Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 02 maart 2004
gepubliceerd op 27 april 2004

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 november 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor de textielnijverheid uit het administratief arrondissement Verviers, betreffende de coördinatie van de statuten van het sociaal fonds genaamd "Fonds de sécurité d'existence de l'industrie textile de Verviers" de dato 1 januari 2001

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2004200521
pub.
27/04/2004
prom.
02/03/2004
ELI
eli/besluit/2004/03/02/2004200521/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

2 MAART 2004. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 november 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor de textielnijverheid uit het administratief arrondissement Verviers, betreffende de coördinatie van de statuten van het sociaal fonds genaamd "Fonds de sécurité d'existence de l'industrie textile de Verviers" de dato 1 januari 2001 (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de textielnijverheid uit het administratief arrondissement Verviers;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 28 november 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor de textielnijverheid uit het administratief arrondissement Verviers, betreffende de coördinatie van de statuten van het sociaal fonds genaamd "Fonds de sécurité d'existence de l'industrie textile de Verviers" de dato 1 januari 2001.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 2 maart 2004.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, F. VANDENBROUCKE _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor de textielnijverheid uit het administratief arrondissement Verviers Collectieve arbeidsovereenkomst van 28 november 2001 Coördinatie van de statuten van het sociaal fonds genaamd "Fonds de sécurité d'existence de l'industrie textile de Verviers" de dato 1 januari 2001 (Overeenkomst geregistreerd op 3 januari 2003 onder het nummer 64912/CO/120.01)

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de werklieden van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de textielnijverheid uit het administratief arrondissement Verviers.

Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst, wordt onder "werklieden" verstaan : de werklieden en de werksters.

Art. 2.De gecoördineerde statuten van het sociaal fonds genaamd "Fonds de sécurité d'existence de l'industrie textile de Verviers" zijn bijgevoegd als bijlage.

Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2001 en is gesloten voor onbepaalde duur.

Zij kan door één van de partijen worden opgezegd mits een opzegging van zes maanden, betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de textielnijverheid uit het administratief arrondissement Verviers.

Art. 4.De collectieve arbeidsovereenkomst van 21 april 1981 tot oprichting van het sociaal fonds genaamd "Fonds de sécurité d'existence de l'industrie textile de Verviers" en tot vaststelling van zijn statuten (koninklijk besluit van 14 september 1981 - Belgisch Staatsblad van 2 oktober 1981) gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 februari 1986 (koninklijk besluit van 10 juli 1986 - Belgisch Staatsblad van 8 augustus 1986), door de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 november 1987 (koninklijk besluit van 12 april 1988 - Belgisch Staatsblad van 29 april 1988), door de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 september 1988 (koninklijk besluit van 8 december 1988 - Belgisch Staatsblad van 28 december 1988) en door de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 november 1993 (koninklijk besluit van 11 juli 1994 - Belgisch Staatsblad van 21 september 1994) wordt opgeheven op 31 december 2000.

Bijlage "Fonds voor bestaanszekerheid van de textielnijverheid uit het administratief arrondissement Verviers" Gecoördineerde statuten HOOFDSTUK I. - Benaming en maatschappelijke zetel

Artikel 1.Met ingang van 1 januari 1981 wordt een fonds voor bestaanszekerheid opgericht, genoemd "Fonds voor bestaanszekerheid voor de textielnijverheid uit het administratief arrondissement Verviers".

Art. 2.De maatschappelijke zetel van het fonds is gevestigd te Verviers op het volgende adres : rue de Bruxelles, 41, 4800 Verviers. HOOFDSTUK II. - Doel

Art. 3.Het fonds heeft tot doel : 1. het innen van de bijdragen, nodig voor zijn werking;2. het toekennen van aanvullende sociale voordelen aan de werklieden en werksters bedoeld in artikel 4;3. de uitkering van deze voordelen te verzekeren;4. het ten laste nemen van de speciale werkgeversbijdragen op het voltijds en halftijds conventioneel brugpensioen;5. het betalen aan de representatieve organisaties van de administratie- en beheerskosten betreffende de betaling van de sociale voordelen. HOOFDSTUK III. - Toepassingsgebied

Art. 4.Deze statuten zijn van toepassing op de werkgevers en werklieden van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de textielnijverheid uit het administratief arrondissement Verviers (PSC 120.01).

