← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 17/2021 van 4 februari 2021 Rolnummer 7096 In zake : de
prejudiciële vragen betreffende artikel 56bis, § 2, van de Algemene kinderbijslagwet, gesteld
door het Arbeidshof te Luik, afdeling Luik. Het Grondwette samengesteld uit
de voorzitters F. Daoût en L. Lavrysen, en de rechters J.-P. Moerman, P. Nihoul, R(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 17/2021 van 4 februari 2021 Rolnummer 7096 In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 56bis, § 2, van de Algemene kinderbijslagwet, gesteld door het Arbeidshof te Luik, afdeling Luik. Het Grondwette samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en L. Lavrysen, en de rechters J.-P. Moerman, P. Nihoul, R(...) | Extrait de l'arrêt n° 17/2021 du 4 février 2021 Numéro du rôle : 7096 En cause : les questions préjudicielles concernant l'article 56bis, § 2, de la loi générale relative aux allocations familiales, posées par la Cour du travail de Liège La Cour constitutionnelle, composée des présidents F. Daoût et L. Lavrysen, et des juges J.-P. M(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | COUR CONSTITUTIONNELLE |
Uittreksel uit arrest nr. 17/2021 van 4 februari 2021 | Extrait de l'arrêt n° 17/2021 du 4 février 2021 |
Rolnummer 7096 | Numéro du rôle : 7096 |
In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 56bis, § 2, van | En cause : les questions préjudicielles concernant l'article 56bis, § |
de Algemene kinderbijslagwet, gesteld door het Arbeidshof te Luik, | 2, de la loi générale relative aux allocations familiales, posées par |
afdeling Luik. | la Cour du travail de Liège, division de Liège. |
Het Grondwettelijk Hof, | La Cour constitutionnelle, |
samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en L. Lavrysen, en de | composée des présidents F. Daoût et L. Lavrysen, et des juges J.-P. |
rechters J.-P. Moerman, P. Nihoul, R. Leysen, J. Moerman en Y. | Moerman, P. Nihoul, R. Leysen, J. Moerman et Y. Kherbache, assistée du |
Kherbache, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter F. Daoût, | greffier F. Meersschaut, présidée par le président F. Daoût, |
wijst na beraad het volgende arrest : | après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging | I. Objet des questions préjudicielles et procédure |
Bij arrest van 14 januari 2019, waarvan de expeditie ter griffie van | Par arrêt du 14 janvier 2019, dont l'expédition est parvenue au greffe |
het Hof is ingekomen op 18 januari 2019, heeft het Arbeidshof te Luik, | de la Cour le 18 janvier 2019, la Cour du travail de Liège, division |
afdeling Luik, de volgende prejudiciële vragen gesteld : | de Liège, a posé les questions préjudicielles suivantes : |
« - Schendt artikel 56bis, § 2, van de algemene kinderbijslagwet van | « - L'article 56bis, § 2, de la loi générale du 19 décembre 1939 |
19 december 1939 de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, indien het in | relative aux allocations familiales viole-t-il les articles 10 et 11 |
die zin wordt geïnterpreteerd dat het in eenzelfde behandeling voorziet voor . enerzijds, een feitelijk gezin, samengesteld uit onder anderen twee legaal op het grondgebied verblijvende volwassenen die als paar samenwonen onder hetzelfde dak en de huishoudelijke aangelegenheden gemeenschappelijk regelen terwijl een van beiden geen bestaansmiddelen heeft en niet bijdraagt in de financiële lasten van het huishouden . en, anderzijds, een feitelijk gezin, samengesteld uit onder anderen twee volwassenen die als paar samenwonen onder hetzelfde dak en de huishoudelijke aangelegenheden gemeenschappelijk regelen terwijl een van beiden illegaal op het grondgebied verblijft, geen bestaansmiddelen heeft en niet bijdraagt in de financiële lasten van het huishouden ? | de la Constitution s'il est interprété comme traitant de la même manière . d'une part un ménage de fait composé entre autres de deux adultes en couple en séjour légal qui vivent sous le même toit et règlent en commun les questions ancillaires alors qu'un des deux n'a aucune ressource et ne participe pas aux charges financières du ménage . d'autre part un ménage de fait composé entre autres de deux adultes en couple qui vivent sous le même toit et règlent en commun les questions ancillaires alors qu'un des deux, en séjour illégal, n'a aucune ressource et ne participe pas aux charges financières du ménage ? |
- Schendt artikel 56bis, § 2, van de algemene kinderbijslagwet van 19 | - L'article 56bis, § 2, de la loi générale du 19 décembre 1939 |
december 1939 de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, indien het in die | relative aux allocations familiales viole-t-il les articles 10 et 11 |
zin wordt geïnterpreteerd dat een gezin dat onder hetzelfde dak woont | |
en is samengesteld uit onder anderen twee volwassenen die als paar | de la Constitution s'il est interprété en ce sens qu'une famille |
samenwonen en van wie de ene illegaal op het grondgebied verblijft, | vivant sous le même toit composée entre autres de deux adultes en |
wordt beschouwd als een eenoudergezin, terwijl een gezin dat onder | couple dont l'un est en séjour illégal est considérée comme une |
hetzelfde dak woont en is samengesteld uit onder anderen twee | famille monoparentale alors qu'une famille vivant sous le même toit |
volwassenen die als paar samenwonen en die beiden legaal op het | composée entre autres de deux adultes en couple tous deux en séjour |
grondgebied verblijven, niet wordt beschouwd als een eenoudergezin ? ». | légal n'est pas considérée comme une famille monoparentale ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. En droit |
(...) | (...) |
Ten aanzien van de in het geding zijnde bepalingen | Quant aux dispositions en cause |
B.1.1. Artikel 41 van de Algemene kinderbijslagwet, zoals het van | B.1.1. L'article 41 de la loi générale relative aux allocations |
toepassing is op het geschil voor de verwijzende rechter, bepaalt : | familiales, tel qu'il est applicable au litige pendant devant le juge |
« Wanneer de rechthebbende een recht opent op de in artikel 40 | a quo, dispose : « Lorsque l'attributaire ouvre un droit à l'allocation mensuelle visée |
bedoelde maandelijkse bijslag, wordt deze bijslag verhoogd met een | à l'article 40, celle-ci est majorée d'un supplément de 34,83 euros |
bijslag van 34,83 euro voor het eerste kind, 21,59 euro voor het | pour le premier enfant, 21,59 euros pour le deuxième enfant et 17,41 |
tweede kind en 17,41 euro voor het derde en de volgende kinderen, | euros pour le troisième enfant et les suivants, aux conditions |
onder de volgende cumulatieve voorwaarden : | cumulatives qui suivent : |
