Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 82/2019 van 23 mei 2019 Rolnummer 7104 In zake : de prejudiciële vragen betreffende de artikelen 1054 en 1056 van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg Luik, afdeling Luik. (...) samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, en de rechters L. Lavrysen, T. Merckx-Van Goey(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 82/2019 van 23 mei 2019 Rolnummer 7104 In zake : de prejudiciële vragen betreffende de artikelen 1054 en 1056 van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg Luik, afdeling Luik. (...) samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, en de rechters L. Lavrysen, T. Merckx-Van Goey(...) Extrait de l'arrêt n° 82/2019 du 23 mai 2019 Numéro du rôle : 7104 En cause : les questions préjudicielles relatives aux articles 1054 et 1056 du Code judiciaire, posées par le Tribunal de première instance de Liège, division Liège.(...) La Cour constitutionnelle, composée des présidents F. Daoût et A. Alen, et des juges L. Lavrysen(...)
GRONDWETTELIJK HOF COUR CONSTITUTIONNELLE
Uittreksel uit arrest nr. 82/2019 van 23 mei 2019 Extrait de l'arrêt n° 82/2019 du 23 mai 2019
Rolnummer 7104 Numéro du rôle : 7104
In zake : de prejudiciële vragen betreffende de artikelen 1054 (nieuw) En cause : les questions préjudicielles relatives aux articles 1054
en 1056 van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van (nouveau) et 1056 du Code judiciaire, posées par le Tribunal de
eerste aanleg Luik, afdeling Luik. première instance de Liège, division Liège.
Het Grondwettelijk Hof, La Cour constitutionnelle,
samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, en de rechters L. composée des présidents F. Daoût et A. Alen, et des juges L. Lavrysen,
Lavrysen, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet en J. Moerman, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet et J. Moerman, assistée du
bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter F. Daoût, greffier P.-Y. Dutilleux, présidée par le président F. Daoût,
wijst na beraad het volgende arrest : après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant :
I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging I. Objet des questions préjudicielles et procédure
Bij vonnis van 8 januari 2019 in zake G.D. tegen J.A. en de nv « Par jugement du 8 janvier 2019 en cause de G.D. contre J.A. et la SA «
Ethias », waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op
25 januari 2019, heeft de Rechtbank van eerste aanleg Luik, afdeling Ethias », dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 25
janvier 2019, le Tribunal de première instance de Liège, division
Luik, de volgende prejudiciële vragen gesteld : Liège, a posé les questions préjudicielles suivantes :
« - Schendt het nieuwe artikel 1054 van het Gerechtelijk Wetboek de « - L'article 1054 nouveau du Code judiciaire viole-t-il les articles
artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre het bepaalt dat ' het 10 et 11 de la Constitution en ce qu'il prévoit que ' l'appel incident
incidenteel beroep [...] alleen [wordt] toegelaten indien het wordt
ingesteld in de eerste conclusie van de gedaagde in hoger beroep na ne peut être admis que s'il est formé dans les premières conclusions
het hoofdberoep of incidenteel beroep dat tegen hem is ingesteld ', prises par l'intimé après l'appel principal ou incident formé contre
terwijl niet in een dergelijke beperking wordt voorzien voor het lui ' alors que pareille limitation n'est pas prévue pour l'appel
hoofdberoep dat is ingesteld bij conclusie overeenkomstig artikel 1056 principal formé par voie de conclusions conformément à l'article 1056
van het Gerechtelijk Wetboek ? du Code judiciaire ?
- Schendt artikel 1056 van het Gerechtelijk Wetboek de artikelen 10 en - L'article 1056 du Code judiciaire viole-t-il les articles 10 et 11
11 van de Grondwet in zoverre het niet bepaalt dat het bij conclusie de la Constitution en ce qu'il ne prévoit pas que l'appel principal
ingestelde hoofdberoep alleen wordt toegelaten indien het wordt introduit par voie de conclusions ne peut être admis que s'il est
ingesteld in de eerste conclusie van de partij die het instelt, formé dans les premières conclusions prises par la partie qui le forme
terwijl het incidenteel beroep alleen wordt toegelaten indien het alors que l'appel incident ne peut quant à lui être admis que s'il est
wordt ingesteld in de eerste conclusie van de gedaagde in hoger beroep formé dans les premières conclusions prises par l'intimé après l'appel
na het hoofdberoep of incidenteel beroep dat tegen hem is ingesteld ? ». principal ou incident formé contre lui ? ».
Op 12 februari 2019 hebben de rechters-verslaggevers P. Nihoul en T. Le 12 février 2019, en application de l'article 72, alinéa 1er, de la
Merckx-Van Goey, met toepassing van artikel 72, eerste lid, van de
bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, het Hof loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour constitutionnelle, les
ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht juges-rapporteurs P. Nihoul et T. Merckx-Van Goey ont informé la Cour
voor te stellen het onderzoek van de zaak af te doen met een arrest qu'ils pourraient être amenés à proposer de mettre fin à l'examen de
gewezen op voorafgaande rechtspleging. l'affaire par un arrêt rendu sur procédure préliminaire.
