Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 13/2009 van 21 januari 2009 Rolnummer 4420 In zake : de prejudiciële vragen over artikel 162bis van het Wetboek van strafvordering, zoals ingevoegd bij artikel 9 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaal Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de rechter(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 13/2009 van 21 januari 2009 Rolnummer 4420 In zake : de prejudiciële vragen over artikel 162bis van het Wetboek van strafvordering, zoals ingevoegd bij artikel 9 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaal Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de rechter(...) Extrait de l'arrêt n° 13/2009 du 21 janvier 2009 Numéro du rôle : 4420 En cause : les questions préjudicielles concernant l'article 162bis du Code d'instruction criminelle, tel qu'il a été inséré par l'article 9 de la loi du 21 avril 2007 La Cour constitutionnelle, composée des présidents M. Bossuyt et M. Melchior, et des juges P. Ma(...)
GRONDWETTELIJK HOF COUR CONSTITUTIONNELLE
Uittreksel uit arrest nr. 13/2009 van 21 januari 2009 Extrait de l'arrêt n° 13/2009 du 21 janvier 2009
Rolnummer 4420 Numéro du rôle : 4420
In zake : de prejudiciële vragen over artikel 162bis van het Wetboek En cause : les questions préjudicielles concernant l'article 162bis du
van strafvordering, zoals ingevoegd bij artikel 9 van de wet van 21 Code d'instruction criminelle, tel qu'il a été inséré par l'article 9
april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten de la loi du 21 avril 2007 relative à la répétibilité des honoraires
verbonden aan de bijstand van een advocaat, gesteld door de Correctionele Rechtbank te Ieper. et des frais d'avocat, posées par le Tribunal correctionnel d'Ypres.
Het Grondwettelijk Hof, La Cour constitutionnelle,
samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en M. Melchior, en de composée des présidents M. Bossuyt et M. Melchior, et des juges P.
rechters P. Martens, R. Henneuse, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, Martens, R. Henneuse, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe,
J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, J. Spreutels en T. Merckx-Van J.-P. Moerman, E. Derycke, J. Spreutels et T. Merckx-Van Goey,
Goey, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder assistée du greffier P.-Y. Dutilleux, présidée par le président M.
voorzitterschap van voorzitter M. Bossuyt, Bossuyt,
wijst na beraad het volgende arrest : après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant :
I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging I. Objet des questions préjudicielles et procédure
Bij vonnis van 21 januari 2008 in zake het openbaar ministerie en N.M. Par jugement du 21 janvier 2008 en cause du ministère public et de
tegen J.B. en anderen, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is N.M. contre J.B. et autres, dont l'expédition est parvenue au greffe
ingekomen op 28 januari 2008, heeft de Correctionele Rechtbank te de la Cour le 28 janvier 2008, le Tribunal correctionnel d'Ypres a
Ieper de volgende prejudiciële vragen gesteld : posé les questions préjudicielles suivantes :
1. « Schendt artikel 162bis Wetboek van strafvordering de artikelen 10 1. « L'article 162bis du Code d'instruction criminelle viole-t-il les
en 11 van de Grondwet eventueel gelezen in samenhang met artikel 6 articles 10 et 11 de la Constitution, combinés éventuellement avec
EVRM en de artikelen 14,2 en 14,3, g IVBPR daar waar de beklaagde die l'article 6 de la Convention européenne des droits de l'homme et avec
les articles 14.2 et 14.3, g), du Pacte international relatif aux
droits civils et politiques, en ce que le prévenu condamné est tenu de
veroordeeld wordt, gehouden is tot het betalen aan de burgerlijke payer à la partie civile l'indemnité de procédure visée à l'article
partij van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het 1022 du Code judiciaire, alors que la partie civile, lorsqu'elle
