← Terug naar "Ministerieel besluit tot vaststelling van de inkomensgrenzen van de ontleners van de sociale kredietinstellingen om van de gewestelijke waarborg te genieten voor het jaar 2024 "
Ministerieel besluit tot vaststelling van de inkomensgrenzen van de ontleners van de sociale kredietinstellingen om van de gewestelijke waarborg te genieten voor het jaar 2024 | Arrêté ministériel fixant les plafonds de revenus des emprunteurs des sociétés de crédit social pour bénéficier de la garantie régionale pour l'année 2024 |
---|---|
BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST | REGION DE BRUXELLES-CAPITALE |
12 MAART 2024. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de | 12 MARS 2024. - Arrêté ministériel fixant les plafonds de revenus des |
inkomensgrenzen van de ontleners van de sociale kredietinstellingen om | emprunteurs des sociétés de crédit social pour bénéficier de la |
van de gewestelijke waarborg te genieten voor het jaar 2024 | garantie régionale pour l'année 2024 |
De Minister-Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, | Le Ministre-Président du Gouvernement de la Région de |
bevoegd voor territoriale ontwikkeling, | Bruxelles-Capitale, chargé du Développement territorial, |
Gelet op de ordonnantie van 17 juli 2003 houdende de Brusselse | Vu l'ordonnance du 17 juillet 2003 portant le Code bruxellois du |
Huisvestingscode, gewijzigd door de ordonnantie van 26 juli 2013, | Logement, modifiée par l'ordonnance du 26 juillet 2013, articles 129 à |
artikelen 129 tot 132; | 132 ; |
Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 24 | Vu l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 24 |
april 2014 betreffende de sociale kredietinstellingen, artikel 4; | avril 2014 relatif aux sociétés de crédit social, l'article 4 ; |
Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 22 | Vu l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 22 |
juli 2019 tot vaststelling van de bevoegdheden tussen de ministers van | juillet 2019 fixant la répartition des compétences entre les Ministres |
de Brusselse Hoofdstedelijke Regering; | du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale ; |
Gelet op het ministerieel besluit van 22 juli 2019 tot vaststelling | Vu l'arrêté ministériel du 22 juillet 2019 fixant les compétences de |
van de bevoegdheden van de Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister | la Secrétaire d'Etat adjointe au Ministre du Gouvernement de la Région |
van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor territoriale | de Bruxelles-Capitale, chargé du Développement territorial et de la |
ontwikkeling en stadsvernieuwing, toerisme, de promotie van het imago | Rénovation urbaine, du Tourisme, de la Promotion de l'Image de |
van Brussel en biculturele zaken van gewestelijk belang; | Bruxelles et du biculturel d'intérêt régional ; |
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 10 | Vu l'avis de l'Inspecteur des Finances, donné le 10 janvier 2024 ; |
januari 2024; | |
Besluit : | Arrête : |
Artikel 1., § 1. De gewestelijke waarborg, bedoeld in artikel 129, § |
|
4 van de Brusselse Huisvestingscode, kan worden toegekend op | Article 1er., § 1er. La garantie régionale visée à l'article 129, § 4 |
du Code bruxellois du Logement, ne peut être accordée qu'à la | |
voorwaarde dat per 1 januari 2024 de inkomsten van het gezin dat een | condition que les revenus du ménage contractant un crédit n'excèdent |
krediet afsluit niet hoger liggen dan: | pas au 1er janvier 2024: |
- voor gezinnen zonder kinderen ten laste: | - pour les ménages sans enfant à charge : |
65.364,86 euro; | 65.364,86 euros; |
- voor gezinnen met een kind ten laste: | - pour les ménages avec un enfant à charge : |
71.814,91 euro ; | 71.814,91 euros ; |
- voor gezinnen met twee kinderen ten laste: | - pour les ménages avec deux enfants à charge : |
78.264,96 euro ; | 78.264,96 euros ; |
- voor gezinnen met drie kinderen ten laste: | - pour les ménages avec trois enfants à charge : |
84.715,02 euro; | 84.715,02 euros ; |
- voor gezinnen met vier kinderen (en meer) ten laste: | - pour les ménages avec quatre enfants (et plus) à . charge : |
91.165,07 euro. | 91.165,07 euros. |
§ 2. Als de aanvragers van een krediet op de dag waarop de lening | § 2. Lorsque toutes les personnes qui se constituent emprunteurs ont |
wordt aangevraagd jonger dan vijfendertig jaar zijn, worden deze | moins de trente-cinq ans au jour de la demande de prêt, ces montants |
bedragen verhoogd tot: | sont portés à : |
- voor gezinnen zonder kinderen ten laste: | - pour les ménages sans enfant à charge : |
81.709,29 euro; | 81.709,29 euros; |
- voor gezinnen met een kind ten laste: | - pour les ménages avec un enfant à charge : |
88.159,35 euro ; | 88.159,35 euros ; |
- voor gezinnen met twee kinderen ten laste: | - pour les ménages avec deux enfants à charge : |
94.609,40 euro ; | 94.609,40 euros ; |
- voor gezinnen met drie kinderen ten laste: | - pour les ménages avec trois enfants à charge : |
101.059,46 euro; | 101.059,46 euros ; |
- voor gezinnen met vier kinderen (en meer) ten laste: | - pour les ménages avec quatre enfants (et plus) à . charge : |
107.509,51 euro. | 107.509,51 euros. |
Art. 2.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2024. |
Art. 2.Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2024. |
Brussel, 12 maart 2024. | Bruxelles, le 12 mars 2024. |
De Minister-Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, | Le Ministre-Président du Gouvernement de la Région de |
bevoegd voor territoriale ontwikkeling, | Bruxelles-Capitale chargé du Développement territorial, |
R. VERVOORT | R. VERVOORT |
De Staatssecretaris van Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd | La Secrétaire d'Etat de la Région de Bruxelles-Capitale, chargée du |
voor huisvesting, | Logement, |
N. BEN HAMOU | N. BEN HAMOU |