← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 3/2023 van 12 januari 2023 Rolnummer 7730 In zake : de prejudiciële
vraag betreffende artikel 6 van de wet van 25 juni 1998 « tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid
van ministers », gesteld door de Het
Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, en de rechters(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 3/2023 van 12 januari 2023 Rolnummer 7730 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 6 van de wet van 25 juni 1998 « tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers », gesteld door de Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, en de rechters(...) | Extrait de l'arrêt n° 3/2023 du 12 janvier 2023 Numéro du rôle : 7730 En cause : la question préjudicielle relative à l'article 6 de la loi du 25 juin 1998 « réglant la responsabilité pénale des ministres », posée par la chambre des mises en La Cour constitutionnelle, composée des présidents P. Nihoul et L. Lavrysen, et des juges T. Gie(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | COUR CONSTITUTIONNELLE |
Uittreksel uit arrest nr. 3/2023 van 12 januari 2023 | Extrait de l'arrêt n° 3/2023 du 12 janvier 2023 |
Rolnummer 7730 | Numéro du rôle : 7730 |
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 6 van de wet van | En cause : la question préjudicielle relative à l'article 6 de la loi |
25 juni 1998 « tot regeling van de strafrechtelijke | du 25 juin 1998 « réglant la responsabilité pénale des ministres », |
verantwoordelijkheid van ministers », gesteld door de kamer van | posée par la chambre des mises en accusation de la Cour d'appel de |
inbeschuldigingstelling van het Hof van Beroep te Brussel. | Bruxelles. |
Het Grondwettelijk Hof, | La Cour constitutionnelle, |
samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, en de | composée des présidents P. Nihoul et L. Lavrysen, et des juges T. |
rechters T. Giet, J. Moerman, M. Pâques, Y. Kherbache, T. Detienne, D. | Giet, J. Moerman, M. Pâques, Y. Kherbache, T. Detienne, D. Pieters, S. |
Pieters, S. de Bethune, E. Bribosia, W. Verrijdt en K. Jadin, | de Bethune, E. Bribosia, W. Verrijdt et K. Jadin, assistée du greffier |
bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter P. Nihoul, | P.-Y. Dutilleux, présidée par le président P. Nihoul, |
wijst na beraad het volgende arrest : | après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Objet de la question préjudicielle et procédure |
Bij arrest van 22 december 2021, waarvan de expeditie ter griffie van | Par arrêt du 22 décembre 2021, dont l'expédition est parvenue au |
het Hof is ingekomen op 14 januari 2022, heeft de kamer van | greffe de la Cour le 14 janvier 2022, la chambre des mises en |
inbeschuldigingstelling van het Hof van Beroep te Brussel de volgende | accusation de la Cour d'appel de Bruxelles a posé la question |
prejudiciële vraag gesteld : | préjudicielle suivante : |
« Schendt artikel 6 van de wet van 25 juni 1998 tot regeling van de | « L'article 6 de la loi du 25 juin 1998 réglant la responsabilité |
strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers, in zoverre het | pénale des ministres, en ce qu'il prévoit que les règles en matière |
erin voorziet dat de regels van de strafrechtspleging die niet in | d'instruction criminelle qui ne sont pas contraires aux formes de |
strijd zijn met de bij de wet voorgeschreven procesvormen, worden | procéder prescrites par la loi sont respectées et que, dès lors, le |
nagekomen en dat de controle van het gerechtelijk onderzoek bijgevolg | contrôle de l'instruction est effectué par la chambre des mises en |
wordt uitgevoerd door de kamer van inbeschuldigingstelling, de | |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, afzonderlijk beschouwd en in | accusation viole-t-il les articles 10 et 11 de la Constitution, pris |
samenhang gelezen met artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de | isolément et combinés avec l'article 6 de la Convention de sauvegarde |
rechten van de mens, in zoverre enkel aan de ministers en aan de | des droits de l'homme en ce que seuls les ministres et les autres |
andere houders van de voorrechten van rechtsmacht de waarborg wordt | titulaires des privilèges de juridiction sont privés de la garantie de |
ontzegd die erin bestaat de regelmatigheid van het gerechtelijk onderzoek onderworpen te zien aan rechters van een hogere graad of van een ander rechtsgebied dan die van de onderzoeksmagistraat en dan die van de magistraten die het in artikel 7 van de wet van 25 juni 1998 bedoelde college vormen, terwijl er geen objectieve en redelijke verantwoording bestaat om aan een categorie van burgers, aan wie het voordeel van de dubbele rechtsmacht reeds wordt ontzegd, de waarborg te ontzeggen die erin bestaat het gerechtelijk onderzoek waarvan zij het voorwerp uitmaken, gecontroleerd te zien door een magistraat die de waarborg biedt dat hij niet van dezelfde rangorde of van een ander rechtsgebied is dan de onderzoeksmagistraat en van dezelfde rangorde en van hetzelfde rechtsgebied is als die van de magistraten die het in | voir la régularité de l'instruction soumise à des juges d'un degré supérieur ou d'un autre ressort à celui du magistrat instructeur et à celui des magistrats formant le collège prévu par l'article 7 de la loi du 25 juin 1998, alors qu'il n'existe aucune justification objective et raisonnable de priver une catégorie de citoyens, déjà privés du bénéfice de la double juridiction, de la garantie de voir l'instruction dont ils font l'objet contrôlée par un magistrat présentant la garantie de ne pas être du même rang ou d'un autre ressort que le magistrat instructeur et du même rang et du même ressort que celui des magistrats formant le collège prévu par |
artikel 7 van de wet van 25 juni 1998 bedoelde college vormen ? ». | l'article 7 de la loi du 25 juin 1998 ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. En droit |
(...) | (...) |
B.1. De verwijzende rechter stelt het Hof een vraag over de | B.1. Le juge a quo interroge la Cour sur la compatibilité de l'article |
bestaanbaarheid van artikel 6 van de wet van 25 juni 1998 « tot | 6 de la loi du 25 juin 1998 « réglant la responsabilité pénale des |
regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers » | |
(hierna : de wet van 25 juni 1998) met de artikelen 10 en 11 van de | ministres » (ci-après : la loi du 25 juin 1998) avec les articles 10 |
Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 6 van het | et 11 de la Constitution, lus en combinaison ou non avec l'article 6 |
Europees Verdrag voor de rechten van de mens, in zoverre het de kamer | de la Convention européenne des droits de l'homme, en ce qu'il rend la |
van inbeschuldigingstelling bevoegd maakt om de regelmatigheid te | |
controleren van het gerechtelijk onderzoek dat tegen een minister | chambre des mises en accusation compétente pour contrôler la |
wordt gevoerd. Die bevoegdheid zou tot gevolg hebben dat aan de | régularité de l'instruction menée à l'encontre d'un ministre. Cette |
ministers, net zoals aan de andere houders van een « voorrecht van | compétence aurait pour effet de priver les ministres, à l'instar des |
rechtsmacht », de waarborg wordt ontzegd die erin bestaat dat de | autres titulaires d'un « privilège de juridiction », de la garantie de |
regelmatigheid van het gerechtelijk onderzoek wordt voorgelegd aan | voir la régularité de l'instruction soumise à des juges d'un degré |
rechters van een hogere graad of van een ander rechtsgebied dan die | supérieur à ou d'un ressort autre que celui du magistrat instructeur |
van de onderzoeksmagistraat en dan die van de magistraten die het in | et que celui des magistrats formant le collège prévu à l'article 7 de |
artikel 7 van de wet van 25 juni 1998 bedoelde college vormen. De | la loi du 25 juin 1998. Le juge a quo invite la Cour à comparer la |
verwijzende rechter verzoekt het Hof om de situatie van de ministers | situation des ministres et autres titulaires d'un « privilège de |
en andere houders van een « voorrecht van rechtsmacht » te vergelijken | juridiction » avec celle des autres justiciables qui bénéficieraient |
met die van de andere rechtzoekenden die een dergelijke waarborg wel | |
zouden genieten. | d'une telle garantie. |
Rekening houdend met de feiten van de aan de verwijzende rechter | Compte tenu des faits de l'affaire soumise au juge a quo, la Cour |
voorgelegde zaak, beperkt het Hof zijn onderzoek tot de situatie van | limite son examen à la situation des ministres, à l'exclusion des |
de ministers, met uitsluiting van de andere houders van een « | autres titulaires d'un « privilège de juridiction ». |
voorrecht van rechtsmacht ». | |
B.2. Artikel 103 van de Grondwet voert ten aanzien van de ministers | B.2. L'article 103 de la Constitution instaure à l'égard des ministres |
een « voorrecht van rechtsmacht » in met betrekking tot de misdrijven | un « privilège de juridiction » pour ce qui est des infractions qu'ils |
die zij in de uitoefening van hun ambt zouden hebben gepleegd en die | auraient commises dans l'exercice de leurs fonctions et de celles |
welke zij buiten de uitoefening van hun ambt zouden hebben gepleegd en | qu'ils auraient commises en dehors de l'exercice de leurs fonctions et |
waarvoor zij tijdens hun ambtstermijn worden berecht. Dat « voorrecht | pour lesquelles ils sont jugés pendant l'exercice de leurs fonctions. |
van rechtsmacht » strekt ertoe het ambt van minister, en niet het | Ce « privilège de juridiction » vise à protéger la fonction de |
individu dat het uitoefent, te beschermen. Volgens de parlementaire | ministre, et non l'individu qui l'exerce. Selon les travaux |
voorbereiding van de herziening van artikel 103 van de Grondwet « [is] | préparatoires de la révision de l'article 103 de la Constitution, « |
een uitzonderingsregime voor de strafrechtelijke aansprakelijkheid van | l'application d'un régime d'exception régissant la responsabilité |
een minister verantwoord [...] ter bescherming van het ` goed | pénale d'un ministre ne se justifie que dans la mesure où elle tend à |
functioneren ' van een minister, zonder dat het mag dienen voor de | permettre à celui-ci de continuer d'exercer normalement sa fonction et |
bescherming van de persoon van de minister. De continuïteit van het | qu'elle ne peut nullement viser à protéger la personne du ministre. Il |
regeringswerk moet worden beschermd tegen roekeloze of tergende | s'agit de protéger la continuité du travail du gouvernement contre des |
processen. Het ` ambt van minister ' moet ook worden beschermd tegen | procès téméraires ou vexatoires. D'autre part, la fonction de ministre |
processen die ingegeven zijn door politieke beweegredenen » (Parl. | doit être protégée contre des procès qui s'inspirent de motivations |
St., Kamer, 1997-1998, nr. 1258/1, p. 3). Het gaat erom een | d'ordre politique » (Doc. parl., Chambre, 1997-1998, n° 1258/1, p. 3). |
onpartijdige en serene rechtsbedeling ten aanzien van de ministers te | Il s'agit de garantir une administration de la justice impartiale et |
verzekeren (ibid., p. 5). | sereine à l'égard des ministres (ibid., p. 5). |
B.3. Artikel 103 van de Grondwet stelt de voornaamste kenmerken van de | B.3. L'article 103 de la Constitution fixe les principales |
regeling van het « voorrecht van rechtsmacht » van de ministers vast. | caractéristiques du régime du « privilège de juridiction » des |
Die laatsten worden uitsluitend berecht door het hof van beroep | ministres. Ces derniers sont jugés exclusivement par la cour d'appel |
(eerste en derde lid). Dat doet uitspraak in eerste en laatste aanleg, maar tegen zijn arresten kan beroep worden ingesteld bij het Hof van Cassatie, in verenigde kamers, dat niet in de beoordeling van de zaken zelf treedt (derde lid). De vervolging in strafzaken van een minister is het alleenrecht van het openbaar ministerie bij het bevoegde hof van beroep (vierde lid). Voor elke vordering tot regeling van de rechtspleging, voor elke rechtstreekse dagvaarding voor het hof van beroep en, behalve bij ontdekking op heterdaad, voor elke aanhouding is het verlof van de Kamer van volksvertegenwoordigers vereist (vijfde lid). Voor het overige staat het aan de wetgever om het bevoegde hof van beroep aan te wijzen, dat in algemene vergadering zitting houdt, | (alinéas 1er et 3). Celle-ci statue en premier et dernier ressort, mais ses arrêts peuvent faire l'objet d'un pourvoi devant la Cour de cassation, chambres réunies, qui ne connaît pas du fond des affaires (alinéa 3). Les poursuites en matière répressive à l'encontre d'un ministre sont le monopole du ministère public près la cour d'appel compétente (alinéa 4). Toutes réquisitions en vue du règlement de la procédure, toute citation directe devant la cour d'appel et, sauf le cas de flagrant délit, toute arrestation nécessitent l'autorisation de la Chambre des représentants (alinéa 5). Pour le reste, il appartient au législateur de désigner la cour d'appel compétente, laquelle siège |
