Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 05 maart 2007
gepubliceerd op 28 maart 2007

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 februari 2006, gesloten in het Paritair Subcomité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en -diensten van de Vlaamse Gemeenschap, betreffende de loontoeslagen in het autonoom algemeen welzijnswerk

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2007200719
pub.
28/03/2007
prom.
05/03/2007
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

5 MAART 2007. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 februari 2006, gesloten in het Paritair Subcomité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en -diensten van de Vlaamse Gemeenschap, betreffende de loontoeslagen in het autonoom algemeen welzijnswerk (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en -diensten van de Vlaamse Gemeenschap;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 27 februari 2006, gesloten in het Paritair Subcomité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en -diensten van de Vlaamse Gemeenschap, betreffende de loontoeslagen in het autonoom algemeen welzijnswerk.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 5 maart 2007.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en -diensten van de Vlaamse Gemeenschap Collectieve arbeidsovereenkomst van 27 februari 2006 Loontoeslagen in het autonoom algemeen welzijnswerk (Overeenkomst geregistreerd op 7 juli 2006 onder het nummer 80334/CO/319.01) Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de werknemers die ressorteren onder het autonoom algemeen welzijnswerk zoals bepaald bij het decreet betreffende het algemeen welzijnswerk van 19 december 1997 en van het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet (28 april 1998), en eventueel opvolgende reglementering.

Onder "werknemers" wordt verstaan : het mannelijk en vrouwelijk werklieden- en bediendepersoneel.

Algemene bepalingen

Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst stelt de algemene regels vast die van toepassing zijn op voornoemde werkgevers en werknemers.

Aan de partijen wordt echter de vrijheid gelaten gunstigere voorwaarden overeen te komen, onder meer rekening houdende met de bekwaamheid of de persoonlijke verdiensten van de betrokkenen.

Met deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt geen afbreuk gedaan aan reeds bestaande bepalingen die voor de werknemers gunstiger zijn.

De bruto jaarlonen en/of bruto jaarwedden worden gelijkgesteld met het begrip bruto jaarsalaris zoals voorzien in artikel 2, 2° van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 1993 houdende de subsidiëring van de personeelskosten in bepaalde voorzieningen in de welzijnssector.

Om de overeenstemmende bruto maandlonen te bepalen, worden de geïndexeerde baremieke bruto jaarlonen gedeeld door twaalf.

Om de overeenstemmende bruto uurlonen te bepalen, worden de geïndexeerde baremieke bruto jaarlonen gedeeld door het getal 1976 (overeenkomend met een wekelijkse arbeidsduur van 38 uur x 52 weken).

Aangezien de loontoeslagen berekend worden overeenkomstig de lonen en wedden, worden zij berekend volgens dezelfde modaliteiten van koppeling aan de indexevolutie.

De loontoeslagen en weddesupplementen zijn al dan niet cumuleerbaar overeenkomstig de tabel gevoegd in bijlage aan deze collectieve arbeidsovereenkomst. Evenwel zal bij niet cumuleerbaarheid steeds de hoogste toeslag die voor de betrokken arbeidsprestatie kan gelden, toegekend worden.

Loontoeslag voor nachtdienst

Art. 3.§ 1. Actief nachtwerk Voor elk gepresteerd uur actief nachtwerk wordt een loontoeslag toegekend van 20 pct. van het bruto uurloon van de werknemer. § 2. Slapende nachtdienst Voor slapende nachtdienst wordt een loontoeslag voor minimum drie uur per nacht toegekend. In geval van actief nachtwerk gedurende de slapende nachtdienst, zal de gepresteerde werktijd dubbel tellen zonder dat in totaal acht uur bezoldiging kunnen overschreden worden.

Op de hiervoor toegekende bezoldiging wordt de loontoeslag toegekend van 20 pct. van het bruto uurloon van de werknemer. § 3. Algemene bepalingen De nachtdienst wordt omschreven zoals bepaald in de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 juli 1998 houdende telling van nachtdienst, slapende nachtdienst en vakantieverblijven.

De loontoeslagen voor actief nachtwerk en voor slapende nachtdienst worden toegekend tot maximaal per maand het bedrag van 10 pct. van het bruto maandloon van de betrokken werknemer.

Vanaf 1 januari 2006 wordt geen maandbegrenzing meer toegepast en worden bijgevolg alle loontoeslagen voor nachtprestaties effectief uitbetaald.

