← Terug naar "Ministerieel besluit van 1 september 2023 tot invoeging van bijlagen IV en V in het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 juni 2007 betreffende de kenmerken waartoe het onderzoek van bepaalde rassen van landbouw- en groentegewassen zich ten minste moet uitstrekken, en de minimumeisen voor dat onderzoek "
Ministerieel besluit van 1 september 2023 tot invoeging van bijlagen IV en V in het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 juni 2007 betreffende de kenmerken waartoe het onderzoek van bepaalde rassen van landbouw- en groentegewassen zich ten minste moet uitstrekken, en de minimumeisen voor dat onderzoek | Arrêté ministériel du 1er septembre 2023 insérant des annexes IV et V dans l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 juin 2007 concernant les caractères devant être couverts au maximum par l'examen et les conditions minimales pour l'examen de certaines variétés d'espèces de plantes agricoles et de légumes |
---|---|
BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST | REGION DE BRUXELLES-CAPITALE |
1 SEPTEMBER 2023. - Ministerieel besluit van 1 september 2023 tot | 1er SEPTEMBRE 2023. - Arrêté ministériel du 1er septembre 2023 |
invoeging van bijlagen IV en V in het besluit van de Brusselse | insérant des annexes IV et V dans l'arrêté du Gouvernement de la |
Hoofdstedelijke Regering van 21 juni 2007 betreffende de kenmerken | Région de Bruxelles-Capitale du 21 juin 2007 concernant les caractères |
waartoe het onderzoek van bepaalde rassen van landbouw- en | devant être couverts au maximum par l'examen et les conditions |
groentegewassen zich ten minste moet uitstrekken, en de minimumeisen | minimales pour l'examen de certaines variétés d'espèces de plantes |
voor dat onderzoek | agricoles et de légumes |
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor het | Le Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale |
Landbouwbeleid, | compétent pour la Politique agricole, |
Gelet op de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen | Vu la loi du 11 juillet 1969 relative aux pesticides et aux matières |
en grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt, | premières pour l'agriculture, l'horticulture, la sylviculture et |
artikel 2, § 1; | l'élevage, notamment l'article 2, § 1er ; |
Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 | Vu l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 |
juni 2007 betreffende de kenmerken waartoe het onderzoek van bepaalde | juin 2007 concernant les caractères devant être couverts au minimum |
rassen van landbouw- en groentegewassen zich ten minste moet | par l'examen et les conditions minimales pour l'examen de certaines |
uitstrekken, en de minimumeisen voor dat onderzoek, artikel 4 | variétés d'espèces de plantes agricoles et de légumes, l'article 4 ; |
Gelet op het overleg tussen de gewesten en de federale overheid op 15 | Vu la concertation entre les Gouvernements régionaux et l'autorité |
juin 2023, goedgekeurd op 11 juli 2023; | fédérale du 15 juin 2023, approuvée le 11 juillet 2023 ; |
Gelet op de adviesaanvraag binnen 30 dagen, die op 17 juli 2023 bij de | Vu la demande d'avis dans un délai de 30 jours, adressée au Conseil |
Raad van State is ingediend, met toepassing van artikel 84, § 1, | d'Etat, le 17 juillet 2023, en application de l'article 84, paragraphe |
eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op | premier, alinéa premier, 2°, des lois sur le Conseil d'Etat, |
12 januari 1973 ; | coordonnées le 12 janvier 1973 ; |
Overwegende dat het advies niet is meegedeeld binnen die termijn; | Considérant l'absence de communication de l'avis dans ce délai ; |
Gelet op artikel 84, § 4, tweede lid van de wetten op de Raad van | Vu l'article 84, § 4, alinéa 2, des lois sur le Conseil d'Etat, |
