Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 10 november 2009
gepubliceerd op 26 november 2009

Koninklijk besluit houdende regeling betreffende de eer- en voorrangsbewijzen ten aanzien van het Grondwettelijk Hof

bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
numac
2009000778
pub.
26/11/2009
prom.
10/11/2009
ELI
eli/besluit/2009/11/10/2009000778/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

10 NOVEMBER 2009. - Koninklijk besluit houdende regeling betreffende de eer- en voorrangsbewijzen ten aanzien van het Grondwettelijk Hof


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de bijzondere wet van 6 januari 1989, inzonderheid op artikel 52, tweede lid;

Gelet op het koninklijk besluit van 16 februari 1984 houdende regeling betreffende de eer- en voorrangsbewijzen ten aanzien van het Arbitragehof;

Overwegende dat het Grondwettelijk Hof de bevoegdheid heeft om, bij wege van beroepen tot vernietiging die bij het Hof aanhangig worden gemaakt, normen die uitgaan van de Wetgevende Macht te vernietigen;

Overwegende dat bij het Grondwettelijk Hof prejudiciële vragen aanhangig kunnen worden gemaakt door alle hoven en rechtbanken van de Rechterlijke Orde, door de Raad van State en door elk ander jurisdictioneel orgaan, die zich dienen te voegen naar de arresten van het Hof;

Overwegende dat naar aanleiding van de uitbreiding van zijn bevoegdheden bij de grondwetswijziging van 15 juli 1988 en bij de bijzondere wetten van 6 januari 1989 en 9 maart 2003, uitbreiding die werd verankerd in de nieuwe benaming die in de Grondwet, zoals die werd gewijzigd op 7 mei 2007, aan het Hof werd toegekend, aan het Grondwettelijk Hof in de protocollaire orde een rang dient te worden verleend die beter overeenstemt met de plaats die het inneemt in het staatstelsel;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën geaccrediteerd bij de Federale overheidsdienst, Binnenlandse zaken, gegeven op 3 juli 2009;

Gelet op het advies van de Raad van State nr. 47088/2/V gegeven op 17 augustus 2009 in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van Onze Eerste Minister en van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In de protocollaire orde neemt het Grondwettelijk Hof rang onmiddellijk vóór het Hof van Cassatie.

Art. 2.De voorzitter in functie en de andere voorzitter van het Grondwettelijk Hof nemen rang onmiddellijk vóór de eerste voorzitter en de procureur-generaal van het Hof van Cassatie.

Art. 3.Wanneer zij op een officiële plechtigheid zijn uitgenodigd, volgen de referendarissen en de griffiers van het Grondwettelijk Hof, successievelijk en geplaatst volgens de orde van hun benoeming, na de rechters van het Grondwettelijk Hof, eveneens geplaatst volgens de orde van hun benoeming.

Art. 4.Het koninklijk besluit van 16 februari 1984 houdende regeling betreffende de eer- en voorrangsbewijzen ten aanzien van het Arbitragehof, wordt opgeheven.

Art. 5.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 6.Onze Eerste Minister en Onze Minister van Binnenlandse Zaken zijn belast, ieder wat hem betreft, met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 10 november 2009.

ALBERT Van Koningswege : De Eerste Minister, H. VAN ROMPUY De Minister van Binnenlandse Zaken, A. TURTELBOOM

^