en de samenstelling ervan te bepalen, alsook de toepasselijke | en assemblée générale, et de préciser la composition de celle-ci, |
procedure vast te stellen, zowel bij de vervolging als bij de | ainsi que de fixer la procédure applicable, tant lors des poursuites |
berechting (tweede en derde lid). | que lors du jugement (alinéas 2 et 3). |
B.4. Ter uitvoering van die grondwettelijke machtiging voorziet de wet | B.4. En exécution de cette habilitation constitutionnelle, la loi du |
van 25 juni 1998 in een bijzondere procedure voor misdrijven die door | 25 juin 1998 prévoit une procédure particulière pour les infractions |
ministers zijn gepleegd tijdens de uitoefening van hun ambt of buiten | commises par les ministres dans l'exercice de leurs fonctions ou en |
de uitoefening van hun ambt maar die tijdens hun ambtstermijn worden | dehors de l'exercice de leurs fonctions mais jugées au cours de |
berecht. | l'exercice de leurs fonctions. |
Artikel 4 van de wet van 25 juni 1998 bepaalt dat de | L'article 4 de la loi du 25 juin 1998 prévoit que les fonctions qui |
ambtsverrichtingen die in de regel tot de bevoegdheid van de | relèvent en principe de la compétence du juge d'instruction et du |
onderzoeksrechter en van de procureur des Konings behoren, worden | procureur du Roi sont exercées par le conseiller près de la cour |
uitgeoefend door de raadsheer in het bevoegde hof van beroep, daartoe | |
aangewezen door de eerste voorzitter van dat hof, en door de bevoegde | d'appel compétente désigné à cette fin par le premier président de |
procureur-generaal, ieder wat hem betreft. Behalve bij op heterdaad | cette cour et par le procureur général compétent, chacun pour ce qui |
ontdekte misdaden of wanbedrijven kunnen de dwangmaatregelen die het | le concerne. Sauf en cas de crime ou de délit flagrant, les mesures de |
bevel van een rechter vereisen, alleen worden bevolen door een college | contrainte nécessitant le mandat d'un juge peuvent uniquement être |
dat is samengesteld uit de raadsheer-onderzoeker en uit twee andere | ordonnées par un collège composé du conseiller instructeur et de deux |
raadsheren in het hof van beroep die door de voorzitter van dat hof | autres conseillers à la cour d'appel désignés par le président de |
werden aangewezen (artikel 7 van dezelfde wet). | cette cour (article 7 de la même loi). |
Na afloop van het gerechtelijk onderzoek wordt voorzien in een regeling van de rechtspleging door de kamer van | Au terme de l'instruction, il est prévu un règlement de la procédure |
inbeschuldigingstelling van het bevoegde hof van beroep, die kan | par la chambre des mises en accusation de la cour d'appel compétente, |
beslissen dat er geen reden tot vervolging is, bijkomende | qui peut décider qu'il n'y a pas lieu à poursuivre, ordonner des actes |
onderzoekshandelingen kan bevelen of de zaak kan verwijzen naar het | d'instruction complémentaires ou renvoyer l'affaire à la cour d'appel |
bevoegde hof van beroep (artikelen 9 en 16 van de wet van 25 juni | compétente (articles 9 et 16 de la loi du 25 juin 1998). Le procureur |
1998). De procureur-generaal bij het hof van beroep dient, zowel voor | |
de vordering tot regeling van de rechtspleging als voor de | général près la cour d'appel doit, tant pour la demande de règlement |
rechtstreekse dagvaarding, het verlof van de Kamer van | de la procédure que pour la citation directe, recevoir l'autorisation |
volksvertegenwoordigers te verkrijgen (artikelen 10 en 11 van dezelfde | de la Chambre des représentants (articles 10 et 11 de la même loi). |
wet). Die dient, zonder zich over de grond van het dossier uit te | Celle-ci doit, sans se prononcer sur le fond du dossier, vérifier si |
spreken, na te gaan of de vraag ernstig is. Zij kan het verlof | |
weigeren indien blijkt dat zowel de strafvordering als de feiten | la demande est sérieuse. Elle peut refuser son autorisation lorsqu'il |
duidelijk hoofdzakelijk op politieke gronden gestoeld zijn of indien | s'avère que tant l'action publique que les faits sont manifestement |
blijkt dat de aangedragen elementen onrechtmatig, willekeurig of | fondés essentiellement sur des motifs politiques ou que les éléments |
onbeduidend zijn (artikel 12 van dezelfde wet). Ten slotte wordt erin | fournis sont irréguliers, arbitraires ou insignifiants (article 12 de |
voorzien dat de algemene vergadering van het hof van beroep, voor de | la même loi). Enfin, il est prévu que l'assemblée générale de la cour |
berechting van ministers, bestaat uit zeven of uit vijf raadsheren, | d'appel se compose, pour le jugement des ministres, de sept ou de cinq |
naargelang de misdrijven door de minister zouden zijn gepleegd tijdens | conseillers, selon que les infractions auraient été commises par le |
de uitoefening van zijn ambt of buiten de uitoefening ervan (artikel | ministre dans l'exercice de ses fonctions ou en dehors de l'exercice |
22 van dezelfde wet). | de celles-ci (article 22 de la même loi). |
B.5. Het in het geding zijnde artikel 6 van de wet van 25 juni 1998 | B.5. L'article 6, en cause, de la loi du 25 juin 1998 dispose : |
bepaalt : « De regels van de strafrechtspleging die niet in strijd zijn met de | « Les règles en matière d'instruction criminelle qui ne sont pas |
procesvormen bij deze wet voorgeschreven, worden bovendien nagekomen | contraires aux formes de procéder prescrites par la présente loi, sont |
». | également respectées ». |
Krachtens die bepaling zijn de gemeenrechtelijke regels van de | En vertu de cette disposition, les règles de droit commun en matière |
strafrechtspleging van toepassing in zoverre de wet van 25 juni 1998 niet ervan afwijkt. | d'instruction criminelle sont applicables dans la mesure où la loi du 25 juin 1998 n'y déroge pas. |
Zoals de in het geding zijnde bepaling wordt geïnterpreteerd door de | Telle qu'elle est interprétée par le juge a quo, la disposition en |
verwijzende rechter maakt zij artikel 235bis van het Wetboek van | cause rend applicable à l'instruction menée à l'encontre d'un ministre |
strafvordering toepasbaar op het tegen een minister gevoerde | l'article 235bis du Code d'instruction criminelle, en vertu duquel la |
gerechtelijk onderzoek, artikel krachtens hetwelk de kamer van | chambre des mises en accusation contrôle, sur la réquisition du |
inbeschuldigingstelling, op vordering van het openbaar ministerie of | ministère public ou à la requête d'une des parties, voire d'office, la |
