Etaamb.openjustice.be
Gewestplan
gepubliceerd op 29 oktober 1998

Gewestplan Kortrijk Definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Kortrijk te Kortrijk Bij besluit van de Vlaamse regering van 23 juli 1998 wordt het plan tot gedeeltelijke wijziging van het koninklijk De kaart met de bestaande fysische en juridische toestand, behorende tot de niet-normatieve delen v(...)

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
1998036034
pub.
29/10/1998
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

Departement Leefmilieu en Infrastructuur


Gewestplan Kortrijk Definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Kortrijk te Kortrijk Bij besluit van de Vlaamse regering van 23 juli 1998 wordt het plan tot gedeeltelijke wijziging van het koninklijk besluit van 4 november 1977 houdende vaststelling van het gewestplan Kortrijk definitief vastgesteld voor delen van het grondgebied van de gemeente Kortrijk zoals aangeduid op delen van de kaartbladen 29/5 en 29/6, met aanvullend stedebouwkundig voorschrift zoals vervat in respectievelijk bijlagen 1 en 2 bij dit besluit.

De kaart met de bestaande fysische en juridische toestand, behorende tot de niet-normatieve delen van het voormeld gewestplan, is vervat in de bijlage 3 bij dit besluit.

Het besluit van de Vlaamse regering van 14 december 1994 houdende vaststelling van een gedeelte van het gewestplan Kortrijk op het grondgebied van de gemeenten Anzegem, Harelbeke, Kortrijk, Menen, Spiere-Helkijn, Waregem, Wevelgem en Zwevegem wordt ingetrokken voor het onderdeel beheerst door het bijzonder voorschrift « Wetenschapspark », zoals opgenomen in de bijlagen van dat besluit.

De Vlaamse minister bevoegd voor ruimtelijke ordening is belast met de uitvoering van dit besluit.

Uittreksel uit het verslag van de Regionale Commissie d.d. 20 mei 1998 advies gedeeltelijk herziening gewestplan Kortrijk met het doel de oprichting van een wetenschapspark op het grondgebied van de stad Kortrijk Gewestplan Kortrijk Advies van de streekcommissie van advies voor de ruimtelijke ordening en de stedenbouw in West-Vlaanderen De Regionale Commissie van Advies in haar zitting, van 20 mei 1998.

Gelet op het decreet betreffende de ruimtelijke ordening gecoördineerd op 22 oktober 1996, inzonderheid de artikelen 9, 10 en 11;

Gelet op het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen, gewijzigd bij koninklijk besluit van 13 december 1978 en bij besluiten van de Vlaamse regering van 3 oktober 1984, 15 en 29 september 1993 en 20 juli 1994;

Gelet op het koninklijk besluit van 4 november 1977 houdende vaststelling van het gewestplan Kortrijk en de daarbij horende stedenbouwkundige voorschriften;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 14 oktober 1992 tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 april 1967 houdende aanwijzing van een gewest (Kortrijk) waarvoor een plan van aanleg moet worden opgemaakt;

Gelet op het besluit van 14 december 1994 van de Vlaamse regering houdende definitieve vaststelling van een gedeelte van het gewestplan Kortrijk op het grondgebied van de gemeente Kortrijk;

Gelet op het besluit d.d. 5 april 1995 van de Vlaamse regering zoals bijgesteld met de beslissing van 31 januari 1996 en bevestigd bij de beslissing van 2 april 1996 waarbij zij het voorontwerp-ruimtelijk structuurplan als toetskader aannam voor wijzigingen van de bestemmingen van de vigerende gewestplannen; Gelet op de brief d.d. 5 december 1997 van de Gouverneur van de provincie West-Vlaanderen aan het College van burgemeester en schepenen van de in het gewestplan Kortrijk gelegen gemeenten, waarbij het openbaar onderzoek betreffende de gedeeltelijke herziening van het ontwerp-gewestplan Kortrijk wordt bevolen van 5 januari t/m 5 maart 1998;

Gelet op de brief d.d. 16 maart 1998 van de Gouverneur van de provincie West-Vlaanderen waarbij het ontwerpplan werd overgemaakt aan de Regionale Commissie van Advies en aan de Vlaamse regering;

