Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 13 januari 2010
gepubliceerd op 22 januari 2010

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 2005 tot verduidelijking van de criteria waarmede rekening moet worden gehouden bij het onderzoek van ontwerpen van handelsvestiging en de samenstelling van het sociaal-economisch dossier

bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
numac
2010011016
pub.
22/01/2010
prom.
13/01/2010
ELI
eli/besluit/2010/01/13/2010011016/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

13 JANUARI 2010. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 2005 tot verduidelijking van de criteria waarmede rekening moet worden gehouden bij het onderzoek van ontwerpen van handelsvestiging en de samenstelling van het sociaal-economisch dossier


ADVIES 47.623/1 VAN 22 DECEMBER 2009 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling Wetgeving, eerste kamer, op 18 december 2009 door de Minister van Ondernemen en Vereenvoudigen verzocht hem, binnen een termijn van vijf werkdagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit "tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 2005 tot verduidelijking van de criteria waarmede rekening moet worden gehouden bij het onderzoek van ontwerpen van handelsvestiging en de samenstelling van het sociaal-economisch dossier", heeft het volgende advies gegeven : Volgens artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, moeten in de adviesaanvraag de redenen worden opgegeven tot staving van het spoedeisende karakter ervan.

In het onderhavige geval wordt het verzoek om spoedbehandeling gemotiveerd door de omstandigheid dat "tijdens de parlementaire behandeling van de wet tot aanpassing van sommige wetgevingen aan de richtlijn 2006/123 van het Europees Parlement en de Raad betreffende diensten op de interne markt (doc. Kamer 52 2275/001 e.v.) een amendement werd ingediend en aangenomen met een ingrijpende impact op de strekking van artikel 7, § 2 van de wet van 13 augustus 2004 betreffende de vergunning van handelsvestigingen. Artikel 7 van de wet van 13 augustus 2004 betreffende de vergunning van de handelsvestigingen staat de Koning toe deze bepalingen te verduidelijken. Dit is gebeurd voor de oorspronkelijke tekst via het koninklijk besluit van 22 februari 2005 tot verduidelijking van de criteria waarmee rekening moet gehouden worden bij het onderzoek van ontwerpen van handelsvestiging en de samenstelling van het sociaal-economisch dossier. Het voormeld koninklijk besluit is echter niet meer compatibel met de nieuwe tekst van de wet zoals gewijzigd ingevolge het parlementaire amendement. Ter wille van de rechtszekerheid acht de regering het daarom noodzakelijk om middels dit koninklijk besluit het koninklijk besluit van 22 februari 2005 in overeenstemming met de nieuwe wettekst te brengen en meteen ook richtlijnen te geven over de interpretatie van bepaalde nieuwe criteria.

Gelet op de inwerkingtreding van de richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende diensten op de interne markt op 28 december 2009 en de finale goedkeuring van de wet tot aanpassing van sommige wetgevingen aan de richtlijn 2006/123 van het europees parlement en de raad betreffende diensten op de interne markt op 17 december 2009 in de plenaire vergadering van de Senaat, is de regering gevat door een uiterst stringent tijdskader. Desondanks wenst de regering dit ontwerp van besluit bij voorkeur nog voor de inwerkingtreding van voornoemde richtlijn te publiceren. Indien dit echter niet haalbaar zou zijn, zal alles in het werk worden gesteld om de retroactiviteit van dit besluit maximaal te beperken".

Overeenkomstig artikel 84, § 3, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, heeft de afdeling Wetgeving zich moeten beperken tot het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de voorgeschreven vormvereisten is voldaan.

Strekking en rechtsgrond van het ontwerp 1. Het om advies voorgelegde ontwerp strekt tot aanpassing van het koninklijk besluit van 22 februari 2005 tot verduidelijking van de criteria waarmede rekening moet worden gehouden bij het onderzoek van ontwerpen van handelsvestiging en de samenstelling van het sociaal-economisch dossier.Die wijzigingen zijn noodzakelijk aangezien de criteria die in aanmerking moeten worden genomen, worden gewijzigd met ingang van 28 december 2009 (1). 2. Krachtens artikel 7, § 2, eerste lid, van de wet van 13 augustus 2004 betreffende de vergunning van handelsvestigingen dient het Nationaal Sociaal-Economisch Comité voor de Distributie bij het opstellen van een advies over een aanvraag voor een vergunning van handelsvestiging rekening te houden met de in dat lid vermelde criteria.Op grond van het tweede lid van dezelfde paragraaf kan de Koning deze criteria aanvullen of verduidelijken.

De rechtsgrond voor het ontwerp is derhalve te vinden in artikel 7, § 2, tweede lid, van de wet van 13 augustus 2004. In het eerste lid van de aanhef zal dan ook specifiek naar die bepaling dienen te worden verwezen.

Onderzoek van de tekst Artikel 2 Volgens artikel 2 van het ontwerp zal het koninklijk besluit op 28 december 2009 in werking treden, dit is de datum waarop de wet waarvan het de uitvoering beoogt, uitwerking zal krijgen. Het verdient dan ook aanbeveling om de wet én het uitvoeringsbesluit uiterlijk op die datum samen in het Belgisch Staatsblad bekend te maken.

De kamer was samengesteld uit : De heren : J. BAERT, staatsraad, voorzitter;

B. SEUTIN en W. VAN VAERENBERGH, staatsraden;

Mevr. G. VERBERCKMOES, griffier.

Het verslag werd uitgebracht door de heer D. VAN EECKHOUTTE, auditeur. ...

