknemers met een opleiding orthopedisch schoentechnieker vanaf het vijfde jaar stage.

B.5. Categorie V : Gekwalificeerde werknemer zonder erkenning - Basisloon = 14,7105 EUR. Onder deze categorie vallen de volledig geschoolde en gekwalificeerde werknemers die tewerkgesteld zijn in de sector orthopedisch schoeisel, die niet beschikken over een RIZIV-erkenning als orthopedisch schoenmaker, of deze RIZIV-erkenning wel hebben, maar gezien hun functie in het bedrijf zelf geen prestaties verstrekken aan de patiënt in het kader van de RIZIV-reglementering.

Zij dienen benevens de aktiviteiten opgesomd in de categorieën II, III en IV bekwaam te zijn tot het volledig ontwerpen, interpreteren en uitvoeren van voorschriften, in of buiten het bedrijf, werkfiches te kunnen opstellen en tevens te kunnen fungeren als meestergast of werkleider in het bedrijf of een afdeling ervan.

C. Functieclassificatie - Prothesen en orthesen C.1. Categorie I : Zonder kwalificatie - 10,1015 EUR. C.1.1. Onder deze categorie vallen de werknemers die in de sector orthesen en prothesen tewerkgesteld zijn en die een functie vervullen waarvoor geen specifieke beroepskwalificatie of bekwaamheid in het vak van de orthesen en/of prothesen vereist is, zoals het gieten van gips of een vervangprodukt, technisch onderhoud, het inlijmen, het vastlijmen, het onderhoud van de werkplaatsen, boodschappen verrichten, logistieke opdrachten, enz.

Hieronder vallen eveneens de werknemers die een opleiding volgen voor aspirant.

C.1.2. Onder deze categorie vallen de werknemers, die in het bezit zijn van een diploma hoger secundair onderwijs, specialisatie orthopedische technieken, en dit gedurende de eerste twaalf maanden van hun tewerkstelling in de sector.

C.1.3. Onder deze categorie vallen de werknemers, die in het bezit zijn van een diploma hoger paramedisch onderwijs, specialisatie orthopedische technieken, en dit gedurende het eerste jaar van hun verplichte stage.

C.2. Categorie II : Aspirant.

C.2.1. Onder deze categorie vallen de werknemers die tewerkgesteld zijn in de sector prothesen en orthesen en onder begeleiding van een door het RIZIV-erkende orthopedische technicus de volgende handelingen dienen te kunnen uitvoeren, zonder dat de produkten volledig afgewerkt zijn : modeleren, lamineren, voorbereiden tot garneren en monteren : 10,7985 EUR. C.2.2. Onder deze categorie vallen de werknemers, die in het bezit zijn van een diploma secundair onderwijs, specialisatie orthopedische technieken, en dit vanaf de dertiende maand tewerkstelling in de sector : 11,1155 EUR. C.2.3. Onder deze categorie vallen eveneens de werknemers, die in het bezit zijn van een getuigschrift orthopedist-prothesist, afgeleverd na voleindiging van de leertijd in het kader van de Middenstandsopleiding : 11,1155 EUR. C.2.4. Onder deze categorie vallen de werknemers, die in het bezit zijn van een diploma hoger paramedisch onderwijs, specialisatie orthopedische technieken, en dit gedurende het tweede jaar van hun verplichte stage : 11,4325 EUR. C.2.5. Onder deze categorie vallen eveneens de werknemers die onder toezicht orthesen of prothesen kunnen opbouwen en minstens zesendertig maanden beroepservaring binnen de sector kunnen bewijzen : 11,5965 EUR. C.2.6. Tot deze categorie behoren eveneens de werknemers, die tot de groepen C.2.2., C.2.4. en C.2.5. behoren en : - tewerkgesteld zijn onder de afdeling orthesen en zich willen vervolmaken in de prothesen; - tewerkgesteld zijn onder de afdeling prothesen en zich willen vervolmaken in de orthesen : 11,5965 EUR. Deze werknemers zullen zich voor deze bijkomende opleiding schriftelijk melden bij de werkgever door middel van een aangetekende brief. De werknemers zullen zich slechts voor een bijkomende opleiding kunnen melden, voor zover het bedrijf over een dergelijke afdeling beschikt, dat verschuiving mogelijk is, en er arbeidskracht noodzakelijk is voor deze afdeling.