(...) (...)
III. In rechte III. En droit
(...) (...)
B.1.1. De prejudiciële vragen hebben betrekking op de artikelen 1054 B.1.1. Les questions préjudicielles portent sur les articles 1054 et
en 1056 van het Gerechtelijk Wetboek. 1056 du Code judiciaire.
B.1.2. Artikel 1054 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals aangevuld bij B.1.2. L'article 1054 du Code judiciaire, tel qu'il a été complété par
artikel 43 van de wet van 25 mei 2018 « tot vermindering en herverdeling van de werklast binnen de rechterlijke orde », bepaalt : « De gedaagde in hoger beroep kan incidenteel beroep instellen tegen alle partijen die in het geding zijn voor de rechter in hoger beroep, zelfs indien hij het vonnis zonder voorbehoud heeft betekend of er vóór de betekening in berust heeft. Het incidenteel beroep wordt alleen toegelaten indien het wordt ingesteld in de eerste conclusie van de gedaagde in hoger beroep na het hoofdberoep of incidenteel beroep dat tegen hem is ingesteld. Het incidenteel beroep kan echter niet worden toegelaten wanneer het hoofdberoep nietig of laattijdig wordt verklaard ». l'article 43 de la loi du 25 mai 2018 « visant à réduire et redistribuer la charge de travail au sein de l'ordre judiciaire », dispose : « La partie intimée peut former incidemment appel, contre toutes parties en cause devant le juge d'appel, même si elle a signifié le jugement sans réserve ou si elle y a acquiescé avant sa signification. L'appel incident ne peut être admis que s'il est formé dans les premières conclusions prises par l'intimé après l'appel principal ou incident formé contre lui. Toutefois, l'appel incident ne pourra être admis si l'appel principal est déclaré nul ou tardif ».
Artikel 1056 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt : L'article 1056 du Code judiciaire dispose :
« Het hoger beroep wordt ingesteld : « L'appel est formé :
[...] [...]
4° bij conclusie, ten aanzien van iedere partij die bij het geding 4° par conclusions à l'égard de toute partie présente ou représentée à
aanwezig of vertegenwoordigd is ». la cause ».
Ten aanzien van de eerste prejudiciële vraag Quant à la première question préjudicielle
B.2.1. De eerste prejudiciële vraag heeft betrekking op artikel 1054 B.2.1. La première question préjudicielle porte sur l'article 1054 du
van het Gerechtelijk Wetboek. Die bepaling betreft het incidenteel Code judiciaire. Cette disposition concerne l'appel incident qui peut
beroep dat door de geïntimeerde voor het gerecht in hoger beroep kan être formé par la partie intimée devant la juridiction d'appel. Il
worden ingesteld. Uit de motivering van het vonnis waarbij vragen aan ressort de la motivation du jugement qui interroge la Cour que le juge
het Hof worden gesteld, blijkt dat de verwijzende rechter van oordeel a quo considère que l'appel dont la recevabilité est contestée devant
is dat het hoger beroep waarvan de ontvankelijkheid voor hem wordt lui n'est pas un appel incident formé en vertu de cette disposition,
betwist, geen krachtens die bepaling ingesteld incidenteel beroep is,
maar wel een hoger beroep dat bij conclusie is ingesteld krachtens mais bien un appel formé par voie de conclusions en vertu de l'article
artikel 1056 van het Gerechtelijk Wetboek. Daaruit vloeit voort dat 1056 du Code judiciaire. Il en résulte que l'article 1054 du Code
artikel 1054 van het Gerechtelijk Wetboek niet van toepassing is op judiciaire n'est pas applicable au litige pendant devant le juge a
het voor de verwijzende rechter hangende geschil. Het antwoord op de quo. La réponse à la question de la compatibilité de cette disposition
vraag over de bestaanbaarheid van die bepaling met de artikelen 10 en avec les articles 10 et 11 de la Constitution ne saurait dès lors
11 van de Grondwet kan bijgevolg geen invloed hebben op de afloop van avoir une incidence sur l'issue de ce litige.
dat geschil. B.2.2. De eerste prejudiciële vraag is niet nuttig voor de oplossing B.2.2. La première question préjudicielle n'est pas utile à la
van het geschil en behoeft bijgevolg geen antwoord. solution du litige et, partant, n'appelle pas de réponse.
