← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij
vonnis van 19 november 1997 in zake M.-C. D'Harcourt tegen de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers,
waarvan de expeditie ter griffie « Wordt door de wet van 20 juli 1971 tot instelling
van een gewaarborgde gezinsbijslag, door niet t(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij vonnis van 19 november 1997 in zake M.-C. D'Harcourt tegen de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers, waarvan de expeditie ter griffie « Wordt door de wet van 20 juli 1971 tot instelling van een gewaarborgde gezinsbijslag, door niet t(...) | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour d'arbitrage Par jugement du 19 novembre 1997 en cause de M.-C. D'Harcourt contre l'Office national d'allocations familiales pour travailleurs salariés, dont l'expédi « La loi du 20 juillet 1971 instituant des prestations familiales garanties, en ne se référant pas (...) |
---|---|
ARBITRAGEHOF | COUR D'ARBITRAGE |
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 |
januari 1989 op het Arbitragehof | sur la Cour d'arbitrage |
Bij vonnis van 19 november 1997 in zake M.-C. D'Harcourt tegen de | Par jugement du 19 novembre 1997 en cause de M.-C. D'Harcourt contre |
Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers, waarvan de expeditie | l'Office national d'allocations familiales pour travailleurs salariés, |
ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 26 november 1997, | dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour d'arbitrage le 26 |
heeft de Arbeidsrechtbank te Luik de volgende prejudiciële vraag | novembre 1997, le Tribunal du travail de Liège a posé la question |
gesteld : | préjudicielle suivante : |
« Wordt door de wet van 20 juli 1971 tot instelling van een | « La loi du 20 juillet 1971 instituant des prestations familiales |
gewaarborgde gezinsbijslag, door niet te verwijzen naar de | garanties, en ne se référant pas aux lois coordonnées sur les |
samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders | |
van 19 december 1939 wat betreft de verjaringstermijn van de vordering | allocations familiales du 19 décembre 1939 quant au délai de |
tot terugbetaling van het onverschuldigde bedrag, en specifiek naar | prescription de l'action en répétition de l'indu, et spécifiquement à |
artikel 120bis ervan, of door geen enkele verjaringstermijn vast te | |
stellen voor de vordering tot terugbetaling van de onrechtmatig | son article 120bis, ou en ne fixant aucun délai de prescription pour |
geïnde sommen, geen onverantwoorde discriminatie in het leven geroepen | l'action en répétition des sommes indûment perçues, n'établi-t-elle |
die strijdig is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, tussen de | pas une discrimination injustifiée et contraire aux articles 10 et 11 |
uitkeringsgerechtigden van gewaarborgde gezinsbijslag op basis van die | de la Constitution, entre les allocataires des prestations familiales |
wet van 20 juli 1971 en de kinderbijslagtrekkers op basis van de | garanties sur la base de cette loi du 20 juillet 1971 et les |
gecoördineerde wetten van 19 december 1939 ? » | allocataires d'allocations familiales sur la base des lois coordonnées du 19 décembre 1939 ? » |
Die zaak is ingeschreven onder nummer 1202 van de rol van het Hof. | Cette affaire est inscrite sous le numéro 1202 du rôle de la Cour. |
De griffier, | Le greffier, |
L. Potoms. | L. Potoms. |