State, gecoördineerd op 12 januari 1973 ; | coordonnées le 12 janvier 1973 ; |
Gelet op artikel 2, § 3, 6° van de ordonnantie van 4 oktober 2018 tot | Vu qu'en application de l'article 2, § 3, 6° de l'ordonnance du 4 |
invoering van de gelijkekansentest, waarbij geen evaluatieverslag moet | octobre 2018 tendant à l'introduction du test d'égalité des chances, |
worden opgesteld voor een wetgevend of reglementair ontwerp dat geen | aucun rapport d'évaluation ne doit être établi pour un projet d'acte |
rechtstreekse of onrechtstreekse invloed heeft op natuurlijke | législatif ou réglementaire qui n'a pas d'influence directe ou |
personen; | indirecte sur les personnes physiques ; |
Besluit : | Arrête : |
Artikel 1.Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van de |
Article 1er.Le présent arrêté transpose partiellement la directive |
uitvoeringsrichtlijn (EU) 2022/1647 van de Commissie van 23 september | d'exécution (UE) 2022/1647 de la Commission du 23 septembre 2022 |
2022 tot wijziging van Richtlijn 2003/90/EG wat betreft een afwijking | modifiant la directive 2003/90/CE en ce qui concerne une dérogation |
voor biologische rassen van landbouwgewassen die geschikt zijn voor | pour les variétés biologiques des espèces de plantes agricoles |
biologische teelt en de uitvoeringsrichtlijn (EU) 2022/1648 van de | adaptées à la production biologique et la directive d'exécution (UE) |
Commissie van 23 september 2022 tot wijziging van Richtlijn 2003/91/EG | 2022/1648 de la Commission du 23 septembre 2022 modifiant la directive |
wat betreft een afwijking voor biologische rassen van groentegewassen | 2003/91/CE en ce qui concerne une dérogation pour les variétés |
die geschikt zijn voor biologische teelt. | biologiques des espèces de légumes adaptées à la production |
Art. 2.In het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van |
biologique. Art. 2.Dans l'arrêté du Gouvernement de la Région de |
21 juni 2007 betreffende de kenmerken waartoe het onderzoek van | Bruxelles-Capitale du 21 juin 2007 concernant les caractères devant |
bepaalde rassen van landbouw- en groentegewassen zich ten minste moet | être couverts au minimum par l'examen et les conditions minimales pour |
uitstrekken, en de minimumeisen voor dat onderzoek, worden de bijlagen | l'examen de certaines variétés d'espèces de plantes agricoles et de |
IV en V ingevoegd, die als bijlagen I en II bij dit besluit gaan. | légumes, il est inséré deux annexes IV et V qui sont jointes en |
annexes I et II du présent arrêté. | |
Art. 3.Dit besluit treedt in werking op 30 juni 2023. |
Art. 3.Le présent arrêté entre en vigueur le 30 juni 2023. |
Brussel, 1 september 2023. | Bruxelles, le 1er septembre 2023. |
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met | Le Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargé |
klimaattransitie, leefmilieu, energie en participatieve democratie; | de la Transition climatique, de l'Environnement, de l'Energie et de la |
Démocratie participative, | |
A. MARON | A. MARON |
Bijlage I bij het ministerieel besluit van 1 september 2023 tot | Annexe I à l'arrêté ministériel du 1er septembre 2023 insérant des |
invoeging van bijlagen IV en IV in het besluit van de Brusselse | annexes IV et V dans l'arrêté du Gouvernement de la Région de |
Hoofdstedelijke Regering van 21 juni 2007 betreffende de kenmerken | Bruxelles-Capitale du 21 juin 2007 concernant les caractères devant |
waartoe het onderzoek van bepaalde rassen van landbouw- en | être couverts au maximum par l'examen et les conditions minimales pour |
groentegewassen zich ten minste moet uitstrekken, en de minimumeisen | l'examen de certaines variétés d'espèces de plantes agricoles et de |
voor dat onderzoek | légumes |
