← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 150/2022 van 17 november 2022 Rolnummer 7657 In zake : de
prejudiciële vraag betreffende artikel 237, § 2, van de Brusselse Huisvestingscode, gesteld door
de Vrederechter van het kanton Elsene. Het Grondwette samengesteld uit de
voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, en de rechters T. Giet, Y. Kherbache, T. (...)"
Uittreksel uit arrest nr. 150/2022 van 17 november 2022 Rolnummer 7657 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 237, § 2, van de Brusselse Huisvestingscode, gesteld door de Vrederechter van het kanton Elsene. Het Grondwette samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, en de rechters T. Giet, Y. Kherbache, T. (...) | Extrait de l'arrêt n° 150/2022 du 17 novembre 2022 Numéro du rôle : 7657 En cause : la question préjudicielle relative à l'article 237, § 2, du Code bruxellois du logement, posée par le Juge de paix du canton d'Ixelles. La Cour consti composée des présidents P. Nihoul et L. Lavrysen, et des juges T. Giet, Y. Kherbache, T. Detienne, (...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | COUR CONSTITUTIONNELLE |
Uittreksel uit arrest nr. 150/2022 van 17 november 2022 | Extrait de l'arrêt n° 150/2022 du 17 novembre 2022 |
Rolnummer 7657 | Numéro du rôle : 7657 |
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 237, § 2, van de | En cause : la question préjudicielle relative à l'article 237, § 2, du |
Brusselse Huisvestingscode, gesteld door de Vrederechter van het | Code bruxellois du logement, posée par le Juge de paix du canton |
kanton Elsene. | d'Ixelles. |
Het Grondwettelijk Hof, | La Cour constitutionnelle, |
samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, en de | composée des présidents P. Nihoul et L. Lavrysen, et des juges T. |
rechters T. Giet, Y. Kherbache, T. Detienne, E. Bribosia en W. | Giet, Y. Kherbache, T. Detienne, E. Bribosia et W. Verrijdt, assistée |
Verrijdt, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter P. Nihoul, | du greffier P.-Y. Dutilleux, présidée par le président P. Nihoul, |
wijst na beraad het volgende arrest : | après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Objet de la question préjudicielle et procédure |
Bij vonnis van 21 oktober 2021, waarvan de expeditie ter griffie van | Par jugement du 21 octobre 2021, dont l'expédition est parvenue au |
het Hof is ingekomen op 25 oktober 2021, heeft de Vrederechter van het | greffe de la Cour le 25 octobre 2021, le Juge de paix du canton |
kanton Elsene de volgende prejudiciële vraag gesteld : | d'Ixelles a posé la question préjudicielle suivante : |
« Schendt artikel 237 van de Brusselse Huisvestingscode (ordonnantie | « Est-ce que l'article 237 du Code bruxellois du Logement (Ordonnance |
van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 17 juli 2003 houdende de | de la Région de Bruxelles-Capitale du 17 juillet 2003 portant le Code |
Brusselse Huisvestingscode) de artikelen 10, 11 en 23 van de Grondwet, | bruxellois du Logement) viole les articles 10, 11 et 23 de la |
in zoverre die bepaling het de verhuurders die rechtspersonen zijn | Constitution, dans la mesure où cette disposition ne permet pas aux |
niet mogelijk maakt om voor persoonlijke bewoning de huurovereenkomst | bailleurs personnes morales de donner préavis pour occupation |
op te zeggen aan de huurder van een woning (hoofdverblijfplaats), | personnelle à un locataire d'une habitation (résidence principale), |
terwijl die opzeggingsmogelijkheid bestaat voor de verhuurders die | tandis que cette faculté de préavis s'offre ainsi aux bailleurs |
natuurlijke personen zijn ? ». | personnes physiques ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. En droit |
(...) | (...) |