op verzoek van een van de partijen, en zelfs ambtshalve, de | régularité de la procédure qui lui est soumise lors du règlement de la |
regelmatigheid controleert van de haar voorgelegde procedure bij de | procédure, de même que dans les autres cas de saisine. |
regeling van de rechtspleging, op dezelfde wijze als in de andere | B.6. Il résulte de la combinaison de ces deux dispositions que la |
gevallen waarvan zij kennisneemt. | chambre des mises en accusation est compétente pour contrôler, en |
B.6. Uit de combinatie van die twee bepalingen vloeit voort dat de | cours de procédure, la régularité de l'instruction menée à l'encontre |
kamer van inbeschuldigingstelling bevoegd is om tijdens de procedure de regelmatigheid te controleren van het gerechtelijk onderzoek dat tegen een minister wordt gevoerd. De verwijzende rechter vraagt het Hof of die bevoegdheid van de kamer van inbeschuldigingstelling, die bestaat uit drie raadsheren in het hof van beroep, om de regelmatigheid te controleren van het gerechtelijk onderzoek dat tegen een minister wordt gevoerd door magistraten die tot hetzelfde hof van beroep behoren, namelijk een raadsheer-onderzoeker die door de eerste voorzitter van het bevoegde hof van beroep is aangewezen, met de medewerking van, wat betreft de dwangmaatregelen die het bevel van een rechter vereisen, twee andere raadsheren in het hof van beroep die door de voorzitter van dat hof zijn aangewezen, overeenkomstig de | d'un ministre. Le juge a quo demande à la Cour si cette compétence de la chambre des mises en accusation, qui est composée de trois conseillers à la cour d'appel, pour contrôler la régularité de l'instruction menée à l'encontre d'un ministre par des magistrats qui appartiennent à la même cour d'appel, à savoir un conseiller instructeur désigné par le premier président de la cour d'appel compétente, avec le concours, en ce qui concerne les mesures de contrainte nécessitant le mandat d'un juge, de deux autres conseillers à la cour d'appel désignés par le président de cette cour, |
artikelen 4 en 7 van de wet van 25 juni 1998, bestaanbaar is met de in | conformément aux articles 4 et 7 de la loi du 25 juin 1998, est |
B.1 aangehaalde referentienormen. | compatible avec les normes de référence citées en B.1. |
De verwijzende rechter vraagt of het redelijk verantwoord is dat die | Le juge a quo demande s'il est raisonnablement justifié que ce |
controle niet wordt verricht door rechters van een hogere graad dan | contrôle ne soit pas opéré par des juges d'un degré supérieur à celui |
die van de magistraten die verantwoordelijk zijn voor het gerechtelijk | des magistrats responsables de l'instruction, ce qui serait le cas |
onderzoek, hetgeen het geval zou zijn voor de andere rechtzoekenden, | pour les autres justiciables, ou à tout le moins par des juges d'un |
of minstens door rechters van een ander rechtsgebied dan die | autre ressort que ces magistrats. |
magistraten. B.7. De artikelen 10 en 11 van de Grondwet hebben een algemene | B.7. Les articles 10 et 11 de la Constitution ont une portée générale. |
draagwijdte. Zij verbieden elke discriminatie, ongeacht de oorsprong | Ils interdisent toute discrimination, quelle qu'en soit l'origine : |
ervan : de grondwettelijke regels van de gelijkheid en van de | les règles constitutionnelles de l'égalité et de la non-discrimination |
niet-discriminatie zijn toepasselijk ten aanzien van alle rechten en | sont applicables à l'égard de tous les droits et de toutes les |
alle vrijheden, met inbegrip van die welke voortvloeien uit | libertés, en ce compris ceux résultant des conventions internationales |
internationale verdragen die België binden. | liant la Belgique. |
B.8.1. Het verschil in behandeling tussen bepaalde categorieën van | B.8.1. La différence de traitement entre certaines catégories de |
personen dat voortvloeit uit de toepassing van verschillende | personnes qui découle de l'application de règles procédurales |
procedureregels in verschillende omstandigheden houdt op zich geen | différentes dans des circonstances différentes n'est pas |
discriminatie in. Van discriminatie zou slechts sprake zijn indien het | discriminatoire en soi. Il ne pourrait être question de discrimination |
verschil in behandeling dat voortvloeit uit de toepassing van die | que si la différence de traitement qui découle de l'application de ces |
procedureregels een onevenredige beperking van de rechten van de | règles de procédure entraînait une limitation disproportionnée des |
daarbij betrokken personen met zich zou meebrengen. | droits des personnes concernées. |
B.8.2. Het feit dat op de ministers en op de andere rechtzoekenden | B.8.2. Le fait que des procédures différentes s'appliquent aux |
verschillende procedures van toepassing zijn, vloeit voort uit een | ministres et aux autres justiciables découle d'un choix du |
keuze van de Grondwetgever waarover het Hof zich niet mag uitspreken. | Constituant, au sujet duquel la Cour ne peut se prononcer. La Cour est |
Het Hof is daarentegen wel bevoegd om de wijze waarop de wetgever de | compétente en revanche pour contrôler la manière dont le législateur a |
in artikel 103 van de Grondwet opgenomen machtiging, zoals vermeld in | exécuté l'habilitation, mentionnée en B.3, contenue dans l'article 103 |
B.3, heeft uitgevoerd, te toetsen. De wetgever beschikt ter zake | de la Constitution. Le législateur dispose toutefois d'un pouvoir |
evenwel over een ruime beoordelingsbevoegdheid. Het Hof kan de door de | d'appréciation étendu en la matière. La Cour ne peut mettre en cause |
wetgever op dat vlak gemaakte keuzes enkel in het geding brengen | les choix opérés par le législateur dans ce domaine que s'ils sont |
indien ze onredelijk zijn of indien ze leiden tot een onevenredige | déraisonnables ou s'ils aboutissent à une limitation disproportionnée |
beperking van de rechten van de daarbij betrokken personen. | des droits des personnes concernées. |
B.9.1. Artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens | B.9.1. L'article 6 de la Convention européenne des droits de l'homme |
waarborgt aan eenieder het recht op een eerlijk proces voor een | garantit à toute personne le droit à un procès équitable devant un |
onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie bij het bepalen | tribunal indépendant et impartial pour décider du bien-fondé de toute |
