Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 16 april 2023
gepubliceerd op 07 juli 2023

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 juni 2022, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de hardsteengroeven, betreffende het statuut van de vakbondsafvaardiging

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2023041304
pub.
07/07/2023
prom.
16/04/2023
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

16 APRIL 2023. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 juni 2022, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de hardsteengroeven, betreffende het statuut van de vakbondsafvaardiging (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de bedienden uit de hardsteengroeven;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 7 juni 2022, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de hardsteengroeven, betreffende het statuut van de vakbondsafvaardiging.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 16 april 2023.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de bedienden uit de hardsteengroeven Collectieve arbeidsovereenkomst van 7 juni 2022 Statuut van de vakbondsafvaardiging (Overeenkomst geregistreerd op 24 augustus 2022 onder het nummer 174553/CO/203) TITEL I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst, gesloten ter uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 5ter, die werd gesloten op 21 december 1978 in de Nationale Arbeidsraad tot aanvulling en wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 5 die werd gesloten op 24 mei 1971 in de Nationale Arbeidsraad, regelt het statuut van de vakbondsafvaardigingen van de bedienden van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de bedienden uit de hardsteengroeven.

Ze is van toepassing op de werkgevers en de werknemers die vertegenwoordigd zijn in het bovengenoemde paritair comité.

Met "bedienden" worden de mannelijke en vrouwelijke bedienden beoogd en met "afgevaardigde" worden de mannelijke en vrouwelijke afgevaardigden beoogd.

TITEL II. - Algemene principes

Art. 2.De ondertekenende organisaties bevestigen de volgende principes : - de bedienden erkennen de noodzaak van een wettig gezag van de werkgevers en zij voeren hun werk plichtsgetrouw uit; - de werkgevers eerbiedigen de waardigheid van de bedienden en zij behandelen hen rechtvaardig. Zij verbinden zich ertoe noch hun vrijheid van vereniging noch de vrije ontplooiing van hun organisatie in de onderneming rechtstreeks of onrechtstreeks te hinderen.

Art. 3.De werkgeversorganisaties verbinden er zich toe hun aangesloten leden aan te bevelen geen enkele druk op de bedienden uit te oefenen om hen te beletten bij een vakbond aan te sluiten en om aan de bedienden die niet aangesloten zijn bij een vakbond geen andere prerogatieven toe te kennen dan aan de aangesloten bedienden.

De ondertekenende werknemersorganisaties verbinden zich ertoe om, met naleving van de vrijheid van vereniging, hun leden aan te bevelen om binnen de ondernemingen de praktijken van paritaire relaties in acht te nemen overeenkomstig de geest van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

Art. 4.De ondertekenende organisaties verbinden zich ertoe : - respectievelijk de bedrijfsleiders en de vakbondsafgevaardigden te verzoeken om in alle omstandigheden te getuigen van de geest van rechtvaardigheid, billijkheid en verzoening die aan de basis ligt van de goede sociale verhoudingen in de onderneming; - erop toe te zien dat dezelfde personen de sociale wetgeving, de collectieve arbeidsovereenkomsten en het arbeidsreglement naleven en gezamenlijke inspanningen doen om te zorgen voor de naleving ervan.

Art. 5.De ondertekenende werknemersorganisaties verbinden zich ertoe om drie maanden vóór de sociale verkiezingen : - onderling tot een akkoord te komen binnen de ondernemingen voor de benoeming of de verkiezing van een vakbondsafvaardiging, rekening houdend met het aantal leden dat deze moet omvatten en dat elke representatieve organisatie toekomt op basis van haar vertegenwoordiging; - om ervoor te zorgen dat de aangestelde afgevaardigden of de kandidaten voor de verkiezingen worden gekozen rekening houdend met de autoriteit waarover zij moeten beschikken in de uitoefening van hun functies, evenals voor hun competentie.

Art. 6.De werkgevers van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de bedienden uit de hardsteengroeven erkennen dat hun bediendenpersoneel bij hen vertegenwoordigd wordt door een afvaardiging waarvan de leden voorgedragen door één of meerdere bediendenorganisaties die de overeenkomsten bedoeld in artikel 1 hebben ondertekend, ofwel worden aangesteld ofwel verkozen.

