← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van
26 oktober 2017 in zake L.P. tegen J.M. en anderen, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen
op 2 november 2017, heeft de Rechtbank va « Schendt art. 14 derde lid Wet 8 augustus 1997 Faillissementswet voor zover het betrekking
heeft o(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van 26 oktober 2017 in zake L.P. tegen J.M. en anderen, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 2 november 2017, heeft de Rechtbank va « Schendt art. 14 derde lid Wet 8 augustus 1997 Faillissementswet voor zover het betrekking heeft o(...) | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 Par jugement du 26 octobre 2017 en cause de L.P. contre J.M. et autres, dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 2 novembre 2017, le Tribunal de commerce de Louvai « L'article 14, alinéa 3, de la loi du 8 août 1997 sur les faillites, en tant qu'il concerne une ti(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | COUR CONSTITUTIONNELLE |
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 |
Bij vonnis van 26 oktober 2017 in zake L.P. tegen J.M. en anderen, | Par jugement du 26 octobre 2017 en cause de L.P. contre J.M. et |
waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 2 | autres, dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 2 |
november 2017, heeft de Rechtbank van Koophandel te Leuven de volgende | novembre 2017, le Tribunal de commerce de Louvain a posé la question |
prejudiciële vraag gesteld : | préjudicielle suivante : |
« Schendt art. 14 derde lid Wet 8 augustus 1997 Faillissementswet voor zover het betrekking heeft op derdenverzet tegen een later vonnis waarbij de datum van staking van betaling wordt vervroegd, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in combinatie met art. 6 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, enerzijds doordat een belanghebbende derde in het faillissementsrecht anders behandeld wordt dan een belanghebbende derde in het gemeen recht of in het vennootschapsrecht, en anderzijds doordat het recht van tegenspraak niet afdoende wordt gewaarborgd ? » Die zaak is ingeschreven onder nummer 6760 van de rol van het Hof. De griffier, | « L'article 14, alinéa 3, de la loi du 8 août 1997 sur les faillites, en tant qu'il concerne une tierce opposition à un jugement ultérieur avançant la date de cessation de paiement, viole-t-il les articles 10 et 11 de la Constitution, combinés ou non avec l'article 6 de la Convention européenne des droits de l'homme, en ce que, d'une part, un tiers intéressé est traité autrement dans le droit des faillites que dans le droit commun ou le droit des sociétés et en ce que, d'autre part, le droit de contradiction n'est pas suffisamment garanti ? » Cette affaire est inscrite sous le numéro 6760 du rôle de la Cour. Le greffier, |
F. Meersschaut | F. Meersschaut |