Gelet op de adviezen van de gemeenteraden van Spiere-Helkijn, Avelgem, Menen, Wevelgem, Kortrijk, Kuurne, Harelbeke, Zwevegem en Anzegem, Lendelede uitgebracht tijdens de periode van 60 dagen (6 maart tot 4 mei 1998) volgend op het openbaar onderzoek;

Gelet op het advies van de Bestendige Deputatie d.d. 19 maart 1998;

Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek van 5 januari tot en met 5 maart 1998, 573 bezwaarschriften werden ingediend, alsmede 9 duplicaten;

Gelet op het besluit d.d. 7 mei 1998 van de minister, bevoegd voor ruimtelijke ordening en stedebouw, waarbij, met ingang van dezelfde datum, het BPA Kortrijk Z.O. vastgesteld bij koninklijk besluit van 8 maart 1966 gedeeltelijk opgeheven werd, voor het gedeelte met openbare bestemming : gronden voor het oprichten van gebouwcomplexen, sport- en ontspanningsinstallaties voor universitair, hoger niet-universitair en speciaal onderwijs.

I. Onderzoek van de adviezen, bezwaren en opmerkingen Standpunt van de Commissie m.b.t. de adviezen van de gemeenteraden.

Door de gemeenteraden van Spiere-Helkijn, Avelgem, Menen, Wevelgem, Kortrijk, Kuurne, Harelbeke, Zwevegem en Anzegem werd formeel gunstig advies uitgebracht. Deze adviezen worden ontvankelijk verklaard.

Door de gemeenteraden van Deerlijk en Waregem werd geen advies uitgebracht. Deze gemeenten worden geacht een gunstig advies te hebben uitgebracht.

De Commissie adviseert kennis te nemen van de formeel gunstige en de gunstig geachte adviezen.

Standpunt van de Commissie m.b.t. het advies van de Bestendige Deputatie van de Provincieraad van West-Vlaanderen.

Door de Bestendige Deputatie van de Povincieraad van West-Vlaanderen werd voor het ontwerp gewestplan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Kortrijk op het grondgebied van de stad Kortrijk, een gunstig advies uitgebracht. Het advies wordt ontvankelijk verklaard.

De Commissie adviseerd kennis te nemen van het advies van de Bestendige Deputatie.

Standpunt van de Commissie m.b.t. de bezwaren en opmerkingen. 1.1. Bezwaar Gits, Van den Berghe & Leterme, advocatenkantoor in opdracht. a) Bezwaarindiener stelt dat de gewestplan-wijziging stoelt op een onwettig ministerieel besluit, omdat het niet werd onderworpen aan het advies van de Raad van State.Bovendien voert het ontwerp van gewestplan-wijziging een nieuw bestemmingsvoorschrift in, welke volgens bezwaarindiener niet meer kan beschouwd worden als uitvoeringsmaatregel van het koninklijk besluit van 28 december 1972. b) Volgens bezwaarindiener is het ministerieel besluit van 23 juli 1997 onwettig vanwege een ontoereikende motivatie : Het biedt geen antwoord op het middel weerhouden door de Raad van State om het BPA Researchpark van 20 mei 1996 te vernietigen. Het ministerieel besluit verwijst naar de argumentatie in het besluit van de Vlaamse regering d.d. 14 december 1994 maar geeft geen motivatie waarom een wetenschapspark verenigbaar zou zijn met de nabije residentiële omgeving in die mate dat de formele motiveringswet geschonden wordt, alsmede het algemeen rechtsbeginsel houdende formele en materiële motivering van bestuurshandelingen. c) Volgens bezwaarindiener is het openbaar onderzoek onregelmatig omdat bijlage 3 van het ontwerpgewestplan, welke de bestaande fysische en juridische toestand weergeeft, verwijst naar het BPA Researchpark, terwijl dit door de Raad van State werd vernietigd.d) Volgens bezwaarindiener is de ontwerp-gewestplanwijziging kennelijk strijdig met de goede plaatselijke ordening (art.1 van de stedenbouwwet).

Bezwaarindiener stelt dat een « wetenschapspark » een wetenschappelijk-industriële zone is op een openbaar bedrijventerrein (Besluit van de Vlaamse regering d.d. 6 juli 1994). Volgens het aanvullend stedebouwkundig voorschrift is een wetenschapspark bestemd voor innoverende bedrijven.

