← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij beslissing
van 21 november 2007 in zake het bezwaar ingediend door Martine Raets tegen de coöptatie van Eddy Van
Cleemputte als lid van de politieraad, waarvan d « Schendt artikel 18ter van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van
een geïntegreerde polit(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij beslissing van 21 november 2007 in zake het bezwaar ingediend door Martine Raets tegen de coöptatie van Eddy Van Cleemputte als lid van de politieraad, waarvan d « Schendt artikel 18ter van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde polit(...) | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 Par décision du 21 novembre 2007 en cause de la réclamation déposée par Martine Raets contre la cooptation de Eddy Van Cleemputte comme membre du conseil de police, dont l'expé « L'article 18ter de la loi du 7 décembre 1998 organisant un service de police intégré, structuré (...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | COUR CONSTITUTIONNELLE |
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 |
januari 1989 Bij beslissing van 21 november 2007 in zake het bezwaar ingediend door | Par décision du 21 novembre 2007 en cause de la réclamation déposée |
Martine Raets tegen de coöptatie van Eddy Van Cleemputte als lid van | par Martine Raets contre la cooptation de Eddy Van Cleemputte comme |
de politieraad, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is | membre du conseil de police, dont l'expédition est parvenue au greffe |
ingekomen op 3 december 2007, heeft het Rechtscollege van het | de la Cour le 3 décembre 2007, le Collège juridictionnel de la Région |
Brusselse Hoofdstedelijke Gewest de volgende prejudiciële vraag | de Bruxelles-Capitale a posé la question préjudicielle suivante : |
gesteld : « Schendt artikel 18ter van de wet van 7 december 1998 tot organisatie | « L'article 18ter de la loi du 7 décembre 1998 organisant un service |
van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, | de police intégré, structuré à deux niveaux, tel qu'inséré par la loi |
zoals ingevoegd bij de wet van 2 april 2001, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, | du 2 avril 2001, viole-t-il les articles 10 et 11 de la Constitution, |
in deze lezing dat artikel 18ter van voornoemde wet het Rechtscollege | au sens où l'article 18ter de ladite loi rend le Collège |
van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wél bevoegd maakt voor het | juridictionnel de la Région de Bruxelles-Capitale compétent pour juger |
beoordelen van de geldigheid van de verkiezing van leden van de | de la validité de l'élection des membres du conseil de police par les |
politieraad door de gemeenteraden op grond van artikel 12 tot en met | conseils communaux sur la base des articles 12 à 18 de ladite loi et |
18 van voornoemde wet, en bijgevolg ook voor de beoordeling van de | par conséquent pour juger également des réclamations introduites |
overeenkomstig artikel 18bis, al. 3 en 4, van voornoemde wet | conformément à l'article 18bis, alinéas 3 et 4 de ladite loi, |
ingediende bezwaren, | |
terwijl voor de beoordeling van klachten betreffende de coöptatie van | alors que pour les réclamations relatives à la cooptation des membres |
leden van de politieraad door deze raad zelf overeenkomstig artikel | du conseil de police par le conseil lui-même conformément à l'article |
22bis, § 2, van voornoemde wet, niet het Rechtscollege van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zou bevoegd zijn, omdat het geen verkiezing door de gemeenteraden overeenkomstig artikel 12 tot en met 18 van voornoemde wet betreft, doch de Raad van State op grond van artikel 14, § 1, van de Gecoördineerde wetten op de Raad van State omdat het een coöptatie door de politieraad zelf betreft, waarvoor geen beroep bij het Rechtscollege van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest uitdrukkelijk door de wet is voorzien, zodanig dat in het eerste geval een kandidaat voor een politieraad, al dan niet binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, het recht heeft om zich in eerste instantie te wenden tot het Rechtscollege van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, resp. de Bestendige Deputatie, met recht op beroep bij de Raad van State overeenkomstig artikel 18quater van voornoemde wet, terwijl in het tweede geval de wet niet uitdrukkelijk dezelfde procedure voorziet, en een bezwaarde kandidaat zich zodoende rechtstreeks in beroep tot vernietiging tot de Raad van State dient te richten ? ». Die zaak is ingeschreven onder nummer 4368 van de rol van het Hof. De griffier, | 22bis, § 2, de ladite loi, ce n'est pas le Collège juridictionnel de la Région de Bruxelles-Capitale qui serait compétent dès lors qu'il ne s'agit pas d'une élection par les conseils communaux conformément aux articles 12 à 18, mais bien le Conseil d'Etat sur la base de l'article 14, § 1er, des lois coordonnées sur le Conseil d'Etat car il s'agit d'une cooptation par le conseil de police lui-même pour laquelle aucun recours auprès du Collège juridictionnel de la Région de Bruxelles-Capitale n'est expressément prévu par la loi, de telle sorte que dans le premier cas, un candidat à un conseil de police, que ce soit ou non au sein de la Région de Bruxelles-Capitale, a le droit de s'adresser en première instance au Collège juridictionnel de la Région de Bruxelles-Capitale, ou, le cas échéant, à la Députation permanente, avec un droit d'appel au Conseil d'Etat conformément à l'article 18quater de ladite loi, tandis que dans le deuxième cas, la loi ne prévoit pas expressément la même procédure, de sorte qu'un candidat réclamant doit directement adresser un recours en annulation au Conseil d'Etat ? ». Cette affaire est inscrite sous le numéro 4368 du rôle de la Cour. Le greffier, |
P.-Y. Dutilleux. | P.-Y. Dutilleux. |