van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging. | accusation en matière pénale dirigée contre elle. |
B.9.2. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens erkent dat, hoewel | B.9.2. La Cour européenne des droits de l'homme reconnaît que, si la |
het begrip « rechterlijke instantie » in de zin van artikel 6 van het | notion de « tribunal » au sens de l'article 6 de la Convention |
Europees Verdrag voor de rechten van de mens zich niet uitstrekt tot | |
de onderzoeksrechter, aangezien die laatste zich niet dient uit te | européenne des droits de l'homme ne s'étend pas au juge d'instruction, |
spreken over de gegrondheid van een « strafvervolging », de | ce dernier n'étant pas appelé à se prononcer sur le bien-fondé d'une « |
handelingen die hij stelt, rechtstreeks en onvermijdelijk een invloed | accusation en matière pénale », les actes qu'il accomplit influent |
hebben op het voeren en, bijgevolg, op de billijkheid van de verdere | directement et inéluctablement sur la conduite et, dès lors, sur |
procedure, met inbegrip van het eigenlijke proces. Het Europees Hof is | l'équité de la procédure ultérieure, y compris le procès proprement |
van oordeel dat, in die mate, zelfs indien een aantal van de in | dit. Elle estime que, dans cette mesure, même si certaines des |
artikel 6, lid 1, van het Verdrag bedoelde procedurele waarborgen | garanties procédurales envisagées par l'article 6, paragraphe 1, de la |
mogelijk niet van toepassing zijn op het stadium van het gerechtelijk | |
onderzoek, de vereisten van het recht op een eerlijk proces sensu | Convention peuvent ne pas s'appliquer au stade de l'instruction, les |
stricto noodzakelijkerwijs inhouden dat de onderzoeksrechter | exigences du droit à un procès équitable au sens large impliquent |
onpartijdig is (EHRM, 6 januari 2010, Vera Fernssndez-Huidobro t. | nécessairement que le juge d'instruction soit impartial (CEDH, 6 |
janvier 2010, Vera Fernssndez-Huidobro c. Espagne, | |
Spanje, ECLI:CE:ECHR:2010:0106JUD007418101, §§ 111-114). Hetzelfde | ECLI:CE:ECHR:2010:0106JUD007418101, §§ 111-114). Il en va de même pour |
geldt voor de onderzoeksgerechten (zie in die zin : Cass., 2 april | les juridictions d'instruction (voy. en ce sens : Cass., 2 avril 2003, |
2003, P.03.0040.F, ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030402.7; 4 april 2007, | P.03.0040.F, ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030402.7; 4 avril 2007, |
P.07.0218.F, ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070404.2). | P.07.0218.F, ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070404.2). |
De beginselen van de rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid | Le principe de l'indépendance et de l'impartialité du juge, en tant |
zijn als algemene rechtsbeginselen overigens van toepassing op alle | |
rechtscolleges, ook op de onderzoeksgerechten. | que principe général de droit, s'applique du reste à toutes les |
B.9.3. De rechterlijke onpartijdigheid dient op twee manieren te | juridictions, y compris aux juridictions d'instruction. |
worden onderzocht. De subjectieve onpartijdigheid, die wordt vermoed | B.9.3. L'impartialité du juge doit s'apprécier de deux manières. |
tot het bewijs van het tegendeel, vereist dat de rechter in een zaak | L'impartialité subjective, qui se présume jusqu'à preuve du contraire, |
waarover hij dient te oordelen, niet vooringenomen is, noch | exige que, dans une affaire sur laquelle il doit statuer, le juge |
vooroordelen heeft, en dat hij geen belang heeft bij de uitkomst | n'ait ni de parti pris ni de préjugés et qu'il n'ait pas d'intérêt à |
ervan. De objectieve onpartijdigheid vereist dat er voldoende | l'issue de celle-ci. L'impartialité objective exige qu'il y ait |
waarborgen zijn om ook een gerechtvaardigde vrees op die punten uit te | suffisamment de garanties pour exclure également des appréhensions |
sluiten (EHRM, 1 oktober 1982, Piersack t. België, | justifiées sur ces points (CEDH, 1er octobre 1982, Piersack c. |
ECLI:CE:ECHR:1982:1001JUD000869279, § 30; 16 december 2003, Grieves t. | Belgique, ECLI:CE:ECHR:1982:1001JUD000869279, § 30; 16 décembre 2003, |
Verenigd Koninkrijk, ECLI:CE:ECHR:2003:1216JUD005706700, § 69). | Grieves c. Royaume-Uni, ECLI:CE:ECHR:2003:1216JUD005706700, § 69). |
B.9.4. Wat de objectieve onpartijdigheid betreft, moet worden nagegaan | B.9.4. En ce qui concerne l'impartialité objective, il y a lieu de |
of er, los van het gedrag van de rechters, aantoonbare feiten bestaan | vérifier si, indépendamment du comportement des juges, il existe des |
die twijfel doen ontstaan omtrent die onpartijdigheid. In dat opzicht | faits démontrables faisant naître un doute au sujet de cette |
kan zelfs een gewekte schijn van partijdigheid belangrijk zijn (EHRM, | impartialité. A cet égard, même une apparence de partialité peut |
6 juni 2000, Morel t. Frankrijk, ECLI:CE:ECHR:2000:0606JUD003413096, § 42). | revêtir de l'importance (CEDH, 6 juin 2000, Morel c. France, |
Indien dient te worden onderzocht of een rechter in een concreet geval | ECLI:CE:ECHR:2000:0606JUD003413096, § 42). |
aanleiding heeft gegeven tot een dergelijke vrees, wordt het standpunt | S'il faut examiner si un juge a suscité, dans un cas concret, de |
van de rechtzoekende in aanmerking genomen, maar speelt het geen | telles appréhensions, le point de vue du justiciable est pris en |
doorslaggevende rol. Wat daarentegen wel doorslaggevend is, is of de | compte mais ne joue pas un rôle décisif. Ce qui est par contre |
vrees van de betrokkene als objectief verantwoord kan worden beschouwd | déterminant, c'est de savoir si les appréhensions de l'intéressé |
(EHRM, 21 december 2000, Wettstein t. Zwitserland, | peuvent passer pour objectivement justifiées (CEDH, 21 décembre 2000, |
ECLI:CE:ECHR:2000:1221JUD003395896, § 44). Wat betreft de | Wettstein c. Suisse, ECLI:CE:ECHR:2000:1221JUD003395896, § 44). En ce |
hiërarchische of andere banden die tussen de rechter en andere actoren | qui concerne les liens hiérarchiques ou autres qui existent entre le |
van de procedure bestaan, moet in elk voorliggend geval worden beslist | juge et d'autres acteurs de la procédure, il faut décider dans chaque |
of de aard en de graad van de band in kwestie dusdanig zijn dat zij | cas d'espèce si la nature et le degré du lien en question sont tels |
wijzen op een gebrek aan onpartijdigheid van de rechtbank (EHRM, grote | qu'ils dénotent un manque d'impartialité de la part du tribunal (CEDH, |
