Etaamb.openjustice.be
Huishoudelijk Règlement
gepubliceerd op 28 mei 2004

Controlecommissie voor Verkiezingsuitgaven en Communicatie Huishoudelijk Reglement TITEL 1. - Definitie Artikel 1. Voor de toepassing van dit Huishoudelijk Reglement moet worden verstaan onder : - decreet : het decreet van 1 april 20(...) - commissie : de Controlecommissie voor Verkiezingsuitgaven en Communicatie - wet van 19 mei 1994 :(...)

bron
waals parlement
numac
2004018059
pub.
28/05/2004
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

Controlecommissie voor Verkiezingsuitgaven en Communicatie Huishoudelijk Reglement (1) TITEL 1. - Definitie

Artikel 1.Voor de toepassing van dit Huishoudelijk Reglement moet worden verstaan onder : - decreet : het decreet van 1 april 2004 betreffende de controle op de verkiezingsuitgaven gedaan voor de verkiezingen voor de Waalse Gewestraad en de controle op de communicatie van de voorzitter van de Waalse Gewestraad en de leden van de Waalse Regering - commissie : de Controlecommissie voor Verkiezingsuitgaven en Communicatie - wet van 19 mei 1994 : de wet die de verkiezingscampagne regelt, betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de Vlaamse Raad, de Waalse Gewestraad, de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en de Raad van de Duitstalige Gemeenschap, en waarin de controlecriteria voor officiële mededelingen van de overheid worden vastgelegd - reglement : het Huishoudelijk Reglement van het Waalse Parlement en in het bijzonder artikel 2quinquies daarvan.

TITEL 2 - De Commissie

Art. 2.De commissie is samengesteld uit twaalf effectieve leden, onder wie de voorzitter van het Waalse Parlement, gekozen door het Waalse Parlement uit zijn eigen leden, op voorstel van de erkende politieke groepen en volgens de regel van de evenredige vertegenwoordiging.

Aan ieder effectief lid wordt een plaatsvervangend lid toegevoegd, gekozen volgens dezelfde regels.

In geval van overmacht mag een effectief lid vervangen worden door een ander lid van dezelfde groep, mits de voorzitter van de betrokken groep de voorzitter van de commissie daarover schriftelijk inlicht voor het begin van de commissievergadering.

Art. 3.De commissie wordt voorgezeten door de voorzitter van het Waalse Parlement. De commissie kiest uit haar leden een ondervoorzitter.

TITEL 3 - Werking

Art. 4.De voorzitter roept de commissie samen. De oproeping bevat een voorstel van dagorde, dat aan de goedkeuring van de commissie is onderworpen.

De voorzitter roept de commissie eveneens binnen de vijftien dagen samen wanneer een vierde van de commissieleden daar schriftelijk om verzoekt. Het verzoek omvat een ontwerp van dagorde.

Art. 5.De commissie vergadert achter gesloten deuren behoudens andersluidende beslissing genomen door de commissie.

De commissie beraadslaagt geldig ongeacht het aantal aanwezige leden.

Een plaatsvervangend lid is slechts stemgerechtigd wanneer het effectieve lid dat hij vervangt afwezig is.

Art. 6.Behoudens andersluidende beslissing van de commissie mogen de politieke groepen die in de commissie vertegenwoordigd zijn, zich laten bijstaan door een deskundige die de vergaderingen van de commissie bijwoont.

Art. 7.Het secretariaat van de commissie wordt waargenomen door de griffier van het Waalse Parlement. Hij wordt bijgestaan of vertegenwoordigd door een ambtenaar van het Waalse Parlement die hij zelf aanstelt.

Art. 8.Van elke vergadering van de commissie wordt een proces-verbaal opgesteld. Het procesverbaal wordt overgemaakt aan de commissieleden, die het tijdens de volgende vergadering goedkeuren.

TITEL 4 - Controle op de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van het Waalse Parlement

Art. 9.Binnen de vijftien dagen na de verkiezingsdatum vestigt de griffier de aandacht van de voorzitters van de hoofdbureaus van de kieskring op de verplichtingen die voorzien zijn in artikel 94ter § 2 van het Kieswetboek met betrekking tot de verslagen over de uitgaven die de politieke partijen en de kandidaten voor verkiezingspropaganda hebben gedaan.