C.3. Categorie III : Assistent A. Tot deze categorie behoren de werknemers zoals bepaald in de groep C.2.6. en die zich hebben bekwaamd in orthesen of prothesen en twee jaar praktijk in beide disciplines kunnen bewijzen : 11,9095 EUR. C.4. Categorie IV : Assistent B. C.4.1. Tot deze categorie behoren de werknemers zoals bepaald in categorie III, en die zonder hulp of begeleiding orthesen en prothesen kunnen vervaardigen en afwerken, onder toezicht van een door het RIZIV-erkend orthopedisch technicus : 12,3885 EUR. C.4.2. Tot deze categorie behoren eveneens de werknemers die de vaardigheid en de kennis bezitten een orthese en een prothese op te bouwen en af te werken en te passen bij de patiënten, zonder hulp of begeleiding van een door het RIZIV-erkend orthopedisch technicus.

Deze werknemers moeten : - ofwel zich in de disciplines van orthesen en prothesen hebben bekwaamd zoals opgegeven in punt C.2.6.; - ofwel een diploma van het hoger paramedisch onderwijs orthopedie hebben behaald en minstens vierentwintig maanden stage hebben gevolgd; - ofwel een diploma van het hoger paramedisch onderwijs orthopedie hebben behaald met onmiddelijke verwerving van het RIZIV-erkenningsnummer orthesen en/of prothesen, zonder verplichte stage zoals beschreven in C.1.3. en C.2.3., gedurende het eerste jaar; - ofwel beschikken over een RIZIV-erkenning als orthopedisch technicus orthesen en prothesen : 12,8670 EUR. C.5. Categorie V : Gekwalificeerde werknemers zonder erkenning of niet-gebruikte erkenning.

C.5.1. Onder deze categorie vallen de volledig geschoolde en gekwalificeerde werknemers in de sector orthesen en prothesen, zoals bepaald in groep C.4.2., en die niet beschikken over een RIZIV-erkenning voor orthopedie, prothesen, of deze RIZIV-erkenning wel hebben, maar gezien hun functie in het bedrijf zelf geen prestaties verstrekken aan de patiënt in kader van de RIZIV-reglementering. Zij dienen bovendien bekwaam te zijn tot : - het volledig zelfstandig ontwerpen, maat nemen, interpreteren en uitvoeren van voorschriften in of buiten het bedrijf; - het fungeren als meestergast of werkleider in het bedrijf of een afdeling ervan, alsook het opmaken van de werkfiches : 13,4970 EUR. C.5.2. Tot deze categorie behoren eveneens werknemers met een diploma hoger paramedisch onderwijs in de sector orthesen en prothesen met een RIZIV-erkenningsnummer gedurende het tweede jaar of indien zij na het bekomen van het diploma onmiddellijk de RIZIV-erkenning verwerven, zonder verplichte stage, zoals beschreven in C.1.3. en C.2.3.

D. Functieclassificatie - Bandagisten D.1. Categorie I : Zonder kwalificatie.

Onder deze categorie vallen de werknemers die in de sector bandagisterie tewerkgesteld zijn en die een functie vervullen waarvoor geen specifieke beroepskwalificatie of bekwaamheid in het vak van de bandagist vereist is. Zij werken onder begeleiding van de ondernemer of zijn aangestelde. Hieronder vallen eveneens de werknemers die een opleiding volgen voor assistent.

Hieronder worden verstaan : 1° de werknemers of stiksters, die stukwerk en herstellingen voor bandages en/of steunzolen uitvoeren;2° de werknemers, die rolwagens onderhouden en/of herstellen en/of aanpassingen uitvoeren : 10,1670 EUR. D.2. Categorie II : Assistent.

Onder deze categorie vallen de werknemers, die een opleiding van minstens zesendertig maanden in de sector hebben genoten en zich bekwaamd hebben in het vervaardigen van bandages en/of steunzolen en of een wettelijk erkend diploma of getuigschrift "Bandagisterie" kunnen voorleggen en bovendien bekwaam zijn zonder begeleiding bandages te snijden en samen te stellen, volgens de aanduidingen van een door het RIZIV-erkend bandagist, of de ondernemer, of zijn aangestelde. En/of een rolwagen kunnen aanpassen en instellen volgens de aanduidingen van een door het RIZIV-erkend bandagist, of de ondernemer, of zijn aangestelde : 10,9590 EUR. D.3. Categorie III : Gekwalificeerd personeel.

