← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij
vonnis van 12 december 2000 in zake C. Lingurar tegen het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn
van Charleroi en de Belgische Staat, w «
1. Schendt artikel 57, § 2, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare cen(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij vonnis van 12 december 2000 in zake C. Lingurar tegen het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van Charleroi en de Belgische Staat, w « 1. Schendt artikel 57, § 2, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare cen(...) | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour d'arbitrage Par jugement du 12 décembre 2000 en cause de C. Lingurar contre le centre public d'aide sociale de Charleroi et l'Etat belge, dont l'expédition est parve « 1. L'article 57, § 2, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'aide socia(...) |
---|---|
ARBITRAGEHOF | COUR D'ARBITRAGE |
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 |
januari 1989 op het Arbitragehof | sur la Cour d'arbitrage |
Bij vonnis van 12 december 2000 in zake C. Lingurar tegen het openbaar | Par jugement du 12 décembre 2000 en cause de C. Lingurar contre le |
centrum voor maatschappelijk welzijn van Charleroi en de Belgische | centre public d'aide sociale de Charleroi et l'Etat belge, dont |
Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is | |
ingekomen op 17 januari 2001, heeft de Arbeidsrechtbank te Charleroi | l'expédition est parvenue au greffe de la Cour d'arbitrage le 17 |
janvier 2001, le Tribunal du travail de Charleroi a posé les questions | |
de volgende prejudiciële vragen gesteld : | préjudicielles suivantes : |
« 1. Schendt artikel 57, § 2, van de organieke wet van 8 juli 1976 | « 1. L'article 57, § 2, de la loi du 8 juillet 1976 organique des |
betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, zoals | centres publics d'aide sociale, tel que modifié par la loi du 15 |
gewijzigd bij de wet van 15 juli 1996 alsmede bij het arrest van het | juillet 1996 ainsi que par l'arrêt de la Cour d'arbitrage du 22 avril |
Arbitragehof van 22 april 1998, al dan niet de artikelen 10 en 11 van | 1998, viole-t-il, ou non, les articles 10 et 11 de la Constitution, |
de Grondwet, gelezen in samenhang met de artikelen 23 en 191 van de | lus conjointement avec les articles 23 et 191 de la Constitution, |
Grondwet, artikel 11.1 van het Internationaal Verdrag van New York van | |
19 december 1996 [lees : 1966] inzake economische, sociale en | l'article 11.1 du Pacte international de New York du 19 décembre 1996 |
culturele rechten en de artikelen 3 en 13 van het Verdrag van Rome van | [lire : 1966] relatif aux droits économiques, sociaux et culturels et |
4 november 1950 tot bescherming van de rechten van de mens en de | les articles 3 et 13 de la Convention de Rome du 4 novembre 1950 de |
fundamentele vrijheden, doordat het voorziet in een verschillende | sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales, en ce |
behandeling : | qu'il traite de façon distincte : |
- enerzijds, van de vreemdelingen aan wie een bevel om het grondgebied | - d'une part les étrangers auxquels un ordre de quitter le territoire |
te verlaten is betekend en die beroep hebben ingesteld bij de | |
Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen, de Vaste | a été notifié et qui ont introduit un recours devant le C.G.R.A., le |
Beroepscommissie voor vluchtelingen of de Raad van State, en | C.P.R.R. ou le Conseil d'Etat, et, |
- anderzijds, van diegenen aan wie eenzelfde bevel om het grondgebied | - d'autre part ceux qui se sont vu notifier un même ordre de quitter |
te verlaten is betekend, maar die een aanvraag tot erkenning van | le territoire mais qui ont introduit une demande de reconnaissance |
staatloosheid hebben ingediend ? | d'apatridie ? |
2. Schendt artikel 57, § 2, van de organieke wet van 8 juli 1976 | 2. L'article 57, § 2, de la loi du 8 juillet 1976 organique des |
betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, zoals | centres publics d'aide sociale, tel que modifié par la loi du 15 |
gewijzigd bij de wet van 15 juli 1996 alsmede bij het arrest van het | juillet 1996 ainsi que par l'arrêt de la Cour d'arbitrage du 22 avril |
Arbitragehof van 22 april 1998, al dan niet de artikelen 10 en 11 van | 1998, viole-t-il, ou non, les articles 10 et 11 de la Constitution, |
de Grondwet, gelezen in samenhang met de artikelen 23 en 191 van de | lus conjointement avec les articles 23 et 191 de la Constitution, |
Grondwet, artikel 11.1 van het Internationaal Verdrag van New York van 19 december 1996 [lees : 1966] inzake economische, sociale en culturele rechten en de artikelen 3 en 13 van het Verdrag van Rome van 4 november 1950 tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, doordat het voorziet in een verschillende behandeling : - enerzijds, van de vreemdelingen aan wie een bevel om het grondgebied te verlaten is betekend en die beroep hebben ingesteld bij de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen, de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen of de Raad van State, en - anderzijds, van diegenen aan wie eenzelfde bevel om het grondgebied te verlaten is betekend, maar die een aanvraag tot regularisatie van verblijf op grond van artikel 9, § 3, van de wet van 15 december 1980 hebben ingediend ? » Die zaak is ingeschreven onder nummer 2114 van de rol van het Hof. De griffier, | l'article 11.1 du Pacte international de New York du 19 décembre 1996 [lire : 1966] relatif aux droits économiques, sociaux et culturels et les articles 3 et 13 de la Convention de Rome du 4 novembre 1950 de sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales, en ce qu'il traite de façon distincte : - d'une part les étrangers auxquels un ordre de quitter le territoire a été notifié et qui ont introduit un recours devant le C.G.R.A., le C.P.R.R. ou le Conseil d'Etat, et, - d'autre part ceux qui se sont vu notifier un même ordre de quitter le territoire mais qui ont introduit une demande de régularisation de séjour fondée sur l'article 9, § 3 de la loi du 15 décembre 1980 ? » Cette affaire est inscrite sous le numéro 2114 du rôle de la Cour. Le greffier, |
P.-Y. Dutilleux. | P.-Y. Dutilleux. |