- de bijslagtrekkende vormt geen feitelijk gezin in de zin van artikel | - l'allocataire ne forme pas un ménage de fait au sens de l'article |
56bis, § 2, en is niet gehuwd, behalve indien een feitelijke scheiding | 56bis, § 2, et n'est pas marié, sauf si le mariage est suivi d'une |
zich na het huwelijk heeft voorgedaan. De feitelijke scheiding moet | |
blijken uit de afzonderlijke hoofdverblijfplaats van de personen in | séparation de fait. La séparation de fait doit apparaître de la |
kwestie, in de zin van artikel 3, eerste lid, 5°, van de wet van 8 | résidence principale séparée des personnes en cause, au sens de |
augustus 1983 tot regeling van het Rijksregister van de natuurlijke | l'article 3, alinéa 1er, 5°, de la loi du 8 août 1983 organisant un |
personen, met uitzondering van gevallen waarbij uit andere daarvoor | Registre national des personnes physiques, exception faite des cas |
overgelegde officiële documenten blijkt dat de feitelijke scheiding | dans lesquels il ressort d'autres documents officiels produits à cet |
effectief is, ook al stemt dit niet of niet meer overeen met de | effet, que la séparation de fait est effective bien qu'elle ne |
informatie verkregen bij het voormelde register; | corresponde pas ou plus avec l'information obtenue auprès dudit |
- de bijslagtrekkende geniet geen beroeps- en/of vervangingsinkomsten | registre; - l'allocataire ne bénéficie pas de revenus professionnels et/ou de |
waarvan het bedrag het maximaal dagbedrag van de | remplacement dont la somme dépasse le montant journalier maximum de |
invaliditeitsuitkering voor een werknemer met persoon ten laste, | l'indemnité d'invalidité pour le travailleur ayant personne à charge |
voortvloeiend uit de toepassing van de artikelen 212, zevende lid, en | résultant de l'application des articles 212, alinéa 7, et 213, alinéa |
213, eerste lid, eerste zin, van het koninklijk besluit van 3 juli | 1er, première phrase, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 portant |
1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering | exécution de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé |
voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli | et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, multiplié par 27. Les |
1994, vermenigvuldigd met 27, overschrijdt. De inkomsten waarmee | revenus pris en compte sont ceux définis par le Roi pour la définition |
rekening wordt gehouden zijn die welke door de Koning zijn bepaald | |
voor de omschrijving van de hoedanigheid van rechthebbende met | de la qualité d'attributaire ayant personnes à charge; |
personen ten laste; | |
- de rechthebbende mag daarenboven geen recht op een bijslag bedoeld | - l'attributaire ne peut, en outre, ouvrir le droit à un supplément |
in artikel 42bis of 50ter openen ». | visé à l'article 42bis ou 50ter ». |
B.1.2. Artikel 56bis, § 2, van de Algemene kinderbijslagwet, zoals het van toepassing is op het geschil voor de verwijzende rechter, bepaalt : « De in § 1 bedoelde kinderbijslag wordt evenwel verleend tegen de schaal bepaald in artikel 40 als de overlevende ouder een huwelijk aangaat of een feitelijk gezin vormt met een persoon die geen bloed- of aanverwant is tot en met de derde graad. Het samenwonen van de overlevende ouder met een persoon die geen bloed- of aanverwant is tot en met de derde graad doet vermoeden tot bewijs van het tegendeel dat er sprake is van een feitelijk gezin. Het voordeel van § 1 mag opnieuw ingeroepen worden wanneer de | B.1.2. L'article 56bis, § 2, de la loi générale relative aux allocations familiales, tel qu'il est applicable au litige pendant devant le juge a quo, dispose : « Les allocations familiales prévues au § 1er sont toutefois accordées aux taux prévus à l'article 40, lorsque l'auteur survivant est engagé dans les liens d'un mariage ou forme un ménage de fait avec une personne autre qu'un parent ou allié jusqu'au 3e degré inclusivement. La cohabitation de l'auteur survivant avec une personne autre qu'un parent ou allié jusqu'au 3e degré inclusivement, fait présumer, jusqu'à preuve du contraire, l'existence d'un ménage de fait. Le bénéfice du § 1er peut être invoqué à nouveau si l'auteur survivant |
overlevende ouder niet meer samenwoont met de echtgenoot waarmee een | ne cohabite plus avec le conjoint avec lequel un nouveau mariage a été |
nieuw huwelijk was aangegaan of met de persoon met wie een feitelijk | contracté ou avec la personne avec laquelle un ménage de fait a été |
gezin gevormd werd. De feitelijke scheiding moet blijken uit de | formé. La séparation de fait doit apparaître par la résidence |
afzonderlijke hoofdverblijfplaats van de personen in kwestie, in de | principale séparée des personnes en cause, au sens de l'article 3, |
zin van artikel 3, eerste lid, 5°, van de wet van 8 augustus 1983 tot | alinéa 1er, 5°, de la loi du 8 août 1983 organisant un registre |
regeling van het Rijksregister van de natuurlijke personen, met | national des personnes physiques, exception faite des cas dans |
uitzondering van gevallen waarbij uit andere daarvoor overgelegde | lesquels il ressort d'autres documents officiels produits à cet effet, |
officiële documenten blijkt dat de feitelijke scheiding effectief is, | que la séparation de fait est effective bien qu'elle ne corresponde |
ook al stemt dit niet of niet meer overeen met de informatie verkregen | pas ou plus avec l'information obtenue auprès dudit registre. |
bij het voormelde register. Deze paragraaf is niet toepasselijk indien de wees door zijn | Le présent paragraphe n'est pas applicable lorsque l'orphelin est |
overlevende ouder verlaten is ». | abandonné par son auteur survivant ». |
B.1.3. Uit de motieven van de verwijzingsbeslissing blijkt dat het | B.1.3. Il ressort des motifs de la décision de renvoi que le litige |
geschil voor de verwijzende rechter betrekking heeft op de toekenning | pendant devant le juge a quo concerne l'octroi de suppléments de |
van verhoogde gewaarborgde gezinsbijslag op grond van artikel 8, § 2, | prestations familiales garanties sur la base de l'article 8, § 2, |
tweede lid, van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 « tot | alinéa 2, de l'arrêté royal du 25 octobre 1971 « portant exécution de |
uitvoering van de wet van 20 juli 1971 tot instelling van gewaarborgde | la loi du 20 juillet 1971 instituant des prestations familiales |
gezinsbijslag », dat in dat verband verwijst naar artikel 41 van de | garanties », qui renvoie, à cet égard, à l'article 41 de la loi |
Algemene kinderbijslagwet. Die laatste bepaling voert verschillende | générale relative aux allocations familiales. Cette dernière |