TITEL III. - Instelling en samenstelling van de vakbandsafvaardigingen van het personeel

Art. 7.Zonder afbreuk te doen aan artikel 7 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 5 van 24 mei 1971, wordt op verzoek van één of van meerdere werknemersorganisaties die deze collectieve arbeidsovereenkomst hebben ondertekend, een vakbondsafvaardiging opgericht in de technische bedrijfseenheden.

De vakbondsafvaardiging bestaat uit gewone en plaatsvervangende afgevaardigden.

Bij de samenstelling van de vakbondsafvaardiging wordt rekening gehouden met de verscheidene groepen van het bediendenpersoneel.

Plaatsvervangende vakbondsafgevaardigden worden aangesteld of verkozen, zonder dat hun aantal het daadwerkelijke aantal gewone leden overschrijdt.

Het aantal gewone en plaatsvervangende afgevaardigden wordt als volgt vastgesteld, naar rato van het aantal bedienden in de technische bedrijfseenheid :

Gewone/ Effectif(s)

Plaatsvervangende/ Suppléant(s)

Minder dan 10 bedienden/ Moins de 10 employés

0

0

Van 10 tot 24 bedienden/ De 10 à 24 employés

1

1

Van 25 tot 50 bedienden/ De 25 à 50 employés

2

2

Vanaf 51 bedienden/ A partir de 51 employés

3

3


Art. 8.De ondertekenende werknemersorganisaties komen op ondernemingsvlak overeen over de aanstelling of de verkiezing van de vakbondsafvaardiging.

In geval van onenigheid tussen de ondertekenende werknemersorganisaties over de verdeling van de mandaten, zal deze worden bepaald door verkiezingen in de onderneming volgens de bepalingen waarin voorzien is in het standaardverkiezingsreglement dat als bijlage bij deze collectieve arbeidsovereenkomst is gevoegd.

Deze bepalingen kunnen worden aangepast, in onderling overleg tussen de vakorganisaties, volgens de lokale of regionale gebruiken en gewoonten of bijzonderheden.

Als de ondernemingsafvaardiging het opportuun acht, stelt ze intern een hoofdafgevaardigde aan.

Art. 9.Er kunnen echter gunstigere akkoorden worden gesloten in de ondernemingen, bijvoorbeeld rekening houdend met de geografische configuratie van de ondernemingen of met de eisen die inherent zijn aan ploegenarbeid.

Waar gunstigere akkoorden bestaan, blijven deze van toepassing.

TITEL IV. - Statuut van de leden der vakbondsafvaardiging

Art. 10.a) Om de functies van gewone of plaatsvervangende afgevaardigde te kunnen vervullen, moeten de personeelsleden, zonder onderscheid van geslacht, aan de volgende voorwaarden voldoen op de datum van de verkiezing of van de benoeming : 1. sedert minstens 1 jaar verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst in de onderneming (ten minste 2 jaar voor een hoofdafgevaardigde);2. de pensioengerechtigde leeftijd niet hebben bereikt;3. aangesloten zijn bij de werknemersorganisatie die de kandidatuur voorstelt;4. geen deel uitmaken van het leidinggevend personeel.b) De vakbondsafgevaardigden hebben recht op de normale promoties en verhogingen van de werknemerscategorie waartoe zij behoren. TITEL V. - Benoeming, duur van het mandaat van de leden van de vakbondsafvaardiging

Art. 11.De leden van de vakbondsafvaardiging worden benoemd of verkozen voor de periode tussen twee sociale verkiezingen die worden afgekondigd door de regering. Wanneer de nieuwe afvaardiging niet kan worden aangesteld of verkozen wegens omstandigheden onafhankelijk van de wil van de vakorganisaties, blijft de vroegere afvaardiging haar functie uitoefenen totdat de vernieuwing kan plaatsvinden.

De werkgever kan te allen tijde wegens ernstige redenen bezwaar aantekenen tegen de aanwijzing of vervanging van een afgevaardigde; hij maakt de redenen van zijn verzet binnen 14 werkdagen die volgen op de mededeling van de benoeming, kenbaar aan de vakbondsorganisatie. In dat geval wordt binnen vijftien dagen na ontvangst van de brief van de werkgever in het bedrijf een overlegvergadering georganiseerd met de betrokken vakbondssecretarissen.