Behoudens tegengestelde bepaling wordt in deze statuten onder "werklieden" verstaan : de werklieden en werksters. HOOFDSTUK IV. - Toekenning en uitkering van de aanvullende sociale voordelen

Art. 5.De in artikel 4 bedoelde werklieden hebben recht op aanvullende sociale voordelen ten laste van het fonds waarvan de aard, het bedrag, de toekenningsvoorwaarden en de uitkeringsmodaliteiten worden vastgesteld bij een collectieve arbeidsovereenkomst, gesloten in het Paritair Subcomité voor de textielnijverheid uit het administratief arrondissement Verviers, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit.

Art. 6.De uitkering van de aanvullende voordelen mag in geen geval afhankelijk zijn van de storting door de werkgever van de bijdragen die hem zijn opgelegd. HOOFDSTUK V. - Beheer Raad van beheer

Art. 7.Het fonds wordt beheerd door een raad van beheer die paritair is samengesteld uit afgevaardigden van de werkgevers en de werknemers.

De raad bestaat uit acht leden, namelijk : vier afgevaardigden van de werkgevers en vier afgevaardigden van de werknemers.

De leden van de raad van beheer worden aangeduid - en dit, met een helft voor elk van de twee groepen - respectievelijk door de representatieve beroepsorganisaties van de werkgevers en van de werknemers die de leden van het Paritair Subcomité voor de textielnijverheid uit het administratief arrondissement Verviers moeten voordragen, momenteel namelijk : Febeltex en de regionale afdelingen van Verviers van het Algemeen Belgisch Vakverbond Textiel, Kleding en Diamant (A.B.V.V. Textiel, Kleding en Diamant) en van het A.C.V. Textura.

De duur van het mandaat van de beheerders bedraagt vier jaar.

Het mandaat eindigt wanneer zij ophouden lid te zijn van het Paritair Subcomité voor de textielnijverheid uit het administratief arrondissement Verviers (PSC 120.01). In dat geval worden zij vervangen door een lid van het paritair subcomité dat behoort tot dezelfde groep als het lid waarvan het mandaat een einde nam.

Art. 8.Elk jaar duidt de raad van beheer in zijn midden een voorzitter en een ondervoorzitter aan. Via een jaarlijkse beurtrol zal het voorzitterschap tijdens de even jaren worden uitgeoefend door een lid van de raad van beheer die de vakorganisaties vertegenwoordigt en de oneven jaren door een lid van de raad van beheer die de werkgevers vertegenwoordigt.

Voor het ondervoorzitterschap is de beurtrol omgekeerd.

Art. 9.De raad van beheer vergadert wanneer de belangen van het fonds het nodig achten op uitnodiging van de voorzitter. Hij is verplicht de raad bijeen te roepen op vraag van drie van zijn leden.

De uitnodigingen moeten de agenda vermelden.

De notulen van de vergaderingen van de raad van beheer worden opgemaakt door de secretaris, aangewezen door de raad van beheer en ondertekend door de voorzitter van de vergadering en ter goedkeuring voorgelegd aan de raad van beheer. De uittreksels of kopies van deze notulen, die door rechtbanken of andere instanties kunnen worden geëist, worden ondertekend door de voorzitter of door twee leden van de raad van beheer.

De beslissingen worden genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen der aanwezige leden.

De stemming is enkel geldig indien twee derden van de leden die de werkgevers vertegenwoordigen en twee derden van de leden die de werknemers vertegenwoordigen aanwezig zijn.

Een lid van de raad dat verhinderd is kan schriftelijk een mandaat geven aan een van zijn collega's om hem te vertegenwoordigen, zonder dat een lid van deze raad meer dan een afwezige collega kan vervangen.

Art. 10.De raad van beheer delegeert aan de "Werkgeversfederatie van de textielnijverheid uit het administratief arrondissement Verviers" de administratie van het fonds. Zij verzekert het dagelijks beheer en voert de beslissingen uit die genomen zijn door de raad van beheer.

Art. 11.De raad van beheer onderzoekt en spreekt zich uit over de verslagen en de documenten die worden meegedeeld door de administrateur van het fonds. De raad van beheer heeft meer bepaald als taak : a) het Paritair Subcomité voor de textielnijverheid uit het administratief arrondissement Verviers bij het verstrijken van elk kalenderjaar voorstellen het cijfer van de bijdrage vast te stellen door dit paritair subcomité voor het volgende kalenderjaar als het afloopt.Daarom neemt de raad van beheer enerzijds het volume van de vergoedingen in aanmerking die als basis dienen voor de berekening van de bijdragen en anderzijds de kosten van de sociale voordelen waarvoor het fonds de dienst moet verzekeren, evenals de kosten van de administratiekosten; b) het fonds beheren en alle nodige maatregelen nemen voor de goede werking ervan;c) het bedrag en de inningsmodaliteiten bepalen van de administratiekosten, evenals het evenredig bedrag van de jaarlijkse ontvangsten die dienen om deze te dekken;d) elk jaar, in de loop van de maand juni, een schriftelijk verslag voorleggen aan het Paritair Subcomité voor de textielnijverheid uit het administratief arrondissement Verviers over haar beheer van het afgelopen boekjaar.

