Besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 april 2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen en van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 tot vaststelling van de lijst van toelaatbare zonevreemde functiewijzigingen | Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 avril 2000 portant détermination des modifications de fonction subordonnées à un permis et diverses dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003 fixant la liste des modifications admissibles de la fonction étrangère à la zone |
---|---|
VLAAMSE OVERHEID 30 OKTOBER 2015. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 april 2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen en van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 tot vaststelling van de lijst van toelaatbare zonevreemde functiewijzigingen De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, VERSLAG AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING 1. Situering Artikel 4.2.1, 6° van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) bepaalt dat het geheel of gedeeltelijk wijzigen van de hoofdfunctie van een bebouwd onroerend goed vergunningsplichtig is als de Vlaamse Regering deze functiewijziging als dusdanig heeft aangemerkt. De Vlaamse Regering heeft dit gedaan bij besluit van 14 april 2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen. Op basis van artikel 4.4.23, eerste lid, VCRO kan bij het verlenen van een stedenbouwkundige vergunning die betrekking heeft op een vergunningsplichtige functiewijziging van een gebouw of een gebouwencomplex, afgeweken worden van de bestemmingsvoorschriften wanneer aan beide hiernavolgende voorwaarden is voldaan: "1° het gebouw of het gebouwencomplex beantwoordt op het ogenblik van de aanvraag aan alle hiernavolgende vereisten: a) het gebouw of het gebouwencomplex bestaat, b) het gebouw of het gebouwencomplex is niet verkrot, c) het gebouw of het gebouwencomplex is hoofdzakelijk vergund, d) het gebouw of het gebouwencomplex is niet gelegen in: 1) ruimtelijk kwetsbare gebieden, met uitzondering van parkgebieden en agrarische gebieden met ecologisch belang of ecologische waarde, 2) recreatiegebieden, zijnde de als dusdanig door een plan van aanleg aangewezen gebieden, en de gebieden, geordend door een ruimtelijk uitvoeringsplan, die onder de categorie van gebiedsaanduiding « recreatie » sorteren; 2° de functiewijziging komt voor op een door de Vlaamse Regering vast te stellen lijst, waarin nadere regelen en bijkomende voorwaarden voor de betrokken wijzigingen van gebruik kunnen worden bepaald." De toegelaten zonevreemde functiewijzigingen zijn opgenomen in het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 tot vaststelling van de lijst van toelaatbare zonevreemde functiewijzigingen. 2. Tijdelijk gebruik om verweving mogelijk te maken In stedelijke gebieden bevinden zich doorgaans oudere industriële sites. Deze zijn op het gewestplan meestal, op basis van hun toenmalige activiteiten, ingekleurd als industriegebied. Wanneer deze bedrijven hun activiteiten stopzetten, is het in de meeste gevallen ruimtelijk niet verantwoord om er een nieuwe grootschalige industriële activiteit te vestigen, bijvoorbeeld omwille van de ligging in de nabijheid van een woongebied. Een herbestemming naar een gebied waarin andere functies mogelijk zijn, ligt dan meer voor de hand. Dergelijke herbestemming vergt echter tijd. Er moeten immers de nodige onderzoeken gebeuren en de buurt moet de kans krijgen om mee te participeren bij de beslissing over de herbestemming. Het is zonde om de bestaande gebouwen of gebouwencomplexen in dergelijke gevallen meerdere jaren te laten leegstaan (en verkommeren) in afwachting van het voltooien van het planningsproces. Bovendien bestaat het risico dat leegstaande bedrijfsruimten onderworpen worden aan de heffing op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten. Vandaar dat deze nieuwe regeling onder strikte voorwaarden tijdelijk gebruik mogelijk maakt door een nieuw artikel 11/1 in te voeren in