Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 18 oktober 2026
gepubliceerd op 28 oktober 2026

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 februari 2026, gesloten in het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf, betreffende de tegemoetkoming van de ondernemingen van de dagbladpers in de vervoerkosten

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2026006644
pub.
28/10/2026
prom.
18/10/2026
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

18 OKTOBER 2026. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 februari 2026, gesloten in het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf, betreffende de tegemoetkoming van de ondernemingen van de dagbladpers in de vervoerkosten (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf;

Op de voordracht van de Minister van Werk,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 26 februari 2026, gesloten in het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf, betreffende de tegemoetkoming van de ondernemingen van de dagbladpers in de vervoerkosten.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 18 oktober 2026.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, D. CLARINVAL _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

Bijlage Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf Collectieve arbeidsovereenkomst van 26 februari 2026 Tegemoetkoming van de ondernemingen van de dagbladpers in de vervoerkosten (Overeenkomst geregistreerd op 23 maart 2026 onder het nummer 198824/CO/130)

HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de ondernemingen en de werknemers en werkneemsters (verder "werknemers" genoemd) die onder het toepassingsgebied vallen van de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 oktober 2007 tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden in de ondernemingen van de dagbladpers, geregistreerd onder het nummer 85853/CO/130.

Art. 2.De werkgevers die werknemers tewerkstellen die een transportmiddel, of transportmiddelen, gebruiken om zich van hun dagelijkse en gewoonlijke verblijfplaats naar hun werkplaats en omgekeerd te begeven, zijn ertoe gehouden bij te dragen in de kosten van dit vervoer volgens de hierna vermelde modaliteiten.

Art. 3.Kunnen aanspraak maken op een bijdrage die het voorwerp uitmaakt van deze collectieve arbeidsovereenkomst, onder de vorm van een vergoeding, de werknemers die gebruik maken van een openbaar transportmiddel, ander dan de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, ongeacht de afgelegde afstand, of een privétransportmiddel en die een effectief traject van minstens 3 kilometer afleggen om zich te begeven van hun dagelijkse en gewoonlijke verblijfplaats naar de plaats waar de onderneming gevestigd is, alsmede de werknemers die gebruik maken van de transportmiddelen van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, ongeacht de afgelegde afstand.

Wordt gelijkgesteld met de plaats waar het bedrijf gevestigd is, elke plaats waar de werknemers door een vervoermiddel eigen aan het bedrijf of hierdoor bekostigd, afgehaald en/of teruggevoerd.

Art. 4.De plaats van de dagelijkse en gewoonlijke verblijfplaats van de belanghebbende (en gebeurlijk die van zijn gezin), dient op het personeelsregister vermeld te worden met aanduiding : - van het aantal kilometer dat de kortste afstand uitmaakt tussen de plaats van verblijf en die van de onderneming; - van het vervoersmiddel of de vervoersmiddelen gewoonlijk gebruikt om zich te begeven naar de werkplaats.

De werknemer ondertekent deze inlichtingen.

Art. 5.De werknemers die zich eenmaal per week naar de dagelijkse en gewoonlijke verblijfplaats van hun gezin begeven, kunnen mits voorlegging van afdoende bewijzen aanspraak maken op de tegemoetkoming van de werkgever, voorzien bij deze collectieve arbeidsovereenkomst in de artikelen 6 tot en met 10.

HOOFDSTUK II. - Tegemoetkoming openbaar vervoer

Art. 6.De tegemoetkoming van de bedrijven in de vervoerkosten van de werknemers die gebruik maken van de transportmiddelen van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen gebeurt volgens de bepalingen voorzien in de wet van 27 juli 1962 tot vaststelling van de werkgeversbijdrage in het verlies geleden door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen ingevolge de uitgifte van abonnementen voor werklieden en bedienden en volgens de bepalingen voorzien in de tabel van artikel 3 van de interprofessionele collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19/9 van 23 april 2019.

Art. 7.Wanneer de werknemer gebruik maakt van een openbaar transportmiddel, ander dan de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, waarvan de prijs van het vervoer in verhouding tot de afstand staat, is de bijdrage van de werkgever gelijk aan deze toegepast voor de treinkaart (artikel 3 van de interprofessionele collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19/9 van 23 april 2019) voor een overeenstemmende afstand, zonder evenwel 75 pct. van de werkelijke prijs te overschrijden.

