← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van
14 maart 2016 in zake Jeanine Baert tegen de stad Oostende en Steven Laleman, waarvan de expeditie ter
griffie van het Hof is ingekomen op 16 maart 201 « Schendt art. 33 van de wet van 24 juni 2013
in de interpretatie dat het gaat om een onweerlegbaar(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van 14 maart 2016 in zake Jeanine Baert tegen de stad Oostende en Steven Laleman, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 16 maart 201 « Schendt art. 33 van de wet van 24 juni 2013 in de interpretatie dat het gaat om een onweerlegbaar(...) | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 Par jugement du 14 mars 2016 en cause de Jeanine Baert contre la ville d'Ostende et Steven Laleman, dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 16 mars 2016, le Tribu « L'article 33 de la loi du 24 juin 2013, interprété en ce sens qu'il s'agit d'une présomption irré(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | COUR CONSTITUTIONNELLE |
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 |
januari 1989 Bij vonnis van 14 maart 2016 in zake Jeanine Baert tegen de stad | Par jugement du 14 mars 2016 en cause de Jeanine Baert contre la ville |
Oostende en Steven Laleman, waarvan de expeditie ter griffie van het | d'Ostende et Steven Laleman, dont l'expédition est parvenue au greffe |
Hof is ingekomen op 16 maart 2016, heeft de Politierechtbank | de la Cour le 16 mars 2016, le Tribunal de police de Flandre |
West-Vlaanderen, afdeling Brugge, de volgende prejudiciële vraag | occidentale, division Bruges, a posé la question préjudicielle |
gesteld : | suivante : |
« Schendt art. 33 van de wet van 24 juni 2013 in de interpretatie dat | « L'article 33 de la loi du 24 juin 2013, interprété en ce sens qu'il |
s'agit d'une présomption irréfragable de culpabilité, viole-t-il les | |
het gaat om een onweerlegbaar vermoeden van schuld art. 10 en 11 van | articles 10 et 11 de la Constitution, alors que l'article 67bis de la |
de Grondwet, terwijl art. 67bis Wet Politie Wegverkeer uitdrukkelijk | loi relative à la police de la circulation routière prévoit |
voorziet in een weerlegbaar vermoeden van schuld ? ». | expressément une présomption réfragable de culpabilité ? ». |
Die zaak, ingeschreven onder nummer 6380 van de rol van het Hof, werd | Cette affaire, inscrite sous le numéro 6380 du rôle de la Cour, a été |
samengevoegd met de zaak met rolnummer 6350. | jointe à l'affaire portant le numéro 6350. |
De griffier, | Le greffier, |
F. Meersschaut | F. Meersschaut |