het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 tot vaststelling van de lijst van toelaatbare zonevreemde functiewijzigingen. Er moet voldaan zijn aan al de volgende voorwaarden: 1° het gebouw of gebouwencomplex ligt in een stedelijk gebied, zoals afgebakend in een gewestelijk of provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan; 2° het college van burgemeester en schepenen heeft conform artikel 2.2.13 VCRO beslist om een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan op te maken voor het gebied waarin het gebouw of gebouwencomplex ligt; 3° het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, vermeld in punt 2°, heeft de omschakeling van oud industrieel of ambachtelijk weefsel naar een gebied met verweving van functies tot doel; 4° de gemeenteraad heeft principieel ingestemd met de volgende twee elementen: a) de opmaak van het ruimtelijk uitvoeringsplan, vermeld in punt 2° ; b) de begrenzing van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan die het college van burgemeester en schepenen voorstelt; 5° maximaal een vierde van de vloeroppervlakte van het gebouw of gebouwencomplex krijgt de functie detailhandel; 6° minimaal twee vierde van de vloeroppervlakte van het gebouw of gebouwencomplex krijgt de functie industrie en bedrijvigheid, dagrecreatie, met inbegrip van sport of gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen; 7° de vergunning wordt verleend voor een periode van maximaal drie jaar. Er kan eenmaal een nieuwe vergunning voor een bijkomende periode van maximaal drie jaar worden verleend, op voorwaarde dat er een plenaire vergadering is gehouden over het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, vermeld in punt 2°. 3. Opvang van asielzoekers of daklozen Het aantal vluchtelingen in ons land is op korte tijd enorm gestegen. Het aantal asielaanvragen in België is in juli 2015 opgelopen tot 2.975, in augustus tot 4.621 en in september 2015 tot een record van 5.512 asielaanvragen. De staatssecretaris voor Asiel en Migratie wil dan ook extra opvangplaatsen vrijmaken. Hiervoor zouden onder andere leegstaande legerkazernes aangewend worden. Volgens het besluit van 14 april 2000 is geen stedenbouwkundige vergunning vereist als de hoofdfunctie van een gebouw wordt gewijzigd naar de hoofdfunctie gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. Ingevolge het op de Vlaamse Regering van 17 juli 2015 goedgekeurd besluit houdende wijziging van artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 april 2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen en van artikel 1, 3, 5, 6, 8 en 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 tot vaststelling van de lijst van toelaatbare zonevreemde functiewijzigingen (VR 2015 1707 DOC.0798) werd de functie "gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen" echter een volwaardige functiecategorie, waardoor wel een vergunning nodig is als de hoofdfunctie van een gebouw wijzigt van bijvoorbeeld militaire functie naar de hoofdfunctie "gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen" (bijvoorbeeld voor een asielcentrum of daklozenopvang). Deze (nieuwe) vergunningsplicht is van toepassing op functiewijzigingen die worden doorgevoerd vanaf de datum van de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2015. Bij het beoordelen van de vergunningsaanvraag zal gekeken moeten worden naar de huidige afwijkingsmogelijkheden voor zonevreemde functiewijzigingen. Aangezien een dergelijke functiewijziging niet opgenomen is in het besluit van 28 november 2003, zou het niet mogelijk zijn om onder andere leegstaande legerkazernes, gelegen in militair gebied, aan te wenden voor de opvang van asielzoekers of daklozen. Asielzoekers hebben evenwel recht op materiële hulp (opvang) gedurende de volledige asiel-procedure. Richtlijn 2003/9/EG van de Raad van de Europese Unie van 27 januari 2003 tot vaststelling van minimumnormen voor de opvang van asielzoekers in de lidstaten bepaalt immers een aantal minimumnormen voor de omstandigheden voor de opvang van asielzoekers, om hen een