Standpunt van de Commissie. a) betreffende het advies van de Raad van State. In een arrest van de Raad van State (Van Wesel, 17066 van 10 juni 1975) wordt gesteld dat een ministerieel besluit van een ontwerp-gewestplan niet zonder meer voor advies aan de Raad van State moet worden voorgelegd. De Raad van State adviseert bij voorkeur als laatste, op basis van een zo definitief mogelijke tekst.

Gewestplannen die nog een openbaar onderzoek moeten doormaken en bijgevolg kunnen gewijzigd worden, worden bij voorkeur niet geadviseerd.

Art. 3 van de wetten op de Raad van State, stelt dat de Raad van State enkel advies geeft over ontwerpen van reglementaire besluiten (d.i. besluiten met verordenende kracht). Dit houdt in dat de Raad van State enkel advies geeft alvorens de Vlaamse regering een gewestplan defintief vaststelt. Een ontwerp-gewestplan heeft geen verordenende kracht (art. 2, § 2 van het decreet ruimtelijke ordening), is bijgevolg geen reglementair besluit en moet alvorens de Vlaamse regering het besluit vaststelt, niet voorgelegd worden aan de Raad van State.

Het bezwaar aangaande het niet voor advies voorleggen aan de Raad van State van het ontwerpgewestplan is bijgevolg voorbarig. b) motivering. - geen antwoord op het arrest van de Raad van State nr. 68.566 van 1 oktober 1997. Het arrest van de Raad van State schorst het bijzonder plan van aanleg Researchpark en doet geen uitspraak over de actuele herziening van het gewestplan - verwijzing naar motivering in besluit van 14 december 1994 (ongemotiveerd besluit) het besluit van 14 december 1994 geeft naast het bestemmingsvoorschrift dat wijst op de samenhang tussen wetenschapspark en de hogere onderwijsinrichtingen, geen verdere motivering voor de noodzaak van een wetenschapspark op die locatie. De verwijzing naar het besluit van 14 december 1994 is echter slechts een onderdeel van het huidig besluit tot gewestplanherziening dat een uitgebreide motivering weergeeft. - verenigbaarheid met het woongebied (geen motivering) De zone heeft volgens het vigerend gewestplan de bestemming gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorziening en geen woongebied. Het bestemmingsvoorschrift voorziet in een uitvoeringsplan dat voldoende garantie moet geven dat hij de inrichting van het terrein zal moeten rekening worden gehouden met de natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten van het terrein en met de onmiddellijke omgeving. c) de onjuistheid van de bestaande fysische en juridische toestand. Op datum van het ministerieel besluit tot voorlopige vaststelling van dit ontwerp-gewestplan nl. 23 juli 1997, gold als bestaande fysische en juridische toestand, nog steeds het bijzonder plan van aanleg Researchpark van 20 mei 1996. Het BPA werd pas geschorst door het arrest van de Raad van State op 1 oktober 1997. d) kennelijke strijdigheid met de goede plaatselijke ordening (art.1 van de stedenbouwwet).

Art. 1 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening vermeldt dat de ruimtelijke ordening van het Vlaamse gewest, de streken, gewesten en gemeenten worden vastgelegd in plannen. De ordening wordt ontworpen zowel uit economisch, sociaal en esthetisch oogpunt als met het doel het natuurschoon van het Vlaams Gewest ongeschonden te bewaren.

De ontwerp-gewestplanwijziging voorziet het ruimtelijk kader voor economische, wetenschappelijke en opvoedende noden rekening houdende met rationeel ruimtegebruik met oog voor de mobiliteitsgevolgen en de ruimtelijke visie waarbij verwevenheid en medegebruik een grote rol spelen.

De strijdigheid met de goede plaatselijke ordening is derhalve geenszins aangetoond.

Het bezwaar wordt ontvankelijk doch ongegrond verklaard. 2.1. Bezwaar Antoon Malfrère.

