Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 3/2018 van 18 januari 2018 Rolnummer 6541 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 318, § 2, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de familie- en jeugdrechtbank van de Rechtbank van eer Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de recht(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 3/2018 van 18 januari 2018 Rolnummer 6541 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 318, § 2, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de familie- en jeugdrechtbank van de Rechtbank van eer Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de recht(...) Extrait de l'arrêt n° 3/2018 du 18 janvier 2018 Numéro du rôle : 6541 En cause : la question préjudicielle relative à l'article 318, § 2, alinéa 2, du Code civil, posée par le tribunal de la famille et de la jeunesse du Tribunal de premi La Cour constitutionnelle, composée des présidents E. De Groot et J. Spreutels, et des juges J.-(...)
GRONDWETTELIJK HOF COUR CONSTITUTIONNELLE
Uittreksel uit arrest nr. 3/2018 van 18 januari 2018 Extrait de l'arrêt n° 3/2018 du 18 janvier 2018
Rolnummer 6541 Numéro du rôle : 6541
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 318, § 2, tweede En cause : la question préjudicielle relative à l'article 318, § 2,
lid, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de familie- en alinéa 2, du Code civil, posée par le tribunal de la famille et de la
jeugdrechtbank van de Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, jeunesse du Tribunal de première instance de Flandre orientale,
afdeling Dendermonde. division Termonde.
Het Grondwettelijk Hof, La Cour constitutionnelle,
samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de composée des présidents E. De Groot et J. Spreutels, et des juges
rechters J.-P. Snappe, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul en R. J.-P. Snappe, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul et R. Leysen,
Leysen, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder assistée du greffier P.-Y. Dutilleux, présidée par le président E. De
voorzitterschap van voorzitter E. De Groot, Groot,
wijst na beraad het volgende arrest : après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant :
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging I. Objet de la question préjudicielle et procédure
Bij vonnis van 3 november 2016 in zake D.H. tegen M.P. en E. V.L., Par jugement du 3 novembre 2016 en cause de D.H. contre M.P. et E.
waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 18 V.L., dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 18
november 2016, heeft de familie- en jeugdrechtbank van de Rechtbank novembre 2016, le tribunal de la famille et de la jeunesse du Tribunal
van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, de volgende de première instance de Flandre orientale, division Termonde, a posé
prejudiciële vraag gesteld : la question préjudicielle suivante :
« Schendt artikel 318 § 2 2de lid van het Burgerlijk Wetboek de « L'article 318, § 2, alinéa 2, du Code civil viole-t-il les articles
artikelen 10, 11 en 22 van de Grondwet en de artikelen 8 en 14 van het 10, 11 et 22 de la Constitution ainsi que les articles 8 et 14 de la
Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele Convention européenne de sauvegarde des droits de l'homme et des
vrijheden, in zoverre die bepaling het de bloedverwanten van een libertés fondamentales en ce que cette disposition empêche les parents
echtgenoot onmogelijk maakt om op te komen tegen de juridische d'un mari de s'opposer à la filiation juridique d'un enfant de ce
afstamming van een kind van deze echtgenoot, gelet op het verstrijken
van de vervaltermijn van één jaar na zijn overlijden of één jaar na de mari, compte tenu de l'expiration du délai de déchéance d'un an après
geboorte, daar waar de vervaltermijn van één jaar in hoofde van de le décès du mari ou d'un an après la naissance de l'enfant, alors qu'à
echtgenoot pas begint te lopen na de ontdekking van het feit dat hij l'égard du mari, le délai de déchéance d'un an ne débute qu'à compter
niet de vader is van het kind, nu : de la découverte qu'il n'est pas le père de l'enfant, entendu que :
- het vermoeden van vaderschap van de echtgenoot niet overeenstemt met - la présomption de paternité du mari ne correspond pas à la réalité
de socio-affectieve werkelijkheid, socio-affective;
- geen der partijen aanvankelijk het verstrijken van de vervaltermijn - aucune des parties n'avait initialement invoqué le dépassement du
had ingeroepen en zich verzette tegen de betwisting van het vaderschap délai de déchéance ni ne s'opposait à la contestation de paternité du
van de echtgenoot ? ». mari ? ».
(...) (...)
III. In rechte III. En droit
(...) (...)