voorwaarden in om de verhoging in kwestie te kunnen genieten, met name | disposition pose plusieurs conditions pour pouvoir bénéficier du |
de voorwaarde dat de bijslagtrekkende geen feitelijk gezin vormt in de | supplément en question, notamment que l'allocataire ne forme pas un |
zin van artikel 56bis, § 2, van dezelfde wet. | ménage de fait au sens de l'article 56bis, § 2, de la même loi. |
Hieruit volgt dat de twee prejudiciële vragen zo moeten worden gelezen | Il s'ensuit que les deux questions préjudicielles doivent être lues |
dat zij betrekking hebben op artikel 56bis, § 2, van de Algemene | comme portant sur l'article 56bis, § 2, de la loi générale relative |
aux allocations familiales, en ce que ce dernier contient la | |
kinderbijslagwet, in zoverre dat artikel de definitie bevat van het | définition de la notion de ménage de fait à laquelle renvoie l'article |
begrip « feitelijk gezin » waarnaar in artikel 41 van dezelfde wet | 41 de la même loi. |
wordt verwezen. Het Hof onderzoekt de twee prejudiciële vragen in die zin. | La Cour examine les deux questions préjudicielles en ce sens. |
Ten aanzien van de eerste prejudiciële vraag | Quant à la première question préjudicielle |
B.2. Met de eerste prejudiciële vraag wordt het Hof verzocht, in het | B.2. Par la première question préjudicielle, la Cour est invitée à |
kader van de in artikel 41 van de Algemene kinderbijslagwet beoogde | comparer, dans le cadre du supplément visé à l'article 41 de la loi |
générale relative aux allocations familiales, la situation des | |
verhoging, de situatie te vergelijken van de gezinnen die zijn | familles composées de deux partenaires de vie vivant sous le même toit |
samengesteld uit twee levenspartners die onder hetzelfde dak wonen en | et partageant les tâches ménagères et dont l'un des deux partenaires |
de huishoudelijke taken delen, en waarvan een van de twee | de vie ne dispose pas de ressources et ne participe pas aux charges |
levenspartners niet beschikt over middelen en niet deelneemt aan de | financières du ménage, selon que ce partenaire de vie est en séjour |
financiële lasten van het gezin, naargelang die levenspartner legaal | |
dan wel illegaal op het grondgebied verblijft. De verwijzende rechter | légal ou en séjour illégal. Le juge a quo s'interroge sur la |
vraagt of artikel 56bis, § 2, van de Algemene kinderbijslagwet | compatibilité de l'article 56bis, § 2, de la loi générale relative aux |
bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in de | allocations familiales avec les articles 10 et 11 de la Constitution, |
interpretatie dat die bepaling die twee categorieën van gezinnen op | dans l'interprétation selon laquelle cette disposition traite de la |
dezelfde wijze behandelt. | même manière ces deux catégories de familles. |
B.3. Het staat niet aan het Hof na te gaan of een stelsel van sociale | B.3. Il n'appartient pas à la Cour d'apprécier si un système de |
zekerheid al dan niet billijk is. Het staat aan het Hof te beoordelen | sécurité sociale est équitable ou non. Il lui appartient d'apprécier |
of de wetgever al dan niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet heeft | si le législateur a méconnu ou non les articles 10 et 11 de la |
geschonden. | Constitution. |
B.4. Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie sluit niet uit | B.4. Le principe d'égalité et de non-discrimination n'exclut pas |
dat een verschil in behandeling tussen categorieën van personen wordt | qu'une différence de traitement soit établie entre des catégories de |
ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief criterium berust | personnes, pour autant qu'elle repose sur un critère objectif et |
en het redelijk verantwoord is. Dat beginsel verzet er zich overigens | qu'elle soit raisonnablement justifiée. Ce principe s'oppose, par |
tegen dat categorieën van personen, die zich ten aanzien van de | ailleurs, à ce que soient traitées de manière identique, sans |
betwiste maatregel in wezenlijk verschillende situaties bevinden, op | qu'apparaisse une justification raisonnable, des catégories de |
identieke wijze worden behandeld, zonder dat daarvoor een redelijke | personnes se trouvant dans des situations qui, au regard de la mesure |
verantwoording bestaat. | critiquée, sont essentiellement différentes. |
Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld | L'existence d'une telle justification doit s'apprécier en tenant |
rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel | compte du but et des effets de la mesure critiquée ainsi que de la |
en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het beginsel van | nature des principes en cause; le principe d'égalité et de |
gelijkheid en niet-discriminatie is geschonden wanneer vaststaat dat | non-discrimination est violé lorsqu'il est établi qu'il n'existe pas |
geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de aangewende | de rapport raisonnable de proportionnalité entre les moyens employés |
middelen en het beoogde doel. | et le but visé. |
B.5.1. Artikel 41 van de Algemene kinderbijslagwet is hersteld bij | B.5.1. L'article 41 de la loi générale relative aux allocations |
artikel 13 van de programmawet van 27 april 2007. In de parlementaire | familiales a été rétabli par l'article 13 de la loi-programme du 27 |
voorbereiding met betrekking tot die bepaling wordt gepreciseerd dat | avril 2007. Les travaux préparatoires relatifs à cette disposition |
zij tot doel heeft een verhoogde kinderbijslag toe te kennen aan de | précisent que celle-ci a pour objet d'octroyer un supplément |
eenoudergezinnen, met name omdat een enkele persoon er de lasten op | d'allocations familiales aux familles monoparentales, notamment parce |
zich neemt die zijn verbonden aan de opvoeding van de kinderen, zonder | qu'une seule personne y assume les charges liées à l'éducation des |
die lasten te kunnen delen met een persoon met wie hij zou zijn gehuwd | enfants, sans pouvoir partager ces charges avec une personne avec |
of een feitelijk gezin zou vormen : | laquelle elle serait mariée ou formerait un ménage de fait : |
« Deze bepaling voert in de kinderbijslagregeling voor werknemers een | « Cette disposition crée, dans le régime des allocations familiales |
toeslag in, die specifiek verschuldigd is voor eenoudergezinnen wier | pour travailleurs salariés, un supplément dû spécifiquement aux |
inkomen lager ligt dan het maximumbedrag dat als voorwaarde geldt voor | familles monoparentales dont les revenus ne dépassent pas le plafond |
de toekenning van de sociale toeslagen. De toekenning van deze toeslag | conditionnant l'octroi des suppléments sociaux. L'octroi de ce |
