Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Bericht van --
← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van 28 januari 2022, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 7 februari 2022, heeft de familierechtbank van de Rechtbank van eerste a « Schendt artikel 318, § 4, van het oud Burgerlijk Wetboek de artikelen 10, 11 en 22 van de Gr(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van 28 januari 2022, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 7 februari 2022, heeft de familierechtbank van de Rechtbank van eerste a « Schendt artikel 318, § 4, van het oud Burgerlijk Wetboek de artikelen 10, 11 en 22 van de Gr(...) Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 Par jugement du 28 janvier 2022, dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 7 février 2022, le tribunal de la famille du Tribunal de première instance de Liège, divi « L'article 318, § 4 de l'Ancien Code civil viole-t-il les articles 10, 11 et 22 de la Constit(...)
GRONDWETTELIJK HOF COUR CONSTITUTIONNELLE
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989
januari 1989 Bij vonnis van 28 januari 2022, waarvan de expeditie ter griffie van Par jugement du 28 janvier 2022, dont l'expédition est parvenue au
het Hof is ingekomen op 7 februari 2022, heeft de familierechtbank van greffe de la Cour le 7 février 2022, le tribunal de la famille du
de Rechtbank van eerste aanleg Luik, afdeling Luik, de volgende Tribunal de première instance de Liège, division de Liège, a posé la
prejudiciële vraag gesteld : question préjudicielle suivante :
« Schendt artikel 318, § 4, van het oud Burgerlijk Wetboek de « L'article 318, § 4 de l'Ancien Code civil viole-t-il les articles
artikelen 10, 11 en 22 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, in zoverre het een absolute grond van niet-ontvankelijkheid, die te wijten is aan de door de echtgenoot gegeven toestemming tot kunstmatige inseminatie of tot een andere daad die de voortplanting tot doel had, tenzij de verwekking van het kind niet het gevolg ervan kan zijn, invoert voor de vordering tot betwisting van het vaderschap van de echtgenoot die is ingesteld door de man die beweert de vader van het kind te zijn, in het geval waarin dat kind is verwekt in het kader van een draagmoederschap dat past in een wensouderschap van die man en niet van de moeder van het kind en haar echtgenoot ? ». Die zaak is ingeschreven onder nummer 7746 van de rol van het Hof. De griffier, 10, 11 et 22 de la Constitution, lu ou non en combinaison avec l'article 8 de la Convention européenne des droits de l'homme, en ce qu'il instaure une fin de non-recevoir absolue, due au consentement donné par le mari à l'insémination artificielle ou à un autre acte ayant la procréation pour but, sauf si la conception de l'enfant ne peut en être la conséquence, à l'action en contestation de la paternité du mari introduite par l'homme qui se prétend le père de l'enfant, dans l'hypothèse où cet enfant a été conçu dans le cadre d'une gestation pour autrui s'inscrivant dans un projet parental mené par lui et non par la mère de l'enfant et son mari ? ». Cette affaire est inscrite sous le numéro 7746 du rôle de la Cour. Le greffier,
P.-Y. Dutilleux P.-Y. Dutilleux
^