B.1.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op artikel 318, § 2, B.1.1. La question préjudicielle porte sur l'article 318, § 2, alinéa
tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, dat bepaalt : 2, du Code civil, qui dispose :
« Indien de echtgenoot overleden is zonder in rechte te zijn « Si le mari est décédé sans avoir agi, mais étant encore dans le
opgetreden, terwijl de termijn om zulks te doen nog niet verstreken
is, kan zijn vaderschap binnen een jaar na zijn overlijden of na de délai utile pour le faire, sa paternité peut être contestée, dans
geboorte, worden betwist door zijn bloedverwanten in de opgaande en in l'année de son décès ou de la naissance, par ses ascendants et par ses
de neerdalende lijn ». descendants ».
B.1.2. Het vermoeden van vaderschap vindt zijn grondslag in artikel
315 van het Burgerlijk Wetboek, dat bepaalt dat het kind dat geboren B.1.2. La présomption de paternité a pour fondement l'article 315 du
Code civil, qui dispose que l'enfant né pendant le mariage ou dans les
is tijdens het huwelijk of binnen 300 dagen na de ontbinding of de 300 jours qui suivent la dissolution ou l'annulation du mariage a pour
nietigverklaring van het huwelijk, de echtgenoot tot vader heeft. père le mari.
B.2.1. De verwijzende rechter vraagt of artikel 318, § 2, tweede lid, B.2.1. Le juge a quo demande si l'article 318, § 2, alinéa 2, du Code
van het Burgerlijk Wetboek bestaanbaar is met de artikelen 10, 11 en civil est compatible avec les articles 10, 11 et 22 de la
22 van de Grondwet, in samenhang gelezen met de artikelen 8 en 14 van Constitution, lus en combinaison avec les articles 8 et 14 de la
het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, doordat de door de Convention européenne des droits de l'homme, en ce que l'action en
bloedverwanten in opgaande of neerdalende lijn van een echtgenoot
ingestelde vordering tot betwisting van vaderschap niet ontvankelijk
is wanneer de vordering niet is ingesteld binnen de termijn van één contestation de paternité intentée par les ascendants ou descendants
jaar na het overlijden van de echtgenoot of na de geboorte van het d'un mari est irrecevable si elle n'a pas été introduite dans l'année
kind, nu « het vermoeden van vaderschap van de echtgenoot niet du décès du mari ou de la naissance de l'enfant, entendu que « la
overeenstemt met de socio-affectieve werkelijkheid [en] geen der présomption de paternité du mari ne correspond pas à la réalité
partijen aanvankelijk het verstrijken van de vervaltermijn had socio-affective [et qu']aucune des parties n'avait initialement
ingeroepen en zich verzette tegen de betwisting van het vaderschap van invoqué le dépassement du délai de déchéance, ni ne s'opposait à la
de echtgenoot ». contestation de paternité du mari ».
B.2.2. Uit de gegevens van de zaak en uit de motivering van de B.2.2. Il ressort des éléments de la cause et de la motivation de la
verwijzingsbeslissing blijkt dat het bodemgeschil betrekking heeft op
een vordering ingesteld door de echtgenote die, namens een décision de renvoi que le litige soumis au juge a quo porte sur une
bloedverwant in neerdalende lijn, geboren uit het tweede huwelijk, het action intentée par l'épouse qui, au nom d'un descendant né du second
bij vermoeden vastgestelde vaderschap betwist van een kind dat tijdens mariage, conteste la paternité, établie par présomption, d'un enfant
een eerste huwelijk is verwekt. Daaruit blijkt eveneens dat de conçu pendant un premier mariage. Il en ressort également que le mari
overleden echtgenoot nooit kennis heeft gehad van de geboorte van dat décédé n'a jamais eu connaissance de la naissance de cet enfant, de
kind, zodat het vermoeden van vaderschap niet overeenstemt met de sorte que la présomption de paternité ne correspond pas à la réalité
socioaffectieve werkelijkheid, er derhalve geen bezit van staat is en socio-affective, qu'il n'y a dès lors pas possession d'état et que la
het juridisch vastgesteld vaderschap ingaat tegen de wensen van alle paternité juridiquement établie est contraire à la volonté de tous les
betrokkenen. intéressés.
B.3.1. De in het geding zijnde bepaling vindt haar oorsprong in B.3.1. La disposition en cause trouve son origine dans l'article 7 de
artikel 7 van de wet van 1 juli 2006 « tot wijziging van de bepalingen la loi du 1er juillet 2006 « modifiant des dispositions du Code civil
van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het vaststellen van de relatives à l'établissement de la filiation et aux effets de celle-ci
afstamming en de gevolgen ervan ». ».
