Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 02 oktober 2026
gepubliceerd op 09 oktober 2026

Koninklijk besluit houdende wijziging van het koninklijk besluit van 25 april 2005 tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten

bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken en federale overheidsdienst justitie
numac
2026007388
pub.
09/10/2026
prom.
02/10/2026
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

2 OKTOBER 2026. - Koninklijk besluit houdende wijziging van het koninklijk besluit van 25 april 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/04/2005 pub. 06/10/2005 numac 2005002101 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten sluiten tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het gevangeniswezen staat onder druk ten gevolge van de aanhoudende overbevolking in combinatie met de personeelstekorten. Op 15 juni 2026 bedroeg de gevangenispopulatie 13.638 gedetineerden, waarvan 671 gedetineerden op een matras op de grond slapen.

De huidige capaciteit bedraagt 11.296 plaatsen, wat neerkomt op een overbevolkingsgraad van meer dan 20%. Omwille van de aanhoudende overbevolking heeft de regering op 20 maart 2026 een akkoord bereikt over bijkomende noodmaatregelen en andere maatregelen op korte en middellange termijn om de overbevolking aan te pakken. De maatregelen hebben als doel om het aantal grondslapers terug te dringen door meer in te zetten op elektronisch toezicht, een versnelde terugkeer van gedetineerden zonder wettig verblijf, meer detentiecapaciteit en een snellere doorstroom van geïnterneerden.

Om de problematiek van de overbevolking aan te pakken, werd beslist om tegen eind 2028 1.300 extra detentieplaatsen bij te creëren door bestaande gevangenissen langer open te houden, de capaciteit van de bestaande gevangenissen te verhogen, door nieuwe gevangenissen in gebruik te nemen en door modulaire units te plaatsen op de sites van bestaande gevangenissen. Deze uitbreiding van de detentiecapaciteit zorgt op korte termijn voor een bijkomende personeelsbehoefte.

Naast de problematiek van de overbevolking kampt het gevangeniswezen, door de krapte op de arbeidsmarkt, met aanhoudende personeelstekorten.

Het nationale personeelskader voor het bewakend personeel bedraagt in totaal 7617 FTE. Dat kader is slechts voor 95% ingevuld. Ondanks de vele inspanningen op vlak van aanwerving en employer branding zijn de personeelstekorten in bepaalde regio's nog hoger.

De overbevolking in combinatie met de aanhoudende personeelstekorten zorgen voor een bijzonder grote werkdruk op het penitentiair personeel, maar tevens voor onveilige werkomstandigheden en mensonwaardige leefomstandigheden voor gedetineerden.

De combinatie van de overbevolking waardoor op korte termijn bijkomende capaciteit moet worden voorzien, de bijkomende personeelsbehoeften omwille van de overbevolking, de aanhoudende personeelstekorten en de krapte op de arbeidsmarkt noopt ons ertoe om bijkomende maatregelen te nemen om op heel korte termijn bijkomende personeelsleden aan te werven om de leefomstandigheden van de gedetineerden te verbeteren, maar ook om de veiligheid binnen en buiten de gevangenissen te garanderen.

Tegelijkertijd vormt een doeltreffend terugkeerbeleid een cruciale prioriteit. Deze vereist een versterking van de doeltreffendheid van de verwijderingsketen.

Een van de maatregelen die door de regering werd genomen betreft de wens om de terugkeer van gedetineerden zonder wettig verblijf te versnellen en tegelijkertijd aanzienlijk te verhogen. Deze noodzaak is des te dringender omdat het beheer van de overbevolking in de gevangenissen een rechtstreekse druk uitoefent op het asiel- en migratiebeleid. Een aanzienlijk deel van de gevangenispopulatie bestaat immers uit vreemdelingen zonder verblijfsrecht, wier voortgezet verblijf in detentie, bij gebrek aan onmiddellijke perspectieven op verwijdering, bijdraagt aan de verzadiging van de penitentiaire infrastructuur. Op dit moment zien we reeds de impact van de prioriteit die deze regering geeft aan de terugkeer van gedetineerden zonder recht op verblijf. De terugkeer van deze groep lag in 2025 reeds 25% hoger dan in 2024, in 2026 zien we daarnaast een verdere stijging waardoor de druk op de gevangenissen niet verder stijgt en zelfs afneemt wat betreft gedetineerden zonder recht op verblijf. Daarnaast blijkt uit cijfers dat het aandeel ex-gedetineerden die via een gesloten centrum van het grondgebied wordt verwijderd in 2025 reeds 5% hoger lag dan in 2024. Dit toont aan dat de Dienst Vreemdelingenzaken maximaal prioriteit geeft aan het verlagen van de druk van de gevangenissen en sterk inzet op de terugkeer van gedetineerden. Het is daarom cruciaal dat het personeelsbestand van de terugkeerdiensten en de gesloten centra de komende jaren voldoende hoog is zodat maximaal kan worden ingezet op de verhoging van de terugkeer.