aan eenoudergezinnen is redelijk te verantwoorden, aangezien slechts | supplément aux familles monoparentales est raisonnablement justifié |
één persoon instaat voor de opvoeding van het kind zonder de | étant donné qu'une seule personne s'occupe de l'éducation de l'enfant |
verschillende lasten verbonden aan deze opvoeding te kunnen delen met | sans pouvoir partager les différentes charges liées à cette éducation |
een persoon waarmee hij of zij gehuwd is of een feitelijk gezin vormt | avec une personne avec laquelle elle est mariée ou forme un ménage de |
» (Parl. St., Kamer, 2006-2007, DOC 51-3058/001, p. 7). | fait » (Doc. parl., Chambre, 2006-2007, DOC 51-3058/001, p. 7). |
B.5.2. Om het begrip « feitelijk gezin » te definiëren, verwijst | |
artikel 41 van de Algemene kinderbijslagwet naar artikel 56bis, § 2, | B.5.2. Pour définir la notion de ménage de fait, l'article 41 de la |
loi générale relative aux allocations familiales renvoie à l'article | |
van dezelfde wet. | 56bis, § 2, de la même loi. |
Het is de wet van 12 augustus 2000 « houdende sociale, budgettaire en | C'est la loi du 12 août 2000 « portant des dispositions sociales, |
andere bepalingen » die het begrip « feitelijk gezin » in artikel | budgétaires et diverses » qui a inséré la notion de ménage de fait |
56bis, § 2, van de Algemene kinderbijslagwet heeft ingevoegd, ter | dans l'article 56bis, § 2, de la loi générale relative aux allocations |
vervanging van het begrip « gezin » dat voorheen werd gebruikt. In de memorie van toelichting van de voormelde wet van 12 augustus 2000 wordt in dat verband gepreciseerd dat het doel erin bestond zich te inspireren op de rechtspraak die in het algemeen geldt in het socialezekerheidsrecht, zodat het begrip « feitelijk gezin » moet worden begrepen als de samenwoning van personen die geen echtgenoten, noch bloed- of aanverwanten tot de derde graad zijn en hun huishouden in onderling overleg regelen, waarbij zij hun respectieve middelen, eventueel zelfs maar gedeeltelijk, samenvoegen : « Dit hoofdstuk wil in de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders de op het geslacht gebaseerde discriminaties van personen die een huishouden vormen, afschaffen. Het hoofdstuk voert in die wetgeving het begrip feitelijk gezin in. Onder dat begrip moet worden verstaan het samenwonen van personen die geen echtgenoten zijn noch bloed- of aanverwanten tot de 3e graad, die in onderling overleg hun huishouden regelen en daarbij, eventueel zelfs maar gedeeltelijk, hun respectieve bestaansmiddelen samenvoegen. Dit laatste wijst duidelijk op het bestaan van een gemeenschappelijk project, wat niet noodzakelijk leven als echtgenoten impliceert. Deze definitie is gebaseerd op die van de rechtspraak in sociale zaken | familiales, en remplacement de la notion de ménage qui était employée auparavant. L'exposé des motifs de la loi du 12 août 2000 précitée précise à cet égard que l'objectif était de s'inspirer de la jurisprudence généralement appliquée en droit de la sécurité sociale, de sorte que la notion de ménage de fait doit se comprendre comme la cohabitation de personnes n'étant ni conjoints, ni parents ou alliés jusqu'au troisième degré et réglant de commun accord leurs problèmes ménagers en mettant, même partiellement, en commun leurs ressources respectives : « Ce présent chapitre a pour objet d'abolir les discriminations fondées sur le sexe des personnes formant un ménage, au sein des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés. Le projet introduit dans cette législation la notion de ménage de fait. Cette notion est à définir comme la cohabitation de personnes n'étant ni conjoints, ni parents ou alliés jusqu'au 3e degré, qui règlent de commun accord leurs problèmes ménagers en mettant, même partiellement, en commun leurs ressources respectives. Ce dernier élément démontre l'existence d'un projet commun, projet n'impliquant pas nécessairement le fait de vivre maritalement. Cette définition s'inspire de celle élaborée en matière sociale par la |
» (Parl. St., Kamer, 1999-2000, DOC 50-0756/001, p. 44). | jurisprudence » (Doc. parl., Chambre, 1999-2000, DOC 50-0756/001, p. 44). |
In de commissie heeft de minister van Sociale Zaken en Pensioenen | En commission, le ministre des Affaires sociales et des Pensions a |
opnieuw de wens geuit om zich af te stemmen op de bestaande | réitéré la volonté de s'aligner sur la jurisprudence existante en |
rechtspraak in het socialezekerheidsrecht, door voortaan de nadruk te | droit de la sécurité sociale, en mettant désormais l'accent sur le |
leggen op de economische band tussen de leden van een feitelijk gezin | lien économique unissant les membres d'un ménage de fait : |
: « Voor wat betreft de vraag van hetzelfde lid over de omschrijving van | « Répondant à la question de la membre relative à la définition de la |
het concept ' feitelijk gezin ', antwoordt de minister dat het | notion de ' ménage de fait ', le ministre fait observer que le projet |
voorliggende ontwerp alleszins de verdienste heeft dat het de | de loi à l'examen a en tout cas le mérite de rapprocher la législation |
wetgeving nauwer in aansluiting brengt met de vigerende rechtspraak en | de la jurisprudence et de la doctrine en vigueur. Alors que le concept |
rechtsleer. Waar het concept ' huishouden vormen ', zeker toen er - | ' former un ménage ' réfère à la relation sexuelle entre les personnes |
voor de wijzigingen ingevoerd door de wet van 14 mei 2000 - verwijzing | concernées, surtout lorsqu'il était encore question de ' personnes de |
was naar ' personen van een verschillend geslacht ', impliciet | sexe différent ' c'est-à-dire avant les modifications apportées par la |
refereert naar de seksuele relatie tussen de betrokken personen, | loi du 14 mai 2000, la notion de ' ménage de fait ' renvoie plutôt, |
verwijst het concept ' feitelijk gezin ', naar analogie met de | par analogie avec la jurisprudence actuelle en matière sociale, au |
vigerende rechtspraak inzake sociale aangelegenheden, eerder naar de | |
economische band tussen de betrokken gezinsleden » (Parl. St., Kamer, | lien économique qui unit les membres du ménage concernés » (Doc. |
1999-2000, DOC 50-0756/015, p. 97). | parl., Chambre, 1999-2000, DOC 50-0756/015, p. 97). |
B.5.3. Bij een arrest van 18 februari 2008 heeft het Hof van Cassatie | B.5.3. Par un arrêt du 18 février 2008, la Cour de cassation a défini |
het begrip « feitelijk gezin » in de zin van artikel 56bis, § 2, van | la notion de ménage de fait au sens de l'article 56bis, § 2, de la loi |