menswaardig bestaan te garanderen. Ook voor daklozen rust er op België en Vlaanderen een opvangverplichting. Volgens de Grondwet heeft ieder het recht een menswaardig leven te leiden. Dit omvat onder andere het recht op een behoorlijke huisvesting. Deze verplichtingen kennen piekmomenten, met name in tijden van oorlog (asielzoekers), bij milieurampen of in de winter (daklozen). Om gebouwen of gebouwencomplexen te kunnen aanwenden voor de opvang van deze groepen mensen, dringt een wijziging van de besluiten van 14 april 2000 en 28 november 2003 zich op. Hierbij moet een onderscheid worden gemaakt tussen de tijdelijke noodopvang van asielzoekers, daklozen of burgers wiens woning onbewoonbaar is en de permanente opvang. Wanneer door onvoorziene omstandigheden een dringende opvangbehoefte ontstaat, moet het mogelijk zijn om op korte termijn te voorzien in tijdelijke noodopvang, zonder dat voorafgaand een vergunning moet worden aangevraagd. Gelet op het dringend karakter van de noodopvang is het niet mogelijk eerst een vergunningsprocedure te doorlopen. Als voorbeeld van dergelijke omstandigheden kan worden gedacht aan de oorlogssituatie in Syrië die aanleiding geeft tot een ongeziene vluchtelingenstroom, een milieuramp die aanleiding geeft tot de onbewoonbaarheid van een groot aantal woningen (bv. treinramp te Wetteren) of een uiterst strenge winter waardoor onverwacht veel daklozen nood hebben aan opvang. Artikel 7.3 van het besluit van 16 juli 2010 tot bepaling van handelingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is, voorziet een vrijstelling voor "een tijdelijke gebruikswijziging van een bestaand, hoofdzakelijk vergund of vergund geacht gebouw, als dit een maximale duur van 90 dagen per jaar niet overschrijdt". Deze vrijstelling kan worden gebruikt als uitweg voor de meest dringende opvang gedurende de eerste weken, maar 90 dagen zal in een aantal crisissituaties niet volstaan. Vandaar het voorstel om in het besluit van 14 april 2000 in te schrijven dat geen stedenbouwkundige vergunning vereist is als de hoofdfunctie van een bebouwd onroerend goed geheel of gedeeltelijk wordt gewijzigd naar een hoofdfunctie die bestaat uit de tijdelijke noodopvang, als aan al de volgende voorwaarden is voldaan: 1° het betreft gegroepeerde opvang van asielzoekers, daklozen of burgers wiens woning onbewoonbaar is; 2° onvoorziene omstandigheden geven aanleiding tot een dringende opvangbehoefte; 3° de opvang is nodig om humanitaire redenen; 4° de opvang is tijdelijk voor een periode van maximaal drie jaar. Deze maximale termijn van drie jaar moet toelaten om 1) ofwel een stedenbouwkundige vergunning aan te vragen voor de functiewijziging indien zou blijken dat de opvang op dezelfde locatie langer dan drie jaar zou duren, 2) ofwel een herlocalisatie van de noodopvang naar permanente opvang voor te bereiden. Als niet voldaan is aan de voormelde voorwaarden of als het gaat om permanente opvang van asielzoekers, daklozen of burgers wiens woning onbewoonbaar is geworden, is uiteraard wel een vergunning nodig, zodat een ruimtelijke afweging kan gebeuren. In toepassing van artikel 4.4.23 VCRO wordt hiertoe het verlenen van een stedenbouwkundige vergunning voor een functiewijziging van een gebouw of gebouwencomplex naar een nieuwe functie die bestaat uit de (permanente) opvang van asielzoekers, daklozen of burgers wiens woning onbewoonbaar is geworden, mogelijk gemaakt door het invoegen van een nieuw artikel 11/2 in het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 tot vaststelling van de lijst van toelaatbare zonevreemde functiewijzigingen. Overeenkomstig de bestaande voorwaarden van dit laatste besluit, zullen de voorgestelde functiewijzigingen enkel kunnen worden toegestaan als het gebouw of gebouwencomplex bouwfysisch geschikt is voor de nieuwe functie. De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, J. SCHAUVLIEGE ADVIES 58.330/1 VAN 27 OKTOBER 2015 VAN DE RAAD VAN STATE, AFDELING WETGEVING, OVER EEN ONTWERP VAN BESLUIT VAN DE VLAAMSE REGERING `HOUDENDE WIJZIGING VAN ARTIKEL 2 VAN