Art. 12.Het mandaat van vakbondsafgevaardigde loopt ten einde : a) op het moment waarop het normaal ten einde zou lopen;b) door ontslag van de betrokkene;c) op verzoek van de werknemersorganisatie die de kandidatuur van de betrokkenen heeft ingediend;d) wanneer de betrokkene geen lid meer is van het personeel van de onderneming of van de technische bedrijfseenheid;e) door de overgang van de categorie "bediende" naar de categorie "directiepersoneel";f) wegens ernstige tekortkoming;g) wanneer de normale wettelijke pensioenleeftijd wordt bereikt.

Art. 13.De plaatsvervangende afgevaardigden hebben zitting ter vervanging van een gewone afgevaardigde : a) ingeval deze verhinderd is;b) wanneer het mandaat van gewoon lid ten einde loopt om één van de redenen opgesomd in artikel 12, b), c), d), e), f), g). Als het mandaat van een gewone of plaatsvervangende vakbondsafgevaardigde ten einde loopt tijdens de uitoefening ervan om gelijk welke reden, heeft de werknemersorganisatie die vertegenwoordigd wordt door het betrokken mandaat, het recht om de persoon aan te stellen die het mandaat zal beëindigen conform artikel 10.

TITEL VI. - Bescherming van de gewone en plaatsvervangende afgevaardigden

Art. 14.De leden van de vakbondsafvaardiging mogen niet worden ontslagen om redenen die inherent zijn aan de uitoefening van hun mandaat.

De werkgever die overweegt een vakbondsafgevaardigde te ontslaan, brengt de vakbondsafvaardiging en tegelijk de vakorganisatie die de kandidatuur van deze afgevaardigde heeft ingediend, hiervan vooraf op de hoogte.

Zonder afbreuk te doen aan het recht dat hij in dit geval heeft om het ontslag door te voeren, brengt de werkgever die een vakbondsafgevaardigde ontslaat wegens een fout die hij als zwaar beschouwt, de vakbondsafvaardiging en tegelijk de betrokken werknemersorganisatie hiervan dadelijk op de hoogte.

In ieder geval wordt deze informatie bevestigd aan de betrokken werknemersorganisatie aan de hand van een aangetekend schrijven dat van kracht wordt de derde werkdag die volgt op de datum van verzending.

De betrokken werknemersorganisatie beschikt over een termijn van zeven dagen om mee te delen dat zij de geldigheid van de reden tot ontslag weigert te aanvaarden.

Deze kennisgeving gebeurt bij aangetekend schrijven. De periode van zeven dagen gaat van start op de dag waarop het door de werkgever verzonden schrijven uitwerking heeft.

Het uitblijven van een reactie van de werknemersorganisatie moet worden beschouwd als een aanvaarding van de geldigheid van de reden tot ontslag.

Als de werknemersorganisatie de geldigheid van de reden tot ontslag weigert te aanvaarden, heeft de meest gerede partij de mogelijkheid het geval voor beoordeling voor te leggen aan het verzoeningsbureau van het Paritair Comité voor de bedienden uit de hardsteengroeven of voor tussenkomst aan de voorzitter van dit paritair comité.

Als de verzoening mislukt, maakt de meest gerede partij de zaak aanhangig bij de bevoegde rechtbank.

Met uitzondering van de bepalingen van het derde lid van dit artikel, mag de uitvoering van de ontslagmaatregel niet plaatshebben tijdens de duur van deze procedure.

Behalve in geval van ontslag om erkende dringende redenen, behoudt de betrokken afgevaardigde zijn recht op zijn loon tijdens deze zelfde procedure.