de Algemene kinderbijslagwet als volgt gedefinieerd : | générale relative aux allocations familiales, comme suit : |
« In de zin van de laatstgenoemde bepaling wordt onder ' feitelijk | « Au sens de cette dernière disposition, le ménage de fait s'entend de |
gezin ' het samenwonen van twee personen verstaan die noch | la cohabitation de deux personnes qui, n'étant ni conjoints ni parents |
echtgenoten, noch bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad | ou alliés jusqu'au troisième degré inclusivement, règlent de commun |
zijn, maar in onderling overleg hun huishouden helemaal of op zijn | accord et complètement ou, à tout le moins, principalement les |
minst hoofdzakelijk regelen door hun respectieve financiële of andere | questions ménagères en mettant en commun, fût-ce partiellement, leurs |
bestaansmiddelen, eventueel zelfs maar gedeeltelijk, samen te voegen. | ressources respectives, financières ou autres. |
De omstandigheid dat een van de samenwonenden niet over inkomsten | La circonstance que l'un des cohabitants ne bénéficie pas de revenus |
beschikt, sluit het bestaan van een feitelijk gezin niet uit » (Cass., 18 februari 2008, S.07.0041.F). | n'exclut pas l'existence d'un ménage de fait » (Cass., 18 février 2008, S.07.0041.F). |
B.5.4. Uit de voormelde parlementaire voorbereiding en het voormelde | B.5.4. Il ressort des travaux préparatoires précités et de l'arrêt de |
arrest van het Hof van Cassatie van 18 februari 2008 vloeit voort dat, | la Cour de cassation du 18 février 2008, précité, qu'en matière |
inzake kinderbijslag en gewaarborgde gezinsbijslag, het begrip « | d'allocations familiales et de prestations familiales garanties, la |
feitelijk gezin » overeenstemt met een bijzondere hypothese van | notion de ménage de fait correspond à une hypothèse particulière de |
samenwoning. | cohabitation. |
B.6.1. Aan het begrip samenwoning in het socialezekerheidsrecht is een | B.6.1. La notion de cohabitation en droit de la sécurité sociale fait |
uitgebreide rechtspraak gewijd. | l'objet d'une abondante jurisprudence. |
B.6.2. Ten aanzien van het leefloon en, voorheen, het recht op een | B.6.2. Dans la matière du revenu d'intégration et, auparavant, du |
bestaansminimum, heeft het Hof van Cassatie bij een arrest van 8 | droit à un minimum de moyens d'existence, la Cour de cassation a jugé |
oktober 1984 geoordeeld dat met de termen « persoon die met een of | par un arrêt du 8 octobre 1984 que, par les termes « personne |
meerdere personen samenwoont », in de zin van artikel 2 van de wet van | cohabitant avec une ou plusieurs personnes » au sens de l'article 2 de |
7 augustus 1974 « tot instelling van het recht op een bestaansminimum | la loi du 7 août 1974 « instituant le droit à un minimum de moyens |
» wordt bedoeld een persoon die met één of meer personen onder | d'existence », il faut entendre une personne qui vit avec une ou |
hetzelfde dak samenleeft en met hen een gemeenschappelijke huishouding | plusieurs personnes, sous le même toit, en faisant ménage commun avec |
heeft (Arr. Cass., 1984, p. 219). Volgens het Hof van Cassatie heeft het Arbeidshof wettig kunnen oordelen dat er sprake was van samenwoning wanneer de aanvrager - in vergelijking met een alleenstaande - meer materiële voordelen genoot en minder financiële lasten droeg. Uit hetzelfde arrest blijkt dat er sprake kan zijn van samenwoning op grond van de materiële voordelen die een uitkeringsgerechtigde geniet door het feit dat hij met één of meer personen onder hetzelfde dak samenleeft, in casu doordat hij kosteloos mocht wonen en de maaltijden mocht gebruiken. Het is niet vereist dat de persoon met wie de aanvrager samenwoont over eigen inkomsten beschikt. | elles (Pas., 1985, I, p. 188). La Cour de cassation a considéré que la Cour du travail avait légitimement pu estimer qu'il était question de cohabitation lorsque le demandeur, par comparaison avec une personne isolée, bénéficie de plus d'avantages matériels et supporte moins de charges financières. Il ressort du même arrêt qu'il peut être question de cohabitation si on se base sur les avantages matériels dont un allocataire social bénéficie en raison du fait qu'il cohabite avec une ou plusieurs personnes, en l'espèce en ce qu'il pouvait habiter gratuitement et prendre ses repas. Il n'est pas requis que la personne avec laquelle le demandeur cohabite dispose de revenus propres. |
Bij zijn arrest nr. 176/2011 van 10 november 2011 heeft het Hof | Par son arrêt n° 176/2011 du 10 novembre 2011, la Cour a précisé que |
gepreciseerd dat het begrip « samenwoning » vereist dat de samenleving | la notion de cohabitation exige que le fait de vivre sous le même toit |
onder hetzelfde dak met een andere persoon een economisch-financieel | qu'une autre personne génère un avantage économico-financier pour |
voordeel voor de uitkeringsgerechtigde met zich meebrengt : | l'allocataire social : |
« B.6.2. Zoals aangegeven in B.2 en B.3, vereist het begrip ' | « B.6.2. Comme il a été indiqué en B.2 et B.3, la notion de ' |
samenwoning ' in artikel 14, § 1, 1°, van de wet van 26 mei 2002 dat | cohabitation ' visée à l'article 14, § 1er, 1°, de la loi du 26 mai |
de aanvrager van een leefloon uit het onder één dak wonen met de | 2002 exige que le fait de vivre sous le même toit que l'autre personne |
génère pour le demandeur du revenu d'intégration un avantage | |
andere persoon een economisch-financieel voordeel haalt. Dit laatste | économico-financier. Ce dernier peut consister en ce que le cohabitant |
kan erin bestaan dat de samenwonende over inkomsten beschikt, die hem | dispose de revenus lui permettant ainsi de partager certains frais |
toelaten bepaalde kosten te delen, maar ook dat de aanvrager door de | mais également en ce que le demandeur peut bénéficier de certains |
samenwoning bepaalde materiële voordelen kan genieten waardoor hij | avantages matériels en raison de la cohabitation, avec pour effet |
minder uitgaven heeft ». | qu'il expose moins de dépenses ». |
Het Hof heeft die rechtspraak bevestigd in zijn arrest nr. 174/2015 van 3 december 2015. | La Cour a confirmé cette jurisprudence par son arrêt n° 174/2015 du 3 décembre 2015. |
Het Hof van Cassatie heeft eveneens geoordeeld dat de samenleving, | La Cour de cassation a également jugé que la cohabitation exige, outre |
naast het wonen onder hetzelfde dak en het delen van de huishoudelijke | la vie sous le même toit et le partage des tâches ménagères, |
taken, het bestaan vereist van een economisch-financieel voordeel voor | l'existence d'un avantage économico-financier pour l'allocataire |
de uitkeringsgerechtigde : | social : |