kamer, 6 november 2018, Ramos Nunes de Carvalho e SCA t. Portugal, | grande chambre, 6 novembre 2018, Ramos Nunes de Carvalho e Sss c. |
ECLI:CE:ECHR:2018:1106JUD005539113, § 148). Het beginsel van de | Portugal, ECLI:CE:ECHR:2018:1106JUD005539113, § 148). Le principe de |
objectieve onpartijdigheid mag evenwel niet tot gevolg hebben dat het | |
functioneren van het gerechtelijk apparaat in het gedrang wordt | l'impartialité objective ne peut toutefois pas avoir pour effet de |
gebracht (EHRM, 22 september 1994, Debled t. België, | compromettre le fonctionnement du système judiciaire (CEDH, 22 |
septembre 1994, Debled c. Belgique, | |
ECLI:CE:ECHR:1994:0922JUD001383988, § 37; 10 juni 1996, Thomann t. | ECLI:CE:ECHR:1994:0922JUD001383988, § 37; 10 juin 1996, Thomann c. |
Zwitserland, ECLI:CE:ECHR:1996:0610JUD001760291, § 36; beslissing, 12 | Suisse, ECLI:CE:ECHR:1996:0610JUD001760291, § 36; décision, 12 |
december 2002, Sofianopoulos en anderen t. Griekenland, | décembre 2002, Sofianopoulos et autres c. Grèce, |
ECLI:CE:ECHR:2002:1212DEC000198802, p. 9). | ECLI:CE:ECHR:2002:1212DEC000198802, p. 9). |
B.10. Bij de aanneming van de regels inzake het « voorrecht van | B.10. Lors de l'adoption des règles relatives au « privilège de |
rechtsmacht » van de ministers heeft de Grondwetgever zich | juridiction » des ministres, le Constituant s'est inspiré en partie du |
gedeeltelijk geïnspireerd op het bestaande stelsel van het « voorrecht | système existant du « privilège de juridiction » des magistrats (Doc. |
van rechtsmacht » van de magistraten (Parl. St., Kamer, 1997-1998, nr. | parl., Chambre, 1997-1998, n° 1258/1, p. 5). Même s'il existe des |
1258/1, p. 5). Ook al bestaan er aanzienlijke verschillen tussen beide | différences substantielles entre les deux régimes, il a été précisé, |
stelsels, toch werd in de parlementaire voorbereiding gepreciseerd dat | dans les travaux préparatoires, que « la philosophie qui sous-tend [le |
« de achterliggende filosofie van [het voorrecht van rechtsmacht van | privilège de juridiction des magistrats] paraît parfaitement |
de magistraten] [...] perfect toepasbaar [lijkt] op ministers » (Parl. | applicable aux ministres » (Doc. parl., Chambre, 1997-1998, n° 1258/1, |
St., Kamer, 1997-1998, nr. 1258/1, p. 5). | p. 5). |
B.11. De keuze van de Grondwetgever bestaat erin aan het hof van | B.11. L'option du Constituant est de confier à la cour d'appel le |
beroep de berechting van de ministers toe te vertrouwen met betrekking | jugement des ministres en ce qui concerne certaines infractions qu'ils |
tot bepaalde misdrijven die zij zouden hebben gepleegd. Hij voorziet | |
erin dat de wet bepaalt op welke wijze tegen hen in rechte wordt | auraient commises. Il prévoit que la loi détermine le mode de procéder |
opgetreden, met name bij vervolging (artikel 103, tweede lid, van de | contre eux, notamment lors des poursuites (article 103, alinéa 2, de |
Grondwet). In zoverre die elementen onder de wet ressorteren, dient | la Constitution). Dans la mesure où ces éléments relèvent de la loi, |
het Hof nog na te gaan of de situatie van de ministers aan wie, | la Cour doit encore vérifier que la situation des ministres qui, selon |
volgens de verwijzende rechter, het voordeel wordt ontzegd van de | le juge a quo, sont privés du bénéfice du contrôle de la régularité de |
controle van de regelmatigheid van het gerechtelijk onderzoek door | l'instruction par des juges d'un degré supérieur à celui des |
rechters van een hogere graad dan die van de onderzoeksmagistraten of | magistrats instructeurs ou par des juges d'un autre ressort que ces |
door rechters van een ander rechtsgebied dan die magistraten, | |
toelaatbaar is ten aanzien van de in de prejudiciële vraag aangehaalde | magistrats, est admissible au regard des normes de référence citées |
referentienormen, in samenhang gelezen met artikel 103 van de | dans la question préjudicielle, lues en combinaison avec l'article 103 |
Grondwet. | de la Constitution. |
B.12. In het door de Grondwetgever ingevoerde stelsel is het hof van | B.12. Dans le système établi par le Constituant, la cour d'appel est |
beroep, in eerste en laatste aanleg, exclusief bevoegd om de ministers | exclusivement compétente, en premier et dernier ressort, pour juger |
te berechten met betrekking tot bepaalde misdrijven die zij zouden | les ministres en ce qui concerne certaines infractions qu'ils auraient |
hebben gepleegd. De ministers genieten dus geen dubbele aanleg. Tegen | commises. Les ministres ne bénéficient donc pas d'un double degré de |
de arresten van het hof van beroep kan hogere voorziening worden | juridiction. Les arrêts de la cour d'appel sont susceptibles d'un |
ingesteld bij het Hof van Cassatie, in verenigde kamers, dat evenwel | pourvoi devant la Cour de cassation, chambres réunies, laquelle ne |
niet in de beoordeling van de zaken zelf treedt. | connaît cependant pas du fond des affaires. |
Het behoort tot de logica van dat stelsel dat de gehele procedure van | Il est dans la logique de ce système que toute la procédure du « |
het « voorrecht van rechtsmacht » van de ministers, ook tijdens het | privilège de juridiction » des ministres, y compris lors de |
gerechtelijk onderzoek, plaatsvindt op het niveau van het hof van | l'instruction, ait lieu au niveau de la cour d'appel, et non au niveau |
beroep, en niet op het niveau van een rechtscollege van een hogere | d'une juridiction d'un degré supérieur, la Cour de cassation, et, en |
graad, het Hof van Cassatie, en, in het bijzonder, dat het | particulier, que l'instruction contre un ministre soit menée par un ou |
gerechtelijk onderzoek tegen een minister wordt gevoerd door een of | plusieurs conseillers à la cour d'appel et que la chambre des mises en |
meerdere raadsheren in het hof van beroep en dat de kamer van | accusation soit compétente pour contrôler la régularité de cette |
inbeschuldigingstelling bevoegd is om de regelmatigheid van dat | instruction, tant en cours d'instruction que lors du règlement de la |
gerechtelijk onderzoek te controleren, zowel tijdens het gerechtelijk | procédure. Comme il est dit en B.2, le « privilège de juridiction » a |
onderzoek als bij de regeling van de rechtspleging. Zoals in B.2 werd | précisément été instauré dans le but de garantir une administration de |
vermeld, is het « voorrecht van rechtsmacht » net ingesteld met het | la justice impartiale à l'égard des personnes qui peuvent en |
