Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 03 juni 2003
gepubliceerd op 17 juni 2003

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 tot uitvoering van artikel 35, § 4, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg en federale overheidsdienst sociale zekerheid
numac
2003022663
pub.
17/06/2003
prom.
03/06/2003
ELI
eli/besluit/2003/06/03/2003022663/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

3 JUNI 2003. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 tot uitvoering van artikel 35, § 4, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, inzonderheid op artikel 35, § 4, vervangen bij de wet van 26 maart 1999;

Gelet op het koninklijk besluit van 7 mei 1999 tot uitvoering van artikel 35, § 4 van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 september 2000 en 7 juli 2002;

Gelet op het koninklijk besluit van 10 juni 2001 tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 5 november 2002;

Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid gegeven op 21 maart 2003;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 6 maart 2003;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 27 maart 2003;

Gelet op het besluit van de Ministerraad over het verzoek aan de Raad van State om advies te geven binnen een termijn van één maand;

Gelet op het advies nr. 35.222/1 van de Raad van State, gegeven op 8 mei 2003, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid en van Onze Minister van Sociale Zaken en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 1, §§ 1 en 2, van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 tot uitvoering van artikel 35, § 4, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, gewijzigd bij de besluiten van 17 september 2000 en 7 juli 2002, wordt vervangen als volgt : «

Artikel 1.- § 1. Werkgevers van de sector van de beschutte werkplaatsen die vallen onder het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen die werknemers tewerkstellen die zijn onderworpen aan het geheel der regelingen bedoeld in artikel 21, § 1, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, genieten voor elk van die werknemers per kwartaal een forfaitaire vermindering van de werkgeversbijdragen bedoeld in artikel 38, § 3, 1° tot 7° en § 3bis van dezelfde wet. De berekening van deze forfaitaire vermindering van werkgeversbijdragen gebeurt per tewerkstelling. Hij is gelijk aan het resultaat van onderstaande formules. Voor de berekening van deze formules wordt verstaan onder : 1° Tewerkstelling : een arbeidsverhouding als werknemer waarvan de volgende kenmerken ongewijzigd blijven : - de werkgeverscategorie waartoe de werkgever behoort, bepaald door de instelling belast met het innen van de sociale zekerheidsbijdragen; - de werknemerscategorie waartoe de werknemer behoort, bepaald door de voornoemde instelling belast met de inning; - de begindatum van de arbeidsverhouding; - de einddatum van de arbeidsverhouding; - het nummer van het paritair comité of sub-comité dat bevoegd is voor de uitgeoefende activiteit; - het aantal dagen per week van het arbeidsstelsel; - de contractueel gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van de werknemer; - de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van de maatpersoon; - het type arbeidsovereenkomst : voltijds of deeltijds; - in het voorkomend geval, het type maatregel tot reorganisatie van de arbeidstijd, waaronder de tewerkstelling gebeurt, zoals gedefinieerd door de voornoemde instelling belast met de inning; - in het voorkomend geval, het type maatregel ter bevordering van de werkgelegenheid, waaronder de tewerkstelling gebeurt, zoals gedefinieerd door de voornoemde instelling belast met de inning; - in het voorkomend geval, het bijzonder statuut van de werknemer; zoals gedefinieerd door de voornoemde instelling belast met de inning; - in het voorkomend geval, het feit dat de werknemer gepensioneerd is; - in het voorkomend geval, het type leerlingencontract, zoals gedefinieerd door de voornoemde instelling belast met de inning; - in het voorkomend geval, de bijzondere bezoldigingswijze : per stuk, per taak, per prestatie, op commissie, zoals gedefinieerd door de voornoemde instelling belast met de inning; - bij werknemers die geheel of gedeeltelijk met fooien of bedieningsgeld worden bezoldigd, voor de gelegenheidsarbeiders in de landbouw- en tuinbouwsectoren en voor de zeevissers, het functienummer, zoals gedefinieerd door de voornoemde instelling belast met de inning; - bij werknemers van luchtvaartmaatschappijen die aan boord van vliegtuigen werken en de militaire piloten, de categorie vliegend personeel waartoe zij behoren, zoals gedefinieerd door de voornoemde instelling belast met de inning; - bij onderwijzend personeel, de wijze van betaling van het loon : in tienden of in twaalfden.