Bijlage IV bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering | Annexe IV à l'arrêté du Gouvernement de la Région de |
tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke | |
Regering van 21 juni 2007 betreffende de kenmerken waartoe het | Bruxelles-Capitale du 21 juin 2007 concernant les caractères devant |
onderzoek van bepaalde rassen van landbouw- en groentegewassen zich | être couverts au minimum par l'examen et les conditions minimales pour |
ten minste moet uitstrekken, en de minimumeisen voor dat onderzoek | l'examen de certaines variétés d'espèces de plantes agricoles et de légumes |
DEEL A | PARTIE A |
Lijst van de in artikel 1, paragraaf 4, bedoelde gewassen | Liste des espèces visées à l'article 1er, paragraphe 4 |
1° Landbouwgewassen | 1° Plantes agricoles |
Gerst | Orge |
Maïs | Maïs |
Rogge | Seigle |
Tarwe | Froment (blé) |
2° Groentegewassen | 2° Légumes |
Wortel | Carotte |
Koolrabi | Chou-rave |
DEEL B | PARTIE B |
Specifieke bepalingen met betrekking tot tests inzake | Dispositions spécifiques concernant l'examen de la distinction, de |
onderscheidbaarheid, homogeniteit en bestendigheid van biologische | l'homogénéité et de la stabilité des variétés biologiques d'espèces de |
rassen van landbouwgewassen en van groentegewassen die geschikt zijn | plantes agricoles et d'espèces de légumes adaptées à la production |
voor de biologische teelt | biologique |
1. Algemene regel | 1. Règle générale |
Het volgende is van toepassing op biologische rassen van | Les dispositions suivantes s'appliquent aux variétés biologiques |
landbouwgewassen en van groentegewassen die geschikt zijn voor de | d'espèces de plantes agricoles et de légumes adaptées à la production |
biologische teelt: | biologique: |
1.1. wat betreft onderscheidbaarheid en bestendigheid moeten alle | 1.1. en ce qui concerne la distinction et la stabilité, tous les |
caractères figurant dans les protocoles et principes directeurs visés | |
kenmerken van de in de bijlagen I en II genoemde protocollen en | aux annexes I et II sont respectés et décrits ; |
richtsnoeren worden nageleefd en beschreven; | 1.2. en ce qui concerne l'homogénéité, tous les caractères figurant |
1.2. wat betreft homogeniteit moeten alle kenmerken van de in de | dans les protocoles et principes directeurs visés aux annexes I et II |
bijlagen I en II genoemde protocollen en richtsnoeren worden nageleefd | sont respectés et décrits et les dispositions suivantes s'appliquent |
en beschreven, en is het volgende van toepassing voor de in punt 2 | aux caractères énumérés au point 2 : |
genoemde kenmerken: a) die kenmerken mogen minder streng worden beoordeeld; | a) ces caractères peuvent faire l'objet d'un examen moins strict ; |
b) indien voor die kenmerken een afwijking van het desbetreffende | b) lorsque, pour ces caractères, une dérogation au protocole technique |
technische protocol in punt 2 is voorzien, is het homogeniteitsniveau | correspondant est prévue au point 2, le niveau d'homogénéité à |
binnen het ras vergelijkbaar met het homogeniteitsniveau van | l'intérieur de la variété doit être semblable au niveau d'homogénéité |
vergelijkbare, algemeen bekende rassen in de Unie. | de variétés notoirement connues comparables dans l'Union. |
2. Afwijking van technische protocollen | 2. Dérogation aux protocoles techniques |
2.1. Landbouwgewassen | 2.1. Plantes agricoles |
2.1.1. Gerst | 2.1.1. Orge |
Voor de rassen van het gewas gerst (Hordeum vulgare L.) mogen de | Pour les variétés appartenant à l'espèce orge (Hordeum vulgare L.), |
volgende kenmerken wat betreft onderscheidbaarheid, homogeniteit en | |
bestendigheid van CPVO-protocol CPVO/TP-019/5 van het geteste ras voor | les caractères DHS suivants du protocole OCVV CPVO/TP-019/5 de la |
homogeniteit afwijken van de volgende eisen voor onderscheidbaarheid, | variété examinée peuvent s'écarter des exigences DHS suivantes en |