HET BESLUIT VAN DE VLAAMSE REGERING VAN 14 APRIL 2000 TOT BEPALING VAN DE VERGUNNINGSPLICHTIGE FUNCTIEWIJZIGINGEN EN VAN DIVERSE BEPALINGEN VAN HET BESLUIT VAN DE VLAAMSE REGERING VAN 28 NOVEMBER 2003 TOT VASTSTELLING VAN DE LIJST VAN TOELAATBARE ZONEVREEMDE FUNCTIEWIJZIGINGEN' Op 20 oktober 2015 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw verzocht binnen een termijn van vijf werkdagen een advies te verstrekken over een ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering `houdende wijziging van artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 april 2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen en van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 tot vaststelling van de lijst van toelaatbare zonevreemde functiewijzigingen '. Het ontwerp is door de eerste kamer onderzocht op 21 oktober 2015. De kamer was samengesteld uit Marnix Van Damme, kamervoorzitter, Wilfried Van Vaerenbergh en Wouter Pas, staatsraden, Michel Tison, assessor, en Greet Verberckmoes, griffier. Het verslag is uitgebracht door Pierrot T'Kindt, auditeur. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 27 oktober 2015. 1. Volgens artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, moeten in de adviesaanvraag de redenen worden opgegeven tot staving van het spoedeisende karakter ervan. In het onderhavige geval wordt het verzoek om spoedbehandeling in de adviesaanvraag gemotiveerd "door het feit dat België thans geconfronteerd wordt met een vluchtelingencrisis, met 2.975 asielaanvragen in juli en 4.621 asielaanvragen in augustus, waarbij op federaal niveau getracht wordt extra opvangplaatsen vrij te maken door onder andere aanwending van leegstaande legerkazernes. Ingevolge de wijziging van 17 juli 2015 van het besluit [van de Vlaamse Regering] van 14 april 2000 houdende vergunningsplichtige functiewijzigingen is de functie van `gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen' een volwaardige functiecategorie, waardoor een stedenbouwkundige vergunning nodig is als de hoofdfunctie van een gebouw wijzigt, bijvoorbeeld van de militaire functie naar de hoofdfunctie `gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen' (bijvoorbeeld asielcentrum of daklozenopvang). Bij het beoordelen van dergelijke vergunningsaanvraag moet gekeken worden naar de afwijkingsmogelijkheden voor zonevreemde functiewijzigingen, opgenomen in het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 tot vaststelling van de lijst van toelaatbare zonevreemde functiewijzigingen. Dit besluit laat thans niet toe om leegstaande legerkazernes, gelegen in militair gebied, aan te wenden voor opvang van asielzoekers. Asielzoekers hebben recht op materiële hulp (opvang) gedurende de volledige asielprocedure, dit op grond van Richtlijn 2003/9/EG van de Raad van de Europese Unie van 27 januari 2003 tot vaststelling van minimumnormen voor de opvang van asielzoekers in de lidstaten. In dat kader is het van belang dat onder andere niet gebruikte legerkazernes op zeer korte termijn aangewend kunnen worden om te voorzien in opvang van asielzoekers". 2. Overeenkomstig artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, heeft de afdeling Wetgeving zich moeten beperken tot de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de voorgeschreven vormvereisten is voldaan. STREKKING EN REHTSGROND VAN HET ONTWERP 3. Het om advies voorgelegde ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering strekt vooreerst ertoe om artikel 2, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 april 2000 `tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen' aan te vullen met een derde lid, waarbij wordt voorzien in de tijdelijke vrijstelling van het vereiste van stedenbouwkundige vergunning voor de gehele of gedeeltelijke wijziging van de hoofdfunctie van een bebouwd onroerend goed als de nieuwe hoofdfunctie bestaat in noodopvang (artikel 1 van het ontwerp). Voorts worden aan het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 `tot vaststelling van de lijst van toelaatbare zonevreemde functiewijzigingen' twee nieuwe artikelen (11/1 en 11/2) toegevoegd, waardoor het mogelijk wordt om een stedenbouwkundige vergunning te verlenen, enerzijds voor de al dan niet volledige functiewijziging van in stedelijk gebied gelegen oud industrieel of ambachtelijk weefsel naar een gebied met verweving van functies en, anderzijds, voor de gehele of gedeeltelijke wijziging van het gebruik van een gebouw of gebouwencomplex met het oog op de permanente opvang van bepaalde kwetsbare categorieën van personen (artikelen 2 en 3 van het ontwerp). 