Specifiek voor de gesloten centra betekent dit dat alle bestaande vleugels open kunnen blijven en dus de maximale capaciteit kan worden benut. De huidige gesloten centra kampen echter reeds met een structureel personeelstekort dat dringend moet worden aangepakt, zeker gezien de gangbare en verwachte natuurlijke uitstroom door bijvoorbeeld pensioneringen. Voor de nieuwe gesloten centra in Steenokkerzeel (eind oktober 2026), Jabbeke (2028) en Jumet (2028) betekent dit dat deze zo snel mogelijke operationeel moeten worden na afloop van de bouwwerken. Een verhoogd aantal plaatsen in gesloten centra zal een grote impact hebben op de overbevolking, doordat een verhoogde en versnelde terugkeer mogelijk wordt van personen die door de politie worden aangebracht na het plegen van gerechtelijke feiten en die eventueel later gerechtelijk zouden kunnen worden aangehouden.

In die zin werkt DVZ preventief en wordt de instroom naar de gevangenissen op die manier ingeperkt. Heel concreet zijn de werken van het nieuwe Vertrekkerscentrum in Steenokkerzeel eind oktober 2026 afgerond en dient het personeel operationeel te kunnen starten op 1 januari 2027.

De geplande capaciteitsuitbreiding in de komende jaren zal deze druk verder verhogen, waardoor de aanwerving van nieuwe personeelsleden op korte termijn cruciaal is. Deze personeelsversterking is een absolute voorwaarde om de werking van de nieuwe sites te garanderen zonder het bestaande systeem te verlammen en tegelijkertijd de beslissingscapaciteit te ondersteunen om sneller uitspraak te kunnen doen over de verzoeken tot internationale bescherming. Daarbij komt dat bij dat het nieuwe Asiel- en Migratiepact sinds 12 juni in werking is getreden. Ook hiervoor dient op korte termijn een groot aantal extra personeelsleden te worden aangeworven op korte termijn.

Aangezien ook vanuit gevangenissen verzoeken tot internationale bescherming worden ingediend moeten deze versneld worden behandeld met het oog op de organisatie van een eventuele latere terugkeer indien zou blijken dat iemand geen bescherming heeft gekregen van het CGVS. De versterking van de verwijderingsketen vormt dus een onmisbaar beheersinstrument dat rechtstreeks een impact kan hebben op de aanpak van de overbevolking.

Deze situatie rechtvaardigt het nemen van uitzonderlijke maatregelen om op korte termijn extra personeel aan te werven ter versterking van de personeelsbestanden die belast zijn met deze opdrachten.

Bij de uitwerking van deze uitzonderlijke maatregelen heeft de overheid met de grootste aandacht toegezien op de verenigbaarheid van dit afwijkende mechanisme met het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie dat verankerd is in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.

Ter herinnering: volgens een vaste rechtspraak is dit de reikwijdte van deze fundamentele beginselen: "De grondwettelijke regels van de gelijkheid en de niet-discriminatie sluiten niet uit dat een verschil in behandeling tussen categorieën van personen wordt ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief criterium berust en het redelijk verantwoord is. Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het gelijkheidsbeginsel is geschonden wanneer vaststaat dat er geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de aangewende middelen en het beoogde doel." In dit verband, en om volledig tegemoet te komen aan de opmerkingen van de afdeling Wetgeving, is het dispositief van dit besluit aangevuld om daarin rechtstreeks de criteria en procedurele waarborgen op te nemen die de objectiviteit en de kwaliteit van de in het vooruitzicht gestelde aanwervingen moeten waarborgen (artikel 2). Het is belangrijk te onderstrepen dat: - de invoering van deze wervingsmethode de traditionele wervingsprocedures niet vervangt, maar een aanvullend en subsidiair kanaal vormt. Als er actieve wervingsreserves bestaan (met inbegrip van bevorderings- of overgangsreserves) voor de beoogde functies, krijgen die voorrang. De afwijkende regeling is dus strikt beperkt tot het invullen van de dringende behoeften waaraan niet via de gebruikelijke kanalen kan worden voldaan; - de regeling op procedureel vlak voortaan voorziet in een strikt kader: bekendmaking van de vacatures op het officiële portaal van de FOD BOSA, verplicht gebruik van de gestandaardiseerde STAR-methode door gecertificeerde evaluatoren, gebruik van een geharmoniseerd formulier voor de evaluatie van de motivatie en verplichte ondertekening van de deontologische code voor assessoren van het DG Rekrutering en Ontwikkeling van de FOD BOSA, waardoor elke vorm van partijdigheid wordt uitgesloten. Bovendien wordt de sociale controle gewaarborgd doordat de procedures worden meegedeeld aan de vakorganisaties, die het recht hebben om als waarnemers aanwezig te zijn.

Deze maatregel is tijdelijk en van toepassing voor de periode nodig om de geplande bijkomende capaciteit in gebruik te nemen. Rekening houdend met mogelijke vertragingen in de bouw van bijkomende infrastructuur is het daarom gepast om de maatregel van toepassing te maken tot mei 2029.

Wat betreft de uitbreiding van het mechanisme tot en met 31 mei 2029: die wordt bepaald door technische en infrastructurele vereisten. Deze maatregel is intrinsiek tijdelijk: ze is afgestemd op de kalender van de ingebruikname van de geplande extra capaciteit, waarvan de realisatie vertragingen kan oplopen buiten de wil van de diensten om.