Wanneer de werknemer gebruik maakt van een openbaar transportmiddel ander dan de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen waarvan de prijs vast is, ongeacht de afgelegde afstand, wordt de bijdrage forfaitair vastgesteld en bedraagt zij 71,8 pct. van de effectief betaalde prijs, zonder evenwel het bedrag van de werkgeverstegemoetkoming in de prijs van de treinkaart (artikel 3 van de interprofessionele collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19/9 van 23 april 2019) voor een afstand van 7 kilometer te overschrijden.

HOOFDSTUK III. - Tegemoetkoming privévervoer

Art. 8.Voor werknemers die uitsluitend privévervoer gebruiken, draagt de werkgever bij vanaf de derde kilometer. De bijdrage van de werkgever is afhankelijk van de afstand tussen woon- en arbeidsplaats, volgens de bedragen in de tabel in bijlage.

Deze bedragen zijn van toepassing vanaf 1 januari 2025; deze zullen aangepast worden aan de evolutie van de gezondheidsindex, en dat ter gelegenheid van elke vernieuwing van de sectorale conventie.

De indexatie zal geschieden op 1 januari van iedere nieuwe conventieperiode op basis van de evolutie van de gezondheidsindex tussen 31 december van het laatste jaar van de voorlaatste conventieperiode en 31 december van het laatste jaar van de laatst beëindigde conventieperiode.

HOOFDSTUK IV. - Tegemoetkoming combinatie vervoersmiddelen

Art. 9.Wanneer de werknemer gebruik maakt van een combinatie van de trein en één of meerdere andere gemeenschappelijke openbare vervoermiddelen betaalt - zonder dat in dit bewijs een onderverdeling wordt gemaakt per transportmiddel - gebeurt de tegemoetkoming op basis van de tegemoetkoming voor de treinkaart.

In de andere gevallen waarin de werknemer gebruik maakt van meerdere transportmiddelen, zijn de regels genoemd in artikels 7, 8, 9, alinea 1 en 10 van toepassing. De bekomen bedragen worden bij elkaar opgeteld om de tegemoetkoming van de werkgever voor het geheel van de afgelegde afstand vast te stellen.

HOOFDSTUK V. - Tegemoetkoming fiets

Art. 10.§ 1. Vanaf 1 januari 2026, wordt aan de werknemer die gebruik maakt van de fiets als enige of gedeeltelijk vervoermiddel, zoals bepaald in artikel 9, alinea 1, tussen zijn woonplaats en zijn arbeidsplaats, een vergoeding toegekend van 0,37 EUR/km heen en 0,37 EUR/km terug per effectief gepresteerde dag en dit vanaf de eerste kilometer. Deze tussenkomst zal automatisch aangepast worden aan het fiscaal en sociaal vrijgesteld jaarplafond vastgelegd door de regering. Als de fiscale vrijstelling zou worden afgeschaft, zullen de sociale partners nieuwe bepalingen onderhandelen.

Dit recht is gekoppeld aan de ondertekening door de werknemer van een verklaring op eer die vermeldt dat de fiets wordt gebruikt als enige of gedeeltelijk vervoermiddel evenals het exact afgelegd aantal kilometers.

In de ondernemingen waar op bedrijfsniveau een voordeel bestaat dat gelijkwaardig is aan wat beoogd wordt in dit artikel, is het reeds bestaande voordeel en de hier vermelde bepaling niet cumuleerbaar. § 2. Het toepassingsgebied van de fietsvergoeding omvat ook speed pedelecs en elektrische fietsen. § 3. De sociale partners engageren zich om de mogelijkheden te bekijken om de nodige infrastructuur voor duurzame mobiliteit te voorzien in elke onderneming.

HOOFDSTUK VI. - Betaling

Art. 11.De bedragen bepaald in artikel 6 worden aangepast aan elke wijziging van de tabel van artikel 3 van de interprofessionele collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19/9 van 23 april 2019.

Art. 12.De betaling van de tegemoetkoming geschiedt gelijktijdig met de uitbetaling van het loon. Het bedrag dekt dezelfde periode als deze van de loonuitbetaling.

Art. 13.Van de uitbetaling van de tegemoetkoming wordt uitdrukkelijk melding gemaakt op de individuele loonsafrekening, onder de rubriek "premies of andere voordelen vrijgesteld van inhoudingen voor de sociale zekerheid".

Art. 14.Elke wijziging in de gegevens vervat in de artikelen 3 en 5 dient onmiddellijk aan de werkgever gemeld te worden. Elke onregelmatig geïnde som ingevolge onjuiste inlichtingen zal automatisch teruggegeven worden bij de eerste uitkering volgend op de kennis van het feit dat de gegevens, in het bezit van de werkgever, onjuist zijn.