B.1. Artikel 237, § 2, van de Brusselse Huisvestingscode bepaalt : « De verhuurder kan de huurovereenkomst evenwel te allen tijde beëindigen met inachtneming van een opzeggingstermijn van zes maanden, indien hij voornemens is het goed persoonlijk en werkelijk te betrekken of het op dezelfde wijze te laten betrekken door zijn afstammelingen, zijn aangenomen kinderen, zijn bloedverwanten in opgaande lijn, zijn echtgeno(o)t(e), door diens afstammelingen, bloedverwanten in opgaande lijn en aangenomen kinderen, door zijn bloedverwanten in de zijlijn en de bloedverwanten in de zijlijn van zijn echtgenoot tot in de derde graad. Wordt de opzegging gegeven opdat bloedverwanten in de zijlijn van de derde graad het goed zouden kunnen betrekken, dan kan de | B.1. L'article 237, § 2, du Code bruxellois du logement dispose : « Le bailleur peut toutefois mettre fin au bail, à tout moment, en donnant congé six mois à l'avance, s'il a l'intention d'occuper le bien loué personnellement et effectivement ou de le faire occuper de la même manière par ses descendants, ses enfants adoptifs, ses ascendants, son conjoint, les descendants, ascendants et enfants adoptifs de celui-ci, ses collatéraux et les collatéraux de son conjoint jusqu'au troisième degré. Lorsque le congé est donné en vue de permettre l'occupation du bien loué par des collatéraux du troisième degré, le délai de préavis ne |
opzeggingstermijn niet verstrijken vóór het einde van de eerste | peut expirer avant la fin du premier triennat à partir de l'entrée en |
driejarige periode vanaf de inwerkingtreding van de huurovereenkomst. | vigueur du bail. Le congé mentionne l'identité de la personne qui occupera le bien loué |
De opzegging vermeldt de identiteit van de persoon die het goed zal | et son lien de parenté avec le bailleur. A la demande du preneur, le |
betrekken en de band van verwantschap met de verhuurder. Deze laatste | bailleur doit apporter la preuve du lien de parenté. Le bailleur doit |
moet, op verzoek van de huurder, de band van verwantschap bewijzen. De | accéder à cette demande dans un délai de deux mois à dater de sa |
verhuurder moet binnen een termijn van twee maanden, te rekenen van de | notification, faute de quoi le preneur peut demander la nullité du |
kennisgeving ervan, aan dit verzoek voldoen, zoniet kan de huurder de | congé. Cette action doit être intentée à peine de déchéance au plus |
nietigverklaring van de opzegging vorderen. Die vordering moet, op straffe van verval, uiterlijk twee maanden vóór het verstrijken van de opzeggingstermijn worden ingesteld. Het goed moet binnen een jaar na het verstrijken van de opzegging door de verhuurder of, in geval van verlenging, na de teruggave door de huurder, worden betrokken. Het goed moet gedurende ten minste twee jaar werkelijk en doorlopend betrokken blijven. Indien de verhuurder, zonder het bewijs van buitengewone omstandigheden te leveren, de betrekking van het goed niet binnen de gestelde termijn en voorwaarden verwezenlijkt, heeft de huurder recht op een vergoeding die gelijk is aan achttien maanden huur. De partijen kunnen evenwel overeenkomen om deze mogelijkheid van voortijdige ontbinding uit te sluiten of te | tard deux mois avant l'expiration du délai de préavis. Les lieux doivent être occupés dans l'année qui suit l'expiration du préavis donné par le bailleur ou, en cas de prorogation, la restitution des lieux par le preneur. Ils doivent rester occupés de façon effective et continue pendant deux ans au moins. Lorsque le bailleur, sans justifier d'une circonstance exceptionnelle, ne réalise pas l'occupation dans les conditions ou les délais prévus, le preneur a droit à une indemnité équivalente à dix-huit mois de loyer. Les parties peuvent cependant convenir d'exclure ou de limiter cette |