4.1. De wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 april 2000 (artikel 1 van het ontwerp) vindt rechtsgrond in artikel 4.2.1, 6°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna: de Codex), waarbij een voorafgaande stedenbouwkundige vergunning verplicht wordt gesteld om de hoofdfunctie van een bebouwd onroerend goed geheel of gedeeltelijk te wijzigen, indien de Vlaamse Regering de functiewijziging als vergunningsplichtig heeft aangemerkt. 4.2. Voor de wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 (artikelen 2 en 3 van het ontwerp) wordt rechtsgrond geboden door artikel 4.4.23, eerste lid, 2°, van de Codex, waarbij de Vlaamse Regering wordt opgedragen om een lijst vast te stellen met functiewijzigingen van gebouwen of gebouwencomplexen waarvoor bij het verlenen van een stedenbouwkundige vergunning mag worden afgeweken van de bestemmingsvoorschriften, en waarbij zij wordt gemachtigd om voor die wijzigingen nadere regels en bijkomende voorwaarden te bepalen. In het eerste lid van de aanhef van het ontwerp wordt het best nog preciezer verwezen naar "artikel 4.4.23, eerste lid, 2° " van de Codex. ONDERZOEK VAN DE TEKST Artikel 3 5. In het ontworpen artikel 11/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 dient waar thans sprake is van een "gebouw" wellicht telkens ook melding te worden gemaakt van een "gebouwencomplex". 6. In het ontworpen artikel 11/1, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 schrijve men nauwkeuriger: "het college van burgemeester en schepenen heeft conform artikel 2.2.13, § 1, eerste lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening beslist om een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan op te maken voor het gebied waarin het gebouw (of het gebouwencomplex) ligt". De griffier, Greet Verberckmoes De voorzitter, Marnix Van Damme. 30 OKTOBER 2015. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 april 2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen en van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 tot vaststelling van de lijst van toelaatbare zonevreemde functiewijzigingen De Vlaamse Regering, Gelet op de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, artikel 4.2.1, 6° en 4.4.23, eerste lid, 2° ; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 april 2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 tot vaststelling van de lijst van toelaatbare zonevreemde functiewijzigingen; Gelet op het spoedadvies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 1 oktober 2015; Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid dat België thans geconfronteerd wordt met een vluchtelingencrisis, met 2.975 asielaanvragen in juli en 4.621 in augustus, waarbij op federaal niveau getracht wordt extra opvangplaatsen vrij te maken door onder andere aanwending van leegstaande legerkazernes; dat ingevolge de wijziging van 17 juli 2015 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 april 2000 houdende vergunningsplichtige functiewijzigingen de functie van `gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen' een volwaardige functiecategorie is geworden, waardoor een stedenbouwkundige vergunning nodig is als de hoofdfunctie van een gebouw wijzigt, bijvoorbeeld van de militaire functie naar de hoofdfunctie `gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen' (bijvoorbeeld asielcentrum of daklozenopvang); dat bij het beoordelen van dergelijke vergunningsaanvraag gekeken moet worden naar de afwijkingsmogelijkheden voor zonevreemde