Bezwaarindiener argumenteert dat : 1) de bedrijven zullen ingeplant worden aan de kant van de woonwijken, vanwege de bufferbekkens in aanleg en de voorziene parkzone; 2) het onverantwoord is een wetenschapspark te creëren midden een woonwijk, dat planschade zal verhaald worden, dat de Raad van State dit nadeel reeds bevestigde en dat een wetenschapspark eigenlijk een bedrijventerrein is; 3) alle andere gewestplanwijzigingen slechts bevestigingen zijn van de bestaande reservering;4) er nog genoeg bedrijventerreinen zijn om het researchpark onder te brengen, dat met de moderne communicatiemiddelen het niet noodzakelijk is om naast de universitaire campus gelegen te zijn, dat de overheid de kleinere universitaire vestigingen in vraag stelt;5) dat de voorstaander van het researchpark geen bezwaar zullen hebben om het in hun buurt te hebben. Standpunt van de Commissie. 1) De ontwerp-gewestplanwijziging voorziet dat voor de ontwikkeling van het gebied een ruimtelijk uitvoeringsplan moet woren opgemaakt waarbij zal moeten worden gehouden met de natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten van het landschap en de onmiddellijke omgeving.2) De zone heeft volgens het vigerend gewestplan de bestemming gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorziening en geen woongebied.Het bestemmingsvoorschrift voorziet in een uitvoeringsplan dat voldoende garanties moet geven dat bij de inrichting van het terrein zal moeten rekening worden gehouden met de natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten van het terrein en met de onmiddellijke omgeving.

Het bedoelde schorsingsarrest van de Raad van State doet geen uitspraak over de huidige ontwerp-gewestplanwijziging bestemd is voor bedrijven en laboratoria en aanverwante kantoren en diensten, specifiek afgestemd op onderzoek en in samenwerking met universiteiten en hogescholen. 3) De ontwerp-gewestplanwijziging is een optie van de overheid waarvan de motivering vervat is in het besluit van de Vlaamse regering en kadert in de specifieke noden van de huidige samenleving.4) De keuze van de locatie is een optie van de overheid waarvan de motivering vervat is in het besluit van de Vlaamse regering en bedoeld is om een interactie mogelijk te maken tussen de aanpalende campus van de universiteit en de niet-universitaire hogescholen die kadert in een ruimte- en mobiliteitsbesparende visie.5) Andere mogelijke locaties hebben geen deel uitgemaakt van het openbaar onderzoek van deze ontwerp-gewestplanwijziging en kunnen dus ook niet weerhouden worden. Het bezwaar wordt ontvankelijk doch ongegrond verklaard. 3.1. Bezwaar Brigitte Rotsaert, Tarweveld 25, 8500 Kortrijk.

Betrokkene heeft bezwaar tegen het creëren van een nieuw zonevreemd gebied : 1) een gewestplanwijziging is niet nodig, het VKC heeft een inplantingsplaats, en een industrieterrein met productiemogelijkheid past niet in de buurt;(cfr. Raad van State) 2) ontwerp gewestplanwijziging niet in overeenstemming met de werkelijkheid, bekkens/vijver in aanleg, grond onbebouwbaar.3) bestemmingsaanpassing zorgt niet voor een buffer, een bos is een betere buffer.4) terrein beter geschikt om nood aan natuur en recreatie op te vangen, bv.Beeldenpark.

Standpunt van de Commissie.