Art. 15.Een forfaitaire vergoeding is door de werkgever verschuldigd in de volgende gevallen : a) als hij een vakbondsafgevaardigde ontslaat zonder de procedure na te leven waarin voorzien is in artikel 14;b) als, op het einde van de procedures beschreven in artikel 14, de geldigheid van de redenen voor het ontslag niet wordt erkend;c) indien de werkgever een afgevaardigde heeft ontslagen wegens dringende reden en de arbeidsrechtbank het ontslag ongegrond heeft verklaard;d) indien de arbeidsovereenkomst een einde genomen heeft uit hoofde van een ernstige fout van de werkgever die, voor de afgevaardigde een reden vormt voor onmiddellijke verbreking van het contract. De forfaitaire vergoeding, met inbegrip van de ontslagvergoedingen die verschuldigd zijn krachtens de artikelen 39 en 40 van de wet 3 juli 1978 over de arbeidsovereenkomsten, is gelijk aan het brutoloon van een jaar.

Deze vergoeding is niet verschuldigd wanneer de vakbondsafgevaardigde recht heeft op de vergoeding waarin voorzien is door artikel 21, § 7 van de wet van 20 september 1948Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/09/1948 pub. 06/07/2010 numac 2010000388 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende organisatie van het bedrijfsleven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende organisatie van het bedrijfsleven en door artikel 1bis, § 7 van de wet van 10 juni 1952 betreffende de veiligheid en de gezondheid van de werknemers, alsmede de salubriteit van het werk en van de werkplaatsen.

TITEL VII. - Bevoegdheid en werking van de vakbondsafvaardiging

Art. 16.De bevoegdheid van de vakbondsafvaardiging heeft, onder andere, betrekking op : a) de arbeidsrelaties;b) de onderhandelingen voor het sluiten van collectieve overeenkomsten of collectieve akkoorden binnen de onderneming;c) de toepassing in de onderneming van de sociale wetgeving, van de collectieve arbeidsovereenkomsten, van het arbeidsreglement en van de individuele arbeidsovereenkomsten;d) de naleving van de principes vastgesteld : - in de nationale akkoorden betreffende de vakbondsafvaardigingen; - door deze collectieve arbeidsovereenkomst.

Art. 17.De vakbondsafvaardiging heeft het recht te worden ontvangen door de bedrijfsleider of door diens vertegenwoordiger ter gelegenheid van elk collectief geschil of conflict in de onderneming; hetzelfde recht komt haar toe wanneer dergelijke geschillen of conflicten zich dreigen voor te doen.

Zo hebben de vakbondsafgevaardigden de plicht te antwoorden op elke uitnodiging van de bedrijfsleider.

De uren die worden besteed aan de ontmoetingen van de vakbondsafgevaardigden bij de bedrijfsleider, worden betaald als normale werkuren, zelfs als de vergadering uitzonderlijk heeft plaatsgehad buiten de normale werkuren.

Om de sfeer goed te houden, moeten de vergaderingen bij voorkeur zo vroeg mogelijk plaatshebben en dit tijdens de werkuren.

Art. 18.a) Elke individuele klacht wordt aan de bedrijfsleider of diens vertegenwoordiger voorgelegd langs de gebruikelijke hiërarchische weg door de betrokken bediende, die op zijn (hun) verzoek wordt (worden) bijgestaan door een lid van de vakbondsafvaardiging. b) De vakbondsafvaardiging heeft het recht te worden ontvangen door de bedrijfsleider of diens vertegenwoordiger bij elk individueel geschil of conflict dat niet kon worden opgelost langs deze weg.c) De afvaardiging omvat een vertegenwoordiger van de categorie bedienden in kwestie, wanneer deze niet vertegenwoordigd is in de officiële afvaardiging.

Art. 19.Om de geschillen of conflicten bedoeld in artikelen 17 en 18 te voorkomen, moet de vakbondsafvaardiging vooraf door de bedrijfsleider ingelicht worden over de veranderingen die de contractuele of gebruikelijke arbeids- en loonvoorwaarden kunnen wijzigen, met uitsluiting van de inlichtingen van individuele aard.

Zij zal met name worden op de hoogte gebracht van de veranderingen die voortvloeien uit de wet, de collectieve arbeidsovereenkomsten of algemene bepalingen vermeld in de individuele arbeidsovereenkomsten, in het bijzonder bepalingen die een invloed hebben op de lonen en de regels inzake beroepenclassificatie.