« Opdat de rechthebbende op het leefloon die onder hetzelfde dak woont | « Pour considérer que, au sens de l'article 14, § 1er, 1°, alinéa 2, |
als een illegaal op het grondgebied verblijvende vreemdeling, de | précité, le bénéficiaire du revenu d'intégration sociale, qui vit sous |
huishoudelijke aangelegenheden hoofdzakelijk gemeenschappelijk met hem | le même toit qu'un étranger en séjour illégal, règle principalement en |
zou regelen in de zin van artikel 14, § 1, 1°, Leefloonwet, moet de | commun avec lui les questions ménagères, il faut que, outre le partage |
uitkeringsgerechtigde, naast de verdeling van de huishoudelijke taken, | des tâches ménagères, l'allocataire tire un avantage |
uit de samenwoning een economisch-financieel voordeel halen. | économico-financier de la cohabitation. |
Het arrest stelt vast dat de eiser recht heeft op het leefloon, dat | L'arrêt attaqué constate que le demandeur a droit au revenu |
hij samenwoont met een persoon die onwettig in het land verblijft en | d'intégration sociale, cohabite avec une personne en séjour illégal et |
geen bestaansmiddelen heeft en dat die persoon deel uitmaakt van zijn | sans ressources et que cette personne fait partie de son ménage. Il |
gezin. Het beslist dat de eiser met die persoon samenleeft in de zin | considère que le demandeur cohabite avec cette personne, au sens de |
van artikel 14, § 1, 1°, Leefloonwet, zonder na te gaan of de eiser, | l'article 14, § 1er, 1°, de la loi du 26 mai 2002 précitée, sans |
naast de verdeling van de huishoudelijke taken, uit die samenwoning | examiner si, outre le partage des tâches ménagères, le demandeur tire |
een economisch-financieel voordeel haalt. Het verantwoordt aldus zijn | un avantage économico-financier de cette cohabitation. Il ne justifie |
beslissing dat de eiser slechts recht heeft op het leefloon tegen het | pas ainsi légalement sa décision que le demandeur n'a droit qu'au |
tarief voor samenwonenden, niet naar recht » (Cass., 21 november 2011, | revenu d'intégration sociale au taux cohabitant » (Cass., 21 novembre |
S.11.0067.F). | 2011, S.11.0067.F). |
B.6.3. In het kader van de reglementering inzake werkloosheid is het | B.6.3. Dans le cadre de la réglementation relative au chômage, la Cour |
Hof van Cassatie in dezelfde zin van oordeel dat het begrip « | de cassation juge, dans le même sens, que la notion de cohabitation |
samenwoning » drie voorwaarden inhoudt : het wonen onder hetzelfde | nécessite la réunion de trois conditions : la vie sous le même toit, |
dak, het delen van de huishoudelijke taken en het bestaan van een | le partage des tâches ménagères et l'existence d'un avantage |
economisch-financieel voordeel voor de uitkeringsgerechtigde : | économico-financier pour l'allocataire social : |
« Om te kunnen besluiten dat twee of meer personen die onder hetzelfde | « Pour considérer que deux ou plusieurs personnes qui vivent ensemble |
dak wonen hun huishoudelijke aangelegenheden hoofdzakelijk | |
gemeenschappelijk regelen en dus samenwonen, is vereist, maar volstaat | sous le même toit règlent principalement en commun les questions |
het niet, dat zij uit dit leven onder hetzelfde dak een economisch en | ménagères et donc qu'elles cohabitent, il faut, mais il ne suffit pas, |
financieel voordeel halen. Daarvoor is het tevens vereist dat zij ook | qu'elles tirent de cette vie sous le même toit un avantage économique |
taken, activiteiten en andere huishoudelijke aangelegenheden, zoals | et financier. Il faut en outre qu'elles règlent en commun, en mettant |
het onderhoud en eventueel de inrichting van de woonst, de was, de | éventuellement en commun des ressources financières, les tâches, |
boodschappen, het bereiden en nuttigen van de maaltijden | activités et autres questions ménagères, telles que l'entretien et le |
gemeenschappelijk verrichten en daarvoor eventueel financiële middelen | cas échéant l'aménagement du logement, l'entretien du linge, les |
inbrengen » (Cass., 22 januari 2018, S.17.0024.F; in dezelfde zin, | courses, la préparation et la consommation des repas » (Cass., 22 |
Cass., 9 oktober 2017, S.16.0084.N). | janvier 2018, S.17.0024.F; dans le même sens, Cass., 9 octobre 2017, |
S.16.0084.N). | |
B.7. Zoals blijkt uit de voormelde rechtspraak vereist het begrip « | B.7. Ainsi qu'il ressort de la jurisprudence précitée, la notion de |
feitelijk gezin » in de zin van artikel 41 van de Algemene | ménage de fait au sens de l'article 41 de la loi générale relative aux |
kinderbijslagwet, in samenhang gelezen met artikel 56bis, § 2, van | allocations familiales, lu en combinaison avec l'article 56bis, § 2, |
dezelfde wet, dat een bijzondere hypothese van samenwoning is, dat is | de la même loi, laquelle est une hypothèse particulière de |
voldaan aan de drie voorwaarden van het wonen onder hetzelfde dak, het | cohabitation, exige que soient réunies les trois conditions de vie |
delen van de huishoudelijke taken en het bestaan van een | sous le même toit, de partage des tâches ménagères et d'existence d'un |
economisch-financieel voordeel voor de bijslagtrekkende. | avantage économico-financier pour l'allocataire social. |
B.8.1. Uit de motieven van de verwijzingsbeslissing en uit de | B.8.1. Il ressort des motifs de la décision de renvoi et du libellé de |
bewoordingen van de eerste prejudiciële vraag blijkt dat het geschil | la première question préjudicielle que le litige pendant devant le |
voor de verwijzende rechter betrekking heeft op de voorwaarde van het | juge a quo concerne la condition de l'existence d'un avantage |
bestaan van een economisch-financieel voordeel voor de | économico-financier pour l'allocataire social. |
bijslagtrekkende. | |
B.8.2. Zoals het Hof heeft geoordeeld bij zijn voormelde arresten nrs. | B.8.2. Comme la Cour l'a jugé par ses arrêts nos 176/2011 et 174/2015, |
176/2011 en 174/2015, kan het economisch-financieel voordeel voor de | précités, l'avantage économico-financier pour l'allocataire social |
bijslagtrekkende erin bestaan dat de levenspartner van de | peut consister en ce que le partenaire de vie de l'allocataire social |
bijslagtrekkende beschikt over inkomsten die het hem mogelijk maken | dispose de revenus lui permettant de partager certains frais mais |
bepaalde kosten te delen, maar tevens dat de bijslagtrekkende bepaalde | également en ce que l'allocataire social peut bénéficier de certains |
materiële voordelen kan genieten door het feit dat hij onder hetzelfde | avantages matériels en raison du fait qu'il vit sous le même toit que |
dak woont met zijn levenspartner en hij dus minder uitgaven heeft. | son partenaire de vie et a de ce fait moins de dépenses. |