homogeniteit en bestendigheid: | matière d'homogénéité: |
CPVO nr. 5 - vlagblad: anthocyaankleuring van de oortjes | OCVV no 5 - Dernière feuille: pigmentation anthocyanique des |
CPVO nr. 8 - vlagblad: mate waarin de bladschede met een waas is bedekt | oreillettes OCVV no 8 - Dernière feuille: glaucescence de la gaine |
CPVO nr. 9 - kafnaalden: anthocyaankleuring van de toppen | OCVV no 9 - Barbes: pigmentation anthocyanique des pointes |
CPVO nr. 10 - aar: mate van bedekking met een waas | OCVV no 10 - Epi: glaucescence |
CPVO nr. 12 - graankorrel: anthocyaankleuring van de nerven van de | OCVV no 12 - Grain: pigmentation anthocyanique des nervures de la |
lemma's | glumelle inférieure |
CPVO nr. 16 - steriel aartje: stand | OCVV no 16 - Epillets stériles: port |
CPVO nr. 17 - aar: vorm | OCVV no 17 - Epi: forme |
CPVO nr. 20 - kafnaald: lengte | OCVV no 20 - Barbe: longueur |
CPVO nr. 21 - aarspil: lengte van het eerste segment | OCVV no 21 - Rachis: longueur du premier article |
CPVO nr. 22 - aarspil: kromming van het eerste segment | OCVV no 22 - Rachis: incurvation du premier article |
CPVO nr. 23 - middelste aartje: lengte van het kelkkafje en de | OCVV no 23 - Epillet médian: longueur de la glume et de sa barbe par |
kafnaald in verhouding tot de graankorrel | rapport au grain |
CPVO nr. 25 - graankorrel: vertakking van de zijnerven aan de | OCVV no 25 - Grain: denticulation des nervures latérales internes de |
binnenkant van de dorsale zijde van de lemma's | la face dorsale de la glumelle inférieure |
2.1.2. Maïs | 2.1.2. Maïs |
Voor de rassen van het gewas maïs (Zea mays L.) mogen de volgende | Pour les variétés appartenant à l'espèce maïs (Zea mays L.), les |
kenmerken wat betreft onderscheidbaarheid, homogeniteit en | |
bestendigheid van CPVO-protocol CPVO/TP-002/3 van het geteste ras voor | |
homogeniteit afwijken van de volgende eisen voor onderscheidbaarheid, | caractères DHS suivants du protocole OCVV CPVO-TP/002/3 de la variété |
homogeniteit en bestendigheid: | examinée peuvent s'écarter des exigences DHS suivantes en matière |
d'homogénéité: | |
CPVO nr. 1 - eerste blad: anthocyaankleuring van de bladschede | OCVV no 1 - Première feuille: pigmentation anthocyanique de la gaine |
CPVO nr. 2 - eerste blad: vorm van de top | OCVV no 2 - Première feuille: forme de l'apex |
CPVO nr. 8 - pluim: anthocyaankleuring van het kelkkafje, met | OCVV no 8 - Panicule: pigmentation anthocyanique des glumes à |
uitzondering van de basis | l'exclusion de la base |
CPVO nr. 9 - pluim: anthocyaankleuring van de helmknoppen | OCVV no 9 - Panicule: pigmentation anthocyanique des anthères |
CPVO nr. 10 - pluim: de hoek tussen de hoofdtak en de zijtakken | OCVV no 10 - Panicule: angle entre l'axe central et les ramifications latérales |
CPVO nr. 11 - pluim: kromming van zijtakken | OCVV no 11 - Panicule: courbure des ramifications latérales |
CPVO nr. 15 - stengel: anthocyaankleuring van de steunwortels | OCVV no 15 - Tige: pigmentation anthocyanique des racines d'ancrage |
CPVO nr. 16 - pluim: dichtheid van de aartjes | OCVV no 16 - Panicule: densité des épillets |
CPVO nr. 17 - blad: anthocyaankleuring van de bladschede | OCVV no 17 - Feuille: pigmentation anthocyanique de la gaine |
CPVO nr. 18 - stengel: anthocyaankleuring van de stengelleden | OCVV no 18 - Tige: pigmentation anthocyanique des entre-noeuds |
CPVO nr. 19 - pluim: lengte van de hoofdtak boven de laagste zijtak | OCVV no 19 - Panicule: longueur de l'axe central au-dessus du rameau |
CPVO nr. 20 - pluim: lengte van de hoofdtak boven de hoogste zijtak | inférieur OCVV no 20 - Panicule: longueur de l'axe central au-dessus du rameau supérieur |
CPVO nr. 21 - pluim: lengte van de zijtak | OCVV no 21 - Panicule: longueur du rameau |