Onder deze categorie vallen de volledig geschoolde en gekwalificeerde werknemers in de sector bandage, rolwagens, zoals bepaald in groep D.2. en die niet beschikken over een RIZIV-erkenning voor bandage of rolwagens, of deze RIZIV-erkenning wel hebben, maar gezien hun functie in het bedrijf zelf geen prestaties verstrekken aan de patiënt in het kader van de RIZIV-reglementering. Zij dienen bovendien bekwaam te zijn tot : - het volledig zelfstandig ontwerpen, maat nemen, interpreteren en uitvoeren van voorschriften in of buiten het bedrijf; - het fungeren als meestergast of werkleider in het bedrijf of een afdeling ervan, alsook het opmaken van de werkfiches : 11,7505 EUR. § 2. De minimumuurlonen en de werkelijk uitbetaalde uurlonen van de werklieden worden verhoogd met 0,50 pct. op 1 juni 2009 en met 0,50 pct. op 1 januari 2010.

Stukwerk en huisarbeid.

Art. 3.Voor stukwerk uitgevoerd op de fabriek of thuis, is het loon van één uur arbeid tenminste gelijk aan het in het artikel 2 vastgestelde minimumuurloon, verhoogd met 10 pct.

Art. 4.De tarieven voor de huisarbeid worden in tijdseenheden uitgedrukt.

Aan de huisarbeiders wordt een sleuteltabel van omzetting van de tijden in geldsommen ter beschikking gesteld. Deze wordt eveneens aangeplakt in de werkplaatsen en plaatsen waar zij hun benodigdheden komen halen. HOOFDSTUK III. - Koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen

Art. 5.De lonen zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 oktober 2001 betreffende de koppeling van de lonen en uitkeringen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen gesloten in het Paritair Comité voor het huiden- en lederbedrijf en vervangingsproducten. HOOFDSTUK IV. - Eindejaarspremie

Art. 6.De werklieden hebben, ten laste van hun werkgever, recht op een eindejaarspremie. Het bedrag van de eindejaarspremie wordt vastgesteld op 8,33 pct. van het door de werklieden bij hun werkgever verdiende loon in de loop van elk dienstjaar dat gaat van 1 december van het voorgaande jaar tot 30 november van het lopende jaar.

Onder "verdiend loon" wordt verstaan : het brutoloon dat door de werkman tijdens de referteperiode wordt verdiend, zoals bepaald bij de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, zonder evenwel de vergoedingen voor betaalde feestdagen, kort verzuim, gewaarborgd loon en vergoedingen voor bestaanszekerheid uit te sluiten.

Art. 7.Vanaf 1982, wordt aan de werklieden en regelmatige huisarbeiders die tenminste twaalf maanden door een arbeidsovereenkomst zijn verbonden een minimumbedrag gewaarborgd van 247,8935 EUR. Dat minimumbedrag wordt verleend per twaalfde voor iedere maand of gedeelte van maand aanwezigheid in de onderneming, met dien verstande dat de hierna vermelde afwezigheden met aanwezigheden worden gelijkgesteld ten belope van maximum : a) gedeeltelijke of toevallige onvrijwillige werkloosheid : de totaliteit;b) ziekte en/of ongeval : twee maanden;c) zwangerschap en bevalling met of zonder ziekte en/of ongeval : drie maanden;d) dagen werkloosheid wegens economische redenen : de totaliteit.

Art. 8.De eindejaarspremie wordt betaald tussen 15 en 31 december van het jaar waarop de premie betrekking heeft.

Wanneer evenwel de arbeidsovereenkomst in de loop van het jaar wordt verbroken, dan geschiedt de betaling tegelijkertijd met de laatste uitbetaling van het loon.

Art. 9.Voor de gewesten en ondernemingen waar, in verband met de eindejaarspremie, gunstiger toepassingsmodaliteiten bestaan, blijven deze laatste behouden. HOOFDSTUK V. - Werkgereedschap

Art. 10.De werkgever moet alle werkgereedschappen gratis ter beschikking stellen van de werklieden, zonder onderscheid van leeftijd.

