Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 10 augustus 2004
gepubliceerd op 03 september 2004

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 maart 1953 betreffende de handel in slachtvlees en houdende reglementering van de keuring der hier te lande geslachte dieren

bron
federale agentschap voor de veiligheid van de voedselketen
numac
2004022683
pub.
03/09/2004
prom.
10/08/2004
ELI
eli/besluit/2004/08/10/2004022683/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

10 AUGUSTUS 2004. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 maart 1953 betreffende de handel in slachtvlees en houdende reglementering van de keuring der hier te lande geslachte dieren


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel, inzonderheid op artikel 4;

Gelet op het koninklijk besluit van 9 maart 1953 betreffende de handel in slachtvlees en houdende reglementering van de keuring der hier te lande geslachte dieren, inzonderheid op artikel 4, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 19 augustus 1960 en 30 november 1982, en op de artikelen 5 en 6, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 november 1982;

Gelet op het advies van het raadgevend comité ingesteld bij het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, gegeven op 24 september 2003;

Gelet op het advies van het wetenschappelijk comité ingesteld bij het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, gegeven op 29 december 2003;

Gelet op het advies van de Minister van Financiën, gegeven op 21 januari 2004;

Gelet op het advies 37.153/3 van de Raad van State, gegeven op 24 mei 2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 4 van het koninklijk besluit van 9 maart 1953 betreffende de handel in slachtvlees en houdende reglementering van de keuring der hier te lande geslachte dieren, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 19 augustus 1960 en 30 november 1982, wordt vervangen als volgt : «

Art. 4.Wanneer de slachting van een slachtdier in een slachthuis plaatsvindt, moet de aangifte bedoeld in artikel 4 van de wet van 5 september 1952 gedaan worden bij de exploitant van het slachthuis, overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 4 juli 1996 betreffende de algemene en bijzondere exploitatievoorwaarden van de slachthuizen en andere inrichtingen. »

Art. 2.Artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 november 1982, wordt opgeheven.

Art. 3.Artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 november 1982, wordt vervangen als volgt : «

Art. 6.§ 1. Wanneer het de slachting betreft van een dier waarvan het vlees bestemd is voor de uitsluitende behoeften van de eigenaar en zijn huisgezin, hierna particuliere slachting genoemd, moet de eigenaar van het dier zich voorafgaandelijk laten identificeren bij het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen dat een registratienummer aan de eigenaar toekent. § 2. Een particuliere slachting is buiten het slachthuis alleen toegestaan als de aangifte door de eigenaar van het dier persoonlijk en ten minste twee werkdagen vooraf werd gedaan bij de gemeenteontvanger of de daartoe speciaal door de gemeente aangestelde ambtenaar.

Het gemeentebestuur stelt de plaatsen en tijdstippen vast waarop de aangiften in ontvangst worden genomen; aangiften moeten op elke werkdag kunnen worden gedaan.

De eigenaar van het dier is verplicht zijn registratienummer bedoel in § 1 op te geven.

De gemeenteontvanger of de voornoemde ambtenaar voert de slachtaangifte in het geïnformatiseerde register in middels de door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen aan de gemeente beschikbaar gestelde specifieke software. De gemeente stelt op haar kosten de vereiste informatica- en communicatie-uitrusting ter beschikking en zorgt voor het personeel dat nodig is om met deze uitrusting te werken.

De gemeenteontvanger of de voornoemde ambtenaar overhandigen een aangiftebewijs aan de eigenaar van het dier. Dit aangiftebewijs blijft acht dagen geldig.

Het bewijs wordt ten huize van de eigenaar van het dier bewaard ten minste tot op het einde van het jaar dat volgt op dat van de slachting.

De Minister bevoegd voor de Volksgezondheid kan de modellen van het register en van het aangiftebewijs bepalen. »

Art. 4.Het register bedoeld in artikel 6, § 2, van het bovenvermeld koninklijk besluit van 9 maart 1953, zoals gewijzigd bij dit besluit, mag in een niet geïnformatiseerde vorm worden bijgehouden gedurende een periode van twaalf maand vanaf de dag waarop dit besluit in werking treedt.

Art. 5.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de derde maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Art. 6.Onze Minister bevoegd voor de Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Nice, 10 augustus 2004.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE

^