Art. 12.De leden van de raad van beheer gaan geen enkele persoonlijke verplichting aan betreffende de verbintenissen van het fonds.

Hun verantwoordelijkheid is beperkt tot de uitvoering van het beheersmandaat dat hen is toegekend.

Art. 13.De gerechtelijke handelingen, zowel als eiser als verweerder, worden ondernomen uit naam van het fonds op vervolging en benaarstiging van de voorzitter of van de beheerder daartoe afgevaardigd.

De raad van beheer kan bijzondere en bepaalde bevoegdheden aan een of meer van zijn leden overdragen of zelfs aan derden.

De handelingen van dagelijks beheer worden ondertekend door de personen die daartoe aangewezen zijn door de raad van beheer.

Voor alle andere handelingen dan die waarvoor de raad bijzondere opdrachten heeft gegeven, volstaat de gezamenlijke handtekening van twee beheerders, één van iedere groep zonder dat deze beheerders van enige beraadslaging of machtiging moeten laten blijken, opdat het fonds geldig vertegenwoordigd zou zijn tegenover derden.

Art. 14.Het fonds kan juridisch optreden voor de inning van de bijdragen en daarvoor laten overgaan tot bewarend en uitvoerend beslag, met inbegrip van de volgende fondsen : - "Fonds voor aanvullende verzekering voor de textielnijverheid in Verviers"; - "Paritaire compensatiekas voor de sociale instellingen van de textielnijverheid in Verviers".

Art. 15.De raad van beheer heeft de meest uitgebreide bevoegdheden voor de administratie en het beheer van de materiële en morele belangen van het fonds, ongeacht deze gereserveerd voor het Paritair Subcomité voor de textielnijverheid uit het administratief arrondissement Verviers, door de wet of door deze statuten.

De raad van beheer mag namelijk hiervoor alle contracten en overeenkomsten sluiten en verlijden, alle roerende en onroerende goederen die nodig zijn om het sociaal doel te bereiken, kopen, verkopen, ruilen, verwerven, overdragen, huren en verhuren, alle leningen op korte of lange termijn aangaan, alle werkelijke rechten zowel op de roerende als onroerende goederen toestaan, zoals voorrechten, hypotheken, panden en andere, toestemmen in de dagelijkse uitwinning, handlichting verlenen van alle bevoorrechte of hypothecaire inschrijvingen, alsmede alle bevelen tot betaling, overschrijvingen, beslagleggingen of andere beletselen, met of zonder vaststelling van betaling, doen betekenen, afzien van de rechtsvordering tot ontbinding, alle directeurs of beambten, benoemen en afzetten, hun wedden en hun bevoegdheden vaststellen en, desnoods, hun borgstelling, alle huishoudelijke reglementen vastleggen, dadingen treffen en compromissen aangaan. HOOFDSTUK VI. - Financiering

