← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 127/2014 van 19 september 2014 Rolnummer : 5716 In zake
: de prejudiciële vraag betreffende artikel 330, § 1, eerste lid, tweede zin, van het Burgerlijk
Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Tu Het Grondwettelijk Hof, samengesteld
uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de rechters (...)"
Uittreksel uit arrest nr. 127/2014 van 19 september 2014 Rolnummer : 5716 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 330, § 1, eerste lid, tweede zin, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Tu Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de rechters (...) | Extrait de l'arrêt n° 127/2014 du 19 septembre 2014 Numéro du rôle : 5716 En cause : la question préjudicielle relative à l'article 330, § 1 er , alinéa 1 er , deuxième phrase, du Code civil, posée par le Tribunal de pr La Cour constitutionnelle, composée des présidents A. Alen et J. Spreutels, et des juges J.-P. S(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | COUR CONSTITUTIONNELLE |
Uittreksel uit arrest nr. 127/2014 van 19 september 2014 | Extrait de l'arrêt n° 127/2014 du 19 septembre 2014 |
Rolnummer : 5716 | Numéro du rôle : 5716 |
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 330, § 1, eerste | En cause : la question préjudicielle relative à l'article 330, § 1er, |
lid, tweede zin, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank | alinéa 1er, deuxième phrase, du Code civil, posée par le Tribunal de |
van eerste aanleg te Turnhout. | première instance de Turnhout. |
Het Grondwettelijk Hof, | La Cour constitutionnelle, |
samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de | composée des présidents A. Alen et J. Spreutels, et des juges J.-P. |
rechters J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, P. Nihoul en R. | Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, P. Nihoul et R. Leysen, assistée du |
Leysen, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter A. Alen, | greffier P.-Y. Dutilleux, présidée par le président A. Alen, |
wijst na beraad het volgende arrest : | après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Objet de la question préjudicielle et procédure |
Bij vonnis van 12 september 2013 in zake T.G. tegen S.W. en Mr. Kim | Par jugement du 12 septembre 2013 en cause de T.G. contre S.W. et Me |
Van Tilborg, advocaat, handelend in haar hoedanigheid van voogd ad hoc | Kim Van Tilborg, avocate, agissant en qualité de tutrice ad hoc de |
over het minderjarige kind N.G., waarvan de expeditie ter griffie van | l'enfant mineur N.G., dont l'expédition est parvenue au greffe de la |
het Hof is ingekomen op 18 september 2013, heeft de Rechtbank van | Cour le 18 septembre 2013, le Tribunal de première instance de |
eerste aanleg te Turnhout de volgende prejudiciële vraag gesteld : | Turnhout a posé la question préjudicielle suivante : |
« Schendt artikel 330 § 1 eerste lid, tweede zin van het Burgerlijk | « L'article 330, § 1er, alinéa 1er, deuxième phrase, du Code civil |
Wetboek artikel 22 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 | viole-t-il l'article 22 de la Constitution, combiné avec l'article 8 |
van het EVRM, in zoverre de vordering tot betwisting van de vaderlijke | de la Convention européenne des droits de l'homme, en ce que l'action |
erkenning uitgaande van de man die het kind erkend heeft (zijnde de | en contestation de la reconnaissance paternelle émanant de l'homme qui |
a reconnu l'enfant (c'est-à-dire l'auteur de la reconnaissance) n'est | |
erkenner) niet ontvankelijk is indien het kind bezit van staat heeft | pas recevable si l'enfant a la possession d'état vis-à-vis de l'auteur |
ten aanzien van de erkenner ? ». | de la reconnaissance ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. En droit |
(...) | (...) |
B.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op de tweede zin van | B.1. La question préjudicielle concerne la deuxième phrase de |
artikel 330, § 1, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, die vóór de | l'article 330, § 1er, alinéa 1er, du Code civil, lequel disposait |
