Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 november 2000, gesloten in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf, betreffende het overleg bij tijdelijke werkloosheid om economische redenen | Arrêté royal rendant obligatoire la convention collective de travail du 17 novembre 2000, conclue au sein de la Commission paritaire de l'industrie de l'habillement et de la confection, concernant la concertation lors de chômage temporaire pour raisons économiques |
---|---|
MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID | MINISTERE DE L'EMPLOI ET DU TRAVAIL |
4 JULI 2001. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 4 JUILLET 2001. - Arrêté royal rendant obligatoire la convention |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 november 2000, | collective de travail du 17 novembre 2000, conclue au sein de la |
gesloten in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf, | Commission paritaire de l'industrie de l'habillement et de la |
betreffende het overleg bij tijdelijke werkloosheid om economische | confection, concernant la concertation lors de chômage temporaire pour |
redenen (1) | raisons économiques (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Roi des Belges, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | A tous, présents et à venir, Salut. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Vu la loi du 5 décembre 1968 sur les conventions collectives de |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28; | travail et les commissions paritaires, notamment l'article 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het kleding- en | Vu la demande de la Commission paritaire de l'industrie de |
confectiebedrijf; | l'habillement et de la confection; |
Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, | Sur la proposition de Notre Ministre de l'Emploi, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Nous avons arrêté et arrêtons : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Article 1er.Est rendue obligatoire la convention collective de |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 17 november 2000, | travail du 17 novembre 2000, reprise en annexe, conclue au sein de la |
gesloten in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf, | Commission paritaire de l'industrie de l'habillement et de la |
betreffende het overleg bij tijdelijke werkloosheid om economische | confection, concernant la concertation lors de chômage temporaire pour |
redenen. | raisons économiques. |
Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering |
Art. 2.Notre Ministre de l'Emploi est chargé de l'exécution du |
van dit besluit. | présent arrêté. |
Gegeven te Brussel, 4 juli 2000. | Donné à Bruxelles, le 4 juillet 2001. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Par le Roi : |
De Minister van Werkgelegenheid, | La Ministre de l'Emploi, |
Mevr. L. ONKELINX | Mme L. ONKELINX |
_______ | _______ |
Nota | Note |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Référence au Moniteur belge : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Loi du 5 décembre 1968, Moniteur belge du 15 janvier 1969. |
Bijlage | Annexe |
Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf | Commission paritaire de l'industrie de l'habillement et de la |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 17 november 2000 | confection Convention collective de travail du 17 novembre 2000 |
Overleg bij tijdelijke werkloosheid om economische redenen | Concertation lors de chômage temporaire pour raisons économiques |
(Overeenkomst geregistreerd op 6 december 2000 onder het nummer | (Convention enregistrée le 6 décembre 2000 sous le numéro |
55971/CO/109) | 55971/CO/109) |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Article 1er.La présente convention collective de travail s'applique |
de werkgevers die ressorteren onder het Paritair Comité voor het | aux employeurs ressortissant à la Commission paritaire de l'industrie |
kleding- en confectiebedrijf en op de arbeid (st) ers die zij | de l'habillement et de la confection et aux ouvriers et ouvrières |
tewerkstellen. | qu'ils occupent. |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing met |
Art. 2.La présente convention collective de travail est applicable à |
ingang van 1 januari 2001 en is gesloten voor onbepaalde duur. | partir du 1er janvier 2001 et est conclue pour une durée indéterminée. |
Zij kan door één der ondertekenende partijen worden opgezegd, mits een | Elle peut être dénoncée par une des parties contractantes, moyennant |
vooropzeg van drie maanden, te betekenen bij een ter post aangetekend | un préavis de trois mois, à signifier par lettre recommandée, adressée |
schrijven, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het | au président de la Commission paritaire de l'industrie de |
kleding- en confectiebedrijf en aan de in dit comité vertegenwoordigde | l'habillement et de la confection et aux organisations représentées au |
organisaties. | sein de cette commission. |
Art. 3.In alle ondernemingen waar de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie de toepassing van artikel 51 van de Wet van 3 juli 1978 op de arbeidsovereenkomsten onderzoekt, betwist, schorst of weigert, dient volgende procedure te worden toegepast : - vanaf het ogenblik waarop de Rijksdienst voor Jaarlijkse vakantie de onderneming vat in de zin zoals bedoeld in alinea 1, dient de werkgever binnen de tien werkdagen dat werknemers daarvan in kennis te stellen via de ondernemingsraad, of bij gebreke via het comité voor preventie en bescherming op het werk of bij gebreke de syndicale afvaardiging of bij gebreke via een nota aan het personeel; - tegelijkertijd wordt in alinea 2 bedoelde kennisgeving door de werkgever schriftelijk aan de regionale vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties betekend; - binnen de maand na het tijdstip, bedoeld in alinea 2, nodigt de werkgever de hoger bedoelde instanties uit voor een overleg over de te nemen maatregelen. Art. 4.Het overleg zal plaats vinden, rekening houdend met de specifieke kenmerken van elke onderneming, en kan betrekking hebben op zowel de oorzaken van de tijdelijke werkloosheid als op eventueel mogelijke maatregelen om het aantal dagen tijdelijke werkloosheid te beperken. Art. 5.Elk geschil ingevolge de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst zal in eerste instantie door de meest gerede partij worden voorgelegd aan het verzoeningsbureau van het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 4 juli 2001. De Minister van Werkgelegenheid, |
Art. 3.Dans toutes les entreprises où l'Office national des vacances annuelles vérifie, conteste, suspend ou refuse l'application de l'article 51 de la loi du 3 juillet 1978 sur les contrats de travail, il convient d'appliquer la procédure suivante : - à partir du moment où l'Office national des vacances annuelles saisit l'entreprise dans le sens visé à l'alinéa 1er, l'employeur doit en aviser les travailleurs endéans les dix jours ouvrables via le conseil d'entreprise, à défaut via le comité pour la prévention et la protection au travail, à défaut via la délégation syndicale ou à défaut via une note au personnel; - la notification de l'employeur aux travailleurs, visée à l'alinéa 2, doit être signifiée simultanément aux représentants régionaux des organisations syndicales représentatives; - endéans le mois à l'issue du moment visé à l'alinéa 2, l'employeur invite les instances susmentionnées à une concertation sur les mesures à prendre. Art. 4.La concertation aura lieu en tenant compte des caractéristiques spécifiques de chaque entreprise et peut concerner aussi bien les causes du chômage temporaire que d'éventuelles mesures pour limiter le nombre de jours de chômage temporaire. Art. 5.Tout litige suite à l'application de cette convention collective de travail sera soumis en première instance par la partie la plus diligente au bureau de conciliation de la Commission paritaire de l'industrie de l'habillement et de la confection. Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 4 juillet 2001. La Ministre de l'Emploi, |
Mevr. L. ONKELINX | Mme L. ONKELINX |