Bij wijziging van minstens één van deze kenmerken heeft men te maken met een andere tewerkstelling van dezelfde werknemer. Periodes gedekt door een verbrekingsvergoeding vormen een onderscheiden tewerkstelling van periodes gedekt door een loon voor effectieve prestaties. 2° de factoren die betrekking hebben op de arbeidsduur : J = het aantal arbeidsdagen van een uitsluitend met dagen aangegeven tewerkstelling, zoals bedoeld in artikel 24 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, met uitsluiting van de dagen wettelijke vakantie voor handarbeiders, de dagen « inhaalrust bouwbedrijf » en de bijkomende vakantiedagen toegekend bij algemeen bindend verklaarde CAO, die niet door de werkgever betaald zijn. De dagen gedekt door een verbrekingsvergoeding komen niet in aanmerking voor de berekening van J. X = J, plus de dagen wettelijke vakantie voor handarbeiders van de tewerkstelling, plus de dagen « inhaalrust bouwbedrijf », plus de dagen van de tewerkstelling, bedoeld in het artikel 50 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en de bijkomende vakantiedagen toegekend bij algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomsten, die niet door de werkgever betaald zijn.

H = het aantal arbeidsuren van een met dagen en uren aangegeven tewerkstelling, overeenkomstig de hierboven gedefinieerde factor J. Z = H, plus de uren van de tewerkstelling die overeenstemmen met de wettelijke vakantie voor handarbeiders, plus de uren van de tewerkstelling die overeenstemmen met de dagen inhaalrust bouwbedrijf, plus de uren van de tewerkstelling, bedoeld in artikel 50 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

U = het aantal gemiddeld arbeidsuren per week van de maatpersoon.

D = het aantal arbeidsdagen per week van het arbeidsstelsel. µ = de prestatiebreuk. µ wordt op de volgende wijze bepaald : voor de tewerkstellingen die uitsluitend met dagen worden aangegeven : µ = X/13?D voor de tewerkstellingen die met dagen en uren worden aangegeven : µ = Z/13?U; µ wordt afgerond tot het tweede cijfer na de komma, 0,005 wordt naar boven afgerond 3° de factoren die betrekking hebben op het loon : W = de uitgekeerde loonmassa die per tewerkstelling driemaandelijks wordt aangegeven (tegen 100 %), met uitzondering van de vergoedingen die worden betaald ingevolge een verbreking van de arbeidsovereenkomst en die in arbeidsduur worden uitgedrukt en van de eindejaarspremies die betaald worden door tussenkomst van een derde persoon. De aldus bepaalde loonmassa per tewerkstelling dient in de volgende gevallen aangepast te worden vooraleer zij als berekeningsbasis kan dienen van S. Voor de categorieën van werknemers voor wie de eindejaarspremie door tussenkomst van een derde wordt uitbetaald, wordt de loonmassa voor van elke tewerkstelling van het kwartaal waarin de vermelde premie gewoonlijk wordt betaald, vermenigvuldigd met 1,25. Het resultaat van de vermenigvuldiging wordt tot de dichtstbijzijnde cent afgerond en 0,005 EUR wordt naar 0,01 EUR afgerond.

S = de loonmassa die in aanmerking genomen wordt om het basisbedrag R(t) van de vermindering te bepalen.

Voor de werkgevers die genieten van één van de verminderingen voorzien in het artikel 9 van het koninklijk besluit van 24 februari 1997 houdende nadere voorwaarden met betrekking tot de tewerkstellingsakkoorden in toepassing van artikel 7, § 2, 30, § 2, en 33 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen, in het koninklijk besluit van 24 november 1997 houdende nadere voorwaarden met betrekking tot de invoering van de arbeidsherverdelende bijdragevermindering in toepassing van artikel 7, § 2, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen of in Hoofdstuk II, Afdeling XI, onderafdeling 2 van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, wordt S forfaitair verminderd met 241,70 EUR per kwartaal. 4° de factoren die betrekking hebben op de vermindering van de werkgeversbijdragen : t = een periode van vier opeenvolgende kwartalen vanaf de datum van inwerkingtreding van dit artikel. R(t) = een vermindering van de socialezekerheidsbijdragen per kwartaal, voor een voltijds tewerkgestelde werknemer met volledige prestaties in het jaar t, t vertrekkende van 1.

P(t) = een vermindering van socialezekerheidsbijdragen per kwartaal voor een werknemer met onvolledige prestaties in het jaar t, t vertrekkende van 1.

F* = minimumforfait van de driemaandelijkse bijdragevermindering.