wijziging ervan bij artikel 35, 1° en 2°, van de wet van 30 juli 2013 | avant sa modification par l'article 35, 1° et 2°, de la loi du 30 |
betreffende de invoering van een familie- en jeugdrechtbank bepaalt : | juillet 2013 portant création d'un tribunal de la famille et de la jeunesse : |
« Tenzij het kind bezit van staat heeft ten aanzien van degene die het | « A moins que l'enfant ait la possession d'état à l'égard de celle qui |
heeft erkend, kan de erkenning van het moederschap worden betwist door | l'a reconnu, la reconnaissance maternelle peut être contestée par le |
de vader, het kind, de vrouw die het kind heeft erkend en de vrouw die | père, l'enfant, l'auteur de la reconnaissance et la femme qui |
het moederschap van het kind opeist. Tenzij het kind bezit van staat | revendique la maternité. A moins que l'enfant ait la possession d'état |
heeft ten aanzien van degene die het heeft erkend, kan de erkenning | à l'égard de celui qui l'a reconnu, la reconnaissance paternelle peut |
van het vaderschap worden betwist door de moeder, het kind, de man die | être contestée par la mère, l'enfant, l'auteur de la reconnaissance et |
het kind heeft erkend en de man die het vaderschap van het kind opeist | l'homme qui revendique la paternité ». |
». Met betrekking tot het bezit van staat bepaalt artikel 331nonies van | Concernant la possession d'état, l'article 331nonies du Code civil |
het Burgerlijk Wetboek : | dispose : |
« Het bezit van staat moet voortdurend zijn. | « La possession d'état doit être continue. |
Het wordt bewezen door feiten die te samen of afzonderlijk de | Elle s'établit par des faits qui, ensemble ou séparément, indiquent le |
betrekking van afstamming aantonen. | rapport de filiation. |
Die feiten zijn onder meer : | Ces faits sont entre autres : |
- dat het kind altijd de naam heeft gedragen van degene van wie wordt | - que l'enfant a toujours porté le nom de celui dont on le dit issu; |
gezegd dat het afstamt; | |
- dat laatstgenoemde het als zijn kind heeft behandeld; | - que celui-ci l'a traité comme son enfant; |
- dat die persoon als vader of moeder in zijn onderhoud en opvoeding | - qu'il a, en qualité de père ou de mère, pourvu à son entretien et à |
heeft voorzien; | son éducation; |
- dat het kind die persoon heeft behandeld als zijn vader of moeder; | - que l'enfant l'a traité comme son père ou sa mère; |
- dat het als zijn kind wordt erkend door de familie en in de | - qu'il est reconnu comme son enfant par la famille et dans la |
maatschappij; | société; |
- dat de openbare overheid het als zodanig beschouwt ». | - que l'autorité publique le considère comme tel ». |
B.2.1. De verwijzende rechter wenst te vernemen of artikel 330, § 1, | B.2.1. Le juge a quo demande si l'article 330, § 1er, alinéa 1er, |
eerste lid, tweede zin, van het Burgerlijk Wetboek bestaanbaar is met | deuxième phrase, du Code civil est compatible avec l'article 22 de la |
artikel 22 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 van het | Constitution, combiné avec l'article 8 de la Convention européenne des |
Europees Verdrag voor de rechten van de mens, in zoverre de vordering | droits de l'homme, en ce que l'action en contestation de la |
tot betwisting van de vaderlijke erkenning uitgaande van de man die | reconnaissance paternelle émanant de l'homme qui a reconnu l'enfant |
het kind heeft erkend, niet ontvankelijk is indien het kind bezit van | n'est pas recevable si l'enfant a la possession d'état vis-à-vis de |
staat heeft ten aanzien van de erkenner. | l'auteur de la reconnaissance. |
B.2.2. Uit de gegevens van de zaak en uit de motivering van de | B.2.2. Il apparaît des données de l'affaire et de la motivation de la |
verwijzingsbeslissing blijkt dat het bodemgeschil betrekking heeft op | décision de renvoi que le litige au fond a pour objet une action en |
een vordering tot betwisting van de erkenning van het vaderschap, | contestation de la reconnaissance de paternité introduite par l'auteur |
ingesteld door de erkenner ten aanzien van wie het kind bezit van | de la reconnaissance, à l'égard duquel l'enfant a la possession d'état |
staat heeft en die op het ogenblik van de erkenning niet wist dat hij | et qui, au moment de la reconnaissance, ignorait qu'il n'était pas le |