Aan de huisarbeiders die eigen materieel gebruiken, wordt buiten hun loon, een behoorlijke vergoeding toegekend. HOOFDSTUK VI. - Kort verzuim

Art. 11.Onverminderd de bepalingen van het koninklijk besluit van 28 augustus 1963 betreffende het behoud van het normaal loon van de werklieden, de dienstboden, de bedienden en de werknemers aangeworven voor de dienst op binnenschepen, voor afwezigheidsdagen ter gelegenheid van familiegebeurtenissen of voor de vervulling van staatsburgerlijke verplichtingen of van burgerlijke opdrachten, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 9 juli 1970, 22 juli 1970, 18 november 1975, 16 januari 1978, 12 augustus 1981, 8 juni 1984, 27 februari 1989 en 7 februari 1991, worden de volgende voordelen met behoud van het normaal loon toegekend aan de in artikel 1 bedoelde werklieden :

Reden van de afwezigheid -

Duur van de afwezigheid -

Motif de l'absence -

Durée de l'absence

1. Huwelijk van de werkman

Drie dagen door de werkman te kiezen gedurende de week, tijdens dewelke de gebeurtenis plaatsgrijpt of gedurende de volgende week. 1. Mariage de l'ouvrier

Trois jours à choisir par l'ouvrier pendant la semaine au cours de laquelle l'événement a eu lieu ou pendant la semaine suivante. 2. Huwelijk van een kind van de werkman of van zijn echtgenote, van een broer, zuster, schoonbroer, schoonzuster, van de vader, moeder, schoonvader, stiefvader, schoonmoeder, stiefmoeder, van een kleinkind van de werkman. De dag van het huwelijk, met vrije keuze tussen het kerkelijk en burgerlijk huwelijk.

Mariage d'un enfant de l'ouvrier ou de son conjoint, d'un frère, d'une soeur, d'un beau-frère, d'une belle-soeur, du père, de la mère, du beau-père, du second mari de la mère, de la belle-mère, de la seconde femme du père, d'un petit enfant de l'ouvrier.

Le jour du mariage avec libre choix entre le mariage religieux et le mariage civil.


3. Priesterwijding of intreden in het klooster van een kind van de werkman of van zijn echtgenote, van een broer, zuster, schoonbroer, of schoonzuster van de werkman. De dag van de plechtigheid.

3. Ordination ou entrée au couvent d'un enfant de l'ouvrier ou de son conjoint, d'un frère, d'une soeur, d'un beau-frère, ou d'une belle-soeur de l'ouvrier. Le jour de la cérémonie.


4. Bevalling van de echtgenote van de werkman

Twee dagen door de werkman te kiezen tijdens de twaalf dagen te rekenen vanaf de dag van de bevalling. 4. Accouchement de l'épouse de l'ouvrier. Deux jours à choisir par l'ouvrier dans les douze jours à partir du jour de l'accouchement.


5. Geboorte van een kind van de werknemer zo de afstammeling van dit kind langs vaderszijde vaststaat. Twee dagen door de werkman te kiezen tijdens de twaalf dagen te rekenen vanaf de dag van de bevalling.

5. Naissance d'un enfant du travailleur si la filiation de cet enfant est établie à l'égard de son père. Deux jours à choisir par le travailleur dans les douze jours à partir du jour de l'accouchement.

6. Overlijden van de echtgeno(o)t(e), van een kind van de werkman of van zijn echtgenote, van de vader, moeder, schoonvader, stiefvader, schoonmoeder of stiefmoeder van de werkman. Drie dagen door de werkman te kiezen tijdens de periode die begint met de dag van het overlijden en eindigt met de dag van de begrafenis.

6. Décès du conjoint, d'un enfant de l'ouvrier ou de son conjoint, du père, de la mère, du beau-père, du second mari de la mère, de la belle-mère ou de la seconde femme du père de l'ouvrier. Trois jours à choisir par l'ouvrier dans la période débutant le jour du décès jusqu'à celui des funérailles.

7. Overlijden van een broer, zuster, schoonbroer, schoonzuster, van de grootvader, de grootmoeder, van een kleinkind, schoonzoon of schoondochter die bij de werkman inwoont. Twee dagen door de werkman te kiezen in de periode die begint met de dag van het overlijden en eindigt met de dag van de begrafenis.

7. Décès d'un frère, d'une soeur, d'un beau-frère, d'une belle-soeur, du grand-père, de la grand-mère, d'un petit enfant, d'un beau-fils ou d'une belle-fille habitant chez l'ouvrier. Deux jours à choisir par l'ouvrier dans la période débutant le jour du décès jusqu'à celui des funérailles.

8. Overlijden van een broer, zuster, schoonbroer, schoonzuster, van de grootvader, de grootmoeder, van een kleinkind, schoonzoon of schoondochter die niet bij de werkman inwoont. De dag van de begrafenis.

8. Décès d'un frère, d'une soeur, d'un beau-frère, d'une belle-soeur, du grand-père, de la grand-mère, d'un petit enfant, d'un beau-fils ou d'une belle-fille n'habitant pas chez l'ouvrier. Le jour des funérailles.