Zoals de Raad van State onderstreept, zal de toekenning van overeenkomsten van onbepaalde duur voor bepaalde functies gevolgen hebben die verder reiken dan de louter tijdelijke aard van de maatregel. Die mogelijkheid blijkt echter evenredig te zijn gezien het nagestreefde legitieme doel, namelijk het invullen van de dringende personeelsbehoeften.

Zowel de gevangenissen als de gesloten centra kennen lastige arbeidsomstandigheden, waardoor het bijzonder moeilijk is om personeel aan te werven. De aantrekkelijkheid van deze kritieke functies hangt dan ook af van het aanbod van een stabiel dienstverband. Door het sluiten van overeenkomsten van onbepaalde duur mogelijk te maken, wil de overheid voldoende kandidaten aantrekken om de dringende behoeften in te vullen en de geplande nieuwe capaciteit in gebruik te kunnen nemen. Die stabiliteit beoogt ook te voorkomen dat mensen de organisatie snel verlaten, wat vaak te maken heeft met het onzekere karakter van de arbeidsovereenkomst.

Gezien het belang van de personeelsbehoeften waarin moet worden voorzien, veroorzaakt dat soort natuurlijk verloop, dat geen grote moeilijkheden oplevert in normale omstandigheden, een veel hogere organisatorische en menselijke kostprijs in de betrokken diensten, die al voortdurend met personeelstekorten te kampen hebben.

Bovendien zou de verplichting om gebruik te maken van verlengbare arbeidsovereenkomsten van één jaar de rekruterende diensten, die al onder aanzienlijke druk staan, dubbel werk opleveren, wat de doeltreffendheid en snelheid van de maatregel zou ondermijnen.

Artikelsgewijze bespreking

Artikel 1 strekt ertoe de twee betrokken Federale Overheidsdiensten de mogelijkheid te bieden om beroep te doen op kwalitatieve, efficiënte en snelle selectieprocedures om te voldoen aan hun meest dringende behoeften inzake contractueel personeel dat belast is met functies die verband houden met de verwijderingsketen, evenals met de specifieke opdrachten binnen de gevangenissen.

Om aan deze dringende behoeften te voldoen, staat het ontwerp van koninklijk besluit een tijdelijke afwijking toe op de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst zoals bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, 4°, 4 en 5, van het koninklijk besluit van 25 april 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/04/2005 pub. 06/10/2005 numac 2005002101 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten sluiten tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten. Deze maatregel is noodzakelijk omdat het onmogelijk is om aan deze behoeften te voldoen via de traditionele procedures, waarvan de termijnen onverenigbaar zijn met de huidige urgentie. Deze urgentie is des te kritieker daar de overbevolking in de gevangenissen en het asiel- en migratiebeleid een wederzijdse en rechtstreekse druk uitoefenen op hun respectieve beheer.

Artikel 2 komt tegemoet aan de opmerkingen van de Raad van State door de minimumwaarborgen van de afwijkende selectieprocedure rechtstreeks in het dispositief op te nemen.

Die regels (bekendmaking via de FOD BOSA, de STAR-methode, opgeleide jury's en aanwezigheid van de vakorganisaties) waarborgen de transparantie en de objectiviteit van de procedures. Zo waarborgen ze dat het mechanisme in overeenstemming is met het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie (artikelen 10 en 11 van de Grondwet), ondanks de door de hoogdringendheid ingegeven vereenvoudiging van de procedure.

Voor het overige blijven alle voorwaarden met betrekking tot de indienstneming bij arbeidsovereenkomst, zoals opgenomen in het koninklijk besluit van 25 april 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/04/2005 pub. 06/10/2005 numac 2005002101 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten sluiten tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten, van toepassing.

Artikel 3 bepaalt het ontwerp van koninklijk besluit dat de tijdelijke afwijking van de klassieke selectieprocedures zal worden beëindigd op 31 mei 2029.

Wij hebben de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Minister van Asiel en Migratie, A. VAN BOSSUYT De Minister van Justitie, A. VERLINDEN De Minister van Ambtenarenzaken, V. MATZ


Raad van State afdeling Wetgeving Advies 80.029/2/V van 14 september 2026 over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende wijziging van het koninklijk besluit van 25 april 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/04/2005 pub. 06/10/2005 numac 2005002101 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten sluiten tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten' Op 7 september 2026 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Justitie, belast met Noordzee verzocht binnen een termijn van vijf werkdagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende wijziging van het koninklijk besluit van 25 april 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/04/2005 pub. 06/10/2005 numac 2005002101 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten sluiten tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten'.

Het ontwerp is door de tweede vakantiekamer onderzocht op 14 september 2026 . De kamer was samengesteld uit Bernard Blero, kamervoorzitter, Géraldine Rosoux en Dimitri Yernault, staatsraden, en Béatrice Drapier Facco, griffier.

Het verslag is uitgebracht door Roger Wimmer, eerste auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Géraldine Rosoux.

Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 14 september 2026 .

