Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 10 november 1998
gepubliceerd op 12 december 1998

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 februari 1997 tot uitvoering van artikel 37, § 3 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, houdende aanduiding van de farmaceutische producten waarvoor de verzekeringstegemoetkoming verschuldigd is op basis van forfaitaire bedragen

bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
numac
1998022719
pub.
12/12/1998
prom.
10/11/1998
ELI
eli/besluit/1998/11/10/1998022719/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

10 NOVEMBER 1998. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 februari 1997 tot uitvoering van artikel 37, § 3 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, houdende aanduiding van de farmaceutische producten waarvoor de verzekeringstegemoetkoming verschuldigd is op basis van forfaitaire bedragen


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, inzonderheid op artikel 37, § 3, gewijzigd door het koninklijk besluit van 21 februari 1997;

Gelet op het koninklijk besluit van 21 februari 1997 tot uitvoering van artikel 37, § 3, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, houdende aanduiding van de farmaceutische producten waarvoor de verzekeringstegemoetkoming verschuldigd is op basis van forfaitaire bedragen;

Gelet op het advies, uitgebracht door het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging op 23 maart 1998;

Gelet op het advies, uitgebracht door de Algemene Raad van de verzekering voor geneeskundige verzorging op 30 maart 1998;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 29 mei 1998;

Gelet op het besluit van de Ministerraad van 12 juni 1998 over de adviesaanvraag binnen een termijn van een maand;

Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 24 september 1998, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 1 van het koninklijk besluit van 21 februari 1997 tot uitvoering van artikel 37, § 3, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, houdende aanduiding van de farmaceutische producten waarvoor de verzekeringstegemoetkoming verschuldigd is op basis van forfaitaire bedragen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het woord « en » tussen de woorden « rechthebbenden » en « aangenomen » wordt vervangen door een komma; 2° tussen de woorden « VII.4.1 » en « van de bijlage » worden de woorden « , met uitzondering van VII.2.2, » ingevoegd; 3° tussen de woorden « gelijkgestelde producten » en « , is verschuldigd » worden de woorden « en ingeschreven in hoofdstuk I van de bijlage I van voornoemd koninklijk besluit » ingevoegd.

Art. 2.De bijlage « Medische situaties waarin het koninklijk besluit niet van toepassing is » bij hetzelfde koninklijk besluit wordt vervangen door de bijlage bij dit besluit.

Art. 3.Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een termijn van tien dagen die ingaat de dag na zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.

Art. 4.Onze Minister van Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 10 november 1998.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken, Mevr. M. DE GALAN

Bijlage Medische situaties waarin het koninklijk besluit niet van toepassing is 01 Incisie of drainage van een abces of een flegmone, gedocumenteerd met bacteriologie of medische beeldvorming. 02 Een ingreep voor een osteïtis of een osteomyelitis. 03 Een ingreep voor een geïnfecteerd(e) prothese, implantaat of greffe. 04 Een ingreep na radiotherapie van het operatiegebied. 05 Een ingreep voor een open beenfractuur.

Een ingreep voor een posttraumatische open wond : 06 met een pees-, kraakbeen-, periost- of synovialetsel; 07 gelokaliseerd ter hoogte van de externe genitaliën; 08 laattijdig na 6 uren behandeld; 09 een bijtwond. 10 Een ingreep bij een patiënt, opgenomen op een erkende dienst voor zware brandwonden, met een gedocumenteerde kolonisatie of infectie van het operatiegebied. 11 Reconstructieve heelkunde in geval van een uitgebreid decubitus ulcus.

Een abdominale ingreep in geval van : 12 een preoperatieve contaminatie van de abdominale holte; 13 een massale peroperatieve contaminatie van de abdominale holte of wond met darmvocht bij een patiënt met een darmobstructie, bevestigd door preoperatief radiologisch onderzoek; 14 een gangreen van een abdominaal orgaan; 15 een enteritis of colitis met microabcessen t.g.v. « inflammatory bowel disease »; 16 een acute diverticulitis; 17 een acute cholecystitis, bevestigd door medische beeldvorming of bacteriologie; 18 een evisceratie. 19 Een thoracale ingreep voor een posttraumatische penetrerende wond. 20 Een cardiale ingreep voor een geïnfecteerde hartklep.