2.1.3. Rogge | 2.1.3. Seigle |
Voor de rassen van het gewas rogge (Secale cereale L.) mogen de | Pour les variétés appartenant à l'espèce seigle (Secale cereale L.), |
volgende kenmerken wat betreft onderscheidbaarheid, homogeniteit en | les caractères DHS suivants du protocole OCVV CPVO-TP/058/1 de la |
bestendigheid van CPVO-protocol CPVO/TP/058/1 van het geteste ras voor | |
homogeniteit afwijken van de volgende eisen voor onderscheidbaarheid, | variété examinée peuvent s'écarter des exigences DHS suivantes en |
homogeniteit en bestendigheid: | matière d'homogénéité : |
CPVO nr. 3 - pluimschede (coleoptiel): anthocyaankleuring | OCVV no 3 - Coléoptile: pigmentation anthocyanique |
CPVO nr. 4 - pluimschede: lengte | OCVV no 4 - Coléoptile: longueur |
CPVO nr. 5 - eerste blad: lengte van de bladschede | OCVV no 5 -Première feuille: longueur de la gaine |
CPVO nr. 6 - eerste blad: lengte van de bladschijf | OCVV no 6 -Première feuille: longueur du limbe |
CPVO nr. 8 - vlagblad: mate waarin de bladschede met een waas is | OCVV no 8 - Dernière feuille: glaucescence de la gaine |
bedekt CPVO nr. 10 - blad naast het vlagblad: lengte van de bladschijf | OCVV no 10 - Avant-dernière feuille: longueur du limbe |
CPVO nr. 11 - blad naast het vlagblad: breedte van de bladschijf | OCVV no 11 - Avant-dernière feuille: largeur du limbe |
CPVO nr. 12 - aar: mate van bedekking met een waas | OCVV no 12 - Epi: glaucescence |
CPVO nr. 13 - stengel: beharing onder de aar | OCVV no 13 - Tige: pilosité au-dessous de l'épi |
2.1.4. Froment (blé) | 2.1.4. Froment (blé) |
Voor de rassen van het gewas tarwe (Triticum aestivum L. subsp. | Pour les variétés appartenant à l'espèce froment (blé) (Triticum |
aestivum) mogen de volgende kenmerken wat betreft onderscheidbaarheid, | |
homogeniteit en bestendigheid van CPVO-protocol CPVO/TP/003/5 van het | aestivum L.), les caractères DHS suivants du protocole OCVV |
geteste ras voor homogeniteit afwijken van de volgende eisen voor | CPVO-TP/003/5 de la variété examinée peuvent s'écarter des exigences |
onderscheidbaarheid, homogeniteit en bestendigheid: | DHS suivantes en matière d'homogénéité: |
CPVO nr. 3 - pluimschede: anthocyaankleuring | OCVV no 3 - Coléoptile: pigmentation anthocyaniq |
CPVO nr. 6 - vlagblad: anthocyaankleuring van de oortjes | OCVV no 6 - Dernière feuille: pigmentation anthocyanique des |
CPVO nr. 8 - vlagblad: mate waarin de bladschede met een waas is bedekt | oreillettes OCVV no 8 - Dernière feuille: glaucescence de la gaine |
CPVO nr. 9 - vlagblad: mate waarin de bladspiegel met een waas is bedekt | OCVV no 9 - Dernière feuille: glaucescence du limbe |
CPVO nr. 10 - aar: mate van bedekking met een waas | OCVV no 10 - Epi: glaucescence |
CPVO nr. 11 - halm: mate waarin de nek met een waas is bedekt | OCVV no 11 - Tige: glaucescence du col de l'épi |
CPVO nr. 20 - aar: vorm in zijaanzicht | OCVV no 20 - Epi: forme en vue de pro |
CPVO nr. 21 - bovenste segment aarspil: behaarde gebied op het convexe | OCVV no 21 - Article terminal du rachis: étendue de la pilosité de la |
oppervlak | surface convexe |
CPVO nr. 22 - onderste kelkkafje: breedte van de schouder | OCVV no 22 - Glume inférieure: largeur de la troncature |
CPVO nr. 23 - onderste kelkkafje: vorm van de schouder | OCVV no 23 - Glume inférieure: forme de la troncature |
CPVO nr. 24 - onderste kelkkafje: lengte van de punt | OCVV no 24 - Glume inférieure: longueur du bec |
CPVO nr. 25 - onderste kelkkafje: vorm van de punt | OCVV no 25 - Glume inférieure: forme du bec |
CPVO nr. 26 - onderste kelkkafje: behaarde gebied op het | OCVV no 26 - Glume inférieure: étendue de la pilosité de la surface |
binnenoppervlak | interne |
2.2. Groentegewassen | 2.2. Légumes |
2.2.1. Wortel | 2.2.1. Carotte |