Het is het gewestplan dat de bestemming van de gronden vastlegt. Deze ontwerp-gewestplanwijziging geeft een nieuwe specifieke bestemming aan gronden die volgens het vigerend gewestplan de bestemming gemeenschapsvoorziening en openbare nutsvoorziening hebben. Het bestemmingsvoorschrift voorziet in een uitvoeringsplan dat voldoende garanties moet geven dat bij de inrichting van het terrein zal moeten rekening worden gehouden met de natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten van het terrein en met de onmiddellijke omgeving. 1) Het Vlaams Kunststoffen Centrum heeft geen deel uitgemaakt van het openbaar onderzoek van deze ontwerp-gewestplanwijziging.De ontwerp-gewestplanwijziging is een optie van de overheid waarvan de motivering vervat is in het besluit van de Vlaamse regering en kadert in de specifieke noden van de huidige samenleving. De arresten van de Raad van State handelen over de procedure van het BPA researchpark en de vorige gewestplanwijziging en sluiten een nieuwe gewestplanwijziging niet uit. 2) Het bestemmingsvoorschrift voorziet in een uitvoeringsplan waarin de inrichting van het terrein vastgelegd moet worden.De bouwtechnische kwaliteiten behoren niet tot de procedure van een ontwerp-gewestplanwijziging. 3) Het bestemmingsvoorschrift geeft voldoende garanties dat bij de inrichting van het terrein zal moeten rekening worden gehouden met de natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten van het terrein en met de onmiddellijke omgeving.Dit houdt eveneens in dat een redelijke bufferzone ten opzichte van het woongebied zal voorzien worden. 4) Een andere bestemming dan wetenschapspark heeft geen deel uitgemaakt van het openbaar onderzoek van deze ontwerp-gewestplanwijziging en kan dus niet weerhouden worden. Het bezwaar wordt ontvankelijk doch ongegrond verklaard. 4.1. Bezwaar Soete Arnold, Schepen Duyckstraat 31, 8500 Kortrijk.

Betrokkene heeft bezwaar tegen de inplanting van een wetenschapspark aan de rand van een woongebied en een park met waterreservoir en woongebied en een park met waterreservoir en stelt voor op de locatie een beeldenpark te creëren als culturele trekpleister.

Bovendien vindt betrokkene dat de huidige communicatiemiddelen samenwerking mogelijk maken zonder dat daarvoor een gewestplanwijziging nodig is.

Standpunt van de Commissie. 1) De ontwerp-gewestplanwijziging is een optie van de overheid waarvan de motivering vervat is in het besluit van de Vlaamse regering en kadert in de specifieke noden van de huidige samenleving.2) De keuze van de locatie is een optie van de overheid waarvan de motivering vervat is in het besluit van de Vlaamse regering en bedoeld is om een interactie mogelijk te maken tussen de aanpalende campus van de universiteit en de niet-universitaire hogescholen die kadert in een ruimte- en mobiliteitsbesparende visie.3) Een andere bestemming dan wetenschapspark heeft geen deel uitgemaakt van het openbaar onderzoek van deze ontwerp-gewestplanwijziging en kan dus niet weerhouden worden. Het bezwaar wordt ontvankelijk doch ongegrond verklaard. 51 t.e.m. 5.503 Typebrief ondertekend door 503 bezwaarindieners (waarvan 9 duplicaten).

De typebrief is opgesteld in twee delen, een bezwaarschrift tegen de verandering van bestemming en een enquête, waarbij bezwaarindieners volgende alternatieve bestemmingen kunnen opgeven : - een bos; - een beeldenpark; - woongebied; - landbouwgrond, eventueel proefcentrum; - andere; - geen idee, maar geen industrie.

In het deel bezwaarschrift wordt aangehaald dat bedrijven en laboratoria niet thuishoren in een gebied grenzend aan een woongebied, met park en waterreservoir.

Standpunt van de Commissie. 1) De ontwerp-gewestplanwijziging is een optie van de overheid waarvan de motivering vervat is in het besluit van de Vlaamse regering en kadert in de specifieke noden van de huidige samenleving.2) Een andere bestemming dan wetenschapspark heeft geen deel uitgemaakt van het openbaar onderzoek van deze ontwerp-gewestplanwijziging en kan dus niet weerhouden worden. Het bezwaar wordt ontvankelijk verklaard doch ongegrond. 6.1. L. Lambrecht - E. van den Nouwland, Tarweveld 14, 8500 Kortrijk. 1. Bezwaarindiener merkt op dat het hier gaat om de vestiging van een bedrijf, al dan niet innoverend, in een bedrijventerrein, dat dit terrein omgeven is door woongebieden, dat de omliggende terreinen verkaveld werden door de stad Kortrijk, dat deze nu het resterende gebied omvormt tot bedrijventerrein, waardoor alle eigendommen in waarde zullen dalen en de woonkwaliteit zal verminderen. Bezwaarindiener refereert hier eveneens naar het arrest van de Raad van State en merkt op dat de waarde van de woningen zal verminderen. 2. Bezwaarindiener merkt eveneens op dat de restgronden beter een bestemming zouden kunnen krijgen aansluitend bij het woongebied.3. Bezwaarindiener geeft verder enkele mogelijke bestemmingen aan voor het researchpark.4. Bezwaarindiener geeft aan dat het bestemmingsplan niet overeen komt met de werkelijkheid.Een groot deel van het terrein wordt ingenomen door een bufferbekken waardoor de gebouwen komen tussen het park en het woongebied. Bezwaarindiener vindt dit planologisch verkeerd. 5. Volgens bezwaarindiener is het plan van de bestaande fysische en juridische toestand onjuist.Het plan vermeldt het BPA van 20 mei 1996, geschorst door de Raad van State, bovendien zijn de woningen van het Maandagveld, de Schietspoelstraat en de Spoelberg weggelaten.