B.3.2. Het voormelde artikel 318 voorziet ten aanzien van de B.3.2. L'article 318 précité prévoit une condition de connaissance du
echtgenoot in een vereiste van kennis van het feit dat hij niet de fait qu'il n'est pas le père de l'enfant dans le chef du mari pour que
commence à courir à son égard le délai pour l'introduction d'une
vader van het kind is opdat de termijn voor het instellen van een action en contestation de sa paternité. Cependant, cette condition de
vordering tot betwisting van zijn vaderschap te zijnen aanzien zal connaissance n'est pas prévue pour les ascendants et les descendants
beginnen te lopen. Echter, voor de bloedverwanten, die krachtens qui disposent d'un droit d'action subsidiaire conformément à l'article
artikel 318, § 2, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek een 318, § 2, alinéa 2, du Code civil.
subsidiair vorderingsrecht hebben, wordt in die vereiste van kennis Les travaux préparatoires indiquent à cet égard que le fait de lier au
niet voorzien.
In de parlementaire voorbereiding wordt dienaangaande gesteld dat de délai de forclusion une exigence de connaissance de fait dans le chef
koppeling, voor de subsidiaire titularissen, van een vereiste van
kennis aan de vervaltermijn « ongetwijfeld tot misbruiken [zal] leiden des titulaires subsidiaires « ne manquera pas de donner lieu à des
» en dat « het onevenredig [zou zijn] aan de natuurlijke vader een abus » et qu'il serait « disproportionné d'imposer au père naturel un
vervaltermijn op te leggen van één jaar voor de erkenning, terwijl men délai de forclusion d'un an pour introduire une procédure en
50 jaar na de geboorte nog steeds een proces kan indienen tegen de reconnaissance, alors que l'on peut encore, 50 ans après la naissance,
inmiddels overleden vader om te laten vaststellen dat hij de intenter un procès contre le père décédé entre-temps, en vue de faire
werkelijke vader is » (Parl. St., Senaat, 2005-2006, nr. 3-1402/7, pp. constater qu'il est le véritable père » (Doc. parl., Sénat, 2005-2006,
46-47). n° 3-1402/7, pp. 46-47).
B.4.1. Het Hof dient artikel 318, § 2, tweede lid, van het Burgerlijk B.4.1. La Cour doit contrôler l'article 318, § 2, alinéa 2, du Code
Wetboek te toetsen aan de artikelen 10, 11 en 22 van de Grondwet, in civil au regard des articles 10, 11 et 22 de la Constitution, lus en
samenhang gelezen met de artikelen 8 en 14 van het Europees Verdrag combinaison avec les articles 8 et 14 de la Convention européenne des
voor de rechten van de mens. droits de l'homme.
Artikel 22 van de Grondwet bepaalt : L'article 22 de la Constitution dispose :
« Ieder heeft recht op eerbiediging van zijn privéleven en zijn « Chacun a droit au respect de sa vie privée et familiale, sauf dans
gezinsleven, behoudens in de gevallen en onder de voorwaarden door de wet bepaald. les cas et conditions fixés par la loi.
De wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde regel waarborgen de La loi, le décret ou la règle visée à l'article 134 garantissent la
bescherming van dat recht ». protection de ce droit ».
Artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens bepaalt L'article 8 de la Convention européenne des droits de l'homme dispose
: :
« 1. Eenieder heeft recht op eerbiediging van zijn privéleven, zijn « 1. Toute personne a droit au respect de sa vie privée et familiale,
gezinsleven, zijn huis en zijn briefwisseling. de son domicile et de sa correspondance.
2. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan met betrekking 2. Il ne peut y avoir ingérence d'une autorité publique dans
tot de uitoefening van dit recht dan voor zover bij de wet is voorzien l'exercice de ce droit que pour autant que cette ingérence est prévue
en in een democratische samenleving nodig is in het belang van 's par la loi et qu'elle constitue une mesure qui, dans une société
lands veiligheid, de openbare veiligheid, of het economisch welzijn démocratique, est nécessaire à la sécurité nationale, à la sûreté
van het land, de bescherming van de openbare orde en het voorkomen van publique, au bien-être économique du pays, à la défense de l'ordre et
strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, à la prévention des infractions pénales, à la protection de la santé
of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen ». ou de la morale, ou à la protection des droits et libertés d'autrui ».