Bovendien zal worden gevraagd : - dat de opmerkingen geformuleerd door de kandidaten en de kiesgerechtigden binnen de negentig dagen na de verkiezingsdatum worden overgemaakt aan de commissie; - dat desgevallend melding wordt gemaakt van het ontbreken van opmerkingen van kandidaten en kiesgerechtigden, zodat alleen het aan de commissievoorzitter overgemaakte verslag aan het oordeel van de commissie moet worden onderworpen.

Art. 10.Indien in toepassing van artikel 94ter § 2 van het Kieswetboek geen twee exemplaren van het verslag aan de commissievoorzitter zijn overgemaakt binnen de zestig dagen na de verkiezingsdatum, stuurt de griffier een herinneringsbrief aan de in gebreke gebleven voorzitters. Deze brief bevat dezelfde vermeldingen als de eerste en benadrukt dat de vereiste gegevens binnen de negentig dagen na de verkiezingsdatum ingeleverd moeten worden om de commissie toe te laten het onderzoek van de verslagen en de geformuleerde opmerkingen aan te vangen.

Art. 11.Indien er binnen de negentig dagen na de verkiezingsdatum geen opmerkingen worden geformuleerd over de verslagen, worden alleen de verslagen zelf aan het oordeel van de commissie onderworpen.

Art. 12.Na ontvangst van alle verslagen en uiterlijk vanaf de eenennegentigste dag die volgt op de verkiezingsdatum, begint de commissie met het onderzoek van de verslagen.

Zij stelt daartoe één of meer verslaggevers(s) aan.

Art. 13.Binnen de twintig dagen na zijn (hun) aanstelling, maakt (maken) de verslaggever(s) aan de commissie een advies over inzake de wettelijke conformiteit van ieder verslag. Hij (zij) mag (mogen) desgevallend schriftelijk opheldering vragen aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring waarvan hij (zij) het verslag onderzoekt (onderzoeken).

Art. 14.Indien de commissie van oordeel is dat zij over elementen beschikt die erop wijzen dat een verslag onjuist of onvolledig is, roept zij de voorzitter van het betrokken hoofdbureau van de kieskring op schriftelijk de vereiste verklaringen of bijkomende gegevens over te maken.

Art. 15.Als de commissie op basis van de verslagen van oordeel is dat de bepalingen van de wet van 19 mei 1994 werden overtreden, vraagt zij schriftelijk uitleg aan de voorzitter(s) van de betrokken politieke partij(en) of aan de betrokken kandidaat (kandidaten).

De voorzitter van de commissie verstuurt de vragen om uitleg met een bij De Post aangetekende brief.

Art. 16.Indien een antwoord uitblijft of indien de commissie van oordeel is geen bevredigend antwoord te hebben ontvangen binnen de tien dagen na het verzenden van de aangetekende brief, hoort zij de betrokkenen.

De commissievoorzitter roept de betrokkenen daartoe op met een bij De Post aangetekende brief.

Deze brief vermeldt de plaats, de dag en het uur waarop de betrokkene wordt gehoord. Hij vermeldt eveneens dat de commissie in geval van ongewettigde afwezigheid een uitspraak zal doen op basis van het verslag van de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring en van de opmerkingen die op een conforme wijze werden ingediend.

De opgeroepenen mogen zich laten bijstaan door een advocaat.

Art. 17.Uiterlijk honderdtachtig dagen na de verkiezingsdatum spreekt de commissie zich uit over de juistheid en de volledigheid van ieder verslag. Het eindverslag bevat de door het decreet voorziene gegevens.

Het wordt ondertekend door de voorzitter en de verslaggever(s).

Art. 18.1. Desgevallend en op basis van haar eindverslag dient de commissie via haar voorzitter voor de vastgestelde inbreuken op de wet van 19 mei 1994 een klacht in bij het bevoegde parket. 2. De commissie stuurt via haar voorzitter naar de Procureur des Konings een gemotiveerd advies over de klachten die door haar niet werden ingediend met betrekking tot de inbreuken bedoeld in § 1. TITEL 5. - Controle op de mededelingen HOOFDSTUK 1. - Adviesbevoegdheid

Art. 19.Indien de voorzitter van het Parlement, de Waalse Regering of één of meer van haar leden een mededeling wil uitbrengen zoals bedoeld door het decreet, dient hij (zij) vóór het uitbrengen ervan de door het decreet voorziene synthesenota in bij het secretariaat van de commissie, conform het formulier dat als bijlage bij dit Huishoudelijk Reglement is gevoegd.