F* = 471 EUR M* = een forfait dat gebruikt wordt bij de berekening van de vermindering waarin voorzien wordt door dit huidig artikel, met M* = 210,71 EUR ss is een correctiecoefficiënt voor de voltijds tewerkgestelde werknemers met onvolledige prestaties en voor de deeltijds tewerkgestelde werknemers. ss is gelijk aan 1,25. § 2. De lastenverlaging geschiedt volgens de loonmassa S en de arbeidsduur in het kwartaal. Voor deze berekening wordt verstaan onder : 1° Loonmassa S a.de lastenverlaging hangt af van de zone waarin de loonmassa S van de tewerkstelling zich situeert. Hiertoe onderscheidt men vier zones die afgebakend worden door de waarden S0, S1 en S2 : S0 is gelijk aan 2.565,18 EUR;

S1 is gelijk aan 3.536,43 EUR;

S2 is gelijk aan 4.470,31 EUR. b. Om de loonmassa (S) te bepalen, gaat men als volgt te werk : 1) voor de tewerkstellingen uitsluitend aangegeven in dagen : S = het globaal referteloon gedeeld door J, waarbij het globaal referteloon gelijk is aan W?13?D.Het globaal referteloon wordt niet afgerond, maar het resultaat van de deling wordt afgerond tot de dichtstbijzijnde cent, waarbij 0,005 EUR naar 0,01 EUR wordt afgerond; 2) voor de tewerkstellingen aangegeven in dagen en uren : S = het globaal referteloon gedeeld door H, waarbij het globaal referteloon gelijk is aan W?13?U.Het globaal referteloon wordt niet afgerond, maar het resultaat van de deling wordt afgerond tot de dichtstbijzijnde cent, waarbij 0,005 EUR naar 0,01 EUR wordt afgerond; 3) daarenboven, voor de tewerkstelling waarvoor één van de verminderingen voorzien in het artikel 9 van het koninklijk besluit van 24 februari 1997 houdende nadere voorwaarden met betrekking tot de tewerkstellingsakkoorden in toepassing van artikel 7, § 2, 30, § 2, en 33 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen, in het koninklijk besluit van 24 november 1997 houdende nadere voorwaarden met betrekking tot de invoering van de arbeidsherverdelende bijdragevermindering in toepassing van artikel 7, § 2, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen of in Hoofdstuk II, Afdeling VI, onderafdeling 2 van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen wordt verlenen, wordt S forfaitair verminderd met 241,70 EUR.c. Naar gelang van de zone waarin de op die manier verkregen loonmassa (S) zich bevindt, wordt er voor de tewerkstelling één van de volgende 4 regelingen van bijdragevermindering toegepast : 1° S is kleiner dan of gelijk aan S0 : R(t) = F* 2° S is groter dan S0 en kleiner dan of gelijk aan S1 : R(t) = M* + 525,68 3) S is groter dan S1 en kleiner of gelijk aan S 2 : R(t) = M* + 525,68 - a(S - S1) met a = (M* +525,68) - F*/S2-S1, a wordt tot op het vierde cijfer na de komma afgerond, 0,00005 wordt naar boven afgerond. R(t) wordt tot de dichtstbijzijnde cent afgerond, en 0,005 EUR wordt naar 0,01 EUR afgerond. 4° S is groter dan S2 : R(t) = F* 2° de arbeidsduur in het kwartaal. De vermindering van de bijdragen bedoeld in 1° wordt aangepast in functie van de prestaties van de tewerkstelling, de coëfficiënt d en de coëfficiënt ss; R(t) en P(t) worden naar de dichtstbijzijnde cent afgerond, waarbij 0,005 EUR wordt afgerond naar 0,01 EUR : ss is een correctiecoefficiënt waardoor bij de berekening van P(t) uit R(t) de werknemers met deeltijdse prestaties het recht openen op een relatief hoger verminderingsbedrag. Hij wordt gebruikt in de afzonderlijke berekening van P(t) voor elke tewerkstelling. ss is gelijk aan 1,25. d is een reductiefactor die moet vermijden dat P(t) groter zou kunnen worden dan R(t). d wordt berekend uit ss en uit de globale prestatiebreuk µ(glob) van de natuurlijke persoon. d wordt, in combinatie met de prestatiebreuk µ van de tewerkstelling, gebruikt bij de afzonderlijke berekening van P(t) voor elke tewerkstelling.

De globale prestatiebreuk µ(glob) van een natuurlijke persoon wordt bekomen door de prestatiebreuken µ van alle tewerkstellingen van deze natuurlijke persoon bij elkaar op te tellen, met uitsluiting van de tewerkstellingen die uitsluitend overeenkomen met de dagen gedekt door een verbrekingsvergoeding. d wordt berekend als volgt : - als µ(glob) kleiner is dan of gelijk is aan 1/ss, is d = 1; - als µ(glob) groter is dan 1/ss, is d gelijk aan 1 gedeeld door het product van µ (glob) en ss; wordt afgerond tot het vierde cijfer na de komma, waarbij 0,00005 naar boven wordt afgerond.

Voor elke tewerkstelling van een natuurlijke personen P(t) = R(t) ?ss?µ?d »

Art. 2.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2003.

Art. 3.Onze Minister van Werkgelegenheid en Onze Minister van Sociale Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 3 juni 2003.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Sociale Zaken, F. VANDENBROUCKE

^