Artikel 14 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens L'article 14 de la Convention européenne des droits de l'homme dispose
bepaalt : :
« Het genot van de rechten en vrijheden, welke in dit Verdrag zijn « La jouissance des droits et libertés reconnus dans la présente
vermeld, is verzekerd zonder enig onderscheid op welke grond ook, Convention doit être assurée, sans distinction aucune, fondée
zoals geslacht, ras, kleur, taal, godsdienst, politieke of andere notamment sur le sexe, la race, la couleur, la langue, la religion,
overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, het behoren tot les opinions politiques ou toutes autres opinions, l'origine nationale
een nationale minderheid, vermogen, geboorte of andere status ». ou sociale, l'appartenance à une minorité nationale, la fortune, la naissance ou toute autre situation ».
B.4.2. De Grondwetgever heeft gestreefd naar een zo groot mogelijke B.4.2. Le Constituant a recherché la plus grande concordance possible
concordantie tussen artikel 22 van de Grondwet en artikel 8 van het entre l'article 22 de la Constitution et l'article 8 de la Convention
voormeld Europees Verdrag (Parl. St., Kamer, 1992-1993, nr. 997/5, p. 2). européenne précitée (Doc. parl., Chambre, 1992-1993, n° 997/5, p. 2).
De draagwijdte van dat artikel 8 is analoog aan die van de voormelde La portée de cet article 8 est analogue à celle de la disposition
grondwetsbepaling, zodat de waarborgen die beide bepalingen bieden, constitutionnelle précitée, de sorte que les garanties que fournissent
een onlosmakelijk geheel vormen. ces deux dispositions forment un ensemble indissociable.
B.5. Het recht op de eerbiediging van het privéleven en het B.5. Le droit au respect de la vie privée et familiale, tel qu'il est
gezinsleven, zoals het door de voormelde bepalingen wordt gewaarborgd, garanti par les dispositions précitées, a pour but essentiel de
beoogt in wezen de personen te beschermen tegen inmengingen in hun protéger les personnes contre des ingérences dans leur vie privée et
privéleven en hun gezinsleven. leur vie familiale.
Artikel 22, eerste lid, van de Grondwet sluit, evenmin als artikel 8 Ni l'article 22, alinéa 1er, de la Constitution ni l'article 8 de la
van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, een Convention européenne des droits de l'homme n'excluent une ingérence
overheidsinmenging in de uitoefening van dat recht niet uit, maar d'une autorité publique dans l'exercice de ce droit, mais ils exigent
beide artikelen vereisen dat in die inmenging wordt voorzien door een que cette ingérence soit prévue par une disposition législative
voldoende precieze wettelijke bepaling, dat zij beantwoordt aan een suffisamment précise, qu'elle corresponde à un besoin social impérieux
dwingende maatschappelijke behoefte en dat zij evenredig is met de
daarmee nagestreefde wettige doelstelling. Die bepalingen houden voor et qu'elle soit proportionnée à l'objectif légitime qu'elle poursuit.
de overheid bovendien de positieve verplichting in om maatregelen te Ces dispositions engendrent de surcroît l'obligation positive pour
nemen die een daadwerkelijke eerbiediging van het privéleven en het l'autorité publique de prendre des mesures qui assurent le respect
gezinsleven verzekeren, zelfs in de sfeer van de onderlinge effectif de la vie privée et familiale, même dans la sphère des
verhoudingen tussen individuen (EHRM, 27 oktober 1994, Kroon e.a. t. relations entre les individus (CEDH, 27 octobre 1994, Kroon et autres
Nederland, § 31). c. Pays-Bas, § 31).
B.6. De procedures met betrekking tot het vaststellen of betwisten van B.6. Les procédures relatives à l'établissement ou à la contestation
de vaderlijke afstamming raken het privéleven van de verzoeker omdat de paternité concernent la vie privée du requérant, parce que la
de materie van de afstamming belangrijke aspecten van iemands matière de la filiation englobe d'importants aspects de l'identité
persoonlijke identiteit omvat (EHRM, 28 november 1984, Rasmussen t. personnelle d'un individu (CEDH, 28 novembre 1984, Rasmussen c.
Denemarken, § 33; 24 november 2005, Shofman t. Rusland, § 30; 12 Danemark, § 33; 24 novembre 2005, Shofman c. Russie, § 30; 12 janvier
januari 2006, Mizzi t. Malta, § 102; 16 juni 2011, Pascaud t. 2006, Mizzi c. Malte, § 102; 16 juin 2011, Pascaud c. France, § §
Frankrijk, § § 48-49; 21 juni 2011, Kruskovic. Kroatië, § 20; 22 maart 48-49; 21 juin 2011, Kruskovic. Croatie, § 20; 22 mars 2012, Ahrens c.