Bezwaarindiner merkt op dat bijgevolg geen rekening zal gehouden worden met de onmiddellijke omgeving.

Bezwaarindiener brengt ook aan dat, volgens het geschorste BPA, de bufferzones veel te klein zijn en de bouwhoogte veel te hoog. 6. De motivering in het besluit dat het gebied reeds aangepast is door bebouwing is volgens bezwaarindiener onvolledig, daar niet vermeld is dat deze bebouwing een woonfunctie heeft.De vestiging van een industrie zone is planologisch onverantwoord daar het een breuk betekent in het beleid van de stad Kortrijk. 7. In het besluit worden ook de motieven van het omstreden ministerieel besluit ter vaststelling van het BPA aangehaald. Bezwaarindiener stelt dat betrokken ministerieel besluit echter geen motieven bevat ter verantwoording van bestemmingswijziging en dat voorbijgegaan wordt aan de bezwaren indertijd geuit door de buurtbewoners. 8. Bezwaarindiener stelt dat het bestemmingsvoorschrift, horend bij dit ontwerp gewestplanwijziging een nieuw bestemmingsvoorschrift is en niet werd voorgelegd aan het advies van de Raad van State.Bijgevolg, volgens bezwaarindiener, is het bestemmingsvoorschrift onwettig en kan dus geen deel uitmaken van het openbaar onderzoek.

Standpunt van de Commissie. 1. De door de stad Kortrijk verkavelde terreinen zijn gelegen in het woongebied.De zone, waar deze ontwerp-gewestplanwijziging is gesitueerd, heeft volgens het vigerend gewestplan de bestemming gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorziening.

Het bestemmingsvoorschrift voorziet in een uitvoeringsplan dat voldoende garanties geeft dat bij de inrichting van het terrein zal moeten rekening worden gehouden met de natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten van het terrein en met de onmiddellijke omgeving.

De mogelijke minwaarde van de omliggende eigendommen is geen vaststaand gegeven. Eventuele planschade en vergoedingen behoren tot de bevoegdheid van de rechtbanken van eerste aanleg (art. 35 en 36 van de stedenbouwwet). 2. De ontwerp-gewestplanwijziging is een optie van de overheid waarvan de motivering vervat is in het besluit van de Vlaamse regering en kadert in de specifieke noden van de huidige samenleving.3. Andere mogelijke locaties hebben geen deel uitgemaakt van het openbaar onderzoek van deze ontwerp-gewestplanwijziging en kunnen dus ook niet weerhouden worden.4. Het bestemmingsvoorschrift voorziet in een uitvoeringsplan waarin de inrichting van het terrein vastgelegd moet worden.5. Op datum van het ministerieel besluit tot voorlopige vaststelling van dit ontwerp-gewestplan nl.23 juli 1997, gold als bestaande fysische en juridische toestand, nog steeds het bijzonder plan van aanleg Researchpark van 20 mei 1996. Het BPA werd pas geschorst door het arrest van de Raad van State op 1 oktober 1997. De inrichting en de stedebouwkundige voorschriften zullen vastgelegd worden in bovenvermeld nieuw uitvoeringsplan dat rekening zal houden met zijn onmiddellijke omgeving in casu met de ganse woonzone in zijn geheel. 6. Het besluit van de Vlaamse regering geeft aan het betrokken gebied, waarin de ontwerp-gewestplanwijziging gesitueerd is, landschappelijk aangetast is door bebouwing, los van functie van deze gebouwen.Het betrokken terrein in een restgrond omgeven door bebouwing. Het ganse gebied kan niet meer omschreven worden als een open gebied.