Art. 20.Elke onderneming stelt samen met de vakbondsafvaardiging een huishoudelijk reglement (HR) op dat de werking van de vakbondsafvaardiging bepaalt. Deze regels worden aangepast aan elke onderneming. Het HR wordt opgesteld volgens hetzelfde model als het HR van de ondernemingsraad of van het comité voor preventie en bescherming op het werk.

Als er reeds een vakbondsafvaardiging werd opgericht na vorige sociale verkiezingen, kan het bestaande HR worden overgenomen. De discussie betreffende het HR wordt op de agenda van de installatievergadering gezet (eerste vergadering na de benoeming of de verkiezing van de afgevaardigden). De nieuwe leden moeten immers op de hoogte worden gebracht van het bestaan en de inhoud van het HR. TITEL VIII. - Uitoefening van het mandaat van vakbondsafgevaardigde

Art. 21.De leden van de vakbondsafvaardiging beschikken over de nodige faciliteiten en tijd, tijd die betaald wordt als arbeidstijd, voor de collectieve of individuele uitoefening van de vakbondsopdrachten en -activiteiten.

Over de nodige tijd en faciliteiten zal worden onderhandeld in de onderneming, en dit overeenkomstig artikel 21 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 5.

De onderneming kent de vakbondsafvaardiging van het personeel het niet-exclusief gebruik toe van een lokaal, zodat zij hun opdracht naar behoren kunnen vervullen.

Waar gunstigere akkoorden bestaan, blijven deze van toepassing.

De vakbondsafgevaardigden krijgen de nodige faciliteiten en tijd om deel te nemen aan opleidingen of seminaries die worden georganiseerd door vakorganisaties.

De vakbondsafgevaardigden die afwezig zijn op het werk om hun taak te volbrengen, moeten hun hiërarchische meerdere hiervan op de hoogte brengen : a) Als deze taken een bezoek buiten de onderneming vergen, brengt de vakbondsvrijgestelde de werkgever hiervan binnen een redelijke termijn op de hoogte, voor zover mogelijk;b) Bij een interne opdracht moeten de afgevaardigden hun hiërarchische oversten hiervan op de hoogte brengen. De plaatsvervangende afgevaardigden beschikken over dezelfde faciliteiten, wanneer ze de gewone vakbondsafgevaardigden vervangen.

In de ondernemingen of firma's met verscheidene bedrijfseenheden kunnen de verschillende vakbondsafvaardigingen, indien nodig, worden bijeengebracht voor het onderzoek van zaken van algemeen belang, ofwel onder elkaar, ofwel in aanwezigheid van de directie.

TITEL IX. - Vergoeding van de taken van de vakbondsafgevaardigde

Art. 22.Worden gelijkgesteld met effectief gewerkte uren : 1. de uren tijdens welke de vakbondsopdrachten worden vervuld;2. het bijwonen van officiële of officieuze vergaderingen van het paritair comité of van een verzoeningsbureau. TITEL X. - Informatie en raadpleging van het bediendenpersoneel

Art. 23.a) De vakbondsafvaardiging mag, zonder dat hierdoor de werkorganisatie verstoord wordt, mondeling of schriftelijk, alle nuttige mededelingen aan de bedienden doen.

Deze mededelingen moeten van professionele of van syndicale aard zijn.

Zonder afbreuk te doen aan de bovengenoemde principes, worden de toepassingsmodaliteiten verduidelijkt op ondernemingsvlak. b) Er kunnen voorlichtingsvergaderingen voor de bedienden georganiseerd worden door de vakbondsafvaardiging, eventueel bijgestaan door de vakbondsvrijgestelden, mits het akkoord van de werkgever op de arbeidsplaatsen en eventueel tijdens de werkuren. Deze laatste mag dit akkoord niet om willekeurige redenen weigeren.

TITEL XI. - Rol van de vakbondsafvaardiging wanneer er geen ondernemingsraad bestaat

Art. 24.Als er geen ondernemingsraad bestaat, kan de vakbondsafvaardiging de taken, rechten en opdrachten uitoefenen die aan deze raad worden toegekend in de artikelen 4 tot en met 7 en 11 van de collectieve arbeidsovereenkomst die op 9 maart 1972 werd gesloten in de Nationale Arbeidsraad houdende ordening van de nationale akkoorden en collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de ondernemingsraden, gesloten in de Nationale Arbeidsraad en algemeen verbindend verklaard bij het koninklijk besluit van 12 september 1972 (Belgisch Staatsblad van 25 november 1972) betreffende de informatie en raadpleging van de ondernemingsraden over de algemene perspectieven van de onderneming en de problemen inzake werkgelegenheid in de onderneming.