Het secretariaat stuurt aan de voorzitter van het Waalse Parlement of aan het betrokken lid van de Waalse Regering zonder verwijl een ontvangstbewijs.

De in artikel 8 § 2 van het decreet bedoelde termijn begint op de datum van het ontvangstbewijs.

Art. 20.De commissieleden mogen in geen geval de inhoud van hun beraadslaging en de synthesenota's die aan de commissie worden voorgelegd bekendmaken.

Een lid dat die vertrouwelijkheidsplicht schendt, verliest onmiddellijk zijn hoedanigheid van commissielid.

De inbreuk op deze verplichting wordt vastgesteld door de commissie, nadat zij het betrokken lid heeft gehoord.

De betrokkene mag niet aanwezig zijn bij de beraadslaging die hem (haar) betreft. Het gesanctioneerde lid wordt overeenkomstig artikel 2 vervangen door een lid van dezelfde politieke groep.

Art. 21.De commissievoorzitter onderzoekt vooraf de synthesenota's die uitgaan van de Waalse Regering. Bij verhindering van de voorzitter wordt hij vervangen door de ondervoorzitter.

Onder voorbehoud van toepassing van artikel 22 bezorgt de voorzitter aan de commissieleden de synthesenota's, vergezeld van zijn advies met betrekking tot de wenselijkheid ze aan de commissie voor te leggen.

Alleen de commissie is bevoegd om advies uit te brengen over de mededelingen van de voorzitter van het Waalse Parlement. De ondervoorzitter van de commissie neemt het voorzitterschap waar van de commissievergadering waarop de synthesenota uitgaande van de voorzitter van het Waalse Parlement wordt onderzocht.

Art. 22.De commissie mag aan de voorzitter de bevoegdheid delegeren om een gunstig advies te geven over de aanvragen. Daartoe stelt de commissie ter attentie van de leden van de Waalse Regering een vademecum op waarin haar jurisprudentie inzake controle is opgenomen.

Binnen de drie werkdagen na het verzenden van de synthesenota en het gunstig advies van de voorzitter aan de leden, hebben de commissieleden het recht de zaak aan zich te trekken.

In dat geval roept de voorzitter de commissie bijeen op verzoek van een vierde van de leden.

Na het verstrijken van de termijn waarin de commissie de zaak aan zich mag trekken, brengt de voorzitter de betrokken minister op de hoogte van zijn advies.

Art. 23.Op zijn verzoek wordt de betrokken minister gehoord voor de commissie enig advies geeft.

De commissie kan ook zelf besluiten de betrokken minister te horen.

Art. 24.Het advies van de commissie wordt als gunstig beschouwd indien het de meerderheid van de uitgebrachte stemmen achter zich krijgt. Bij staking van stemmen wordt het advies als ongunstig beschouwd.

Art. 25.De commissie mag haar gunstig advies afhankelijk maken van het naleven van een wijziging van een element in de synthesenota.

De commissie mag eveneens bijkomende informatie vragen aan de betrokken minister, die daarop zo spoedig mogelijk dient in te gaan.

De in artikel 8 § 2 voorziene termijn wordt in dat geval met vijftien dagen verlengd.

Art. 26.In ieder geval brengt de voorzitter onverwijld de betrokken minister op de hoogte van het advies van de commissie.

Art. 27.De minister bezorgt de commissie een exemplaar van de mededeling. HOOFDSTUK 2. - Sancties

Art. 28.De voorzitter roept de commissie bijeen binnen de maand die volgt op de aanhangigmaking.

Wanneer de commissie zich uitspreekt in toepassing van artikel 8 § 4 van het decreet, hoort zij vooraf de betrokken minister, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de minister zelf.

De beslissingen worden genomen bij gewone meerderheid van de commissieleden. Binnen de zeven dagen volgend op de beslissing van de commissie brengt de voorzitter de betrokken minister daarvan in kennis.

Art. 29.Artikel 28 is mutatis mutandis van toepassing op de Voorzitter van het Waalse Parlement. De ondervoorzitter van de commissie neemt in dat geval de functies van de commissievoorzitter waar.

TITEL VI. - Diverse bepalingen Het reglement van 19 november 2002, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 8 april 2003, wordt opgeheven.

Onderhavig reglement is van kracht vanaf de dag waarop het door de commissie wordt goedgekeurd. _______ Nota (1) Door de Commissie goedgekeurd op 22 april 2004.

^