doel een onpartijdige rechtsbedeling te garanderen ten aanzien van de | bénéficier. En ce qui concerne le fait de ne pas confier le contrôle |
personen die dat voorrecht kunnen genieten. Wat betreft het niet | |
toekennen van de controle op de regelmatigheid van het gerechtelijk | de la régularité de l'instruction à une juridiction supérieure, ce |
onderzoek aan een hoger rechtscollege, kan dat motief, net als de | motif, tout comme les autres motifs du « privilège de juridiction » |
overige in B.2 vermelde beweegredenen voor het « voorrecht van | mentionnés en B.2, peut dès lors justifier que les personnes |
rechtsmacht », dan ook verantwoorden dat de personen op wie het « | auxquelles s'applique le « privilège de juridiction » soient, en |
voorrecht van rechtsmacht » van toepassing is, op het gebied van het | |
gerechtelijk onderzoek, de vervolging en de berechting anders worden | matière d'instruction, de poursuites et de jugement, traitées |
behandeld dan de rechtsonderhorigen op wie de gewone regels van de | différemment des justiciables auxquels s'appliquent les règles |
strafrechtspleging van toepassing zijn. | ordinaires de la procédure pénale. |
Een dergelijke situatie kan des te minder worden bekritiseerd daar | Une telle situation est d'autant moins critiquable que l'article 103, |
artikel 103, derde lid, van de Grondwet het Hof van Cassatie verbiedt | alinéa 3, de la Constitution fait défense à la Cour de cassation de |
om in de beoordeling van de zaken zelf te treden. | connaître du fond des affaires. |
B.13.1. Het feit dat de controle van de regelmatigheid van het gerechtelijk onderzoek, dat door een of meerdere raadsheren in het hof van beroep tegen een minister wordt gevoerd, wordt verricht door de kamer van inbeschuldigingstelling van hetzelfde hof van beroep, die bestaat uit magistraten die tot hetzelfde rechtscollege behoren, is trouwens geen anomalie ten aanzien van het gemeen recht van de strafrechtspleging. Er bestaan immers verschillende gevallen waarin de regelmatigheid van het gerechtelijk onderzoek wordt gecontroleerd door rechters die tot hetzelfde rechtscollege als de onderzoeksmagistraat behoren. Zulks is het geval bij de regeling van de rechtspleging bij het afsluiten van | B.13.1. Le fait que le contrôle de la régularité de l'instruction menée à l'encontre d'un ministre par un ou plusieurs conseillers à la cour d'appel soit effectué par la chambre des mises en accusation de la même cour d'appel, composée de magistrats appartenant à la même juridiction, n'est d'ailleurs pas une anomalie au regard du droit commun de la procédure pénale. Il existe en effet plusieurs hypothèses dans lesquelles la régularité de l'instruction est contrôlée par des juges appartenant à la même juridiction que le magistrat instructeur. Tel est le cas lors du règlement de la procédure à la clôture d'une instruction, qui relève |
een gerechtelijk onderzoek, die tot de bevoegdheid van de raadkamer | de la compétence de la chambre du conseil, laquelle est composée d'un |
behoort, die bestaat uit een rechter die tot hetzelfde rechtscollege | juge appartenant à la même juridiction que le juge d'instruction |
als de onderzoeksrechter behoort (artikelen 127 en volgende van het | (articles 127 et suivants du Code d'instruction criminelle, |
Wetboek van strafvordering, artikelen 195 en 259sexies, § 1, 1°, van | articles 195 et 259sexies, § 1er, 1°, du Code judiciaire). Tel est |
het Gerechtelijk Wetboek). Dat is ook het geval wanneer de kamer van | également le cas lorsque la chambre des mises en accusation retire une |
inbeschuldigingstelling een gerechtelijk onderzoek afneemt van de | instruction au juge d'instruction qui en était chargé et qu'elle |
onderzoeksrechter die ermee was belast en een magistraat aanwijst als | désigne un magistrat comme conseiller instructeur (articles 136, |
raadsheer-onderzoeker (artikelen 136, eerste lid, en 236 van het | alinéa 1er, et 236 du Code d'instruction criminelle). Dans pareil cas, |
Wetboek van strafvordering). In een dergelijk geval is de kamer van | lors du règlement de la procédure, la chambre des mises en accusation |
inbeschuldigingstelling, bij de regeling van de rechtspleging, bevoegd om de regelmatigheid van het gerechtelijk onderzoek te controleren. Een dergelijke samenstelling is op zich niet van dien aard dat zij ten aanzien van de partijen of van derden een wettige verdenking in het leven roept omtrent de strikte onpartijdigheid van de rechters die de regelmatigheid van het gerechtelijk onderzoek controleren. Het betreft de normale werking van het gerechtelijk instituut. B.13.2. Dat zou enkel anders zijn indien er tussen de onderzoeksmagistraten en de rechters die zijn belast met het controleren van de regelmatigheid van het gerechtelijk onderzoek, specifiekere - onder andere hiërarchische of familiale - banden zouden | est compétente pour contrôler la régularité de l'instruction. Une telle configuration n'est pas en soi de nature à créer, dans le chef des parties ou de tiers, une suspicion légitime quant à la stricte impartialité des juges qui contrôlent la régularité de l'instruction. Il s'agit du fonctionnement normal de l'institution judiciaire. B.13.2. Il n'en irait autrement que s'il existait entre les magistrats instructeurs et les juges chargés de contrôler la régularité de l'instruction des liens plus spécifiques, entre autres hiérarchiques ou familiaux, qui seraient de nature à susciter dans le chef des |
bestaan die ten aanzien van de partijen of van derden een objectieve | parties ou des tiers une appréhension objective relative à |
vrees inzake onpartijdigheid zouden kunnen doen ontstaan (EHRM, 8 | l'impartialité (CEDH, 8 octobre 2020, Jhangiryan c. Arménie, |
oktober 2020, Jhangiryan t. Armenië, | |
ECLI:CE:ECHR:2020:1008JUD004484108, § 100). | ECLI:CE:ECHR:2020:1008JUD004484108, § 100). |
B.13.3. De situatie die aan het Hof is voorgelegd, onderscheidt zich | B.13.3. La situation qui est soumise à la Cour se distingue par |
daarenboven van die waarin een magistraat persoonlijk betrokken zou | ailleurs de celle dans laquelle un magistrat serait personnellement |
zijn bij de lopende procedure. Het Hof van Cassatie heeft herhaalde | concerné par la procédure en cours. La Cour de cassation a jugé à |
malen geoordeeld dat de professionele en sociale relaties die bestaan | plusieurs reprises que les relations professionnelles et sociales |
tussen de rechters van eenzelfde rechtscollege bij de partijen en | existant entre les juges d'une même juridiction peuvent faire naître, |