niet de biologische vader was. | père biologique. |
In het bodemgeschil is aldus enkel de tweede zin van artikel 330, § 1, | Dans le litige au fond, seule la deuxième phrase de l'article 330, § 1er, |
eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek in het geding, in zoverre de | alinéa 1er, du Code civil est dès lors en cause, dans la mesure où la |
erkenning van het vaderschap wordt betwist door de man die het kind | reconnaissance de paternité est contestée par l'homme qui a reconnu |
heeft erkend en die op het ogenblik van de erkenning niet wist dat hij | l'enfant et qui, au moment de la reconnaissance, ignorait qu'il |
niet de biologische vader was. Het Hof beperkt zijn onderzoek tot die | n'était pas le père biologique. La Cour limite son examen à cette |
hypothese. | hypothèse. |
B.3. Artikel 330 van het Burgerlijk Wetboek regelt de betwisting van | B.3. L'article 330 du Code civil règle la contestation de la |
de moederlijke en de vaderlijke erkenning. Het bepaalt welke de | reconnaissance maternelle et de la reconnaissance paternelle. Il |
vorderingsgerechtigden zijn en welke termijnen op hen van toepassing | détermine les titulaires de l'action et fixe les délais qui leur sont |
zullen zijn. De betwisting van de vaderlijke erkenning kan uitgaan van | applicables. La reconnaissance paternelle peut être contestée par la |
mère, l'enfant, l'homme qui a reconnu l'enfant et l'homme qui | |
de moeder, het kind, de man die het kind heeft erkend en de man die | revendique la paternité de l'enfant. Pour tous les titulaires de |
het vaderschap van het kind opeist. Voor alle vorderingsgerechtigden | l'action, cette dernière est irrecevable lorsque l'enfant a la |
geldt dat de vordering niet ontvankelijk is wanneer het kind bezit van | possession d'état à l'égard de celui qui a reconnu l'enfant. |
staat heeft ten aanzien van diegene die het heeft erkend. | B.4.1. La possession d'état a été érigée en fin de non-recevoir de |
l'action en contestation de la reconnaissance de paternité par la loi | |
B.4.1. Het bezit van staat werd bij de wet van 31 maart 1987 tot | du 31 mars 1987 modifiant diverses dispositions légales relatives à la |
wijziging van een aantal bepalingen betreffende de afstamming | |
ingevoerd als grond van niet-ontvankelijkheid van de vordering tot | |
betwisting van de erkenning van het vaderschap. | filiation. |
Artikel 330, § 2, van het Burgerlijk Wetboek bepaalde : | L'article 330, § 2, du Code civil disposait : |
« De erkenning wordt tenietgedaan indien door alle wettelijke middelen | « La reconnaissance est mise à néant s'il est prouvé, par toutes voies |
wordt bewezen dat de erkenner niet de vader of de moeder is. | de droit, que son auteur n'est pas le père ou la mère. |
Het verzoek moet evenwel worden afgewezen, indien het kind bezit van | Toutefois, la demande doit être rejetée si l'enfant a la possession |
staat heeft ten aanzien van de erkenner ». | d'état à l'égard de celui qui l'a reconnu ». |
In de parlementaire voorbereiding van artikel 330 (oud) van het | A ce sujet, les travaux préparatoires relatifs à l'article 330 |
Burgerlijk Wetboek wordt daaromtrent vermeld : | (ancien) du Code civil mentionnent ce qui suit : |
« Meerdere leden hadden ernstig bezwaar tegen het feit dat het | « Plusieurs membres critiquent sévèrement le fait qu'on envisage |
betwistingsrecht op een absolute wijze zou worden toegestaan. Het | |
principe van de zogenaamde biologische waarheid kan in bepaalde | d'accorder le droit de contestation de manière absolue. Le principe de |
gevallen immers storend zijn voor het kind en indruisen tegen diens | la vérité dite biologique peut en effet avoir un effet accablant pour |
belangen. | l'enfant et contraire à ses intérêts. |
Deze leden waren dan ook van mening dat het bezit van staat moet | Ils estiment, dès lors, que le tribunal appelé à se prononcer sur la |
worden ingeschakeld in de appreciatie van de rechtbank die zich over | contestation de reconnaissance, doit, dans son appréciation, tenir |
de betwisting van een erkenning uitspreekt. Er werd zelfs gepleit om | compte de la possession d'état; certains plaident même pour qu'on |