9. Plechtige communie van een kind van de werkman of van zijn echtgenote. Eén dag (de eerste werkdag die de plechtigheid onmiddellijk voorafgaat of erop volgt wanneer deze op een rust-, zon- of feestdag valt).

9. Communion solennelle d'un enfant de l'ouvrier ou de son conjoint. Un jour (le premier jour ouvrable qui précède ou suit la cérémonie lorsque celle-ci coïncide avec un jour de repos, un dimanche ou un jour férié).


10. Deelneming van een kind van de werkman of van zijn echtgenote aan het feest van de vrijzinnige jeugd daar waar dit feest plaats heeft. Eén dag (de eerste werkdag die het feest onmiddellijk voorafgaat of erop volgt wanneer deze op een rust-, zon- of feestdag valt).

10. Participation d'un enfant de l'ouvrier ou de son conjoint à la fête de la jeunesse laïque là où cette fête a lieu. Un jour (le premier jour ouvrable qui précède ou suit la fête lorsque celle-ci coïncide avec un jour de repos, un dimanche ou un jour férié).


11. Verblijf van de dienstplichtige werkman in een recruterings- en selectiecentrum of in een militair hospitaal ten gevolge van zijn verblijf in een recruterings- en selectiecentrum. De nodige tijd met een maximum van drie dagen.

11. Séjour de l'ouvrier appelé dans un centre de recrutement et de sélection ou dans un hôpital militaire, suite à son séjour dans un centre de recrutement et de sélection. Le temps nécessaire avec un maximum de trois jours.


12. Verblijf van de werkman - gewetensbezwaarde op de Administratieve Gezondheidsdienst of in één van de verpleeginrichtingen, die overeenkomstig de wetgeving houdende het statuut van de gewetensbezwaarden door de Koning zijn aangewezen. De nodige tijd met een maximum van drie dagen.

12. Séjour de l'ouvrier objecteur de conscience au Service de santé administratif ou dans un des établissements hospitaliers désignés par le Roi, conformément à la législation portant le statut des objecteurs de conscience. Le temps nécessaire avec un maximum de trois jours.

13. Bijwonen van een bijeenkomst van een familieraad, bijeengeroepen door de vrederechter. De nodige tijd met een maximum van één dag.

13. Participation à un conseil de famille convoqué par le juge de paix. Le temps nécessaire avec un maximum d'un jour.


14. Deelneming aan een jury, oproeping als getuige voor de rechtbank of persoonlijke verschijning op aanmaning van de arbeidsrechtbank. De nodige tijd met een maximum van vijf dagen.

14. Participation à un jury, convocation comme témoin devant les tribunaux ou comparution personnelle ordonnée par la juridiction du travail. Le temps nécessaire avec un maximum de cinq jours.


15. Uitoefening van het ambt van bijzitter in een hoofdstembureau of enig stembureau bij de parlements-, provincieraads- en gemeenteraadsverkiezingen. De nodige tijd.

15. Exercice des fonctions d'assesseur d'un bureau principal ou d'un bureau unique de vote, lors des élections législatives, provinciales et communales. Le temps nécessaire.


16. Uitoefening van het ambt van bijzitter in een hoofdbureau voor stemopneming bij de parlements-, provincieraads- en gemeenteraadsverkiezingen. De nodige tijd met een maximum van vijf dagen.

16. Exercice des fonctions d'assesseur d'un bureau principal de dépouillement lors des élections législatives, provinciales et communales. Le temps nécessaire avec un maximum de cinq jours.


17. Uitoefening van het ambt van bijzitter in één van de hoofdbureaus bij de verkiezing van het Europese Parlement. De nodige tijd met een maximum van vijf dagen.

17. Exercice des fonctions d'assesseur d'un des bureaux principaux lors de l'élection du Parlement européen. Le temps nécessaire avec un maximum de cinq jours.


18. Het onthaal van een kind in het gezin van de werknemer in het kader van een adoptie. Drie dagen naar keuze van de werknemer in de maand volgend op de inschrijving van het kind in het bevolkingsregister van de gemeente waar de werknemer zijn verblijfplaats heeft als deel uitmakend van zijn gezin.

18. L'accueil d'un enfant dans la famille du travailleur dans le cadre d'une adoption. Trois jours au choix du travailleur dans le mois qui suit l'inscription de l'enfant dans le registre de la population de la commune où le travailleur est domicilié comme faisant partie de sa famille.