functiewijzigingen, opgenomen in het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 tot vaststelling van de lijst van toelaatbare zonevreemde functiewijzigingen; dat dit besluit thans niet toelaat om leegstaande legerkazernes, gelegen in militair gebied, aan te wenden voor opvang van asielzoekers; dat asielzoekers recht hebben op materiële hulp (opvang) gedurende de volledige asielprocedure, dit op grond van Richtlijn 2003/9/EG van de Raad van de Europese Unie van 27 januari 2003 tot vaststelling van minimumnormen voor de opvang van asielzoekers in de lidstaten; dat het in dat kader van belang is dat onder andere niet gebruikte legerkazernes op zeer korte termijn aangewend kunnen worden om te voorzien in opvang van asielzoekers; Gelet op advies nr. 58.330/1 van de Raad van State, gegeven op 27 oktober 2015, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op voorstel van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.Aan artikel 2, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 april 2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 26 april 2002 en 17 juli 2015, wordt een derde lid toegevoegd dat luidt als volgt: "Een stedenbouwkundige vergunning is evenmin vereist als de hoofdfunctie van een bebouwd onroerend goed geheel of gedeeltelijk wordt gewijzigd van een van de in het eerste lid opgesomde hoofdfuncties naar een hoofdfunctie die bestaat uit noodopvang, als aan al de volgende voorwaarden is voldaan: 1° het betreft gegroepeerde opvang van asielzoekers, daklozen of burgers wiens woning onbewoonbaar is; 2° onvoorziene omstandigheden geven aanleiding tot een dringende opvangbehoefte; 3° de opvang is nodig om humanitaire redenen; 4° de opvang is tijdelijk voor een periode van maximaal drie jaar.". Art. 2.In artikel 2, § 3, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 tot vaststelling van de lijst van toelaatbare zonevreemde functiewijzigingen, vervangen bij het besluit |
AUTORITE FLAMANDE 30 OCTOBRE 2015. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 avril 2000 portant détermination des modifications de fonction subordonnées à un permis et diverses dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003 fixant la liste des modifications admissibles de la fonction étrangère à la zone Le Gouvernement flamand, Vu le Code flamand de l'Aménagement du Territoire, articles 4.2.1, 6° et 4.4.23, alinéa premier, 2° ; Vu l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 avril 2000 portant détermination des modifications de fonction subordonnées à un permis ; Vu l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003 fixant la liste des modifications admissibles de la fonction étrangère à la zone ; Vu l'avis urgent de l'Inspection des Finances, rendu le 1er octobre 2015 ; Vu la demande d'urgence motivée par la circonstance que la Belgique est actuellement confrontée à une crise de réfugiés, avec 2.975 demandes d'asile en juillet et 4.621 en août, lors de laquelle le niveau fédéral essaie de libérer des places d'accueil supplémentaires, entre autres en utilisant des casernes militaires désaffectées ; que, suite à la modification du 17 juillet 2015 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 avril 2000 portant détermination des modifications de fonction subordonnées à un permis, la fonction d'« équipements collectifs et équipements d'utilité publique » est devenue une catégorie de fonction à part entière, de sorte qu'une autorisation urbanistique est requise si la fonction principale d'un bâtiment change, par exemple de la fonction militaire à la fonction principale d'« équipements collectifs et équipements d'utilité publique » (par exemple centre d'asile ou accueil de sans-abri) ; que, lors de l'évaluation d'une telle demande d'autorisation, il faut examiner les possibilités de dérogation pour des modifications de la fonction étrangère à la zone, reprises à l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003 fixant la liste des modifications admissibles de la fonction étrangère à la zone ; que cet arrêté ne permet actuellement pas d'affecter