2012, Ahrens t. Duitsland, § 60; 12 februari 2013, Krisztian Barnabas Allemagne, § 60; 12 février 2013, Krisztian Barnabas Tóth c. Hongrie,
Tóth t. Hongarije, § 28). § 28).
De in het geding zijnde regeling voor de betwisting van het vermoeden
van vaderschap door de bloedverwanten in opgaande of neerdalende lijn Le régime en cause de contestation de la présomption de paternité par
van de overleden echtgenoot valt derhalve onder de toepassing van les ascendants ou les descendants du mari décédé relève donc de
artikel 22 van de Grondwet en van artikel 8 van het Europees Verdrag l'application de l'article 22 de la Constitution et de l'article 8 de
voor de rechten van de mens. la Convention européenne des droits de l'homme.
B.7.1. De wetgever beschikt bij de uitwerking van een regeling die een B.7.1. Le législateur, lorsqu'il élabore un régime qui entraîne une
overheidsinmenging in het privéleven inhoudt, over een ingérence de l'autorité publique dans la vie privée, jouit d'une marge
appreciatiemarge om rekening te houden met een billijk evenwicht d'appréciation pour tenir compte du juste équilibre à ménager entre
tussen de tegenstrijdige belangen van het individu en de samenleving les intérêts concurrents de l'individu et de la société dans son
in haar geheel (EHRM, 26 mei 1994, Keegan t. Ierland, § 49; 27 oktober ensemble (CEDH, 26 mai 1994, Keegan c. Irlande, § 49; 27 octobre 1994,
1994, Kroon e.a. t. Nederland, § 31; 2 juni 2005, Znamenskaya t. Kroon et autres c. Pays-Bas, § 31; 2 juin 2005, Znamenskaya c. Russie,
Rusland, § 28; 24 november 2005, Shofman t. Rusland, § 34; 20 december § 28; 24 novembre 2005, Shofman c. Russie, § 34; 20 décembre 2007,
2007, Phinikaridou t. Cyprus, § § 51 tot 53; 25 februari 2014, Ostace Phinikaridou c. Chypre, § § 51 à 53; 25 février 2014, Ostace c.
t. Roemenië, § 33). Roumanie, § 33).
Die appreciatiemarge van de wetgever is evenwel niet onbegrensd : om Cette marge d'appréciation du législateur n'est toutefois pas
te oordelen of een wettelijke regeling verenigbaar is met het recht op illimitée : pour apprécier si une règle législative est compatible
de eerbiediging van het privéleven, moet worden nagegaan of de avec le droit au respect de la vie privée, il convient de vérifier si
wetgever een billijk evenwicht heeft gevonden tussen alle rechten en le législateur a trouvé un juste équilibre entre tous les droits et
belangen die in het geding zijn. Zulks vereist dat de wetgever niet intérêts en cause. Pour cela, il ne suffit pas que le législateur
alleen een afweging maakt tussen de belangen van het individu ménage un équilibre entre les intérêts concurrents de l'individu et de
tegenover die van de samenleving in haar geheel, maar tevens tussen de la société dans son ensemble mais il doit également ménager un
tegenstrijdige belangen van de betrokken personen (EHRM, 6 juli 2010, équilibre entre les intérêts contradictoires des personnes concernées
Backlund t. Finland, § 46; 15 januari 2013, Laakso t. Finland, § 46; (CEDH, 6 juillet 2010, Backlund c. Finlande, § 46; 15 janvier 2013,
29 januari 2013, Röman t. Finland, § 51). Laakso c. Finlande, § 46; 29 janvier 2013, Röman c. Finlande, § 51).
B.7.2. In het bijzonder voor wat de termijnen in het afstammingsrecht B.7.2. En ce qui concerne en particulier les délais dans le droit de
betreft, wordt door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens het la filiation, la Cour européenne des droits de l'homme n'a pas estimé
invoeren van termijnen op zich niet strijdig geacht met artikel 8 van que l'instauration de délais était en soi contraire à l'article 8 de
het Europees Verdrag voor de rechten van de mens; enkel de aard van la Convention européenne des droits de l'homme; seule la nature d'un
een dergelijke termijn kan als strijdig worden beschouwd met het recht tel délai peut être considérée comme contraire au droit au respect de
op eerbiediging van het privéleven (EHRM, 6 juli 2010, Backlund t. la vie privée (CEDH, 6 juillet 2010, Backlund c. Finlande, § 45; 15
Finland, § 45; 15 januari 2013, Laakso t. Finland, § 45; 29 januari janvier 2013, Laakso c. Finlande, § 45; 29 janvier 2013, Röman c.
