Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Bericht van --
← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van 20 december 2023, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 8 januari 2024, heeft de familierechtbank van de Rechtbank van eerste aa « Schendt artikel 318, § 2, van het Burgerlijk Wetboek al dan niet de artikelen 22 en 22bis va(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van 20 december 2023, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 8 januari 2024, heeft de familierechtbank van de Rechtbank van eerste aa « Schendt artikel 318, § 2, van het Burgerlijk Wetboek al dan niet de artikelen 22 en 22bis va(...) Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 Par jugement du 20 décembre 2023, dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 8 janvier 2024, le tribunal de la famille du Tribunal de première instance de Namur, div « L'article 318 § 2 du Code civil viole-t-il ou non les articles 22 et 22 bis de la Constituti(...)
GRONDWETTELIJK HOF COUR CONSTITUTIONNELLE
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989
januari 1989 Bij vonnis van 20 december 2023, waarvan de expeditie ter griffie van Par jugement du 20 décembre 2023, dont l'expédition est parvenue au
het Hof is ingekomen op 8 januari 2024, heeft de familierechtbank van greffe de la Cour le 8 janvier 2024, le tribunal de la famille du
de Rechtbank van eerste aanleg Namen, afdeling Namen, de volgende Tribunal de première instance de Namur, division de Namur, a posé la
prejudiciële vraag gesteld : question préjudicielle suivante :
« Schendt artikel 318, § 2, van het Burgerlijk Wetboek al dan niet de artikelen 22 en 22bis van de Belgische Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, in zoverre het de voormalige echtgenoot van de moeder niet toelaat zijn afstamming (vastgesteld bij onweerlegbaar vermoeden) in het geding te brengen na de wettelijk bepaalde termijn van één jaar wanneer nooit enige twijfel heeft bestaan, en zonder dat enig concreet en daadwerkelijk belang een dergelijke inmenging kan verantwoorden, gelet op het feit dat de in het geding zijnde afstamming geen enkele socio-affectieve duurzaamheid kent en die nooit heeft gekend (er bestaat geen enkel bezit van staat; de socio-affectieve werkelijkheid bestaat ten aanzien van een andere man, die thans overleden is; de middelen die worden aangevoerd om zich te verzetten tegen de aanvraag zijn bijzonder) ? ». « L'article 318 § 2 du Code civil viole-t-il ou non les articles 22 et 22 bis de la Constitution belge, combinés ou non avec l'article 8 de la Convention européenne des droits de l'homme, en ce qu'il ne permet pas à l'ex-mari de la mère de remettre en cause sa filiation (établie par présomption réfragable) au-delà du délai d'un an prévu légalement lorsqu'il n'a jamais existé aucun doute, et ce sans qu'aucun intérêt concret et effectif soit de nature à justifier une telle ingérence, étant donné que la filiation litigieuse n'a et n'a jamais eu aucune consistance socio-affective (il n'existe aucune possession d'état; la réalité socio-affective est vécue à l'égard d'un autre homme, aujourd'hui décédé; les moyens élevés pour s'opposer à la demande sont particuliers) ? ».
Die zaak is ingeschreven onder nummer 8136 van de rol van het Hof. Cette affaire est inscrite sous le numéro 8136 du rôle de la Cour.
De griffier, Le greffier,
N. Dupont N. Dupont
^