Art. 12.Voor de toepassing van artikel 11, nrs. 2, 3, 6, 9 en 10, wordt het aangenomen of natuurlijk erkend kind gelijkgesteld met het wettelijk of gewettigd kind.

Art. 13.Voor de toepassing van artikel 11, nrs. 7 en 8, worden de schoonbroer, de schoonzuster, de grootvader en de grootmoeder van de echtgenote van de werkman gelijkgesteld met de schoonbroer, de schoonzuster, de grootvader en de grootmoeder van de werkman.

Art. 14.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt gelijkgesteld met de echtgenoot of de echtgenote van de werklieden : de met de werklieden op een duurzame wijze samenwonende persoon op voorwaarde dat zulks gestaafd wordt aan de hand van een officieel document. HOOFDSTUK VII. - Vakbondsverlof

Art. 15.De werkgevers staan aan de werklieden, die door de werknemersorganisaties die in het Paritair Subcomité voor de orthopedische schoeisels zijn vertegenwoordigd als vakbondsafgevaardigden worden beschouwd, een vakbondsverlof toe ten einde deel te nemen aan vakbondsvergaderingen.

Art. 16.De werkgevers moeten geen loon betalen voor de vakbondsverlofdagen. Deze dagen worden evenwel beschouwd als gelijkgesteld met werkelijk gewerkte dagen en als dusdanig aangegeven bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.

Art. 17.De vakbondsverlofdagen mogen voor de goede organisatie van het werk geen onoverkomelijke hinderpaal uitmaken. Gebeurlijke betwistingen zullen worden geregeld in gemeen akkoord met de vakbondsafvaardiging of met de betrokken werknemersorganisatie.

Art. 18.In afwijking van de artikelen 15 en 16 wordt voor het volgen van de syndicale vorming 1 dag per jaar en per effectief mandaat in de ondernemingsraad, het comité voor preventie en bescherming op het werk, de syndicale afvaardiging toegestaan. Deze dag(en) wordt(en) en betaald door de werkgever.

Commentaar Stel dat een werknemer een effectief mandaat heeft in de ondernemingsraad en een effectief mandaat als syndicale afvaardiging, dan kan deze aanspraak maken op twee dagen syndicale vorming in dat bepaald kalenderjaar. HOOFDSTUK VIII. - Anciënniteitsverlofdagen

Art. 19.De anciënniteitsverlofdagen worden als volgt vastgesteld : - vanaf 5 tot en met 9 jaren dienst in de bedrijfstak : 1 dag; - vanaf 10 tot en met 14 jaren dienst in de bedrijfstak : 2 dagen; - vanaf 15 tot en met 19 jaren dienst in de bedrijfstak : 3 dagen; - vanaf 20 tot en met 24 jaren dienst in de bedrijfstak : 5 dagen; - vanaf 25 jaren en meer dienst in de bedrijfstak : maximum 6 dagen.

De toepassingsmodaliteiten van de in dit hoofdstuk bepaalde anciënniteitsverlofdagen worden vastgesteld op het vlak van de onderneming, rekening houdend met de specifieke bevoegdheden terzake van de ondernemingsraad, van de vakbondsafvaardiging of van de syndicale vertegenwoordiger. HOOFDSTUK IX. - Carenzdag

Art. 20.De betaling van de carenzdag bij ziekte is ten laste van de werkgever. HOOFDSTUK X. - Werkzekerheid

Art. 21.De werkgevers verbinden er zich toe niet over te gaan tot ontslagen omwille van economische, technische en/of structurele redenen. Indien er zich toch onoverkomenlijke moeilijkheden zouden voordoen, zal voorafgaandelijk een beurtrolsysteem van werkloosheid worden toegepast met inachtname van de bestaande overlegstructuren op lokaal, regionaal en nationaal vlak. HOOFDSTUK XI. - Geldigheid

Art. 22.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2009 en is gesloten voor onbepaalde tijd.

Zij kan worden opgezegd door één van de partijen met een opzeggingstermijn van drie maanden, mits voorafgaandelijk overleg met de betrokken partijen, bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de orthopedische schoeisels.

De opzeggingstermijn begint te lopen vanaf de datum waarop de aangetekende brief aan de voorzitter wordt gestuurd. De opzeggingstermijn mag evenwel ten vroegste een aanvang nemen op 1 oktober 2009.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 19 april 2010.

De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, Mevr. J. MILQUET

^