TITEL XII. - Procedure in geval van onenigheid tussen de werkgever en de vakbondsafvaardiging

Art. 25.Er wordt overeengekomen dat een lokaal ter beschikking wordt gesteld van de vakbondsafvaardiging in geval van aanwezigheid van de permanente afgevaardigden, waarvan de werkgever ter dege op de hoogte moet worden gebracht.

Wanneer de bemiddeling van een vakbondsafvaardiging het niet mogelijk heeft gemaakt tot een akkoord te komen met de directie om een geschil op te lossen, kunnen de afgevaardigden een beroep doen op een vrijgestelde van hun vakorganisatie om het onderzoek van de problemen in kwestie op ondernemingsvlak verder te onderzoeken.

In dit geval kan de directie zich laten bijstaan.

Als het conflict niet kan worden opgelost, wordt het voorgelegd aan het verzoeningsbureau van het Paritair Comité voor de bedienden uit de hardsteengroeven.

TITEL XIII. - Geldigheidsduur

Art. 26.Deze collectieve arbeidsovereenkomst gaat in op 1 januari 2022 en wordt gesloten voor onbepaalde duur. Zij vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 juni 2006 geregistreerd onder het nummer 90335/CO/203.

Zij kan in onderling overleg onder de partijen worden herzien.

Zij kan eveneens worden opgezegd door één van de partijen die vertegenwoordigd zijn in dit paritair comité, met een opzeggingstermijn van zes maanden, per ter post aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de bedienden uit de hardsteengroeven.

De partij die het initiatief neemt voor de opzegging, moet de redenen van haar beslissing aangeven en onmiddellijk voorstellen tot aanpassing van het statuut indienen. De ondertekenende partijen verbinden zich ertoe deze voorstellen te bespreken binnen het paritair comité dat wordt bedoeld in artikel 1, binnen een termijn van één maand na ontvangst hiervan.

Art. 27.De verzoeningsprocedure waarin voorzien is in artikel 25, strekt zich uit over de duur van deze collectieve overeenkomst, met inbegrip van de opzeggingsperiode.

Art. 28.Overeenkomstig artikel 14 van de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités worden, voor wat betreft de ondertekening van deze collectieve arbeidsovereenkomst, de handtekeningen van de personen die deze aangaan namens de werknemersorganisaties enerzijds en namens de werkgeversorganisaties anderzijds, vervangen door de notulen van de vergadering die zijn goedgekeurd door de leden en ondertekend door de voorzitter en de secretaris.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 16 april 2023.

De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE

Bijlage aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 juni 2022, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de hardsteengroeven, betreffende het statuut van de vakbondsafvaardiging Kiesreglement

Artikel 1.De verkiezing voor de vakbondsafvaardiging vindt uiterlijk de laatste dag plaats van de maand die volgt op de maand waarin de sociale verkiezingen hebben plaatsgevonden in onderlinge overeenstemming tussen de directie van de onderneming en de werknemersorganisaties die vertegenwoordigd zijn in het Paritair Comité voor de bedienden uit de hardsteengroeven.

Binnen 14 dagen na de sociale verkiezingen zullen de ondertekenende werknemersorganisaties, na de analyse van de resultaten, de kandidatenlijst voor de vakbondsafvaardiging samenstellen.

De vakorganisaties zullen er, voor zover mogelijk, op toezien om hun kandidaten te selecteren rekening houdend met de representativiteit van de verschillende sectoren.

De vakorganisaties zullen vooraf een interne stemming voor hun respectieve leden organiseren opdat deze laatsten de kandidaten volgens voorkeur op de lijst zouden kunnen rangschikken.