Volgens artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten `op de Raad van State', gecoördineerd op 12 januari 1973, moeten in de adviesaanvraag in het bijzonder de redenen worden opgegeven tot staving van het spoedeisende karakter ervan.

In het onderhavige geval luidt de motivering in de brief met de adviesaanvraag als volgt: "De hoogdringendheid in het licht van artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan als volgt worden verantwoord: ? Wat de gevangenissen betreft: door het feit dat de aanhoudende overbevolking in combinatie met de aanzienlijke personeelstekorten omstandigheden veroorzaken waardoor de Federale Overheidsdienst Justitie snel een groot aantal personeelsleden moet kunnen aanwerven.

Deze versterking is onontbeerlijk om de overbevolking aan te pakken, de werklast voor het gevangenispersoneel beheersbaar te maken, de leefomstandigheden van de gedetineerden te verbeteren en de veiligheid binnen en buiten de gevangenis te garanderen; ? Wat de diensten van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken betreft die belast zijn met asiel en de verwijderingsketen: door de noodzaak om de beslissingscapaciteit inzake asiel en de efficiëntie van de verwijderingsketen snel te versterken. Deze maatregel is des te dwingender daar het ontbreken van onmiddellijke verwijderingsvooruitzichten voor vreemdelingen zonder verblijfstitel rechtstreeks bijdraagt tot de overbevolking in de gevangenissen. Deze situatie, gecombineerd met een herhaaldelijk personeelstekort, verslechtert zowel de levensomstandigheden van de bewoners als de werkomstandigheden en de veiligheid van het personeel, wat deze versterking onontbeerlijk maakt; ? Wat de beide diensten betreft: door de aanhoudende crisis waarmee België kampt in de penitentiaire sector. De onderlinge afhankelijkheid van deze twee overheidsdiensten vereist een onmiddellijk en gecoördineerd antwoord om een inbreuk op de veiligheid en een onderbreking van de continuïteit van de openbare dienstverlening te voorkomen." Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten `op de Raad van State', gecoördineerd op 12 januari 1973, beperkt de afdeling Wetgeving zich, overeenkomstig artikel 84, § 3, van de gecoördineerde wetten, tot het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, de rechtsgrond en de vraag of de voorgeschreven vormvereisten zijn vervuld.

Wat die drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.

Onderzoek van het ontwerp Algemene opmerkingen 1. Artikel 1 van het ontwerp beoogt voor sommige personeelsleden van twee overheidsdiensten - de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken en de federale overheidsdienst Justitie - te voorzien in een tijdelijke afwijking van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst.De regeling die wordt ingevoerd, wijkt af van de voorwaarden bepaald in de artikelen 2, eerste lid, 4°, 4 en 5, van het koninklijk besluit van 25 april 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/04/2005 pub. 06/10/2005 numac 2005002101 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten sluiten `tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten'. Het gaat binnen de twee betrokken diensten meer bepaald om het contractueel personeel dat in gevangenissen of, in het kader van het "terugkeerbeleid", in gesloten centra bepaalde functies uitoefent of bepaalde graden heeft.

Die afwijking zal "buiten werking treden op 31 mei 2029" (artikel 2, tweede lid, van het ontwerp). 2.1. Het koninklijk besluit van 25 april 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/04/2005 pub. 06/10/2005 numac 2005002101 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten sluiten is, krachtens artikel 1 ervan, van toepassing "op de diensten vermeld in artikel 1 van de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken (...)".

De artikelen 2, eerste lid, 4°, 4 en 5, van het koninklijk besluit van 25 april 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/04/2005 pub. 06/10/2005 numac 2005002101 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten sluiten luiden als volgt: "

Art. 2.Om bij een arbeidsovereenkomst in dienst te worden genomen, moeten de personen: (...) 4° slagen voor: a) een vergelijkende selectie met een niet verstreken geldigheidsduur en in overeenstemming met het niveau van de uit te oefenen functie;b) bij ontstentenis van een selectie bedoeld in de bepaling onder a), een selectietest met het oog op indienstneming bij arbeidsovereenkomst in overeenstemming met het niveau van de uit te oefenen functie of met het functieprofiel;c) de eerste module bedoeld in artikel 20, § 2, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel van een vergelijkende selectie die overeenstemt met het niveau van de uit te oefenen functie, bij ontstentenis van een selectie bedoeld in de bepalingen onder a) en b). (...)

Art. 4.Het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning bezorgt de betrokken overheidsdienst een lijst van geschikte kandidaten.

Art. 5.De in artikel 2, eerste lid, 4°, b, bedoelde selectietest wordt door het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning georganiseerd.

De directeur-generaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning kan op basis van een certificeringsniveau De praktische organisatie van de procedure van de selectietest bedoeld in artikel 2, eerste lid, 4°, b, delegeren aan personeelsleden en diensten van het federaal administratief openbaar ambt bedoeld in artikel 1 van de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken.