derden een wettige verdenking kunnen doen ontstaan over de strikte | dans le chef des parties et de tiers, une suspicion légitime quant à |
onpartijdigheid van alle rechters van dat rechtscollege om uitspraak | la stricte impartialité de tous les juges de cette juridiction appelés |
te doen in een strafvervolging wanneer de procedure in kwestie | à statuer sur une poursuite pénale lorsque l'un d'eux est concerné par |
betrekking heeft op een van hen (Cass., 9 november 2011, P.11.1616.F, | la procédure en question (Cass., 9 novembre 2011, P.11.1616.F, |
ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20111109.3; 18 juni 2019, P.19.0311.N, | ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20111109.3; 18 juin 2019, P.19.0311.N, |
ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190618.2; 7 september 2021, P.21.1125.N, | ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190618.2; 7 septembre 2021, P.21.1125.N, |
ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210907.2N.21). | ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210907.2N.21). |
B.14.1. Ten slotte, zoals in B.4 is vermeld, worden de | B.14.1. Enfin, comme il est dit en B.4, les fonctions de juge |
ambtsverrichtingen van onderzoeksrechter uitgeoefend door een | |
raadsheer die daartoe is aangewezen door de eerste voorzitter van het | d'instruction sont exercées par un conseiller désigné à cette fin par |
hof van beroep (artikel 4 van de wet van 25 juni 1998); de | le premier président de la cour d'appel (article 4 de la loi du 25 |
dwangmaatregelen waarvoor het bevel van een rechter is vereist, kunnen | |
in beginsel enkel worden bevolen door een college dat is samengesteld | juin 1998) ; les mesures de contrainte nécessitant le mandat d'un juge |
uit de raadsheer-onderzoeker en uit twee andere raadsheren in het hof | peuvent en principe uniquement être ordonnées par un collège composé |
van beroep (artikel 7); het verlof van de Kamer van | du conseiller instructeur et de deux autres conseillers à la cour |
volksvertegenwoordigers is vereist voor de regeling van de | d'appel (article 7); l'autorisation de la Chambre des représentants |
rechtspleging (artikelen 10 en 11); de kamer van | est requise pour le règlement de la procédure (articles 10 et 11); la |
inbeschuldigingstelling, die bestaat uit drie raadsheren in het hof | chambre des mises en accusation, qui se compose de trois conseillers à |
van beroep, is bevoegd om te beslissen over het gevolg dat moet worden | la cour d'appel, est compétente pour décider des suites qu'il y a lieu |
gegeven aan de procedure en om de regelmatigheid van het gerechtelijk | de donner à la procédure et pour contrôler la régularité de |
onderzoek te controleren, ook tijdens het gerechtelijk onderzoek | |
(artikelen 6, 9 en 16 van dezelfde wet; artikel 235bis van het Wetboek | l'instruction, y compris en cours d'instruction (articles 6, 9 et 16 |
van strafvordering); ten slotte houdt het hof van beroep, voor de | de la même loi; article 235bis du Code d'instruction criminelle); |
enfin, la cour d'appel siège, pour le jugement des ministres, en | |
berechting van ministers, zitting in algemene vergadering met zeven of | assemblée générale de sept ou cinq conseillers, selon le cas (article |
vijf raadsheren, naargelang van het geval (artikel 22 van de voormelde wet). | 22 de la loi précitée). |
B.14.2. Uit het voorafgaande vloeit voort dat de ministers voldoende | B.14.2. Il découle de ce qui précède que les ministres bénéficient de |
waarborgen genieten, die van dien aard zijn dat zij hun een | garanties suffisantes, qui sont de nature à assurer à leur égard une |
onpartijdige en serene rechtsbedeling bieden, overeenkomstig het in | administration de la justice impartiale et sereine, conformément à |
B.2 vermelde doel. | l'objectif mentionné en B.2. |
B.15. Rekening houdend met hetgeen is vermeld in B.13.2 is artikel 6 | B.15. Compte tenu de ce qui est dit en B.13.2, l'article 6 de la loi |
van de wet van 25 juni 1998, in samenhang gelezen met artikel 235bis | du 25 juin 1998, lu en combinaison avec l'article 235bis du Code |
van het Wetboek van strafvordering, bestaanbaar met de artikelen 10 en | d'instruction criminelle, est compatible avec les articles 10 et 11 de |
11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6 van het | la Constitution, lus en combinaison avec l'article 6 de la Convention |
Europees Verdrag voor de rechten van de mens, in zoverre het de kamer | européenne des droits de l'homme, en ce qu'il rend la chambre des |
van inbeschuldigingstelling bevoegd maakt om de regelmatigheid te | mises en accusation compétente pour contrôler la régularité d'une |
controleren van een gerechtelijk onderzoek dat tegen een minister | instruction menée à l'encontre d'un ministre. |
wordt gevoerd. | |
Om die redenen, | Par ces motifs, |
het Hof | la Cour |
zegt voor recht : | dit pour droit : |
Rekening houdend met hetgeen is vermeld in B.13.2 schendt artikel 6 | Compte tenu de ce qui est dit en B.13.2, l'article 6 de la loi du 25 |
van de wet van 25 juni 1998 « tot regeling van de strafrechtelijke | juin 1998 « réglant la responsabilité pénale des ministres », lu en |
verantwoordelijkheid van ministers », in samenhang gelezen met artikel | combinaison avec l'article 235bis du Code d'instruction criminelle, ne |
235bis van het Wetboek van strafvordering, niet de artikelen 10 en 11 | viole pas les articles 10 et 11 de la Constitution, lus en combinaison |
van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6 van het Europees | avec l'article 6 de la Convention européenne des droits de l'homme, en |
Verdrag voor de rechten van de mens, in zoverre het de kamer van | |
inbeschuldigingstelling bevoegd maakt om de regelmatigheid te | ce qu'il rend la chambre des mises en accusation compétente pour |
controleren van een gerechtelijk onderzoek dat tegen een minister | contrôler la régularité d'une instruction menée à l'encontre d'un |
wordt gevoerd. | ministre. |
Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel | Ainsi rendu en langue française et en langue néerlandaise, |
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, | conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur |
op 12 januari 2023. | la Cour constitutionnelle, le 12 janvier 2023. |
De griffier, | Le greffier, |
P.-Y. Dutilleux | P.-Y. Dutilleux |
De voorzitter, | Le président, |
P. Nihoul | P. Nihoul |