des casernes militaires désaffectées, situées en zone militaire, à l'accueil des demandeurs d'asile ; que les demandeurs d'asile ont droit à une aide matérielle (accueil) pendant la procédure d'asile entière, sur la base de la Directive 2003/9/CE du Conseil de l'Union européenne du 27 janvier 2003 relative à des normes minimales pour l'accueil des demandeurs d'asile dans les Etats membres ; qu'il est important dans ce cadre de pouvoir affecter à très court terme d'autres casernes militaires désaffectées à l'accueil des demandeurs d'asile ; Vu l'avis n° 58.330/1 du Conseil d'Etat, donné le 27 octobre 2015, en application de l'article 84, § 1er, alinéa 1er, 3°, des lois sur le Conseil d'Etat, coordonnées le 12 janvier 1973 ; Sur proposition de la Ministre flamande de l'Environnement, de la Nature et de l'Agriculture ; Après délibération, Arrête : Article 1er.A l'article 2, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 avril 2000 portant détermination des modifications de fonction subordonnées à un permis, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 26 avril 2002 et 17 juillet 2015, il est ajouté un alinéa trois, rédigé comme suit : « Une autorisation urbanistique n'est pas non plus requise lorsque la fonction principale d'un bien immobilier bâti est modifiée entièrement ou partiellement d'une des fonctions principales énumérées à l'alinéa premier en une fonction principale qui se compose de l'accueil d'urgence, si toutes les conditions suivantes sont remplies : 1° il s'agit de l'accueil en groupe de demandeurs d'asile, de sans-abri ou de citoyens dont le logement est inhabitable ; 2° des circonstances imprévues donnent lieu à un besoin d'accueil urgent ; 3° l'accueil est nécessaire pour des raisons humanitaires ; 4° l'accueil est temporaire, pour une période maximale de trois ans. ». Art. 2.Dans l'article 2, § 3, alinéa premier, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003 fixant la liste des modifications admissibles de la fonction étrangère à la zone, remplacé |
van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009 en gewijzigd bij het besluit | par l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 mai 2009 et modifié par |
van de Vlaamse Regering van 7 mei 2010, wordt de zinsnede "vermeld in | l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 mai 2010, le membre de phrase « |
artikel 4 tot en met artikel 10," vervangen door de zinsnede "vermeld | visées aux articles 4 à 10, » est remplacé par le membre de phrase « |
in artikel 4 tot en met 10 en artikel 11/1 en 11/2,". | visées aux articles 4 à 10 inclus et aux articles 11/1 et 11/2, ». |
Art. 3.In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van |
Art. 3.Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du |
de Vlaamse Regering van 16 mei 2014, worden een artikel 11/1 en 11/2 | Gouvernement flamand du 16 mai 2014, sont insérés les articles 11/1 et |
ingevoegd, die luiden als volgt: | 11/2, rédigés comme suit : |
" Art. 11/1.Met toepassing van artikel 4.4.23 van de Vlaamse Codex |
« Art. 11/1.En application de l'article 4.4.23 du Code flamand de |
Ruimtelijke Ordening kan een vergunning worden verleend voor het | l'Aménagement du Territoire, une autorisation peut être accordée pour |
geheel of gedeeltelijk wijzigen van het gebruik van een gebouw of | la modification entière ou partielle d'utilisation d'un bâtiment ou |
gebouwencomplex, voor zover aan al de volgende voorwaarden voldaan is: | d'un complexe de bâtiments, pour autant qu'il ait été répondu aux conditions suivantes : |
1° het gebouw of gebouwencomplex ligt in een stedelijk gebied, zoals | 1° le bâtiment ou le complexe de bâtiments se situe dans une zone |
afgebakend in een gewestelijk of provinciaal ruimtelijk | urbaine, telle que délimitée dans un plan d'exécution spatial régional |
uitvoeringsplan; | ou provincial ; |
2° het college van burgemeester en schepenen heeft conform artikel | 2° le collège des bourgmestre et échevins a décidé, conformément à |