Aldus bestaat het economisch-financieel voordeel in het feit dat, | Ainsi, l'avantage économico-financier consiste en ce que, grâce au |
doordat hij onder hetzelfde dak met zijn levenspartner woont, de | fait qu'il vit sous le même toit que son partenaire de vie, |
bijslagtrekkende minder financiële lasten draagt, bepaalde kosten | l'allocataire social supporte moins de charges financières, partage |
deelt of bepaalde materiële voordelen geniet die op concrete en | certains frais ou bénéficie de certains avantages matériels |
niet-hypothetische wijze een besparing van uitgaven met zich | engendrant, de manière concrète et non hypothétique, une économie de |
meebrengt. | dépenses. |
B.9. Uit hetgeen voorafgaat, vloeit voort dat, om het al dan niet | B.9. Il résulte de ce qui précède que, pour apprécier l'existence ou |
bestaan van een feitelijk gezin in de zin van artikel 41 van de | non d'un ménage de fait au sens de l'article 41 de la loi générale |
Algemene kinderbijslagwet, in samenhang gelezen met artikel 56bis, § | relative aux allocations familiales, lu en combinaison avec l'article |
2, van dezelfde wet, te beoordelen, naast de voorwaarden betreffende | 56bis, § 2, de la même loi, outre les conditions relatives à la vie |
het wonen onder hetzelfde dak en het delen van de huishoudelijke | sous le même toit et au partage des tâches ménagères, le critère |
taken, het relevante criterium niet het al dan niet regelmatige | pertinent n'est pas la régularité ou non de la situation de séjour du |
karakter van de verblijfssituatie van de levenspartner van de | partenaire de vie de l'allocataire social, mais l'existence ou non |
bijslagtrekkende is, maar het al dan niet bestaan van een | d'un avantage économico-financier pour l'allocataire social. |
economisch-financieel voordeel voor de bijslagtrekkende. Het criterium van het al dan niet bestaan van een economisch-financieel voordeel voor de bijslagtrekkende geldt evenzeer wanneer de levenspartner van de bijslagtrekkende legaal op het grondgebied verblijft als wanneer hij illegaal op het grondgebied verblijft. Het al dan niet regelmatige karakter van de verblijfssituatie van de levenspartner van de bijslagtrekkende is op zich niet bepalend om te besluiten tot het al dan niet bestaan van een economisch-financieel voordeel voor de bijslagtrekkende. Immers, aangezien een vreemdeling die illegaal op het grondgebied | Le critère de l'existence ou non d'un avantage économico-financier pour l'allocataire social s'applique aussi bien lorsque le partenaire de vie de l'allocataire social se trouve en situation de séjour légal sur le territoire que lorsqu'il se trouve en situation de séjour illégal sur le territoire. La régularité ou non de la situation de séjour du partenaire de vie de l'allocataire social n'est pas déterminante en soi pour conclure à l'existence ou non d'un avantage économico-financier pour l'allocataire social. En effet, dès lors qu'un étranger en situation de séjour illégal n'a |
verblijft, op grond van artikel 57, § 2, van de organieke wet van 8 | droit, en vertu de l'article 57, § 2, de la loi du 8 juillet 1976 |
juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn | organique des centres publics d'action sociale qu'à une aide médicale |
slechts recht heeft op dringende medische hulp, geen recht heeft op | urgente, qu'il n'a pas droit à une allocation sociale et qu'il ne peut |
een sociale uitkering en evenmin in beginsel een inkomen uit arbeid | davantage acquérir en principe un revenu provenant du travail, |
kan verwerven, geniet de bijslagtrekkende die onder hetzelfde dak | l'allocataire social vivant sous le même toit qu'un étranger en |
woont met een illegaal op het grondgebied verblijvende vreemdeling in | situation de séjour illégal sur le territoire ne bénéficie pas, dans |
de meeste gevallen geen economisch-financieel voordeel. Toch kan niet | la plupart des cas, d'un avantage économico-financier. Cela étant, il |
worden uitgesloten dat de bijslagtrekkende die onder hetzelfde dak | ne peut pas être exclu que l'allocataire social vivant sous le même |
woont met een illegaal op het grondgebied verblijvende vreemdeling een | toit qu'un étranger en situation de séjour illégal sur le territoire |
economisch-financieel voordeel geniet wanneer die laatste beschikt | bénéficie d'un avantage économico-financier si ce dernier dispose de |
over middelen of wanneer de bijslagtrekkende hierdoor sommige | ressources ou si l'allocataire social bénéficie de la sorte de |
materiële voordelen geniet die concreet en niet-hypothetisch leiden | certains avantages matériels engendrant, de manière concrète et non |
tot een besparing van uitgaven. | hypothétique, une économie de dépenses. |
Omgekeerd kan niet worden uitgesloten dat het wonen onder hetzelfde | A l'inverse, il ne peut pas être exclu que le fait de vivre sous le |
dak met een legaal verblijvende persoon geen economisch-financieel | même toit qu'une personne en situation de séjour légal n'engendre pas |
voordeel oplevert voor de bijslagtrekkende. | d'avantage économico-financier pour l'allocataire social. |
B.10. Gelet op de noodzaak om, wanneer de bijslagtrekkende onder | B.10. Eu égard à la nécessité d'examiner, lorsque l'allocataire social |
hetzelfde dak woont met een persoon met wie hij de huishoudelijke | vit sous le même toit qu'une personne avec qui il partage les tâches |
taken deelt, te onderzoeken of al dan niet een economisch-financieel | ménagères, l'existence ou non d'un avantage économico-financier pour |
voordeel bestaat voor de bijslagtrekkende, teneinde na te gaan of die | l'allocataire social, afin de déterminer si celui-ci forme ou non un |
laatste al dan niet een feitelijk gezin vormt in de zin van artikel 41 | ménage de fait au sens de l'article 41 de la loi générale relative aux |
van de Algemene kinderbijslagwet, in samenhang gelezen met artikel 56bis, § 2, van dezelfde wet, dient te worden vastgesteld dat de bijslagtrekkende die onder hetzelfde dak woont met een legaal op het grondgebied verblijvende persoon en de bijslagtrekkende die onder hetzelfde dak woont met een illegaal op het grondgebied verblijvende vreemdeling zich niet in wezenlijk verschillende situaties bevinden ten aanzien van de in het geding zijnde maatregel. De in de eerste prejudiciële vraag beoogde identieke behandeling is derhalve niet discriminerend. B.11. De eerste prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. Ten aanzien van de tweede prejudiciële vraag B.12. In de tweede prejudiciële vraag wordt het Hof verzocht zich uit | allocations familiales, lu en combinaison avec l'article 56bis, § 2, de la même loi, il y a lieu de constater que l'allocataire social vivant sous le même toit qu'une personne en séjour légal sur le territoire et l'allocataire social vivant sous le même toit qu'un étranger en séjour illégal sur le territoire ne se trouvent pas dans des situations essentiellement différentes au regard de la mesure en cause. Par conséquent, l'identité de traitement visée dans la première question préjudicielle n'est pas discriminatoire. B.11. La première question préjudicielle appelle une réponse négative. Quant à la seconde question préjudicielle B.12. Par la seconde question préjudicielle, la Cour est interrogée |