beperken ». | faculté de résolution anticipée ». |
B.2. De beëindiging van de huurovereenkomst voor persoonlijke en | B.2. Le congé de bail pour occupation personnelle et effective du bien |
werkelijke betrekking van het verhuurde goed was reeds in dezelfde | loué était déjà prévu dans les mêmes termes à l'article 4, alinéa 1er, |
bewoordingen voorzien in artikel 4, eerste lid, a), van de wet van 22 | a), de la loi du 22 décembre 1989 » relative à la protection du |
december 1989 » op de bescherming van de gezinswoning ». Op 17 | logement familial ». Le 17 septembre 1993, la Cour de cassation a |
september 1993 heeft het Hof van Cassatie geoordeeld dat : | jugé, que : |
« [...] de rechtspersoon niet uitgesloten is van de toepassing van | « [...] la personne morale n'est pas exclue de l'application de |
art. 4, alinea 1a van de wet van 22 december 1989, | l'article 4, alinéa 1er, a, de la loi du 22 décembre 1989, |
[...] | [...] |
Overwegende dat artikel 4, alinea 1, a, van de wet van 22 december | Attendu que l'article 4, alinéa 1er, a, de la loi du 22 décembre 1989 |
1989 op de bescherming van de gezinswoning de ` verhuurder ' of de ` | relative à la protection du logement familial autorise ` le bailleur ' |
verkrijger ' toelaat onder bepaalde voorwaarden af te wijken van de | ou ` l'acquéreur ' à déroger à la prorogation légale à certaines |
wettelijke huurverlenging, zonder die mogelijkheid te beperken tot | conditions, sans limiter cette possibilité aux seules personnes |
enkel natuurlijke personen » (Cass., 17 september 1993, Arr. Cass., | physiques » (Cass., 17 septembre 1993, Pas., 1993, n° 355). |
1993, nr. 335). | |
Die beëindiging werd behouden door artikel 3, § 2, van de wet van 20 | Ce congé a été maintenu par l'article 3, § 2, de la loi du 20 février |
februari 1991 » houdende wijziging van de bepalingen van het | 1991 » modifiant et complétant les dispositions du Code civil |
Burgerlijk Wetboek inzake huishuur ». De parlementaire voorbereiding | relatives aux baux à loyer ». Les travaux préparatoires de cette loi |
van die wet vermeldt : | mentionnent : |
« Littera a neemt de klassieke bepaling betreffende de persoonlijke | « Le littera a reproduit la disposition classique relative à |
bewoning van het goed over die is gesteld in artikel 4, § 1, van de | l'occupation personnelle des lieux, que l'on trouve à l'article 4, § 1er, |
wet van 22 december 1989. | de la loi du 22 décembre 1989. |
Er moet worden opgemerkt dat de persoonlijke en werkelijke bewoning | Il est à préciser que l'occupation personnelle et effective peut |
van het goed ook kan worden beschouwd uit hoofde van een | s'entendre également dans le chef d'un bailleur - personne morale, qui |
verhuurder-rechtspersoon die voornemens is zijn zetel in het gehuurde | envisagerait l'installation de son siège dans le bien loué » (Doc. |
goed te vestigen » (Parl. St., Kamer, 1990-1991, nr. 1357/1, p. 13). | parl., Chambre, 1990-1991, n° 1357/1, p. 13). |
Ingevolge de overdracht van de bevoegdheid inzake de | A la suite du transfert aux régions de la compétence relative aux baux |
woninghuurovereenkomsten aan de gewesten, heeft het Brusselse | d'habitation, la Région de Bruxelles-Capitale a adopté l'ordonnance du |
Hoofdstedelijke Gewest de ordonnantie van 27 juli 2017 » houdende de | 27 juillet 2017 » visant la régionalisation du bail d'habitation », |
regionalisering van de woninghuurovereenkomst » aangenomen, die werd | |
opgenomen in Titel XI van de Brusselse Huisvestingscode en die in | qui a été introduite dans le titre XI du Code bruxellois du logement |
werking is getreden op 1 januari 2018. De in het geding zijnde | |
bepaling, die de beëindiging voor persoonlijke en werkelijke | et est entrée en vigueur le 1er janvier 2018. La disposition en cause, |