2013, Röman t. Finland, § 50; 3 april 2014, Konstantinidis t. Finlande, § 50; 3 avril 2014, Konstantinidis c. Grèce, § 46).
Griekenland, § 46).
Bovendien wordt door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens La Cour européenne des droits de l'homme admet en outre que la marge
aanvaard dat de appreciatiemarge van de nationale wetgever groter is d'appréciation du législateur national est plus grande lorsqu'il
wanneer er bij de lidstaten van de Raad van Europa geen consensus n'existe pas de consensus au sein des Etats membres du Conseil de
bestaat omtrent het belang dat in het geding is, noch omtrent de l'Europe concernant l'intérêt en cause ou la manière dont cet intérêt
manier waarop dat belang dient te worden beschermd (EHRM, 22 maart doit être protégé (CEDH, 22 mars 2012, Ahrens c. Allemagne, § 68). De
2012, Ahrens t. Duitsland, § 68). Daarnaast benadrukt het Europees Hof
dat het niet zijn taak is om, in de plaats van de nationale overheden, plus, la Cour européenne souligne qu'il ne lui incombe pas de prendre
beslissingen te nemen (EHRM, 15 januari 2013, Laakso t. Finland, § des décisions à la place des autorités nationales (CEDH, 15 janvier
41). 2013, Laakso c. Finlande, § 41).
B.8. De rust der families en de rechtszekerheid van de familiale B.8. La paix des familles et la sécurité juridique des liens
banden, enerzijds, en het belang van het kind, anderzijds, zijn familiaux, d'une part, et l'intérêt de l'enfant, d'autre part,
legitieme doelstellingen waarvan de wetgever kan uitgaan om een constituent des buts légitimes dont le législateur peut tenir compte
onbeperkte mogelijkheid tot betwisting van het vaderschap te pour empêcher que la contestation de paternité puisse être exercée
verhinderen, zodat de wetgever vervaltermijnen kon invoeren (EHRM, 28 sans limitation, de sorte que le législateur a pu prévoir des délais
november 1984, Rasmussen t. Denemarken, § 41; 12 januari 2006, Mizzi de déchéance (CEDH, 28 novembre 1984, Rasmussen c. Danemark, § 41; 12
t. Malta, § 88; 6 juli 2010, Backlund t. Finland, § 45; 15 januari janvier 2006, Mizzi c. Malte, § 88; 6 juillet 2010, Backlund c.
2013, Laakso t. Finland, § 45; 29 januari 2013, Röman t. Finland, § Finlande, § 45; 15 janvier 2013, Laakso c. Finlande, § 45; 29 janvier
50). 2013, Röman c. Finlande, § 50).
Om vast te stellen of artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Pour établir si l'article 8 de la Convention européenne des droits de
rechten van de mens in acht wordt genomen, dient te worden nagegaan of l'homme est respecté, il y a lieu de vérifier si le législateur a
de wetgever een billijk evenwicht heeft ingesteld tussen de in het ménagé un juste équilibre entre les droits et les intérêts concurrents
geding zijnde concurrerende rechten en belangen. Aldus dienen « niet en jeu. Il faut ainsi « non seulement mesurer les intérêts de
alleen de belangen van het individu te worden afgewogen tegen het l'individu à l'intérêt général de la collectivité prise dans son
algemeen belang van de gemeenschap in haar geheel, maar dienen ook de ensemble, mais encore peser les intérêts privés concurrents en jeu »
in het geding zijnde concurrerende privébelangen tegen elkaar te
worden afgewogen » (EHRM, 20 december 2007, Phinikaridou t. Cyprus, § (CEDH, 20 décembre 2007, Phinikaridou c. Chypre, § § 51 à 53).
