gepubliceerd op 01 oktober 2026
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 maart 2026, gesloten in het Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel, betreffende de syndicale vorming
3 SEPTEMBER 2026. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 maart 2026, gesloten in het Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel, betreffende de syndicale vorming (1)
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel;
Op de voordracht van de Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 9 maart 2026, gesloten in het Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel, betreffende de syndicale vorming.
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 3 september 2026.
FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, D. CLARINVAL _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel Collectieve arbeidsovereenkomst van 9 maart 2026 Syndicale vorming (Overeenkomst geregistreerd op 23 maart 2026 onder het nummer 198803/CO/211) 1. Toepassingsgebied
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werknemers van de ondernemingen welke ressorteren onder het Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel.
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst regelt de toepassing van punt 7 van het nationaal professioneel akkoord van 15 juni 1971 betreffende de syndicale vorming. Deze regeling doet geen afbreuk aan bestaande afspraken, gebruiken en gewoonten op ondernemingsniveau die beter zijn. 2. Algemene beginselen
Art.3. Rekening houdend met de rol welke de vertegenwoordigers van de werknemers in de bedrijven vervullen menen de ondertekenende partijen dat het gepast is binnen de hiernavolgende grenzen hun faciliteiten te verlenen om vormingscursussen noodzakelijk voor de vervulling van hun taken in de beste voorwaarden bij te wonen.
Art. 4.Met dit doel komen de ondertekenende partijen modaliteiten overeen om de werknemersvertegenwoordigers toe te laten zonder loonverlies deel te nemen aan cursussen en symposiums : a) ingericht door de nationale of regionale syndicale organisaties of door hun beroepscentrales op tijdstippen welke met de normale werkroosters samenvallen b) strekkende tot de vervolmaking van hun economische sociale technische en syndicale kennis in hun rol van werknemersafgevaardigden.3. Toepassingsmodaliteiten
Art.5. De begunstigden van de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst zijn de effectieve en plaatsvervangende leden van : - de ondernemingsraden en; - de comités voor preventie en bescherming op het werk en; - de syndicale afvaardiging.
Nochtans kunnen in zekere uitzonderlijke omstandigheden bepaald per geval en bij gemeenschappelijk akkoord tussen het bedrijfshoofd en de syndicale afvaardiging een of meer mandatarissen zoals in het vorige lid vastgesteld worden vervangen door andere syndicale verantwoordelijken bij name aangewezen door de syndicale organisaties.
Art. 6.De afwezigheidduur voor de deelname aan de bij de artikelen 3 en 4 van deze collectieve arbeidsovereenkomst bedoelde cursussen en symposiums wordt op acht dagen per jaar per effectief en plaatsvervangend mandaat bepaald.
Het totaal aantal toegestane afwezigheidsdagen bij vorig lid bepaald wordt tussen de syndicale organisaties verdeeld in verhouding tot het aantal mandaten waarover deze in de drie vertegenwoordigende organen in iedere onderneming beschikken.
Art. 7.De syndicale organisaties kunnen het aantal afwezigheiddagen dat aan hun afgevaardigden op het vlak van de onderneming toekomt verdelen of toekennen volgens hun eigen criteria onder meer door een beurtrol in te stellen tussen de mogelijke begunstigden bedoeld bij artikel 5.
Art. 8.Het totaal aantal afwezigheiddagen bepaald bij artikel 6 kan in het beginsel niet van het ene op het andere jaar overgedragen worden tenzij gemotiveerde individuele afwijkingen
Art. 9.De werkgever verzekert aan de begunstigden hun normaal loon, voor de krachtens deze collectieve arbeidsovereenkomst toegestane afwezigheidsdagen.
Art. 10.De syndicale organisaties die deze collectieve arbeidsovereenkomst ondertekenen dienen ten laatste in de loop van de derde week vóór de aanvang van de cursus bij de directie van de betrokken ondernemingen een schriftelijke vraag in tot toelating van afwezigheid met het oog op het volgen van cursussen van syndicale vorming.
De werkgever is verplicht binnen de twee weken te antwoorden op de aanzegging van de vraag tot deelname aan de cursus; de afwezigheid van reactie van de werkgever binnen deze termijn staat gelijk met instemming.
Art. 11.De bij artikel 10 voorziene vraag houdt in : - een lijst met de namen van de syndicale mandatarissen voor wie om een toelating tot afwezigheid wordt verzocht; - de datum, de duur en de plaats van de ingerichte cursussen; - de thema's die onderwezen of bestudeerd zullen worden.
Art. 12.Om te voorkomen dat de gelijktijdige afwezigheid van verschillende werknemers die al dan niet tot dezelfde dienst behoren de algemene organisatie van het werk in de onderneming in het gedrang zou brengen, bepalen de directie en de syndicale afvaardiging of bij ontstentenis van deze laatste de betrokken syndicale organisatie in elk geval het maximum aantal toe te stane afwezigheidsdagen rekening houdend met de dienstvereisten. 4. Procedure
Art.13. Alle geschillen welke bij toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst optreden worden binnen het raam van de normale verzoeningsprocedure onderzocht. 5. Slotbepalingen
Art.14. De collectieve arbeidsovereenkomst van 18 juni 2007 betreffende syndicale vorming (geregistreerd onder het nr. 83890/CO/211) wordt opgeheven.
Art. 15.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 9 maart 2026 en is gesloten voor een onbepaalde tijd. Zij kan door elk van de partijen worden opgezegd mits een opzegging van drie maanden bij een per post aangetekend schrijven gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 3 september 2026.
De Minister van Werk, D. CLARINVAL