de verwijzing naar het bezit van staat uitdrukkelijk in de tekst op te | inscrive explicitement dans le texte le principe de la référence à la |
nemen. Zo er bezit van staat is, moet de betwisting van de erkenning worden uitgesloten, zo niet kunnen de belangen van het kind ernstig worden geschaad. Andere leden waarschuwden nochtans voor een te grote waarde die aan het bezit van staat wordt gehecht; dit zou immers tot gevolg hebben dat het eenvoudig samenwonen op dezelfde voet zou worden behandeld als het huwelijk. Deze leden meenden dan ook dat het bezit van staat slechts een rol kan spelen wanneer het beantwoordt aan de biologische realiteit. Hierop werd gerepliceerd dat er ten aanzien van het kind aan het bezit van staat een zelfde waarde dient te worden toegekend zonder dat daarbij wordt rekening gehouden met het feit of het kind binnen of buiten het huwelijk is geboren » (Parl. St., Senaat, 1984-1985, 904, | possession d'état. En cas de possession d'état, la contestation de reconnaissance doit être exclue, sinon les intérêts de l'enfant peuvent être gravement lésés. D'autres membres déclarent, toutefois, qu'il faut éviter d'accorder une trop grande importance à la possession d'état; sinon, on en viendrait, en effet, à traiter la simple cohabitation sur le même pied que le mariage. Les mêmes intervenants estiment, dès lors, que la possession d'état ne peut jouer un rôle que si elle correspond à la réalité biologique. Il leur est répliqué qu'à l'égard de l'enfant il faut accorder tout autant d'importance à la possession d'état, et ce abstraction faite de la question de savoir s'il est né ou non dans le mariage » (Doc. |
nr. 2, p. 100). | parl., Sénat, 1984-1985, 904, n° 2, p. 100). |
B.4.2. Artikel 330 van het Burgerlijk Wetboek werd gewijzigd bij | B.4.2. L'article 330 du Code civil a été modifié par l'article 16 de |
artikel 16 van de wet van 1 juli 2006 tot wijziging van de bepalingen | la loi du 1er juillet 2006 modifiant des dispositions du Code civil |
van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het vaststellen van de | relatives à l'établissement de la filiation et aux effets de celle-ci. |
afstamming en de gevolgen ervan. | |
De erkenning van het vaderschap kan enkel nog worden betwist door de | La reconnaissance de paternité ne peut plus être contestée que par la |
moeder, het kind, de man die het kind heeft erkend en de man die het | mère, par l'enfant, par l'homme qui a reconnu l'enfant et par l'homme |
vaderschap van het kind opeist. Het bezit van staat als grond van | qui revendique la paternité. La possession d'état a été maintenue |
niet-ontvankelijkheid van de vordering tot betwisting van de erkenning | comme fin de non-recevoir de l'action en contestation de la |
van het vaderschap bleef behouden. | reconnaissance de paternité. |
Artikel 16 van de wet van 1 juli 2006 vindt zijn oorsprong in een | L'article 16 de la loi du 1er juillet 2006 trouve son origine dans un |
amendement dat in de Kamer werd ingediend. | amendement déposé à la Chambre. |
Dat amendement werd als volgt verantwoord : | Cet amendement a été justifié comme suit : |
« Het voorgestelde artikel 330 zorgt zowel voor de vordering tot betwisting van de erkenning als voor de vordering tot betwisting van het vermoeden van vaderschap voor een soortgelijke procedure. Ten eerste beoogt het voorgestelde amendement degenen die een vordering mogen instellen te beperken tot de personen die daadwerkelijk belanghebbenden zijn, namelijk de echtgenoot, de moeder, het kind en de persoon die het vaderschap of het moederschap van het kind opeist. Vervolgens lijkt het ons nodig de gezinscel van het kind zoveel mogelijk te beschermen door eensdeels het bezit van staat te behouden die overeenstemt met de situatie van een kind dat door iedereen werkelijk als het kind van zijn ouders wordt beschouwd, ook al strookt dat niet met de biologische afstamming, en anderdeels door termijnen te bepalen voor het instellen van de vordering. Om een leemte te voorkomen tussen de vordering tot betwisting en de erkenning, zoals thans het geval is, wordt ten slotte bepaald dat de beslissing die gevolg geeft aan een vordering tot betwisting die werd | « L'article 330 proposé organise une procédure similaire pour l'action en contestation de reconnaissance et pour l'action en contestation de présomption de paternité. Tout d'abord, l'amendement proposé entend limiter les titulaires d'action aux personnes véritablement intéressées à savoir le mari, la mère, l'enfant et la personne qui revendique la paternité ou la maternité de l'enfant. Ensuite, il nous parait nécessaire de protéger autant que possible la cellule familiale de l'enfant en maintenant, d'une part, la possession d'état qui correspond à la situation d'un enfant considéré par tous comme étant véritablement l'enfant de ses parents même si cela ne correspond pas à la filiation biologique, et d'autre part, en fixant des délais d'action. Enfin, dans un souci d'éviter un vide entre l'action en contestation et la reconnaissance, comme c'est le cas actuellement, il est prévu que la décision qui fait droit à une action en contestation introduite |
ingesteld door een persoon die beweert de biologische vader of moeder | par une personne qui se prétend être le père ou la mère biologique de |
van het kind te zijn, van rechtswege de vaststelling van de | l'enfant entraîne de plein droit l'établissement de la filiation du |
afstammingsband van de verzoeker met zich brengt » (Parl. St., Kamer, 2004-2005, DOC 51-0597/026, p. 6). | demandeur » (Doc. parl., Chambre, 2004-2005, DOC 51-0597/026, p. 6). |
Aan het einde van de bespreking in de Commissie voor de Justitie van | Au terme du débat en commission de la Justice du Sénat, la ministre de |
de Senaat heeft de minister van Justitie het belang van het begrip « | la Justice a confirmé l'importance de la notion de « possession d'état |
bezit van staat » bevestigd door het volgende te verklaren : | » en déclarant : |
« Het ontwerp wijzigt reeds een groot aantal regels, en ook al rijzen | « Le projet modifie déjà un nombre important de règles et même si |
er bij de toepassing van het begrip soms problemen, toch hoeft dit | l'application de la notion de possession d'état présente parfois |
certaines difficultés en jurisprudence, il n'est pas nécessaire de | |
niet te worden aangepast. De wetgever heeft er in 1987 voor gekozen | modifier cette institution séculaire. Le législateur de 1987 avait |
het begrip te behouden om ervoor te zorgen dat de biologische waarheid | choisi de la maintenir afin que la vérité biologique ne l'emporte pas |
het niet altijd wint van de sociaal-affectieve realiteit. Deze keuze | toujours sur la vérité socio-affective. Ce choix doit être préservé et |
moet behouden blijven en het bezit van staat hoeft dus niet te worden | la nécessité de modifier le concept de possession d'état ne s'impose |
aangepast » (Parl. St., Senaat, 2005-2006, nr. 3-1402/7, p. 9). | pas » (Doc. parl., Sénat, 2005-2006, n° 3-1402/7, p. 9). |
B.5. Het Hof dient artikel 330, § 1, eerste lid, tweede zin, van het | B.5. La Cour doit examiner l'article 330, § 1er, alinéa 1er, deuxième |
Burgerlijk Wetboek te toetsen aan artikel 22 van de Grondwet, in | phrase, du Code civil, au regard de l'article 22 de la Constitution, |
samenhang gelezen met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de | combiné avec l'article 8 de la Convention européenne des droits de |
rechten van de mens. | l'homme. |
Artikel 22 van de Grondwet bepaalt : | L'article 22 de la Constitution dispose : |
« Ieder heeft recht op eerbiediging van zijn privé-leven en zijn | « Chacun a droit au respect de sa vie privée et familiale, sauf dans |
gezinsleven, behoudens in de gevallen en onder de voorwaarden door de wet bepaald. | les cas et conditions fixés par la loi. |
De wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde regel waarborgen de | La loi, le décret ou la règle visée à l'article 134 garantissent la |
bescherming van dat recht ». | protection de ce droit ». |
Artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens bepaalt | L'article 8 de la Convention européenne des droits de l'homme dispose |
: | : |
« 1. Eenieder heeft recht op eerbiediging van zijn privéleven, zijn | « 1. Toute personne a droit au respect de sa vie privée et familiale, |