§ 51 tot 53). B.9.1. De wetgever vermocht te oordelen dat hij die huwt in beginsel B.9.1. Le législateur a pu estimer que l'homme, en se mariant, accepte
aanvaardt om te worden beschouwd als vader van ieder kind dat zijn d'être considéré, en principe, comme le père de tout enfant que sa
vrouw zal baren. Rekening houdend met de bekommernissen van de femme enfantera. Compte tenu des préoccupations du législateur et des
wetgever en met de waarden die hij heeft willen verzoenen, komt het in valeurs qu'il a voulu concilier, il n'apparaît pas déraisonnable, en
beginsel niet onredelijk voor dat hij de bloedverwanten in de opgaande principe, qu'il n'ait voulu accorder aux ascendants et aux descendants
en in de neerdalende lijn van de overleden echtgenoot slechts een du mari décédé qu'un court délai pour intenter l'action en
korte termijn heeft willen toekennen om de vordering tot vaderschapsbetwisting in te stellen. B.9.2. Daarnaast kan het vaststellen van een termijn voor het instellen van een vordering tot betwisting van het vaderschap eveneens worden verantwoord door de zorg om de rechtszekerheid en een definitief karakter van de familiale relaties te waarborgen. B.9.3. Artikel 318, § 2, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de vordering van de bloedverwanten in de opgaande en de neerdalende lijn van de echtgenoot die overleden is zonder in rechte te zijn opgetreden terwijl de termijn om zulks te doen nog niet verstreken was, moet worden ingesteld binnen een jaar na zijn overlijden of na de geboorte van het kind ten aanzien van wie de afstamming wordt betwist. Indien de bloedverwanten in de opgaande en in de neerdalende lijn, die het vaderschap van de echtgenoot wensen te betwisten, pas meer dan een jaar na het overlijden van de echtgenoot of de geboorte van het kind kennis hebben kunnen nemen van ofwel de geboorte, ofwel het feit dat de echtgenoot niet de vader is, beschikken zij over geen enkel rechtsmiddel om de afstamming te betwisten. B.9.4. Hoewel het legitiem is om in een korte vervaltermijn te voorzien voor de bloedverwanten in opgaande en neerdalende lijn van de contestation de paternité. B.9.2. Par ailleurs, la fixation d'un délai pour l'introduction d'une action en contestation de paternité peut également être justifiée par la volonté de garantir la sécurité juridique et un caractère définitif des relations familiales. B.9.3. L'article 318, § 2, alinéa 2, du Code civil stipule que l'action des ascendants et des descendants du mari décédé sans avoir agi mais qui était encore dans le délai utile pour le faire doit être intentée dans l'année de son décès ou de la naissance de l'enfant vis-à-vis duquel la filiation est contestée. Si les ascendants et les descendants qui souhaitent contester la paternité du mari n'ont pu prendre connaissance que plus d'un an après le décès du mari ou la naissance de l'enfant, soit de la naissance, soit du fait que le mari n'est pas le père, ils ne disposent d'aucun recours pour contester la filiation. B.9.4. Bien qu'il soit légitime de prévoir un court délai de
overleden echtgenoot, vermag een dergelijke doelstelling niet als forclusion pour les ascendants et les descendants du mari décédé, un
gevolg te hebben dat voor een bepaald type van vaderschapsbetwisting tel objectif ne peut avoir pour effet que, pour un type de
de vordering van die bloedverwanten onmogelijk kan worden gemaakt, contestation de paternité déterminé, l'action de ces ascendants et
terwijl de echtgenoot, indien hij niet was overleden, nog in rechte descendants puisse être rendue impossible alors que si le mari n'était
had kunnen optreden. pas décédé, il aurait encore pu agir.
Het recht op toegang tot de rechter zou overigens worden geschonden Par ailleurs, le droit d'accès au juge serait violé s'il était imposé
indien aan een procespartij een excessief formalisme wordt opgelegd in à une partie au procès un formalisme excessif sous la forme d'un délai
de vorm van een termijn waarvan de haalbaarheid afhankelijk is van dont le respect est tributaire de circonstances échappant à son
omstandigheden buiten zijn wil (EHRM, 22 juli 2010, Melis t. pouvoir (CEDH, 22 juillet 2010, Melis c. Grèce, § § 27-28).
Griekenland, § § 27-28). Daarnaast is een absolute termijn een beperking van het En outre, un délai absolu constitue une limitation du droit d'action
vorderingsrecht van de houder van de afstammingsvordering en is het du titulaire de l'action en recherche de paternité, et il n'est pas
niet proportioneel ten aanzien van de legitieme doelstelling die ermee proportionnel par rapport à l'objectif légitime qu'il poursuit (CEDH,
wordt nagestreefd (EHRM, 20 december 2007, Phinikaridou t. Cyprus, § § 20 décembre 2007, Phinikaridou c. Chypre, § § 62-67; Grönmark c.