Art. 2.De verkiezing van de vakbondsafgevaardigden van het bediendenpersoneel wordt georganiseerd, volgens een model gelijkaardig aan de sociale verkiezingen, door een kiesbureau, samengesteld : a) uit een voorzitter die in onderling overleg wordt verkozen onder de vakorganisaties;b) een secretaris die op dezelfde manier wordt aangesteld en met akkoord van de voorzitter;c) twee bijzitters gekozen door de voorzitter van het kiesbureau, onder de kiezers;d) twee getuigen per lijst, aangesteld door de vakorganisaties. Als in verscheidene bureaus moet worden voorzien, zal op dezelfde manier in de samenstelling worden voorzien voor alle bureaus.

Art. 3.Alle werknemers die opgenomen zijn op de gevalideerde kieslijsten bij de sociale verkiezingen, zijn kiezers. In de ondernemingen waar geen sociale verkiezingen worden georganiseerd, zijn alle werknemers die ten minste sinds een maand vóór de datum van de verkiezingen tewerkgesteld zijn, kiezers.

De lijst van de bedienden kiezers zal in verscheidene exemplaren worden opgesteld teneinde het kiesbureau ervan te voorzien en aangeplakt door de werkgever veertien dagen vóór de datum van de verkiezingen. Diezelfde dag zal deze lijst worden doorgestuurd naar de ondertekenende vakorganisaties.

Hij zal aangeplakt blijven gedurende de hele tijd die voorafgaat aan de verkiezing.

Elke fout of vergetelheid in deze lijst moet worden hersteld. Hiervoor moet zij uiterlijk 10 dagen vóór de datum van de verkiezing worden medegedeeld aan de voorzitter van het kiesbureau.

De eventuele rechtzettingen worden uiterlijk 9 dagen vóór de datum van de verkiezing aangeplakt.

Een convocatie op papier wordt uiterlijk negen dagen vóór de datum van de verkiezing aan de bedienden bezorgd. In geval van afwezigheid van de bediende, zal de convocatie hem negen dagen vóór de datum van de verkiezing aangetekend worden bezorgd.

Art. 4.De werknemersorganisaties die deze collectieve arbeidsovereenkomst ondertekenen, die de enige gemachtigden zijn om de kandidatenlijst voor te stellen, zullen hun lijst aan de voorzitter van het kiesbureau bezorgen.

Zoals bepaald in artikel 2 heeft elke organisatie het recht om, onder de kiezers, twee getuigen aan te stellen die aanwezig zullen zijn tijdens de stemming en de telling.

De werknemersorganisaties vermeld in artikel 1 zullen de naam van hun getuigen bekendmaken bij de neerlegging van de kandidatenlijst.

Elke lijst omvat maximaal een aantal kandidaten gelijk aan het aantal te verkiezen gewone en plaatsvervangende afgevaardigden, overeenkomstig artikel 7 van het statuut van de vakbondsafvaardiging.

Art. 5.Aangezien het begrip gezamenlijke voordracht niet wordt in overweging genomen, zullen de organisaties elk een kandidatenlijst voordragen tegen de 14de kalenderdag na de sociale verkiezingen en er zal moeten worden overgegaan tot de kiesverrichtingen bepaald in de volgende artikelen.

Art. 6.De lijst van de kandidaten en getuigen wordt aangeplakt in de onderneming door de voorzitter van het kiesbureau gedurende de 14 kalenderdagen die voorafgaan aan de datum van de verkiezing.

Op deze affiche worden in de vorm van het kiesbiljet zoals hierna bepaald, de namen van de kandidaten en hun voornamen vermeld.

Art. 7.Er zal één kiesbiljet zijn. Dit kiesbiljet of stembiljet zal kolommen omvatten, met daarboven de benaming van de werknemersorganisaties vermeld in artikel 1 en het nummer dat hen is toegekend door loting met opsomming van de kandidaten voorgedragen door deze respectieve organisaties.

In geval van sociale verkiezingen zal hetzelfde nummer worden gebruikt dat was toegekend aan de verschillende vakorganisaties.

Onmiddellijk onder de vermeldingen van de benaming en van het nummer van de werknemersorganisaties opgenomen in artikel 1 bevindt zich per lijst een enig vakje dat voorbehouden is voor de stemming. De namen van de kandidaten van elke lijst staan vermeld in de volgorde waarin ze op de voordrachtsakte staan.

