← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van
23 november 2015 in zake J.D. tegen P.D. en R.C., waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen
op 18 januari 2016, heeft de Rechtbank van « Schendt artikel 330, § 1, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek de
artikelen 10, 11 en 22 v(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van 23 november 2015 in zake J.D. tegen P.D. en R.C., waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 18 januari 2016, heeft de Rechtbank van « Schendt artikel 330, § 1, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek de artikelen 10, 11 en 22 v(...) | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 Par jugement du 23 novembre 2015 en cause de J.D. contre P.D. et R.C., dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 18 janvier 2016, le Tribunal de première instance d « L'article 330, § 1 er , alinéa 4, du Code civil viole-t-il les articles 10, 11 et 2(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | COUR CONSTITUTIONNELLE |
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 |
januari 1989 Bij vonnis van 23 november 2015 in zake J.D. tegen P.D. en R.C., | Par jugement du 23 novembre 2015 en cause de J.D. contre P.D. et R.C., |
waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 18 | dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 18 janvier |
januari 2016, heeft de Rechtbank van eerste aanleg Luik, afdeling | 2016, le Tribunal de première instance de Liège, division Verviers, a |
Verviers, de volgende prejudiciële vraag gesteld : | posé la question préjudicielle suivante : |
« Schendt artikel 330, § 1, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek de | « L'article 330, § 1er, alinéa 4, du Code civil viole-t-il les |
artikelen 10, 11 en 22 van de Grondwet, in samenhang gelezen met de | articles 10, 11 et 22 de la Constitution, combinés avec les articles 8 |
artikelen 8 en 14 van het Europees Verdrag voor de rechten van de | et 14 de la Convention européenne des droits de l'homme, en ce qu'il |
mens, in zoverre het bepaalt dat de vordering tot betwisting van een | |
vaderlijke erkenning niet meer kan worden ingesteld door het kind na | prévoit que l'action en contestation d'une reconnaissance paternelle |
de leeftijd van 22 jaar of na één jaar indien het steeds geweten heeft | ne peut plus être intentée par l'enfant après l'âge de 22 ans ou après |
dat de persoon die het heeft erkend niet zijn vader is, en dit in het | un an s'il a toujours su que la personne qui l'a reconnu n'est pas son |
geval waarin de vaderlijke erkenning niet overeenstemt met de | père et ceci dans l'hypothèse où la reconnaissance paternelle ne |
biologische waarheid en op een bezit van staat berust dat niet | correspond pas à la vérité biologique, et repose sur une possession |
voortdurend is ? ». | d'état qui n'est pas continue ? ». |
Die zaak is ingeschreven onder nummer 6335 van de rol van het Hof. | Cette affaire est inscrite sous le numéro 6335 du rôle de la Cour. |
De griffier, | Le greffier, |
P.-Y. Dutilleux | P.-Y. Dutilleux |