Voor de rassen van de soort "wortel" (Daucus carota L.) mogen de | Pour les variétés appartenant à l'espèce carotte (Daucus carota L.), |
volgende kenmerken inzake onderscheidbaarheid, homogeniteit en | les caractères DHS suivants du protocole OCVV CPVO-TP/049/3 de la |
bestendigheid van CPVO-protocol CPVO-TP/049/3 van het geteste ras | variété examinée peuvent s'écarter des exigences DHS suivantes en |
afwijken van de volgende vereisten inzake homogeniteit: | matière d'homogénéité: |
CPVO nr. 4 - Blad: vertakking | OCVV no 4 - Feuille: division |
CPVO nr. 5 - Blad: intensiteit van groene kleur | OCVV no 5 - Feuille: intensité de la couleur verte |
CPVO nr. 19 - Wortels: diameter van kern in verhouding tot totale diameter | OCVV no 19 - Racine: diamètre du coeur par rapport au diamètre total |
CPVO nr. 20 - Wortels: kleur van kern | OCVV no 20 - Racine: couleur du coeur |
CPVO nr. 21 - Met uitzondering van rassen met witte kern; Wortels: | OCVV no 21 - A l'exclusion des variétés à coeur blanc: racine: |
intensiteit van de kleur van de kern | intensité de la couleur du coeur |
CPVO nr. 28 - Wortels: tijd van kleuring van de punt | OCVV no 28 - Racine: époque de coloration de l'extrémité |
CPVO nr. 29 - Plant: hoogte van het primaire bloemscherm ten tijde van | OCVV no 29 - Plante: hauteur de l'ombelle primaire à l'époque de sa |
de bloei | floraison |
2.2.2. Koolrabi | 2.2.2. Chou-rave |
Voor de rassen van de soort "koolrabi" (Brassica oleracea L.) mogen de | Pour les variétés appartenant à l'espèce chou-rave (Brassica oleracea |
volgende kenmerken inzake onderscheidbaarheid, homogeniteit en | |
bestendigheid van CPVO-protocol CPVO-TP/065/1 Rev. van het geteste ras | L.), les caractères DHS suivants du protocole OCVV CPVO-TP/065/1 Rev. |
afwijken van de volgende vereisten inzake homogeniteit van het | de la variété examinée peuvent s'écarter des exigences DHS suivantes |
desbetreffende technische protocol van het CPVO: | en matière d'homogénéité: |
CPVO nr. 2 - Kiemplant: intensiteit van de groene kleuring van de navelbladeren | OCVV no 2 - Plantule: intensité de la couleur verte des cotylédons |
CPVO nr. 6 - Bladsteel: stand | OCVV no 6 - Pétiole: port |
CPVO nr. 8 - Bladschijf: lengte | OCVV no 8 - Limbe: longueur |
CPVO nr. 9 - Bladschijf: breedte | OCVV no 9 - Limbe: largeur |
CPVO nr. 10 - Bladschijf: vorm van de punt | OCVV no 10 - Limbe: forme de l'apex |
CPVO nr. 11 - Bladschijf: vertakking tot aan de hoofdnerf (onderste | OCVV no 11 - Limbe: incisions jusqu'à la nervure principale (partie |
deel van het blad) | inférieure de la feuille) |
CPVO nr. 12 - Bladschijf: aantal inkepingen (bovenste deel van het | OCVV no 12 - Limbe: nombre d'incisions du bord (partie supérieure de |
blad) | la feuille) |
CPVO nr. 13 - Bladschijf: diepte van de inkepingen (bovenste deel van | OCVV no 13 - Limbe: profondeur des incisions du bord (partie |
het blad) | supérieure de la feuille) |
CPVO nr. 14 - Bladschijf: vorm in doorsnee | OCVV no 14 - Limbe: forme en coupe transversale |
CPVO nr. 19 - Koolrabi: aantal binnenbladeren | OCVV no 19 - Rave: nombre de feuilles intérieures |
Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 1 | |
september 2023 tot invoeging van bijlagen IV en IV in het besluit van | Vu pour être annexé à l'arrêté ministériel du 1er septembre 2023 |
insérant des annexes IV et V dans l'arrêté du Gouvernement de la | |
de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 juni 2007 betreffende de | Région de Bruxelles-Capitale du 21 juin 2007 concernant les caractères |
kenmerken waartoe het onderzoek van bepaalde rassen van landbouw- en | devant être couverts au maximum par l'examen et les conditions |
groentegewassen zich ten minste moet uitstrekken, en de minimumeisen | minimales pour l'examen de certaines variétés d'espèces de plantes |