Art. 16.De financiering van de aanvullende sociale voordelen gebeurt als volgt : a) voor de rechthebbende bruggepensioneerden tijdens de periode 1981-1985 door renteloze voorschotten ten laste van het Ministerie van Economische Zaken en door een werkgeversbijdrage;deze werkgeversbijdrage dekt tot 31 december 1985, 1 pct. van de jaarlijkse uitgaven en wordt, vanaf 1 januari 1986, aangewend ter terugbetaling van de renteloze voorschotten; b) voor de nieuwe rechthebbenden, bruggepensioneerden tijdens de periode van 1 januari 1986 tot 31 december 1990, door de begroting van het Ministerie van Economische Zaken;c) voor de nieuwe rechthebbenden, bruggepensioneerden tijdens de periode van 1 januari 1990 tot 31 december 1990 door een werkgeversbijdrage van 0,20 pct.der brutolonen; d) voor de nieuwe rechthebbenden, bruggepensioneerden tijdens de periode van 1 januari 1990 tot 31 december 1990, door een aanvullende werkgeversbijdrage van 0,10 pct.van de brutolonen, geïnd vanaf 1 januari 1991, zodat de totale bijdrage bepaald in c) en d) 0,30 pct. bedraagt; e) voor de nieuwe rechthebbenden, bruggepensioneerden tijdens de periode van 1 januari 1992 tot 31 december 1992, door een aanvullende werkgeversbijdrage van 0,30 pct.van de brutolonen, geïnd vanaf 1 januari 1992, zodat de totale bijdrage bepaald in c), d) en e) 0,60 pct. bedraagt; f) voor de nieuwe rechthebbenden, bruggepensioneerden tijdens de periode van 1 januari 1993 tot 31 december 1994, door een aanvullende werkgeversbijdrage van 0,35 pct.van de brutolonen, geïnd vanaf 1 juli 1993, zodat de totale bijdrage bepaald in c), d), e) en f) 0,95 pct. bedraagt; g) voor de nieuwe rechthebbenden, bruggepensioneerden tijdens de periode van 1 januari 1995 tot 31 december 1996, door de werkgeversbijdrage van 0,95 pct.waarvan sprake in littera f) hierboven; h) voor de nieuwe rechthebbenden, bruggepensioneerden tijdens de periode van 1 januari 1997 tot 31 december 1998, door een aanvullende bijdrage van 0,40 pct.van de brutolonen, geïnd vanaf 1 januari 1998, zodat de totale bijdrage bepaald in c), d), e), f), g) en h) 1,35 pct. bedraagt; i) voor de nieuwe rechthebbenden, bruggepensioneerden tijdens de periode van 1 januari 1999 tot 31 december 2000, door de werkgeversbijdrage van 1,35 pct.waarvan sprake in littera h).

Vanaf 1 januari 1999 gebeurt de berekening van het netto referteloon op basis van het normale loon aan 100 pct.; j) voor de nieuwe rechthebbenden, bruggepensioneerden tijdens de periode van 1 januari 2001 tot 31 december 2002, door de werkgeversbijdrage van 1,35 pct.waarvan sprake in littera h).

Art. 17.a) De renteloze voorschotten, waarvan sprake in artikel 16, a) worden trimestrieel en bij voorbaat op basis van een jaarlijkse begroting ter beschikking gesteld van het fonds.De renteloze voorschotten dekken 99 pct. van de uitgaven die voortvloeien uit de uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst bedoeld in artikel 5. b) De werkgeversbijdragen voorzien onder artikel 16, a) worden volgens de bepalingen van artikel 19 geïnd en op het einde van ieder kalenderkwartaal op de rekening van het Ministerie van Economische Zaken gestort tot op het ogenblik dat de renteloze voorschotten terugbetaald zijn.

Art. 18.a) De werkgeversbijdrage bepaald in artikel 16, a) bedraagt 1 pct. van de jaarlijkse -uitgaven die voortvloeien uit de collectieve arbeidsovereenkomst bedoeld bij artikel 5, ten aanzien van de rechthebbende bruggepensioneerden aangeduid in artikel 16, a). Zij is te berekenen op de brutolonen aan 100 pct. De bijdragevoet wordt vastgesteld op 0,025 pct. b) De werkgeversbijdrage van 0,025 pct.waarvan sprake in littera a) hierboven wordt trimestrieel geïnd door het fonds en wordt berekend op de brutolonen van de vier kwartalen van het vorig jaar. c) De bijdrage waarvan sprake in artikel 16, h) wordt trimestrieel geïnd door het fonds en wordt berekend op de brutolonen van het vorige kwartaal.

Art. 19.a) De bijdragen worden geïnd door het "Fonds voor bestaanszekerheid van Verviers".

Het bedrag van de bijdragen wordt geïnd op de vier volgende data van elk jaar : 1 maart, 1 juni, 1 september en 1 december.

De verschuldigde bijdragen voor elk kwartaal moeten betaald worden door de werkgever uiterlijk op de laatste dag van het lopende kwartaal.

De verschuldigde sommen voor elk kwartaal moeten door de werkgever gestort worden bij een bank bepaald door de raad van beheer. b) De werkgever bezorgt het fonds, per kwartaal in binnen dezelfde termijn bepaald in het vorige artikel, een kopie van de aflossing van de kwartaalaangifte aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.