De directeur-generaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning legt maximum zes certificeringsniveaus vast. (...)." 2.2. In het kader van de crisis waarvan sprake is in de brief met de adviesaanvraag wordt wat de overbevolking in de gevangenissen betreft in het verslag aan de Koning melding gemaakt van de beslissing om "tegen eind 2028 1.300 extra detentieplaatsen bij te creëren" en van het feit dat "[h]et nationale personeelskader voor het bewakend personeel (...) in totaal 7617 FTE [bedraagt]" en "slechts voor 95% ingevuld [is]". Wat het asiel- en migratiebeleid betreft, heeft het verslag aan de Koning het over "de wens om de terugkeer van gedetineerden zonder wettig verblijf te versnellen en tegelijkertijd aanzienlijk te verhogen" en over cijfers waaruit "blijkt (...) dat het aandeel ex-gedetineerden die via een gesloten centrum van het grondgebied wordt verwijderd in 2025 reeds 5% hoger lag dan in 2024" en over het feit dat de "nieuwe gesloten centra in Steenokkerzeel (eind oktober 2026), Jabbeke (2028) en Jumet (2028)" "zo snel mogelijk operationeel moeten worden": "Heel concreet zijn de werken van het nieuwe Vertrekkerscentrum in Steenokkerzeel eind oktober 2026 afgerond en dient het personeel operationeel te kunnen starten op 1 januari 2027." In de bespreking van het artikel staat het volgende: "Artikel 1 strekt ertoe de twee betrokken Federale Overheidsdiensten de mogelijkheid te bieden om beroep te doen op kwalitatieve, efficiënte en snelle selectieprocedures om te voldoen aan hun meest dringende behoeften inzake contractueel personeel dat belast is met functies die verband houden met de verwijderingsketen, evenals met de specifieke opdrachten binnen de gevangenissen.

Om aan deze dringende behoeften te voldoen, staat het ontwerp van koninklijk besluit een tijdelijke afwijking toe op de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst zoals bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, 4°, 4 en 5, van het koninklijk besluit van 25 april 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/04/2005 pub. 06/10/2005 numac 2005002101 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten sluiten tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten. Deze maatregel is noodzakelijk omdat het onmogelijk is om aan deze behoeften te voldoen via de traditionele procedures, waarvan de termijnen onverenigbaar zijn met de huidige urgentie. Deze urgentie is des te kritieker daar de overbevolking in de gevangenissen en het asiel- en migratiebeleid een wederzijdse en rechtstreekse druk uitoefenen op hun respectieve beheer.

In het belang van een kwalitatieve selectie zullen de vacante betrekkingen worden gepubliceerd op de website van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning werkenvoor.be en zullen de selectiejury's in de mate van het mogelijke worden voorgezeten door personeelsleden die door het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning werden gecertificeerd of die een certificeringstraject bij deze directoraat-generaal hebben aangevangen.

Voorts kan er voor het beheer van die selecties gebruik worden gemaakt van de platformen die door de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning zijn vastgelegd.

Voor het overige blijven alle voorwaarden met betrekking tot de indienstneming bij arbeidsovereenkomst, zoals opgenomen in het koninklijk besluit van 25 april 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/04/2005 pub. 06/10/2005 numac 2005002101 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten sluiten tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten, van toepassing.

Artikel 2 bepaalt (...) dat de tijdelijke afwijking van de klassieke selectieprocedures zal worden beëindigd op 31 mei 2029." 3.1. Het ontworpen besluit strekt ertoe voor sommige contractuele personeelsleden van de twee federale overheidsdiensten een regeling in te voeren die afwijkt van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst.

Wat betreft de toegang tot bepaalde functies die bij arbeidsovereenkomst worden uitgeoefend, zorgt een dergelijke regeling voor een verschil in behandeling tussen de betrokken (kandidaat-)contractuelen op wie de ontworpen afwijkende regeling van toepassing zal zijn, en alle andere (kandidaat-)contractuelen van de diensten bedoeld in artikel 1 van de wet van 22 juli 2003, voor wie de selectieprocedure geldt waarin de artikelen 2, eerste lid, 4°, 4 en 5, van het koninklijk besluit van 25 april 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/04/2005 pub. 06/10/2005 numac 2005002101 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten sluiten voorzien.

De steller van het ontwerp moet kunnen aantonen dat de erin voorziene afwijking van de in het koninklijk besluit van 25 april 2025 bepaalde voorwaarden voor indienstneming bij arbeidsovereenkomst verenigbaar is met het beginsel van gelijkheid en non-discriminatie dat in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet verankerd is.(1) 3.2. In casu vermeldt de steller van het ontwerp de uitzonderlijke omstandigheden die ervoor zorgen dat in de twee betrokken diensten snel in bepaalde betrekkingen moet worden voorzien, meer bepaald om aan dringende behoeften te voldoen inzake het personeel van de gevangenissen en de detentiecentra, hetgeen een legitiem doel vormt.

De afwijking van de artikelen 2, eerste lid, 4°, 4 en 5, van het koninklijk besluit van 25 april 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/04/2005 pub. 06/10/2005 numac 2005002101 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten sluiten heeft evenwel tot gevolg dat er in het kader van de indienstnemingsprocedure geen selectiecriteria en ook geen procedureregels meer gelden. In het dispositief worden immers enkel de functies en graden opgesomd waarop de procedure bepaald in de artikelen 2, eerste lid, 4°, 4 en 5, niet meer van toepassing is, zonder dat daarin regels opgenomen worden die kunnen waarborgen dat de in het vooruitzicht gestelde selectieprocedures objectief zullen verlopen.