te spreken over de bestaanbaarheid van artikel 56bis, § 2, van de | sur la compatibilité de l'article 56bis, § 2, de la loi générale |
Algemene kinderbijslagwet met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, | relative aux allocations familiales avec les articles 10 et 11 de la |
in de interpretatie dat een gezin dat onder hetzelfde dak woont en | Constitution, dans l'interprétation selon laquelle une famille vivant |
bestaat uit twee levenspartners van wie één illegaal op het | sous le même toit composée de deux partenaires de vie dont l'un se |
grondgebied verblijft, niet wordt beschouwd als een feitelijk gezin in | trouve en situation de séjour illégal n'est pas considérée comme un |
de zin van die bepaling en dat een gezin dat onder hetzelfde dak woont | ménage de fait au sens de cette disposition et selon laquelle une |
en is samengesteld uit twee levenspartners die legaal op het | famille vivant sous le même toit composée de deux partenaires de vie |
grondgebied verblijven daarentegen als een feitelijk gezin wordt | en situation de séjour légal est, quant à elle, considérée comme un |
beschouwd in de zin van diezelfde bepaling. | ménage de fait au sens de la même disposition. |
B.13.1. De Vlaamse Regering voert aan dat de tweede prejudiciële vraag | B.13.1. Le Gouvernement flamand fait valoir que la seconde question |
berust op een kennelijk verkeerde interpretatie van de in het geding | préjudicielle repose sur une interprétation manifestement erronée de |
zijnde bepaling en derhalve geen antwoord behoeft. | la disposition en cause et qu'elle n'appelle donc pas de réponse. |
B.13.2. Het staat in de regel aan de verwijzende rechter de bepalingen | B.13.2. Il appartient en règle au juge a quo d'interpréter les |
die hij toepast te interpreteren, onder voorbehoud van een kennelijk | dispositions qu'il applique, sous réserve d'une lecture manifestement |
verkeerde lezing van de in het geding zijnde bepaling. | erronée de la disposition en cause. |
B.13.3. Uit hetgeen is vermeld in B.8 en B.9 vloeit voort dat de | B.13.3. Il résulte de ce qui est dit en B.8 et en B.9 que la seconde |
tweede prejudiciële vraag steunt op een kennelijk verkeerde | question préjudicielle repose sur une interprétation manifestement |
interpretatie van de in het geding zijnde bepaling. | erronée de la disposition en cause. |
Om het al dan niet bestaan van een feitelijk gezin in de zin van | En effet, pour apprécier l'existence ou non d'un ménage de fait au |
artikel 41 van de Algemene kinderbijslagwet, in samenhang gelezen met | sens de l'article 41 de la loi générale relative aux allocations |
artikel 56bis, § 2, van dezelfde wet, te beoordelen, is het relevante | familiales, lu en combinaison avec l'article 56bis, § 2, de la même |
criterium, naast de voorwaarden betreffende het wonen onder hetzelfde | loi, outre les conditions relatives à la vie sous le même toit et au |
dak en het delen van de huishoudelijke taken, immers niet het al dan | partage des tâches ménagères, le critère pertinent n'est pas la |
niet regelmatige karakter van de verblijfssituatie van de | régularité ou non de la situation de séjour du partenaire de vie de |
levenspartner van de bijslagtrekkende, maar het al dan niet bestaan | l'allocataire social, mais l'existence ou non d'un avantage |
van een economisch-financieel voordeel voor de bijslagtrekkende. | économico-financier pour l'allocataire social. |
Het criterium van het al dan niet bestaan van een | Le critère de l'existence ou non d'un avantage économico-financier |
economisch-financieel voordeel voor de bijslagtrekkende geldt evenzeer | pour l'allocataire social s'applique aussi bien lorsque le partenaire |
wanneer de levenspartner van de bijslagtrekkende legaal op het | de vie de l'allocataire social est en situation de séjour légal sur le |
grondgebied verblijft als wanneer hij illegaal op het grondgebied | territoire que lorsqu'il est en situation de séjour illégal sur le |
verblijft, zodat het verschil in behandeling dat in de tweede | territoire, de sorte que la différence de traitement visée dans la |
prejudiciële vraag wordt beoogd, niet bestaat. | seconde question préjudicielle est inexistante. |
B.14. De tweede prejudiciële vraag behoeft derhalve geen antwoord. | B.14. Partant, la seconde question préjudicielle n'appelle pas de réponse. |
Om die redenen, | Par ces motifs, |
het Hof | la Cour |
zegt voor recht : | dit pour droit : |
1. Artikel 56bis, § 2, van de Algemene kinderbijslagwet schendt niet | 1. L'article 56bis, § 2, de la loi générale relative aux allocations |
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het de definitie | familiales ne viole pas les articles 10 et 11 de la Constitution, en |
ce qu'il contient la définition de la notion de ménage de fait à | |
bevat van het begrip « feitelijk gezin » waarnaar in artikel 41 van | laquelle renvoie l'article 41 de la même loi, interprété comme |
dezelfde wet wordt verwezen, zo geïnterpreteerd dat het de | traitant de manière identique l'allocataire social vivant sous le même |
bijslagtrekkende die onder hetzelfde dak woont met een legaal op het | |
grondgebied verblijvende persoon en de bijslagtrekkende die onder | toit qu'une personne en situation de séjour légal sur le territoire et |
hetzelfde dak woont met een illegaal op het grondgebied verblijvende | l'allocataire social vivant sous le même toit qu'un étranger en |
vreemdeling op dezelfde wijze behandelt. | situation de séjour illégal sur le territoire. |
2. De tweede prejudiciële vraag behoeft geen antwoord. | 2. La seconde question préjudicielle n'appelle pas de réponse. |
Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel | Ainsi rendu en langue française et en langue néerlandaise, |
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, | conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur |
op 4 februari 2021. | la Cour constitutionnelle, le 4 février 2021. |
De griffier, | Le greffier, |
F. Meersschaut | F. Meersschaut |
De voorzitter, | Le président, |
F. Daoût | F. Daoût |