Ten aanzien van de tweede prejudiciële vraag Quant à la seconde question préjudicielle
B.3.1. De tweede prejudiciële vraag heeft betrekking op artikel 1056 B.3.1. La seconde question préjudicielle porte sur l'article 1056 du
van het Gerechtelijk Wetboek, krachtens hetwelk het door de
oorspronkelijke geïntimeerde voor de verwijzende rechter ingestelde Code judiciaire, en vertu duquel l'appel formé par l'intimé originaire
hoger beroep ontvankelijk is. Die bepaling wordt vergeleken met devant le juge a quo est recevable. Cette disposition est comparée
artikel 1054 van het Gerechtelijk Wetboek, met betrekking tot het avec l'article 1054 du Code judiciaire, en ce qui concerne le moment
ogenblik waarop het hoger beroep moet worden ingesteld. auquel l'appel doit être formé.
B.3.2. Zoals de verwijzende rechter vaststelt, mogen het hoofdberoep B.3.2. Ainsi que le juge a quo le constate, il y a lieu de ne pas
dat is ingesteld bij conclusie, dat zowel door de appellant als door confondre l'appel principal formé par voie de conclusions, qui peut
être introduit tant par la partie appelante que par la partie intimée
de geïntimeerde kan worden ingesteld tegen een vonnis dat tot dan niet contre un jugement jusqu'alors non attaqué, et l'appel incident visé à
is bestreden, en het in artikel 1054 van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde incidenteel beroep, dat enkel aan de geïntimeerde de mogelijkheid biedt om het hoger beroep uit te breiden tot punten van een reeds bestreden vonnis die niet het voorwerp van het hoofdberoep uitmaakten, niet met elkaar worden verward. De regelingen van die twee hogere beroepen zijn verschillend, in die zin dat het hoofdberoep bij conclusie aan de algemene regels van de ontvankelijkheid van het hoger beroep is onderworpen, met name in termen van termijnen en van berusting, terwijl de gedaagde in hoger beroep een incidenteel beroep kan instellen, zelfs indien hij het vonnis zonder voorbehoud heeft betekend of er vóór de betekening van dat vonnis in berust heeft. l'article 1054 du Code judiciaire, qui permet à la seule partie intimée d'étendre l'appel à des points d'un jugement déjà attaqué qui ne faisaient pas l'objet de l'appel principal. Les régimes de ces deux appels sont distincts, en ce sens que l'appel principal par voie de conclusions est soumis aux règles générales de la recevabilité de l'appel, notamment en termes de délais et d'acquiescement, tandis que la partie intimée peut former un appel incident, même si elle a signifié le jugement sans réserve ou si elle y a acquiescé avant la signification dudit jugement.
B.3.3. Het verschil in behandeling tussen bepaalde categorieën van B.3.3. La différence de traitement entre certaines catégories de
personen dat voortvloeit uit de toepassing van verschillende personnes qui découle de l'application de règles procédurales
procedureregels in verschillende omstandigheden houdt op zich geen différentes dans des circonstances différentes n'est pas
discriminatie in. Van discriminatie zou slechts sprake zijn indien het discriminatoire en soi. Il ne pourrait être question de discrimination
verschil in behandeling dat voortvloeit uit de toepassing van die que si la différence de traitement qui découle de l'application de ces
procedureregels een onevenredige beperking van de rechten van de daarbij betrokken personen met zich zou meebrengen. B.3.4. Wanneer de wetgever, gelet op motieven die eigen zijn aan de procedure van het incidenteel beroep, beslist om de verplichting op te leggen dat dat beroep wordt ingesteld vanaf de eerste conclusie van de gedaagde in hoger beroep, verplicht het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie hem niet ertoe in een soortgelijke bepaling voor het instellen van het hoofdberoep bij conclusie te voorzien. B.3.5. De tweede prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. Om die redenen, het Hof zegt voor recht : - De eerste prejudiciële vraag behoeft geen antwoord. règles de procédure entraînait une limitation disproportionnée des droits des personnes concernées. B.3.4. Lorsque le législateur décide, en considération de motifs propres à la procédure de l'appel incident, d'imposer que celui-ci soit formé dès les premières conclusions prises par l'intimé, le principe d'égalité et de non-discrimination ne l'oblige pas à prévoir une disposition semblable pour la formation de l'appel principal par voie de conclusions. B.3.5. La seconde question préjudicielle appelle une réponse négative. Par ces motifs, la Cour dit pour droit : - La première question préjudicielle n'appelle pas de réponse.
- Artikel 1056 van het Gerechtelijk Wetboek schendt de artikelen 10 en - L'article 1056 du Code judiciaire ne viole pas les articles 10 et 11
11 van de Grondwet niet. de la Constitution.
Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel Ainsi rendu en langue française et en langue néerlandaise,
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur
op 23 mei 2019. la Cour constitutionnelle, le 23 mai 2019.
De griffier, Le greffier,
P.-Y. Dutilleux P.-Y. Dutilleux
De voorzitter, Le président,
F. Daoût F. Daoût
^