Art. 8.De stemming vindt plaats in een lokaal dat ter beschikking wordt gesteld van het kiesbureau door de directie van de onderneming.

De stemuren worden zodanig vastgesteld dat de werknemers van alle ploegen eraan kunnen deelnemen, zonder de goede werking van de onderneming te schaden.

Het ondernemingshoofd ziet erop toe dat zijn ondergeschikten voldoende tijd geven aan elke werknemer opdat deze zijn electorale verplichtingen zou kunnen vervullen.

Deze tijd zal niet worden afgetrokken van de arbeidstijd maar als dusdanig worden betaald.

De kiezers zijn verplicht om te stemmen op de uren en in het lokaal dat hen in de oproepingsbrief zal worden aangewezen.

De stemming is geheim en gebeurt in een stemhokje.

De voorzitter of de secretaris van het kiesbureau stipt de naam van de stemmers aan naargelang zij zich aanmelden met hun oproepingsbrief en hun identiteitskaart, overhandigt hen hun stembiljet en ziet toe op de regelmatigheid van de verrichtingen.

Art. 9.Elke kiezer beschikt over een stem en ontvangt één biljet. Hij stemt bovenaan de lijst van zijn keuze en hiervoor maakt hij het vakje zwart bovenaan de lijst.

Art. 10.Zijn nietig : a) alle andere biljetten dan die welke aan de kiezers werden overhandigd door het kiesbureau;b) alle biljetten met een andere stem dan die bovenaan de lijst;c) de biljetten waarvan de vormen en afmetingen zouden veranderd zijn, die binnenin een papier of één of ander voorwerp zouden bevatten, of waarvan de auteur herkenbaar zou kunnen zijn gemaakt door een teken, een doorhaling of één of ander kenteken.

Art. 11.Wanneer de stemming afgesloten is, zorgt het kiesbureau voor de verwerking en de telling van de stemmen.

Opdat de verkiezing geldig zou zijn, moet het aantal kiezers die aan de stemming hebben deelgenomen, gelijk zijn aan de helft van het aantal kiezers aanwezig op het werk op de dag van de verkiezing.

In het geval waarin de verkiezing ongeldig zou worden verklaard, zou een nieuwe verkiezing kunnen plaatsvinden binnen drie maanden met dezelfde lijst van de kiezers; deze nieuwe verkiezing zal geldig zijn ongeacht het aantal kiezers die aan de stemming hebben deelgenomen.

Art. 12.De verdeling van het aantal zetels gebeurt volgens dezelfde methode als die welke gevolgd wordt voor de verkiezingen van de ondernemingsraden en van de comités voor preventie en bescherming op het werk.

Art. 13.Aan elke lijst wordt een aantal mandaten toegekend van plaatsvervangende afgevaardigden dat overeenstemt met dat van de gewone afgevaardigden die zij heeft verkregen.

De mandaten van de gewone en van de plaatsvervangende verkozen afgevaardigden zullen worden toegekend in de volgorde van voordracht op hun respectieve lijst.

Buiten de periode van de verkiezing wordt de toekenning van de mandaten in het kader van de vervanging van gewone of plaatsvervangende mandaathouders aan de beoordeling van de vakorganisaties overgelaten met naleving van de regels inzake vertegenwoordiging en continuïteit van de activiteiten van de onderneming.

Art. 14.Het proces-verbaal van de verkiezing wordt onmiddellijk opgemaakt in ten minste vier exemplaren en wordt ondertekend door de leden van het kiesbureau en getuigen.

Een exemplaar wordt onmiddellijk naar de directie van de onderneming verstuurd, een ander naar elke werknemersorganisatie die kandidaten voordraagt en het laatste wordt aangeplakt in de onderneming.

Art. 15.Elke poging tot fraude wordt ter kennis gebracht van het kiesbureau dat beslist over de gevolgen die dit teweegbrengt.

De verkiezing van een kandidaat schuldig bevonden van fraude, wordt geannuleerd door de voorzitter van het bureau, in overeenstemming met de partijen en de verhoorde betrokkene.

Art. 16.Alle onkosten in verband met de verkiezing worden gedragen door de onderneming.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 16 april 2023.

De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE

^