voor dat onderzoek. | agricoles et de légumes. |
Brussel, 1 september 2023. | Bruxelles, le 1er septembre 2023. |
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor het | Le Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale chargée |
Landbouwbeleid | la Politique agricole |
A. MARON | A. MARON |
Bijlage II bij het ministerieel besluit van 1 september 2023 tot | Annexe II à l'arrêté ministériel du 1er septembre 2023 insérant des |
invoeging van bijlagen IV en IV in het besluit van de Brusselse | annexes IV et V de l'arrêté du Gouvernement de la Région de |
Hoofdstedelijke Regering van 21 juni 2007 betreffende de kenmerken | Bruxelles-Capitale du 21 juin 2007 concernant les caractères devant |
waartoe het onderzoek van bepaalde rassen van landbouw- en | être couverts au maximum par l'examen et les conditions minimales pour |
groentegewassen zich ten minste moet uitstrekken, en de minimumeisen | l'examen de certaines variétés d'espèces de plantes agricoles et de |
voor dat onderzoek | légumes |
Bijlage V bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering | Annexe V à l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale |
tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 juni 2007 betreffende de kenmerken waartoe het onderzoek van bepaalde rassen van landbouw- en groentegewassen zich ten minste moet uitstrekken, en de minimumeisen voor dat onderzoek DEEL A Lijst van de in artikel 2, tweede alinea, bedoelde gewassen Gerst Maïs Rogge Tarwe Voorwaarden waaraan moet worden voldaan - cultuur- en gebruikswaarde van biologische rassen die geschikt zijn voor de biologische teelt Het onderzoek naar cultuur- en gebruik wordt onder biologische omstandigheden uitgevoerd, overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EU) 2018/848, en met name de algemene beginselen van artikel 5, punten d), e), f) en g), en de voorschriften voor de plantaardige productie uit hoofde van artikel 12. Bij het rassenonderzoek en bij de evaluatie van de onderzoeksresultaten wordt rekening gehouden met de specifieke behoeften en doelstellingen van biologische landbouw. Er wordt onderzoek gedaan naar de weerstand tegen of de tolerantie voor ziekten en naar de aanpassing aan de verschillende plaatselijke bodem- en klimaatomstandigheden. Indien de bevoegde autoriteiten niet in staat zijn te voorzien in een onderzoek onder biologische omstandigheden of in het onderzoek van bepaalde kenmerken - waaronder de vatbaarheid voor ziekten - kunnen tests worden uitgevoerd overeenkomstig een van de volgende punten: a) onder toezicht van de bevoegde autoriteit bij bedrijven van biologische kwekers of biologische landbouwbedrijven; b) onder omstandigheden die weinig productiemiddelen en minimale behandelingen vergen; c) in een andere lidstaat, indien er bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten zijn gesloten om tests onder biologische omstandigheden te verrichten. Een ras bezit voldoende cultuur- of gebruikswaarde wanneer het ten opzichte van de andere in de lijst van de betrokken lidstaat opgenomen voor biologische teelt geschikte biologische rassen door het geheel van zijn hoedanigheden, ten minste voor de productie in een bepaald gebied, een duidelijke verbetering betekent, hetzij voor de teelt, hetzij voor de valorisatie van de oogst of van de daaruit verkregen producten. Voor het onderzoek naar de cultuur- en gebruikswaarde worden superieure kenmerken voor de landbouwproductie - wat betreft landbouwpraktijken en de productie van levensmiddelen of diervoeders, die voordelen bieden voor biologische landbouw - als bijzonder waardevol beschouwd. 4.De bevoegde autoriteit voorziet in verschillende onderzoeksomstandigheden die op de specifieke behoeften van de biologische landbouw zijn afgestemd, en onderzoekt afhankelijk van haar capaciteit, op verzoek van de aanvrager, specifieke eigenschappen en kenmerken, indien reproduceerbare methoden beschikbaar zijn. Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 1 september 2023 tot invoeging van bijlagen IV en IV in het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 juni 2007 betreffende de kenmerken waartoe het onderzoek van bepaalde rassen van landbouw- en groentegewassen zich ten minste moet uitstrekken, en de minimumeisen voor dat onderzoek. Brussel, 1 september 2023. De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor het Landbouwbeleid | du 21 juin 2007 concernant les caractères devant être couverts au minimum par l'examen et les conditions minimales pour l'examen de certaines variétés d'espèces de plantes agricoles et de légumes PARTIE A Liste des espèces visées à l'article 2, alinéa 2 Orge Maïs Seigle Froment (blé) Conditions à remplir - Valeur culturale et d'utilisation (valeur agronomique et technologique, VAT) pour les variétés biologiques adaptées à la production biologique 1. L'examen de la valeur agronomique et technologique est conduit dans des conditions biologiques, conformément aux dispositions du règlement (UE) 2018/848, et notamment aux principes généraux énoncés à l'article 5, points d), e), f) et g), et aux règles applicables à la production végétale énoncées à l'article 12. 2. Les besoins et objectifs spécifiques de l'agriculture biologique sont pris en compte dans l'examen des variétés et dans l'évaluation des résultats de l'examen. La résistance ou la tolérance aux maladies ainsi que l'adaptation aux diverses conditions pédoclimatiques locales sont examinées. 3. Lorsque les autorités compétentes ne sont pas en mesure de prévoir un examen dans des conditions biologiques, ou pour l'examen de certains caractères, y compris la sensibilité aux maladies, des essais peuvent être effectués en application de l'un des points suivants: a) sous la supervision de l'autorité compétente dans les locaux d'obtenteurs biologiques ou des exploitations biologiques; b) dans des conditions à faible consommation d'intrants et avec des traitements minimaux ; c) dans un autre Etat membre, si des accords bilatéraux ont été conclus entre les Etats membres pour effectuer des essais dans des conditions biologiques. Une variété possède une valeur culturale ou d'utilisation (VAT) satisfaisante si, par rapport aux autres variétés biologiques adaptées à la production biologique admises dans le catalogue de l'Etat membre en cause, elle représente, par l'ensemble de ses qualités, au moins pour la production dans une région déterminée, une nette amélioration soit pour la culture, soit pour l'exploitation des récoltes ou l'utilisation des produits qui en sont issus. Les caractères favorables pour la production agricole, en ce qui concerne les pratiques agricoles et la production de denrées alimentaires ou d'aliments pour animaux qui présentent des avantages pour l'agriculture biologique, revêtent une valeur particulière pour l'examen de la VAT. 4. L'autorité compétente prévoit différentes conditions d'examen adaptées aux besoins spécifiques de l'agriculture biologique et examine, dans la mesure de ses capacités, les particularités et caractères spécifiques, lorsque le demandeur le sollicite, si des méthodes reproductibles sont disponibles. Vu pour être annexé à l'arrêté ministériel du 1er septembre 2023 insérant des annexes IV et V de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 juin 2007 concernant les caractères devant être couverts au maximum par l'examen et les conditions minimales pour l'examen de certaines variétés d'espèces de plantes agricoles et de légumes. Bruxelles, le 1er septembre 2023. Le Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale chargée la Politique agricole |
A. MARON | A. MARON |