De ontwerp-gewestplanwijziging is een optie van de overheid waarvan de motivering vervat is in het besluit van de Vlaamse regering en kadert in de specifieke noden van de huidige samenleving. 7. De bezwaren geuit tijdens het openbaar onderzoek van het BPA researchpark werden behandeld bij de procedure van dit BPA en maken geen deel meer uit van de huidige ontwerp-gewestplanwijziging.8. Het ontwerp-gewestplan wordt slechts voorgelegd aan het advies van de Raad van State in de eindfase van de procedure.Dit bezwaar is dus voorbarig (idem bezwaar 1.1.).

Het bezwaar wordt ontvankelijk doch ongegrond verklaard. 7.1. Bezwaar Theresia De Prest en Patrick Des Marez, Maandagveld 5,8500 Kortrijk.

Bezwaarindieners halen volgende argumenten aan : 1) arrest van de Raad van State spreekt van een moeilijk te herstellen nadeel voor omwonenden.2) geen advies ingewonnen bij de Raad van State aangaande het nieuwbestemmingsvoorschrift.3) de te vage omschrijving, wetenschapspark of researchpark, biedt geen zekerheid voor omwonenden.4) het voortbestaan van de universitaire campus is niet zeker.De noodzakelijke nabijheid van een universiteit is dus niet verzekerd. 5) de locatie is slecht gekozen, het waterbekken ligt tussen de universitaire gebouwen en de in te planten industriële gebouwen, het terrein is een overstromingsgebied.Bovendien is de combinatie met verzorgingstehuis en het vlasmuseum niet te verantwoorden. 6) Bezwaarindiener geeft als tegenvoorstel bosgebied. Bezwaarindiener benadrukt de tegenspraak met oorspronkelijke plannen van Kortrijk en architectuurproject Secchi. 7) Bezwaarindiener heeft bouwgrond gekocht in 1991 in de waan dat er een park zou komen en voelt zich bedrogen. Standpunt van de Commissie. 1) Het schorsingsarrest van de Raad van State doet geen uitspraak over de huidige ontwerp gewestplanwijziging.2) Het ontwerp-gewestplan wordt slechts voorgelegd aan het advies van de Raad van State in de eindfase van de procedure.Dit bezwaar is dus voorbarig (idem bezwaar 1.1.). 3) De optie van de overheid ten overstaan van deze ontwerp-gewestplanwijziging is vervat in het besluit van de Vlaamse regering.Het bestemmingsvoorschrift voorziet is een uitvoeringsplan waarbij rekening dient gehouden worden met de natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten van het gebied en de onmiddellijke omgeving. 4) De toekomst van de universitaire campus maakt geen voorwerp uit van deze ontwerp gewestplanwijziging.5) De inrichting van het terrein dient ontwikkeld te worden via een uitvoeringsplan.De bouwtechnische kwaliteiten maken niet het voorwerp uit van een ontwerp-gewestplanwijziging.

Het bestemmingsvoorschrift biedt voldoende garanties ten overstaan van het behoud van het karakter en de kwaliteit van de omgeving. 6) Andere bestemmingen hebben geen voorwerp uitgemaakt van het openbaar onderzoek en kunnen dus niet weerhouden worden.7) Het vigerend gewestplan Kortrijk bestemt deze gronden als gemeenschapsvoorziening en openbare nutsvoorzieningen.Juridisch werd enkel deze bestemming vastgelegd. Eventuele planschade en vergoedingen behoren tot de bevoegdheid van de rechtbanken van eerste aanleg (art. 35 en 36 van de stedenbouwwet).

Het bezwaar wordt ontvankelijk doch ongegrond verklaard. 8.1 tot en met 8.55 Dewilde, Irena, Radijzenstraat 1, 8500 Kortrijk en volgende. 1) De typebrief is opgesteld in twee delen, een bezwaarschrift tegen de verandering van bestemming en een enquête, waarbij bezwaarindieners volgende alternatieve bestemmingen kunnen opgeven : - een bos; - een beeldenpark; - woongebied; - landbouwgrond, eventueel proefcentrum; - andere; - geen idee, maar geen industrie. 2) In het deel bezwaarschrift wordt aangehaald dat bedrijven en laboratoria niet thuishoren in een gebied grenzend aan een woongebied, met park en waterreservoir. Standpunt van de Commissie. idem bezwaar 5.1. en volgende.