betrekking van het verhuurde goed betreft, werd eveneens overgenomen, | qui concerne le congé pour occupation personnelle et effective du bien |
zonder wezenlijke wijziging. De parlementaire voorbereiding van de | loué, a également été reproduite sans modification substantielle. Les |
bepaling vermeldt : | travaux préparatoires de la disposition mentionnent : |
« De principes inzake de duur van de huurovereenkomst zijn, algemeen, | « Les principes en matière de durée du bail sont, de manière générale, |
die welke golden onder de toepassing van de wet van 20 februari 1991. | ceux qui prévalaient sous l'empire de la loi du 20 février 1991. |
[...] | [...] |
§§ 2 tot 4 bevatten de redenen voor verbreking zoals reeds bekrachtigd | Les §§ 2 à 4 reprennent les motifs de résiliation déjà consacrés par |
door artikel 3, §§ 2 tot 4, van de wet van 20 februari 1991 » (Parl. | l'article 3, §§ 2 à 4, de la loi du 20 février 1991 » (Doc. parl., |
St., Brussels Hoofdstedelijk Parlement, 2016-2017, nr. A-488/1, pp. | Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale, 2016-2017, n° A-488/1, |
39-40). | pp. 39-40). |
B.3. Aan het Hof wordt een vraag gesteld over de bestaanbaarheid van | B.3. La Cour est interrogée sur la compatibilité de la disposition en |
de in het geding zijnde bepaling met de artikelen 10, 11 en 23 van de | cause avec les articles 10, 11 et 23 de la Constitution, interprétée |
Grondwet, in die zin geïnterpreteerd dat zij aan de verhuurders die | |
rechtspersonen zijn niet toelaat om voor persoonlijke en werkelijke | en ce qu'elle ne permet pas aux bailleurs personnes morales de donner |
betrekking de huurovereenkomst op te zeggen aan een huurder van een | à un locataire d'une habitation de résidence principale un préavis |
woning-hoofdverblijfplaats. | pour occupation personnelle et effective. |
B.4. Het komt in de regel aan de verwijzende rechter toe de bepalingen | B.4. Il appartient en règle au juge a quo d'interpréter les |
die hij toepast te interpreteren, onder voorbehoud van een kennelijk | dispositions qu'il applique, sous réserve d'une lecture manifestement |
verkeerde lezing van de in het geding zijnde bepaling. | erronée de la disposition en cause. |
B.5. Uit de in B.2 vermelde elementen blijkt dat de beëindiging voor | B.5. Il ressort des éléments mentionnés en B.2 que le congé pour |
persoonlijke en werkelijke betrekking van het verhuurde goed, zoals | occupation personnelle et effective du bien loué, tel qu'il est |
die is verankerd in de in het geding zijnde bepaling, zowel door een | consacré par la disposition en cause, peut être appliqué autant par |
natuurlijke persoon als door een rechtspersoon kan worden toegepast. | une personne physique que par une personne morale. |
B.6. De prejudiciële vraag berust op een kennelijk verkeerde lezing | B.6. La question préjudicielle repose sur une lecture manifestement |
van de in het geding zijnde bepaling. Bijgevolg behoeft de | erronée de la disposition en cause. Par conséquent, la question |
prejudiciële vraag geen antwoord. | préjudicielle n'appelle pas de réponse. |
Om die redenen, | Par ces motifs, |
het Hof | la Cour |
zegt voor recht : | dit pour droit : |
De prejudiciële vraag behoeft geen antwoord. | La question préjudicielle n'appelle pas de réponse. |
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig | Ainsi rendu en langue française et en langue néerlandaise, |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het | conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur |
Grondwettelijk Hof, op 17 november 2022. | la Cour constitutionnelle, le 17 novembre 2022. |
De griffier, De voorzitter, | Le greffier, Le président, |
P.-Y. Dutilleux P. Nihoul | P.-Y. Dutilleux P. Nihoul |