Art. 20.De bijdragen die niet betaald zijn bij het aflopen van de 30 dagen die volgen op de oproepdatum van het fonds gericht aan de werkgever geven bovendien recht op een verhoging van 10 pct. op het bedrag van de verschuldigde bijdragen, verhoogd met een nalatigheidinterest van 10 pct. op hetzelfde bedrag, zonder dat hiervoor een ingebrekestelling nodig is.

Zowel voor de inning van de bijdragen als voor de betaling van de sociale uitkeringen komt de verjaringstermijn overeen met deze die wordt toegepast door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.

Art. 21.Onverminderd de toepassing van artikel 14 van de wet van 7 januari 1958, betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid (Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958), kan het bedrag van de bijdragen slechts gewijzigd worden bij collectieve arbeidsovereenkomst, gesloten in het Paritair Subcomité voor de textielnijverheid uit het administratief arrondissement Verviers en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit. HOOFDSTUK VII. - Begrotingen en rekeningen

Art. 22.De rekeningen van het fonds, zullen jaarlijks ter plaatse worden nagezien door de "Inspectie van financiën" van het Ministerie van Economische Zaken en door de bevoegde diensten van dit ministerie.

Het fonds zal elk jaar vóór 28 februari de stand van de rekeningen voorleggen aan het Ministerie van Economische Zaken. De begroting van het volgend jaar zal vóór 31 december voorgelegd worden aan het Ministerie van Economische Zaken. Een herziening van de begroting is mogelijk vóór 1 juli.

Art. 23.Het boekjaar begint op 1 januari en sluit op 31 december.

Art. 24.Elk jaar wordt, uiterlijk tijdens de maand december, een begroting voor het volgende jaar ter goedkeuring aan het Paritair Subcomité voor de textielnijverheid uit het administratief arrondissement Verviers voorgelegd.

Art. 25.Op 31 december worden de rekeningen van het afgelopen jaar afgesloten. De afsluiting en de balans dienen op boekhoudkundig gebied voldoende omschreven te zijn. HOOFDSTUK VIII. - Toezicht

Art. 26.De raad van beheer, alsmede de bij toepassing van artikel 12 van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid door het Paritair Subcomité voor de textielnijverheid uit het administratief arrondissement Verviers aangewezen revisor of accountant, brengen jaarlijks ieder een schriftelijk verslag uit over het vervullen van hun opdracht tijdens het verlopen jaar.

Art. 27.De balans, samen met voornoemde schriftelijke jaarlijkse verslagen, dienen uiterlijk tijdens de maand juni ter goedkeuring aan het Paritair Subcomité voor de textielnijverheid uit het administratief arrondissement Verviers voorgelegd te worden. HOOFDSTUK IX. - Vereffening

Art. 28.De in artikel 17 voorziene renteloze voorschotten worden terugbetaald door het fonds. De terugbetaling zal jaarlijks gebeuren en begint na een periode van vijf jaar. Ze zal gelijk zijn aan de opbrengst van een bijkomende werkgeversbijdrage, die vanaf 1 januari 1986 zal geheven worden. De bijdragevoet van deze bijkomende bijdrage zal minstens gelijk zijn aan de gemiddelde bijdragevoet vastgesteld voor de jaren 1981 tot en met 1985. HOOFDSTUK X. - Ontbinding

Art. 29.Het fonds kan ontbonden worden bij eenparige beslissing van het Paritair Subcomité voor de textielnijverheid uit het administratief arrondissement Verviers nadat het zijn verplichtingen voortvloeiend uit de protocollaire overeenkomst van 17 maart 1981 tussen de werkgevers- en werknemersorganisaties, de Minister van Economische Zaken en de Minister van Werk tot toekenning van een aanvullende vergoeding door middel van een conventioneel brugpensioen en na terugbetaling van de in artikel 28 bedoelde voorschotten heeft vervuld.

Art. 30.Ingeval bij de ontbinding van het fonds gelden beschikbaar blijven, wijst het Paritair Subcomité voor de textielnijverheid uit het administratief arrondissement Verviers de vereffenaars aan en bepaalt hun bevoegdheden en bezoldiging.

Het overblijvend vermogen van het fonds krijgt dan volgende bestemming : De rechthebbende werklieden ontvangen vanaf de datum van het in vereffening stellen van het fonds en tot volledige uitputting van het overblijvende vermogen van het fonds, de aanvullende sociale voordelen vastgesteld bij collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in toepassing van artikel 5 van deze statuten.

Art. 31.De partijen vragen dat deze statuten algemeen verbindend verklaard worden bij koninklijk besluit.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 2 maart 2004.

De Minister van Werk, F. VANDENBROUCKE

^