De enkele aanwijzingen die in dat verband in het verslag aan de Koning worden gegeven, lijken niet afdoende te zijn.

Om te garanderen dat het beginsel van gelijkheid en non-discriminatie in acht wordt genomen bij de toepassing van de ontworpen afwijkende regeling, verdient het aanbeveling het dispositief aldus aan te vullen dat daarin de criteria en de procedures worden opgenomen die de steller van het ontwerp wil laten invoeren om de objectiviteit en de kwaliteit van de in het vooruitzicht gestelde aanwervingen te waarborgen.(2)(3) 3.3. Wat betreft de evenredigheid van de afwijkende regeling die wordt ingevoerd, dient voorts te worden vastgesteld dat, hoewel soortgelijke afwijkingen van de toepassing van de voorwaarden bepaald in de artikelen 2, eerste lid, 4°, 4 en 5, van het besluit van 25 april 2005 reeds in artikel 6 van het koninklijk besluit van 25 april 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/04/2005 pub. 06/10/2005 numac 2005002101 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten sluiten ingevoegd zijn,(4) ze tot nu toe beperkt in duur (niet langer dan een jaar) bleken te zijn, en slechts een indienstneming bij arbeidsovereenkomst toestonden voor een vaste duur van een jaar die slechts eenmaal kon worden verlengd.

In casu is het de bedoeling dat de ontworpen afwijkende regeling, die wordt gerechtvaardigd door uitzonderlijke en dringende behoeften in sommige instellingen, gedurende meer dan twee jaar van toepassing zal zijn (tussen de datum van bekendmaking van het besluit in het Belgisch Staatsblad en 31 mei 2029) en die regeling zal een indienstneming bij arbeidsovereenkomst mogelijk maken ofwel voor een vaste duur van twee jaar, ofwel voor onbepaalde duur.(5) In dat laatste geval zal die afwijkende regeling gevolgen hebben die a priori niet tijdelijk van aard zullen zijn en niet noodzakelijkerwijs in de lijn zullen lijken te liggen van het vooruitzicht dat erin bestaat het hoofd te bieden aan een situatie waarin sprake is van een "uitzonderlijk" hoge werklast.

De steller van het ontwerp moet dan ook kunnen aantonen dat de ontworpen afwijkende regeling, gelet op de gevolgen ervan, binnen de grenzen blijft van hetgeen op grond van de ten uitvoer gelegde machtiging toegestaan is en hij moet op een meer onderbouwde wijze kunnen rechtvaardigen dat de door hem in het vooruitzicht gestelde afwijking van de voorwaarden voor indienstneming bij arbeidsovereenkomst evenredig is, teneinde aan te tonen dat de gevolgen van die afwijkende regeling verenigbaar zijn met het beginsel van gelijkheid en non-discriminatie.

Bijzondere opmerkingen 1. Het ontworpen besluit vindt rechtsgrond in artikel 4, § 2, 1°, van de wet van 22 juli 1993 `houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken', dat is gewijzigd bij de wet van 20 mei 1997. Het eerste lid van de aanhef dient dan ook te worden weggelaten en het tweede lid dient te worden aangepast. 2. De aandacht van de steller van het ontwerp wordt gevestigd op het feit dat, teneinde te voldoen aan hetgeen wordt bepaald in artikel 84, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten `op de Raad van State', de motivering van de spoedeisendheid die wordt gegeven in de aanhef van een ontwerp van verordeningsbesluit, dezelfde moet zijn als die welke wordt gegeven in de adviesaanvraag.In de aanhef behoort derhalve de motivering van de spoedeisendheid die in de brief met de adviesaanvraag staat getrouw te worden overgenomen.(6) De motivering van de spoedeisendheid die in de aanhef wordt gegeven, moet dienovereenkomstig worden herzien.