Een vasculaire ingreep of een amputatie bij een patiënt met 21 een stadium IV vaatlijden; 22 diabetes mellitus. 23 Een gynaecologische ingreep bij een patiënt met een « Pelvic Inflammatory Disease ». 24 Een keizersnede in geval van bewezen anorectale of vaginale aanwezigheid van groep B streptococcen of in geval van amnionitis. 25 Oogheelkunde in geval van een posttraumatische open wond of in geval van een endoftalmitis. 26 Een K.N.O. of stomatologische ingreep met een postoperatieve neustamponade langer dan 24 uren.

Een urologische ingreep bij een patiënt met : 27 een urineweginfectie bevestigd door een preoperatieve urinekweek niet ouder dan 3 weken; 28 een inwendige of uitwendige urinecatheter die sedert meer dan 48 uren preoperatief aanwezig is. 29 Een orthopedische ingreep voor een septische artritis bevestigd door medische beeldvorming of bacteriologie. 30 Een orthopedische ingreep bij een patiënt met chronische reumatoïde artritis behandeld met corticoiden (G 6 mg methylprednisolone per dag of een equivalente dosis van een ander corticoïd). 31 Een orgaantransplantatie of een beenmergtransplantatie. 32 Een heringreep binnen de 2 weken na de primaire ingreep wegens nabloeding, dehiscentie van de operatiewond of accidenteel achtergelaten corpus alienum.

Een stomatologische, K.N.O., gastro-intestinale, urogenitale ingreep of een ingreep op de bovenste luchtwegen bij een patient met : 33 een matig risico voor een bacteriële endocarditis : (a) een verworven hartklepdisfunctie, (b) een hypertrofische hartmyopathie, (c) een prolaps van de mitralisklep met klepregurgitatie of verdikte klepbladen; 34 een hoog risico voor een bacteriële endocarditis : (a) een hartklepprothese (incl. bioprothese en homogreffe), (b) een bacteriële endocarditis in de voorgeschiedenis, (c) een cyanogene congenitale hartafwijking, (d) een chirurgisch aangelegde shunt tussen systeem- en longcirculatie. 35 Een ingreep bij een kind jonger dan 1 jaar.

Een ingreep bij een immunogecompromitteerde patiënt : 36 chronisch gebruik van corticoïden (G 16 mg methylprednisolon per dag sedert minstens 1 week of een equivalente dosis van een ander corticoïd); 37 chemotherapie voor oncologische aandoeningen of bepaalde systeemziekten; 38 ernstige bewezen cellulaire immuundeficiëntie; 39 na orgaantransplantatie of beenmergtransplantatie.

Een preoperatief bestaande infectie buiten het operatiegebied, waarvoor de antibiotherapie dient verdergezet tijdens de « immuniteitsperiode » (« immuniteitsperiode » = dag vóór, van en na de ingreep). De infectie is gedocumenteerd met medische beeldvorming of bacteriologie en situeert zich ter hoogte van : 40 de luchtwegen; 41 de urinewegen; 42 een andere localisatie dan (40) en (41).

Een postoperatieve infectieuze complicatie tijdens de « immuniteitsperiode », waarvoor een specifieke antimicrobiële behandeling gestart wordt : 43 een « ernstige sepsis » de dag van of na de ingreep; een « ernstige sepsis » is een sepsis geassocieerd met orgaandisfunctie, hypoperfusie of hypotensie; 44 een pneumonie de dag na de ingreep, gedocumenteerd met medische beeldvorming of bacteriologie.

Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 10 november 1998.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken, Mevr. M. DE GALAN

^