Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 04 augustus 1999
gepubliceerd op 13 augustus 1999

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 mei 1999 betreffende de samenstelling en de werking van de federale ministeriële kabinetten en betreffende het personeel van de ministeries aangewezen om van het kabinet van een lid van een Regering of van een College van een Gemeenschap of een Gewest deel uit te maken

bron
diensten van de eerste minister
numac
1999021414
pub.
13/08/1999
prom.
04/08/1999
ELI
eli/besluit/1999/08/04/1999021414/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

4 AUGUSTUS 1999. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 mei 1999 betreffende de samenstelling en de werking van de federale ministeriële kabinetten en betreffende het personeel van de ministeries aangewezen om van het kabinet van een lid van een Regering of van een College van een Gemeenschap of een Gewest deel uit te maken


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de artikelen 37 en 107, tweede lid, van de Grondwet;

Gelet op het koninklijk besluit van 4 mei 1999 betreffende de samenstelling en de werking van de federale ministeriële kabinetten en betreffende het personeel van de ministeries aangewezen om van het kabinet van een lid van een Regering of van een College van een Gemeenschap of een Gewest deel uit te maken;

Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 22 juli 1999;

Gelet op het akkoord van Onze Minister van Begroting, gegeven op 23 juli 1999;

Gelet op het akkoord van Onze Minister van Ambtenarenzaken, gegeven op 22 juli 1999;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat het noodzakelijk is om onverwijld de beslissingen van de Regering betreffende de samenstelling van de ministeriële kabinetten uit te voeren opdat zij toepasselijk zouden zijn op de vorming van de nieuwe ministeriële kabinetten;

Op de voordracht van Onze Eerste Minister en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 5, eerste en derde lid, van het koninklijk besluit van 4 mei 1999 betreffende de samenstelling en de werking van de federale ministeriële kabinetten en betreffende het personeel van de ministeries aangewezen om van het kabinet van een lid van een Regering of van een College van een Gemeenschap of een Gewest deel uit te maken, wordt het getal « 39 » telkens vervangen door het getal « 30 ».

Art. 2.Artikel 6, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende leden : « Buiten het toegestane kader mag elk kabinet beschikken over : - één voltijds equivalent expert, waarvan de bezoldiging beperkt wordt tot die van een adviseur of een opdrachthouder; - andere experten, binnen de perken van de daartoe toegekende budgettaire middelen.

Deze experten worden aangewezen bij ministerieel besluit en hebben hetzelfde statuut als de andere kabinetsleden. ».

Art. 3.Artikel 12, laatste lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen door het volgende lid : « Mits het voorafgaand akkoord van de Eerste Minister, kunnen, voor de leden en de uitvoerende personeelsleden van niveau 2 en 2+, deze toelagen verhoogd worden binnen de perken van de daartoe toegekende budgettaire middelen. ».

Art. 4.In artikel 15, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « die onderstaande jaarlijkse bedragen niet mag te boven gaan : » vervangen door de woorden « waarvan het jaarlijks bedrag als volgt is vastgesteld : ».

Hetzelfde artikel wordt aangevuld met het volgende lid : « Mits het voorafgaand akkoord van de Eerste Minister, kunnen, voor de leden en de uitvoerende personeelsleden van niveau 2 en 2+, deze bedragen verhoogd worden binnen de perken van de daartoe toegekende budgettaire middelen. ».

Art. 5.In artikel 25, eerste en derde lid, van hetzelfde besluit wordt het getal « 31 » telkens vervangen door het getal « 22 ».

Art. 6.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 12 juli 1999.

Art. 7.Onze Eerste Minister en Onze Ministers en Staatssecretarissen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 4 augustus 1999.

ALBERT Van Koningswege : De Eerste Minister, G. VERHOFSTADT

^