DE GRIFFIER, Béatrice DRAPIER FACCO DE VOORZITTER, Bernard BLERO _______ Nota's (1) Zie in die zin, mutatis mutandis, advies 59.556/4 van 6 juli 2016 over een ontwerp dat heeft geleid tot het besluit van de Waalse Regering van 21 juli 2016 `betreffende de organisatie van een proef ter validatie van de vaardigheden van de afdelingshoofden van het Operationeel directoraat-generaal Mobiliteit en Waterwegen van de Waalse Overheidsdienst', advies 74.366/4 van 27 september 2023 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de selectie en de loopbaan van het rijkspersoneel' en advies 76.668/2/V van 19 juli 2024 over een ontwerp dat heeft geleid tot het besluit van de Waalse Regering van 23 januari 2025Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 23/01/2025 pub. 17/02/2025 numac 2025200461 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering betreffende het interne geschiktheidsexamen voor de functie van assistent rivierverkeer sluiten `betreffende het interne geschiktheidsexamen voor de functie van assistent rivierverkeer'. (2) Zie in die zin advies 76.640/4 van 10 juli 2024 over een ontwerp dat heeft geleid tot het koninklijk besluit van 18 oktober 2024Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 18/10/2024 pub. 24/10/2024 numac 2024009612 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot regeling van de procedure voor de medische evaluatie van de arbeidsgeschiktheid van de ambtenaren van sommige overheidsdiensten door het Bestuur van de medische expertise sluiten `tot regeling van de procedure voor de medische evaluatie van de arbeidsgeschiktheid van de ambtenaren van sommige overheidsdiensten door het Bestuur van de medische expertise'. (3) Met dien verstande dat de keuzebevoegdheid die het voorliggende ontwerp invoert met betrekking tot de aan te werven personen, de overheden belast met hun aanwerving niet zal vrijstellen van een gemotiveerde vergelijking van de aanspraken en verdiensten van de kandidaten voor de betrokken functies (zie bijvoorbeeld RvS (8e k.) 18 juni 2024, nr. 260.162, C.M. en RvS (8e k.) 23 september 2025, nr. 264.260, E.F.). (4) Met name bij de koninklijke besluiten van 12 juli 2022 en 9 juli 2023.(5) Dat verschil tussen de betrokken functies inzake de vaste duur van twee jaar of de onbepaalde duur van de arbeidsovereenkomst waartoe de afwijkende regeling toegang geeft, wordt niet nader toegelicht in de bespreking van het artikel. (6) Zie in die zin advies 70.496/2 van 23 november 2021 over een ontwerp dat heeft geleid tot het ministerieel besluit van het Waalse Gewest van 24 november 2021 `tot uitvoering van het besluit van de Waalse Regering van 28 oktober 2021 betreffende de toekenning van een aanvullende tegemoetkoming voor ondernemingen met NACE BEL code 56.302 in het kader van de crisis in verband met het coronavirus COVID-19'.


2 OKTOBER 2026. - Koninklijk besluit houdende wijziging van het koninklijk besluit van 25 april 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/04/2005 pub. 06/10/2005 numac 2005002101 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten sluiten tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de Grondwet, de artikelen 37 en 107, tweede lid;

Gelet op de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken, artikel 4, § 2, 1°, gewijzigd bij de wet van 20 mei 1997;

Gelet op het koninklijk besluit van 25 april 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/04/2005 pub. 06/10/2005 numac 2005002101 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten sluiten tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 4 juni 2026 en 5 juni 2026;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Ambtenarenzaken, gegeven op 18 juni 2026;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 3 juli 2026;

Gelet op de vrijstelling van de regelgevingsimpactanalyse, bedoeld in artikel 8, § 1, 4°, van de wet van 15 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2013 pub. 31/12/2013 numac 2013021138 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging sluiten houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;

Gelet op het protocol nr. 869 van het Comité voor de federale, de gemeenschaps- en de gewestelijke overheidsdiensten betreffende de conclusies van de onderhandelingen die plaatsvonden op 10 juli 2026, op 15 juli 2026 en op 22 juli 2026;

Gelet op advies nr. 80.029/2/V van de Raad van State, gegeven op 14 september 2026, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Gelet op de hoogdringendheid, gemotiveerd, als volgt: - Wat de gevangenissen betreft: door het feit dat de aanhoudende overbevolking in combinatie met de aanzienlijke personeelstekorten omstandigheden veroorzaken waardoor de Federale Overheidsdienst Justitie snel een groot aantal personeelsleden moet kunnen aanwerven.

Deze versterking is onontbeerlijk om de overbevolking aan te pakken, de werklast voor het gevangenispersoneel beheersbaar te maken, de leefomstandigheden van de gedetineerden te verbeteren en de veiligheid binnen en buiten de gevangenis te garanderen; - Wat de diensten van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken betreft die belast zijn met asiel en de verwijderingsketen: door de noodzaak om de beslissingscapaciteit inzake asiel en de efficiëntie van de verwijderingsketen snel te versterken. Deze maatregel is des te dwingender daar het ontbreken van onmiddellijke verwijderingsvooruitzichten voor vreemdelingen zonder verblijfstitel rechtstreeks bijdraagt tot de overbevolking in de gevangenissen. Deze situatie, gecombineerd met een herhaaldelijk personeelstekort, verslechtert zowel de levensomstandigheden van de bewoners als de werkomstandigheden en de veiligheid van het personeel, wat deze versterking onontbeerlijk maakt; - Wat de beide diensten betreft: door de aanhoudende crisis waarmee België kampt in de penitentiaire sector. De onderlinge afhankelijkheid van deze twee overheidsdiensten vereist een onmiddellijk en gecoördineerd antwoord.