Het bezwaar wordt ontvankelijk doch ongegrond verklaard. 9.1. Debaere, Jules, Watermolenstraat 9, 8500 Kortrijk.

Bezwaarindiener is niet tegen een wetenschapspark maar stelt dat niet kan voorbijgegaan worden aan de vorige arresten van de Raad van State en aan de bezwaarschriften. Bezwaarindiener doet een voorstel van een andere locatie.

Standpunt van de Commissie. 1) Het schorsingsarrest van de Raad van State doet geen uitspraak over de huidige ontwerp gewestplanwijziging.2) Andere bestemmingen hebben geen voorwerp uitgemaakt van het openbaar onderzoek en kunnen dus niet weerhouden worden.3) Het bezwaar wordt ontvankelijk doch ongegrond verklaard. 10.1. Familie Beyls-Vanhee, p.a. Et. Sabbelaan 6, 8500 Kortrijk.

Bezwaarindiener vindt dat het gebied een open- (stilte) gebied zou moeten worden.

Standpunt van de Commissie.

Andere bestemmingen hebben geen voorwerp uitgemaakt van het openbaar onderzoek en kunnen dus niet weerhouden worden.

Het bezwaar wordt ontvankelijk doch ongegrond verklaard. 11.1. Kortrijkse Milieuraad.

De Kortrijkse Milieuraad heeft bezwaar tegen de inplanting van het wetenschapspark, omdat het in de nabijheid ligt van een woongebied en een zone met socio-culturele functie, nl. het rust- en verzorgingstehuis, en het nationaal vlasmuseum en omdat het in de nabijheid ligt van het natuurreservaat « De Kleiputten 't Hoge ». De Kortrijkse milieuraad wenst voor het gebied de bestemming natuurgebied.

Standpunt van de Commissie.

De optie van de overheid ten overstaan van deze ontwerp-gewestplanwijziging is vervat in het besluit van de Vlaamse regering. Het bestemmingsvoorschrift voorziet in een uitvoeringsplan waarbij rekening dient gehouden worden met de natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten van het gebied en de onmiddellijke omgeving.

Andere bestemmingen hebben geen ontwerp uitgemaakt van het openbaar onderzoek en kunnen dus niet weerhouden worden.

Het bezwaar wordt ontvankelijk verklaard doch ongegrond.

Eindadvies.

De Commissie stelt vast dat : - de adviezen van de gemeenteraden en de Bestendige Deputatie gunstig zijn; - de bezwaren geformuleerd tijdens het openbaar onderzoek ongegrond verklaard worden; - het BPA Kortrijk Z.O., vastgesteld bij koninklijk besluit van 8 maart 1966 gedeeltelijk opgeheven werd bij ministerieel besluit van en met ingang van 7 mei 1998, voor het gedeelte met openbare bestemming : gronden voor het oprichten van gebouwencomplexen, sport- en ontspanningsinstallaties voor universitair, hoger niet-universitair en speciaal onderwijs. - het wetenschapspark, zoals gepland in deze gewestplanwijziging, aansluit bij een complex van vestigingen van hoger onderwijs, dat dit hoger onderwijs zich richt naar de werkmogelijkheden in de streek en zich daar in de toekomst ook nog verder wenst in te profileren; - dat de bedrijven die zich op dit terrein kunnen vestigen, sterk aanleunen bij het universitair en hoger niet-universitair onderwijs; - de streek sterk geïndustrialiseerd is en dat omwille van de continuïteit deze industrie een beroep moet kunnen doen op de inoverende wetenschap gericht op de eigenheid van deze industrie; en adviseert het ontwerpplan tot gedeeltelijke herziening van het gewestplan Kortrijk dat tot voorwerp heeft het inrichten van een wetenschapspark op het grondgebied van Kortrijk voor de kaartbladen 29/5 en 29/6 GUNSTIG. De Secretaris, Etienne MARES. De eerste ondervoorzitter, Jan DURNEZ. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

^