HOOFDSTUK VII. - Geldigheidsduur

Art. 15.Opzeggings- en wijzigingsmogelijkheden § 1. De overeenkomst kan worden opgezegd, geheel of gedeeltelijk, door één van de ondertekenende partijen van deze overeenkomst, met een opzeggingstermijn van drie maand, betekend bij een ter post aangetekend schrijven, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf en aan de andere ondertekenende organisaties van deze overeenkomst. § 2. Deze overeenkomst kan bij onderling akkoord tussen de ondertekenende partijen worden gewijzigd of herzien met tussenperiodes van één jaar. De vragen tot wijziging of herziening gebeuren bij een ter post aangetekend schrijven vóór 30 september van het lopende jaar, met vermelding van de artikels die voor wijziging en/of herziening vatbaar zijn, evenals de voorgestelde wijzigingen en/of herzieningen. § 3. De organisatie tot wie de vraag tot wijziging en/of herziening gericht is, kan binnen een termijn van 1 maand na ontvangst ervan, op haar beurt een herziening of wijziging vragen volgens bovenvermelde procedure.

De vraag tot wijziging of herziening wordt gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf en aan de organisaties die deze overeenkomst hebben ondertekend. De wijziging of de herziening, zoals in deze alinea voorzien, vereist geen opzegging van de lopende collectieve arbeidsovereenkomst.

Art. 16.De collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 september 2023 (registratienummer 185339/CO/130) betreffende de tegemoetkoming van de ondernemingen van de dagbladpers in de vervoerkosten.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2025 en is gesloten voor onbepaalde duur.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2026.

De Minister van Werk, D. CLARINVAL


Bijlage aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 februari 2026, gesloten in het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf, betreffende de tegemoetkoming van de ondernemingen van de dagbladpers in de vervoerkosten Annexe à la convention collective de travail du 26 février 2026, conclue au sein de la Commission paritaire de l'imprimerie, des arts graphiques et des journaux, concernant l'intervention des entreprises de presse quotidienne dans les frais de transport Tussenkomst van de werkgevers bij gebruik van privévervoer - vanaf 1 januari 2025 Intervention des employeurs transport privé - à partir du 1er janvier 2025

Km*

Tussenkomst per arbeidsdag - Intervention par jour de travail

Km*

Tussenkomst per arbeidsdag - Intervention par jour de travail

3-4

0,588 EUR

49-51

5,602 EUR

5

1,375 EUR

52-54

5,807 EUR

6

1,470 EUR

55-57

5,941 EUR

7

1,568 EUR

58-60

6,144 EUR

8

1,648 EUR

61-65

6,345 EUR

9

1,756 EUR

66-70

6,684 EUR

10

1,825 EUR

71-75

7,021 EUR

11

1,958 EUR

76-80

7,293 EUR

12

2,026 EUR

81-85

7,631 EUR

13

2,092 EUR

86-90

7,967 EUR

14

2,228 EUR

91-95

8,238 EUR

15

2,296 EUR

96-100

8,574 EUR

16

2,396 EUR

101-105

8,913 EUR

17

2,499 EUR

106-110

9,250 EUR

18

2,566 EUR

111-115

9,520 EUR

19

2,701 EUR

116-120

9,857 EUR

20

2,768 EUR

121-125

10,128 EUR

21

2,869 EUR

126-130

10,466 EUR

22

2,971 EUR

131-135

10,803 EUR

23

3,073 EUR

136-140

11,140 EUR

24

3,139 EUR

141-145

11,414 EUR

25

3,275 EUR

146-150

11,817 EUR

26

3,343 EUR

151-155

12,019 EUR

27

3,445 EUR

156-160

12,290 EUR

28

3,579 EUR

161-165

12,628 EUR

29

3,646 EUR

166-170

12,897 EUR

30

3,713 EUR

171-175

13,233 EUR

31-33

3,917 EUR

176-180

13,571 EUR

34-36

4,187 EUR

181-185

13,774 EUR

37-39

4,457 EUR

186-190

14,111 EUR

40-42

4,725 EUR

191-195

14,449 EUR

43-45

4,997 EUR

196-200

14,720 EUR

46-48

5,268 EUR


*km : enkele afstand woonplaats-werkplaats/uniquement distance domicile lieu de travail Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2026.

De Minister van Werk, D. CLARINVAL


^