Overwegende dat de uitoefening van deze "eerstelijnsfuncties" de personeelsleden rechtstreeks blootstelt aan situaties van constante spanning, wat een verhoogde waakzaamheid vereist voor het handhaven van de interne orde, de veiligheid en de naleving van de rechten; dat de structurele onvoorspelbaarheid van de stromen een onmiddellijke flexibiliteit en respons vereist;

Overwegende dat het personeelstekort een rechtstreekse impact heeft op de levensomstandigheden van de bewoners en de gedetineerden, alsook op de werkomstandigheden binnen de asiel- en opvangsector en de penitentiaire sector;

Overwegende dat het beheer van de crisis waarmee deze twee sectoren worden geconfronteerd, vereist dat snel wordt ingespeeld op de behoefte aan bijkomend personeel;

Overwegende dat de klassieke selectieprocedures niet in de behoefte naar bijkomend personeel op korte termijn kunnen voorzien omwille van de lange doorlooptijd;

Overwegende dat er voor deze functies dus dient afgeweken te worden van de voorwaarden zoals bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, 4°, 4 en 5 van het koninklijk besluit van 25 april 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/04/2005 pub. 06/10/2005 numac 2005002101 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten sluiten tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten, om te garanderen dat de betrokken overheidsdiensten op korte termijn voldoende personeel (ook voor onbepaalde duur) kunnen aanwerven om de maatregelen die door de regering zijn goedgekeurd inzake asiel- en migratiebeleid en de strijd tegen de overbevolking in de gevangenissen uit te voeren;

Op de voordracht van de Minister van Ambtenarenzaken, van de Minister van Asiel en Migratie en de Minister van Justitie en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 6 van het koninklijk besluit van 25 april 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/04/2005 pub. 06/10/2005 numac 2005002101 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten sluiten tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten wordt aangevuld met twee leden, luidende: « De artikelen 2, eerste lid, 4°, 4 en 5 zijn niet van toepassing op personen die bij de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken in dienst zijn genomen voor de functies die verband houden met de verwijderingsketen, zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 1 februari 1993 tot bepaling van de bijkomende of specifieke opdrachten in de federale overheidsdiensten, de programmatorische overheidsdiensten en de diensten die ervan afhangen, alsook in sommige instellingen van openbaar nut, en op grond van een arbeidsovereenkomst 1° van onbepaalde duur voor de volgende functies en graden: - de administratieve functies binnen de diensten die tussenkomen bij intercepties van vreemdelingen op het grondgebied of aan de grenzen; - de functies binnen de diensten belast met het beheer van de dossiers met betrekking tot de FITT-woningen (terugkeerwoningen voor gezinnen), de gesloten centra of vreemdelingen die in de gevangenis worden vastgehouden; - de functies voor het beheer van dossiers binnen de diensten die verantwoordelijk zijn voor de identificatie, de signaleringen en de opvolging van de terugkeerketen; - de functies van psycholoog, psychologisch assistent, verpleegkundige, zorgkundige, groepsbegeleiders, terugkeerbegeleiders, administratief deskundige, administratief assistent, klusjesmannen/economaat, binnen de gesloten centra. 2° van bepaalde duur van twee jaar voor de volgende functies en graden binnen de gesloten centra: - veiligheidsmedewerkers; - veiligheidsmedewerkers-chauffeurs, - veiligheidsbegeleiders; - veiligheidscoördinatoren.

De artikelen 2, eerste lid, 4°, 4 en 5 zijn niet van toepassing op personen die bij de Federale Overheidsdienst Justitie in dienst zijn genomen op grond van een arbeidsovereenkomst: 1° van onbepaalde duur voor de volgende functies en graden: - penitentiair administratief deskundige; - penitentiair financieel deskundige; - penitentiair administratief assistent; - verpleegkundige en psychiatrisch verpleegkundige (penitentiair technisch deskundige (med); - psycholoog expertise (attaché psycholoog deskundige); - maatschappelijk assistent expertise (penitentiair technisch deskundige (soc); 2° van bepaalde duur van twee jaar voor de functies die onder de graad penitentiair bewakingsassistent vallen.".

Art. 2.De indienstnemingen in de door dit besluit beoogde functies vinden plaats door middel van een gerationaliseerde selectieprocedure die subsidiair is aan de raadpleging van de actieve wervingsreserves.

Om de objectiviteit, de kwaliteit en de gelijke behandeling van de kandidaten te waarborgen, moet de in het eerste lid bedoelde selectieprocedure aan de volgende minimumvoorwaarden voldoen: 1° De functiebeschrijvingen en de vacatureberichten worden bekendgemaakt op het officiële portaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning;2° De kandidaten worden geëvalueerd tijdens een selectiegesprek dat volgens de STAR-methode (Situatie, Taak, Actie, Resultaat) wordt afgenomen door een jury waarvan de leden de basisopleiding in deze methode hebben gevolgd;3° Tijdens het gesprek worden ten minste de motivatie, de visie op de functie en drie voor de betrekking vereiste competenties geëvalueerd. De evaluatie van de motivatie gebeurt aan de hand van een verplicht gestandaardiseerd formulier; 4° De juryleden onderschrijven formeel de deontologische code voor assessoren van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning;5° De representatieve vakorganisaties worden vooraf op de hoogte gebracht van de selectieprocedures en kunnen die als waarnemers bijwonen.

Art. 3.Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

Dit besluit treedt buiten werking op 31 mei 2029.

Art. 4.De minister bevoegd voor Asiel en Migratie en de minister bevoegd voor Justitie zijn, elk wat hen betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 2 oktober 2026.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Ambtenarenzaken, V. MATZ De Minister van Justitie, A. VERLINDEN De Minister van Asiel en Migratie, A. VAN BOSSUYT


^