Loontoeslag voor zondagwerk

Art. 4.Voor elk gepresteerd uur op zondag (tussen nul en vierentwintig uur) wordt een loontoeslag van 100 pct. van het bruto uurloon van de werknemer toegekend.

Loontoeslag voor feestdagwerk

Art. 5.Voor elk gepresteerd uur op een wettelijke feestdag (tussen nul en vierentwintig uur) wordt een loontoeslag van 50 pct. van het bruto uurloon van de werknemer toegekend.

Loontoeslag voor zaterdagwerk

Art. 6.Voor elk gepresteerd uur op zaterdag (tussen nul en vierentwintig uur) wordt een loontoeslag toegekend in de vorm van een weddesupplement per uur.

Dit weddesupplement bedraagt 1,1651 EUR (47 BEF) per uur (geldende index op 1 juli 1999) en verder geïndexeerd overeenkomstig de lonen en wedden.

Het gedeelte van een uur wordt afgerond tot het volle uur indien het gelijk is of meer beloopt dan 30 minuten; het valt weg indien het deze duur niet bereikt.

Loontoeslag voor avondwerk

Art. 7.Voor maximaal 4 uur per dag op avonddienst (tussen 18 uur en 24 uur) wordt een loontoeslag toegekend in de vorm van een weddesupplement per uur, op voorwaarde evenwel dat er een ononderbroken arbeidsprestatie is van minimaal 3,5 uur in deze periode.

Dit weddesupplement bedraagt 1,1651 EUR (47 BEF) per uur (geldende index op 1 juli 1999) en verder geïndexeerd overeenkomstig de lonen en wedden.

Het gedeelte van een uur wordt afgerond tot het volle uur indien het gelijk is of meer beloopt dan 30 minuten; het valt weg indien het deze duur niet bereikt.

Het weddesupplement voor avondwerk geldt niet voor dezelfde arbeidsuren waarvoor de werknemer reeds de loontoeslag voor nachtdienst, zoals bepaald in artikel 3, ontvangt.

Dit artikel is van toepassing vanaf 1 januari 2000.

Onkostenvergoeding voor begeleiding tijdens vakantieverblijven

Art. 8.Voor elke dag arbeidsprestaties (inclusief de eerste en de laatste onvolledige dag) met de doelgroep van de organisatie en in opdracht van de organisatie waarbij de werknemer is tewerkgesteld, wordt een forfaitaire onkostenvergoeding toegekend van 28,48 EUR (1 149 BEF) (geldende index op 1 juli 1999) en verder geïndexeerd overeenkomstig de wedden en lonen.

Deze vergoeding geldt onverminderd de toepassing van de andere loontoeslagen en weddesupplementen vermeld in deze collectieve arbeidsovereenkomst.

Dit artikel houdt niet in dat de betrokken werknemers op basis van deze collectieve arbeidsovereenkomst tot arbeidsprestaties bij externe vakantieverblijven verplicht zouden zijn.

Slotbepalingen

Art. 9.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 september 1999, tenzij die bepalingen in artikelen waarbij anders is voorzien, en is gesloten voor onbepaalde tijd.

Zij kan worden opgezegd door elk van de partijen mits een opzegging van zes maanden gericht bij een ter post aangetekend schrijven aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en -diensten van de Vlaamse Gemeenschap.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt van op het ogenblik van haar inwerkingtreding de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 maart 1994 betreffende de loontoeslagen in de thuislozenzorg (koninklijk besluit van 18 november 1994 - Belgisch Staatsblad van 25 februari 1995).

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 5 maart 2007.

De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN

Bijlage aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 februari 2006, gesloten in het Paritair Subcomité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en -diensten van de Vlaamse Gemeenschap, betreffende de loontoeslagen in het autonoom algemeen welzijnswerk Tabel inzake de cumuleerbaarheid/niet cumuleerbaarheid van de loontoeslagen :

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

X = cumuleerbaar 0 = niet-cumuleerbaar Bij niet-cumuleerbaar wordt de hoogste loontoeslag die voor een betrokken arbeidsprestatie kan gelden toegekend. (1) niet-cumuleerbaar voor zover het om dezelfde arbeidsuren gaat. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 5 maart 2007.

De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN

^