De griffier, G. VERBERCKMOES. De voorzittern, J. BAERT. (1) Zie de tekst van het wetsontwerp "tot aanpassing van sommige wetgevingen aan de richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende diensten op de interne markt", dat door de Kamer is aangenomen op 10 december 2009 (Parl.St., Kamer, DOC 52 2275/005) en door de Senaat op 17 december 2009 (Parl. St., Senaat, 2009-2010, nr. 4-1539/3). Het is niet bekend of de wet al is bekrachtigd.

13 JANUARI 2010. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 2005 tot verduidelijking van de criteria waarmede rekening moet worden gehouden bij het onderzoek van ontwerpen van handelsvestiging en de samenstelling van het sociaal-economisch dossier ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 13 augustus 2004 betreffende de vergunning van handelsvestigingen, artikel 7, § 2, tweede lid, gewijzigd bij de wet van 22 december 2009;

Gelet op het koninklijk besluit van 22 februari 2005 tot verduidelijking van de criteria waarmede moet rekening gehouden worden bij het onderzoek van ontwerpen van handelsvestiging en de samenstelling van het sociaal-economisch dossier;

Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid dat tijdens de parlementaire behandeling van de wet tot aanpassing van sommige wetgevingen aan de richtlijn 2006/123 van het Europees Parlement en de Raad betreffende diensten op de interne markt (doc. Kamer 52 2275/001 e.v.) een amendement werd ingediend en aangenomen met een ingrijpende impact op de strekking van artikel 7, § 2 van de wet van 13 augustus 2004 betreffende de vergunning van handelsvestigingen.

Artikel 7 van de wet van 13 augustus 2004 betreffende de vergunning van de handelsvestigingen staat de Koning toe deze bepalingen te verduidelijken.

Dit is gebeurd voor de oorspronkelijke tekst via het koninklijk besluit van 22 februari 2005 tot verduidelijking van de criteria waarmee rekening moet gehouden worden bij het onderzoek van ontwerpen van handelsvestiging en de samenstelling van het sociaal-economisch dossier. Het voormeld koninklijk besluit is echter niet meer compatibel met de nieuwe tekst van de wet zoals gewijzigd ingevolge het parlementaire amendement. Ter wille van de rechtszekerheid acht de regering het daarom noodzakelijk om middels dit koninklijk besluit het koninklijk besluit van 22 februari 2005 in overeenstemming met de nieuwe wettekst te brengen en meteen ook richtlijnen te geven over de interpretatie van bepaalde nieuwe criteria.

Gelet op de inwerkingtreding van de richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende diensten op de interne markt op 28 december 2009 en de finale goedkeuring van de wet tot aanpassing van sommige wetgevingen aan de richtlijn 2006/123 van het europees parlement en de raad betreffende diensten op de interne markt op 17 december 2009 in de plenaire vergadering van de Senaat, is de regering gevat door een uiterst stringent tijdskader.

Desondanks wenst de regering dit ontwerp van besluit bij voorkeur nog voor de inwerkingtreding van voornoemde richtlijn te publiceren.

Indien dit echter niet haalbaar zou zijn, zal alles in het werk worden gesteld om de retroactiviteit van dit besluit maximaal te beperken.

Bijgevolg acht de regering het noodzakelijk en opportuun de afdeling wetgeving van de Raad van State te verzoeken haar advies op dit ontwerp te verlenen binnen de termijnen gesteld in artikel 84, § 1, eerste lid, 2° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State.

Gelet op het advies 47.623/1 van de Raad van State, gegeven op 22 december 2009, met toepassing van artikel 84, § 1, lid 1, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen en van de Minister van K.M.O.'s, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid, en op het advies van de in Raad vergaderde ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In het koninklijk besluit van 22 februari 2005 tot verduidelijking van de criteria waarmede rekening moet worden gehouden bij het onderzoek van ontwerpen van handelsvestiging en de samenstelling van het sociaal-economisch dossier worden de artikelen 2 tot 5 vervangen als volgt : «

Art. 2.Ter verduidelijking van het criterium met betrekking tot de ruimtelijke ligging zoals bepaald in artikel 7, § 2, eerste lid van de wet worden volgende elementen in overweging genomen worden : 1° de inpassing van de handelsvestiging in de plaatselijke ontwikkelingsprojecten of binnen het kader van het stedenpatroon;2° de bereikbaarheid van de nieuwe vestiging via het openbaar vervoer en via individuele transportmiddelen;

Art. 3.Ter verduidelijking van het criterium met betrekking tot de bescherming van het stedelijk milieu zoals bepaald in artikel 7, § 2, eerste lid van de wet worden volgende elementen in overweging genomen : 1° het effect van de inplanting inzake duurzame mobiliteit, meer bepaald het gebruik van de ruimte en de verkeersveiligheid;2° Het effect van de inplanting van de handelsvestiging op de stadskern in het kader van de planologische vereisten.

Art. 4.Ter verduidelijking van het criterium met betrekking tot de consumentenbescherming zoals bepaald in artikel 7, § 2, eerste lid van de wet worden volgende elementen in overweging genomen: 1° de naleving van de vigerende wetgeving inzake consumentenbescherming;

Art. 5.Ter verduidelijking van het criterium met betrekking tot de sociale en arbeidswetgeving zoals bepaald in artikel 7, § 2, lid 1 van de wet worden volgende elementen in overweging genomen : 1° de naleving van de sociale wetgeving;2° de naleving van de arbeidswetgeving.»

Art. 2.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 28 december 2009.

Art. 3.De minister bevoegd voor K.M.O.'s en de minister bevoegd voor Economie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 13 januari 2010.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van K.M.O.'s, Mevr. S. LARUELLE De Minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen, V. VAN QUICKENBORNE

^