2.2.13, § 1, eerste lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening | l'article 2.2.13, § 1er, alinéa premier, du Code flamand de |
beslist om een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan op te maken | l'Aménagement du Territoire, d'établir un plan d'exécution spatial |
voor het gebied waarin het gebouw of gebouwencomplex ligt; | communal pour la région où se situe le bâtiment ou le complexe de |
3° het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, vermeld in punt 2°, | bâtiments ; 3° le plan d'exécution spatial communal, visé au point 2°, a pour but |
heeft de omschakeling van oud industrieel of ambachtelijk weefsel naar | la reconversion d'ancien tissu industriel ou artisanal en une zone |
een gebied met verweving van functies tot doel; | contenant une imbrication de fonctions ; |
4° de gemeenteraad heeft principieel ingestemd met de volgende twee | 4° le conseil communal a donné son consentement de principe au deux |
elementen: | éléments suivants : |
a) de opmaak van het ruimtelijk uitvoeringsplan, vermeld in punt 2° ; | a) l'établissement du plan d'exécution spatial, visé au point 2° ; |
b) de begrenzing van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan die | b) la délimitation du plan d'exécution spatial communal proposée par |
het college van burgemeester en schepenen voorstelt; | le collège des bourgmestre et échevins ; |
5° maximaal een vierde van de vloeroppervlakte van het gebouw of | 5° au maximum un quart de la surface au sol du bâtiment ou du complexe |
gebouwencomplex krijgt de functie detailhandel; | de bâtiments obtiendra la fonction de commerce au détail ; |
6° minimaal twee vierde van de vloeroppervlakte van het gebouw of | 6° au minimum deux quarts de la surface au sol du bâtiment ou du |
gebouwencomplex krijgt de functie industrie en bedrijvigheid, | complexe de bâtiments obtiendront la fonction d'industrie et activités |
dagrecreatie, met inbegrip van sport of gemeenschapsvoorzieningen en | commerciales, récréation de jour, y compris les sports ou les |
openbare nutsvoorzieningen; | équipements collectifs ou les équipements d'utilité publique ; |
7° de vergunning wordt verleend voor een periode van maximaal drie | 7° l'autorisation est accordée pour une période maximale de trois |
jaar. Er kan eenmaal een nieuwe vergunning voor een bijkomende periode | années. Une nouvelle autorisation peut être accordée une fois pour une |
van maximaal drie jaar worden verleend, op voorwaarde dat er een | période supplémentaire de trois années, à condition qu'une séance |
plenaire vergadering is gehouden over het gemeentelijk ruimtelijk | plénière ait été organisée sur le plan d'exécution spatial communal, |
uitvoeringsplan, vermeld in punt 2°. | visé au point 2°. |
Art.11.2. Met toepassing van artikel 4.4.23 van de Vlaamse Codex | Art.11.2. En application de l'article 4.4.23 van du Code flamand de |
l'Aménagement du Territoire, une autorisation peut être accordée pour | |
Ruimtelijke Ordening kan een vergunning worden verleend voor het | la modification entière ou partielle d'utilisation d'un bâtiment ou |
geheel of gedeeltelijk wijzigen van het gebruik van een gebouw of | d'un complexe de bâtiments, pour autant que la nouvelle fonction |
gebouwencomplex, voor zover de nieuwe functie betrekking heeft op de | concerne l'accueil de demandeurs d'asile, de sans-abri ou de citoyens |
opvang van asielzoekers, daklozen of burgers wiens woning onbewoonbaar | dont le logement est inhabitable. ». |
is.". Art. 4.De Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, is |
Art. 4.Le Ministre flamand ayant l'aménagement du territoire dans ses |
belast met de uitvoering van dit besluit. | attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté. |
Brussel, 30 oktober 2015. | Bruxelles, le 30 octobre 2015. |
De minister-president van de Vlaamse Regering, | Le Ministre-Président du Gouvernement flamand, |
G. BOURGEOIS | G. BOURGEOIS |
De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, | La Ministre flamande de l'Environnement, de la Nature et |
l'Agriculture, | |
J. SCHAUVLIEGE | J. SCHAUVLIEGE |