gezinsleven, zijn huis en zijn briefwisseling. | de son domicile et de sa correspondance. |
2. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan met betrekking | 2. Il ne peut y avoir ingérence d'une autorité publique dans |
tot de uitoefening van dit recht dan voor zover bij de wet is voorzien | l'exercice de ce droit que pour autant que cette ingérence est prévue |
en in een democratische samenleving nodig is in het belang van 's | par la loi et qu'elle constitue une mesure qui, dans une société |
lands veiligheid, de openbare veiligheid, of het economisch welzijn | démocratique, est nécessaire à la sécurité nationale, à la sûreté |
van het land, de bescherming van de openbare orde en het voorkomen van | publique, au bien-être économique du pays, à la défense de l'ordre et |
strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, | à la prévention des infractions pénales, à la protection de la santé |
of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen ». | ou de la morale, ou à la protection des droits et libertés d'autrui ». |
Uit de parlementaire voorbereiding van artikel 22 van de Grondwet | Il ressort des travaux préparatoires de l'article 22 de la |
blijkt dat de Grondwetgever een zo groot mogelijke concordantie heeft | Constitution que le Constituant a recherché la plus grande concordance |
willen nastreven met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de | possible avec l'article 8 de la Convention européenne des droits de |
rechten van de mens (Parl. St., Kamer, 1992-1993, nr. 997/5, p. 2). | l'homme (Doc. parl., Chambre, 1992-1993, n° 997/5, p. 2). |
B.6. Het recht op de eerbiediging van het privéleven en het | B.6. Le droit au respect de la vie privée et familiale, tel qu'il est |
gezinsleven, zoals het door de voormelde bepalingen wordt gewaarborgd, | garanti par les dispositions précitées, a pour but essentiel de |
beoogt in wezen de personen te beschermen tegen inmengingen in hun | protéger les personnes contre des ingérences dans leur vie privée et |
privéleven en hun gezinsleven. | familiale. |
Artikel 22, eerste lid, van de Grondwet en artikel 8 van het Europees | L'article 22, alinéa 1er, de la Constitution et l'article 8 de la |
Verdrag voor de rechten van de mens sluiten een overheidsinmenging in | Convention européenne des droits de l'homme n'excluent pas une |
het recht op eerbiediging van het privéleven niet uit, maar vereisen | ingérence d'une autorité publique dans le droit au respect de la vie |
dat zij wordt toegestaan door een voldoende precieze wettelijke | privée mais ils exigent que cette ingérence soit autorisée par une |
bepaling, dat zij beantwoordt aan een dwingende maatschappelijke | disposition législative suffisamment précise, qu'elle corresponde à un |
behoefte en dat zij evenredig is met de daarmee nagestreefde wettige | besoin social impérieux et soit proportionnée à l'objectif légitime |
doelstelling. Die bepalingen houden voor de overheid bovendien de | qu'elle poursuit. Ces dispositions engendrent de surcroît l'obligation |
positieve verplichting in om maatregelen te nemen die een | |
daadwerkelijke eerbiediging van het privéleven en het gezinsleven | positive pour l'autorité publique de prendre des mesures qui assurent |
verzekeren, zelfs in de sfeer van de onderlinge verhoudingen tussen | le respect effectif de la vie privée et familiale, même dans la sphère |
individuen (EHRM, 27 oktober 1994, Kroon e.a. t. Nederland, § 31; | des relations entre les individus (CEDH, 27 octobre 1994, Kroon et |
grote kamer, 12 oktober 2013, Söderman t. Zweden, § 78). | autres c. Pays-Bas, § 31; grande chambre, 12 octobre 2013, Söderman c. |
B.7. De procedures met betrekking tot het vaststellen of betwisten van | Suède, § 78). B.7. Les procédures relatives à l'établissement ou à la contestation |
de vaderlijke afstamming, raken het privéleven van de verzoeker, omdat | de paternité concernent la vie privée du requérant, parce que la |
de materie van de afstamming belangrijke aspecten van iemands | matière de la filiation englobe d'importants aspects de l'identité |
persoonlijke identiteit omvat (EHRM, 28 november 1984, Rasmussen t. | personnelle d'un individu (CEDH, 28 novembre 1984, Rasmussen c. |