62-67; Grönmark t. Finland, § § 58-61). Het Europees Hof voor de Finlande, § § 58-61). La Cour européenne des droits de l'homme a par
Rechten van de Mens heeft overigens benadrukt dat het Verdrag tot doel ailleurs souligné que la Convention a pour objet de protéger des
heeft rechten te waarborgen die niet theoretisch of illusoir zijn, droits non pas théoriques ou illusoires, mais concrets et effectifs
maar praktisch en effectief (EHRM, 9 oktober 1979, Airey t. Ierland, § (CEDH, 9 octobre 1979, Airey c. Irlande, § 24; 6 juillet 2010,
24; 6 juli 2010, Backlund t. Finland, § 55; 15 januari 2013, Laakso t. Backlund c. Finlande, § 55; 15 janvier 2013, Laakso c. Finlande, § 53;
Finland, § 53; 29 januari 2013, Röman t. Finland, § 58). B.9.5. Ook het belang van het kind kan niet verantwoorden dat in alle gevallen de betwisting van de afstamming door de bloedverwanten in opgaande en neerdalende lijn van de overleden echtgenoot, kan worden verhinderd door het verlopen van een vervaltermijn zonder dat de persoon die de afstamming betwist, kennis heeft kunnen nemen van het feit dat die termijn was ingegaan. B.10. Omdat de in het geding zijnde bepaling toelaat dat de termijn die wordt opgelegd aan de bloedverwant in opgaande en neerdalende lijn, van de echtgenoot die overleden is zonder in rechte te zijn opgetreden terwijl de termijn om zulks te doen nog niet verstreken was, reeds aanvangt vooraleer hij kennis heeft kunnen nemen van het feit dat het kind geboren was of de overleden echtgenoot niet de vader 29 janvier 2013, Röman c. Finlande, § 58). B.9.5. L'intérêt de l'enfant ne saurait davantage justifier que la contestation de la filiation par les ascendants et les descendants du mari décédé puisse, dans toutes les hypothèses, être empêchée par l'expiration d'un délai de forclusion sans que la personne qui conteste la filiation ait pu savoir que ce délai avait commencé. B.10. Dès lors qu'elle permet que le délai imparti à l'ascendant ou au descendant du mari décédé sans avoir agi mais étant encore dans le délai utile pour le faire commence déjà à courir avant qu'il ait pu savoir que l'enfant était né ou que le mari décédé n'était pas le père de l'enfant, la disposition en cause n'est pas compatible avec les
van het kind was, is zij niet bestaanbaar met de artikelen 10, 11 en articles 10, 11 et 22 de la Constitution, lus en combinaison avec les
22 van de Grondwet, in samenhang gelezen met de artikelen 8 en 14 van articles 8 et 14 de la Convention européenne des droits de l'homme.
het Europees Verdrag voor de rechten van de mens.
B.11. De prejudiciële vraag dient bevestigend te worden beantwoord. B.11. La question préjudicielle appelle une réponse affirmative.
Om die redenen, Par ces motifs,
het Hof la Cour
zegt voor recht : dit pour droit :
Artikel 318, § 2, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek schendt de L'article 318, § 2, alinéa 2, du Code civil viole les articles 10, 11
artikelen 10, 11 en 22 van de Grondwet, in samenhang gelezen met de et 22 de la Constitution, lus en combinaison avec les articles 8 et 14
artikelen 8 en 14 van het Europees Verdrag voor de rechten van de de la Convention européenne des droits de l'homme, en ce que le délai
mens, in zoverre de daarin bepaalde vervaltermijn voor de bloedverwant de forclusion imparti par cette disposition à l'ascendant ou au
in opgaande of neerdalende lijn van een echtgenoot die overleden is descendant d'un mari décédé sans avoir agi mais étant encore dans le
zonder in rechte te zijn opgetreden terwijl de termijn om zulks te délai utile pour le faire peut commencer à courir avant qu'il ait pu
doen nog niet verstreken is, kan aanvangen vooraleer hij kennis heeft savoir que l'enfant était né ou que le mari décédé n'était pas le père
kunnen nemen van het feit dat het kind geboren was of de overleden
echtgenoot niet de vader van het kind was. de l'enfant.
Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel Ainsi rendu en langue néerlandaise et en langue française,
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur
op 18 januari 2018. la Cour constitutionnelle, le 18 janvier 2018.
De griffier, De voorzitter,P.-Y. Dutilleux E. De Groot Le greffier, Le président,P.-Y. Dutilleux E. De Groot
^