Denemarken, § 33; 24 november 2005, Shofman t. Rusland, § 30; 12 | Danemark, § 33; 24 novembre 2005, Shofman c. Russie, § 30; 12 janvier |
januari 2006, Mizzi t. Malta, § 102; 16 juni 2011, Pascaud t. | 2006, Mizzi c. Malte, § 102; 16 juin 2011, Pascaud c. France, § § |
Frankrijk, § § 48-49; 21 juni 2011, Kruskovic t. Kroatië, § 20; 22 | 48-49; 21 juin 2011, Kruskovic c. Croatie, § 20; 22 mars 2012, Ahrens |
maart 2012, Ahrens t. Duitsland, § 60; 12 februari 2013, Krisztiàn | c. Allemagne, § 60; 12 février 2013, Krisztiàn Barnabàs Tóth c. |
Barnabàs Tóth t. Hongarije, § 28). | Hongrie, § 28). |
De in het geding zijnde regeling voor de betwisting van de erkenning | Le régime en cause de contestation de la reconnaissance de paternité |
van het vaderschap valt derhalve onder de toepassing van artikel 22 | relève donc de l'application de l'article 22 de la Constitution et de |
van de Grondwet en van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de | l'article 8 de la Convention européenne des droits de l'homme. |
rechten van de mens. | |
B.8. De wetgever beschikt bij de uitwerking van een regeling die een | B.8. Le législateur, lorsqu'il élabore un régime qui entraîne une |
overheidsinmenging in het privéleven inhoudt, over een | ingérence de l'autorité publique dans la vie privée, jouit d'une marge |
appreciatiemarge om rekening te houden met een billijk evenwicht | d'appréciation pour tenir compte du juste équilibre à ménager entre |
tussen de tegenstrijdige belangen van het individu en de samenleving | les intérêts concurrents de l'individu et de la société dans son |
in haar geheel (EHRM, 26 mei 1994, Keegan t. Ierland, § 49; 27 oktober | ensemble (CEDH, 26 mai 1994, Keegan c. Irlande, § 49; 27 octobre 1994, |
1994, Kroon e.a. t. Nederland, § 31; 2 juni 2005, Znamenskaya t. | Kroon et autres c. Pays-Bas, § 31; 2 juin 2005, Znamenskaya c. Russie, |
Rusland, § 28; 24 november 2005, Shofman t. Rusland, § 34; 20 december | § 28; 24 novembre 2005, Shofman c. Russie, § 34; 20 décembre 2007, |
2007, Phinikaridou t. Cyprus, § § 51 tot 53; 25 februari 2014, Ostace | Phinikaridou c. Chypre, § § 51 à 53; 25 février 2014, Ostace c. |
t. Roemenië, § 33). | Roumanie, § 33). |
Die appreciatiemarge van de wetgever is evenwel niet onbegrensd : om | Cette marge d'appréciation du législateur n'est toutefois pas |
te oordelen of een wettelijke regeling verenigbaar is met het recht op | illimitée : pour apprécier si une règle législative est compatible |
de eerbiediging van het privéleven, moet worden nagegaan of de | avec le droit au respect de la vie privée, il convient de vérifier si |
wetgever een billijk evenwicht heeft gevonden tussen alle rechten en | le législateur a trouvé un juste équilibre entre tous les droits et |
belangen die in het geding zijn. Zulks vereist dat de wetgever niet | intérêts en cause. Pour cela, il ne suffit pas que le législateur |
alleen een afweging maakt tussen de belangen van het individu | ménage un équilibre entre les intérêts concurrents de l'individu et de |
tegenover die van de samenleving in haar geheel, maar tevens tussen de | la société dans son ensemble mais il doit également ménager un |
tegenstrijdige belangen van de betrokken personen (EHRM, 6 juli 2010, | équilibre entre les intérêts contradictoires des personnes concernées |
Backlund t. Finland, § 46; 15 januari 2013, Laakso t. Finland, § 46; | (CEDH, 6 juillet 2010, Backlund c. Finlande, § 46; 15 janvier 2013, |
29 januari 2013, Röman t. Finland, § 51). Dit is noodzakelijk opdat er | Laakso c. Finlande, § 46; 29 janvier 2013, Röman c. Finlande, § 51). |
sprake kan zijn van een maatregel die evenredig is met de nagestreefde | Cette condition doit être remplie pour qu'il puisse être question |
d'une mesure proportionnée aux objectifs poursuivis par le | |
wettelijke doelstellingen. | législateur. |
B.9. De rust der families en de rechtszekerheid van de familiale | B.9. La paix des familles et la sécurité juridique des liens |
banden, enerzijds, en het belang van het kind, anderzijds, zijn | familiaux, d'une part, et l'intérêt de l'enfant, d'autre part, |
legitieme doelstellingen waarvan de wetgever kan uitgaan om een | constituent des buts légitimes dont le législateur peut tenir compte |
onbeperkte mogelijkheid tot betwisting van de erkenning van het | pour empêcher que la contestation de la reconnaissance de paternité |
vaderschap te verhinderen. In dat opzicht is het pertinent om de | puisse être exercée sans limitation. A cet égard, il est pertinent de |
biologische werkelijkheid niet a priori te laten prevaleren op de | ne pas laisser prévaloir a priori la réalité biologique sur la réalité |
socioaffectieve werkelijkheid van het vaderschap. | socio-affective de la paternité. |
B.10. Door het bezit van staat als absolute grond van | B.10. En érigeant la « possession d'état » en fin de non-recevoir |
niet-ontvankelijkheid van de vordering tot betwisting van de erkenning | absolue de l'action en contestation de la reconnaissance de paternité, |
van het vaderschap in te stellen, heeft de wetgever de socioaffectieve | le législateur a cependant fait prévaloir dans tous les cas la réalité |
werkelijkheid van het vaderschap evenwel steeds laten prevaleren op de | socio-affective de la paternité sur la réalité biologique. Du fait de |
biologische werkelijkheid. Door die absolute grond van | cette fin de non-recevoir absolue, l'homme qui a reconnu l'enfant et |
niet-ontvankelijkheid wordt de man die het kind heeft erkend en die op | qui, au moment de la reconnaissance, ignorait qu'il n'était pas le |
het ogenblik van de erkenning niet wist dat hij niet de biologische | père biologique est totalement privé de la possibilité de contester sa |
vader was, op absolute wijze uitgesloten van de mogelijkheid om zijn | propre reconnaissance de paternité. |
erkenning van het vaderschap te betwisten. | |
Aldus bestaat voor de rechter geen enkele mogelijkheid om rekening te | Il n'existe dès lors, pour le juge, aucune possibilité de tenir compte |
houden met de belangen van alle betrokken partijen. | des intérêts de toutes les parties concernées. |
Een dergelijke maatregel is onevenredig met de door de wetgever | Une telle mesure n'est pas proportionnée aux buts légitimes poursuivis |
nagestreefde, legitieme doelstellingen. De in het geding zijnde | par le législateur. La disposition en cause n'est dès lors pas |
bepaling is derhalve niet bestaanbaar met artikel 22 van de Grondwet, | compatible avec l'article 22 de la Constitution, combiné avec |
in samenhang gelezen met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de | l'article 8 de la Convention européenne des droits de l'homme. |
rechten van de mens. | |
B.11. De prejudiciële vraag dient bevestigend te worden beantwoord. | B.11. La question préjudicielle appelle une réponse affirmative. |
Om die redenen, | Par ces motifs, |
het Hof | la Cour |
zegt voor recht : | dit pour droit : |
Artikel 330, § 1, eerste lid, tweede zin, van het Burgerlijk Wetboek | L'article 330, § 1er, alinéa 1er, deuxième phrase, du Code civil viole |
schendt artikel 22 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 | l'article 22 de la Constitution, combiné avec l'article 8 de la |
van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, in zoverre de | Convention européenne des droits de l'homme, en ce que l'action en |
vordering tot betwisting van de erkenning van het vaderschap door de | contestation de la reconnaissance paternelle introduite par l'homme |
man die het kind heeft erkend, niet ontvankelijk is indien het kind | qui a reconnu l'enfant n'est pas recevable si l'enfant a la possession |
bezit van staat heeft ten aanzien van degene die het heeft erkend en | d'état à l'égard de celui qui l'a reconnu et qui, au moment de la |
die op het ogenblik van de erkenning niet wist dat hij niet de biologische vader was. | reconnaissance, ignorait qu'il n'était pas le père biologique. |
Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel | Ainsi rendu en langue néerlandaise et en langue française, |
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, | conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur |
op 19 september 2014. | la Cour constitutionnelle, le 19 septembre 2014. |
De griffier, | Le greffier, |
P.-Y. Dutilleux | P.-Y. Dutilleux |
De voorzitter, | Le président, |
A. Alen | A. Alen |