Gerechtelijk Wetboek daar waar de burgerlijke partij wanneer zij in succombe ou lorsqu'elle succombe sur quelque chef, n'est pas tenue de
het ongelijk wordt gesteld of wanneer zij omtrent enig geschilpunt in
het ongelijk wordt gesteld niet gehouden is tot het betalen van de
rechtsplegingsvergoeding aan de beklaagde ? »; payer l'indemnité de procédure au prévenu ? »;
2. « Worden de beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie in de 2. « Les principes d'égalité et de non-discrimination contenus dans
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, samen gelezen met artikel 6 EVRM les articles 10 et 11 de la Constitution, combinés avec l'article 6 de
en de artikelen 14,2 en 14,3, g IVBPR niet geschonden doordat de la Convention européenne des droits de l'homme et avec les articles
beklaagde de rechtsplegingsvergoeding slechts kan vermijden door 14.2 et 14.3, g), du Pacte international relatif aux droits civils et
voorafgaandelijk de burgerlijke partij te vergoeden waardoor afbreuk politiques, ne sont-ils pas violés en ce que le prévenu ne peut éviter
wordt gedaan aan zijn rechten van verdediging waaronder begrepen het l'indemnité de procédure qu'en indemnisant préalablement la partie
vermoeden van onschuld en het recht om niet te worden gedwongen tegen civile, par quoi il est porté atteinte à ses droits de défense, en ce
zichzelf te getuigen terwijl daarentegen in het burgerlijk proces compris la présomption d'innocence et le droit de ne pas être forcé de
voorzien is dat geen vergoeding verschuldigd is indien de verweerder témoigner contre soi-même, alors qu'il est prévu par contre, dans la
of de gedaagde in hoger beroep, voor de inschrijving van de zaak op de procédure civile, qu'aucune indemnité n'est due lorsque le défendeur
rol, de eis inwilligt en zijn verbintenissen kwijt in hoofdsom, ou l'intimé, avant l'inscription de l'affaire au rôle, acquiesce à la
interesten en kosten en in geval de verweerder of de gedaagde in hoger demande et remplit ses obligations en principal, intérêts et frais et
beroep na de inschrijving op de rol, de eis inwilligt en zijn que si le défendeur ou l'intimé, après la mise au rôle, fait droit à
verbintenissen kwijt in hoofdsom, interesten en kosten, het bedrag van la demande et s'acquitte de ses obligations en principal, intérêts et
de vergoeding gelijk is aan één kwart van de basisvergoeding zonder frais, le montant de l'indemnité est égal à un quart de l'indemnité de
hoger te kunnen zijn dan 1.000 euro ? ». base, sans pouvoir être supérieur à 1.000 euros ? ».
(...) (...)
III. In rechte III. En droit
(...) (...)
Wat de ontvankelijkheid van de memorie van tussenkomst van de partijen Quant à la recevabilité du mémoire en intervention des parties H.B. et
H.B. en de nv D.-C. betreft SA D.-C.
B.1. De Ministerraad betwist de tussenkomst van de partijen H.B. en de B.1. Le Conseil des ministres conteste l'intervention des parties H.B.
nv D.-C., die hun belang baseren op het feit dat zij betrokken zijn in et SA D.-C., qui fondent leur intérêt sur le fait qu'elles sont
een analoge zaak waarin toepassing dient te worden gemaakt van de in concernées par une affaire analogue, dans laquelle il y a lieu de
het geding zijnde bepaling. faire application de la disposition en cause.
B.2.1. Artikel 87, § 1, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 B.2.1. L'article 87, § 1er, de la loi spéciale du 6 janvier 1989
bepaalt : dispose :
« Wanneer het Arbitragehof, bij wijze van prejudiciële beslissing, « Lorsque la Cour d'arbitrage statue, à titre préjudiciel, sur les
uitspraak doet op vragen als bedoeld in artikel 26, kan ieder die van questions visées à l'article 26, toute personne justifiant d'un
een belang doet blijken in de zaak voor de rechter die de verwijzing intérêt dans la cause devant la juridiction qui ordonne le renvoi,
gelast, een memorie aan het Hof richten binnen dertig dagen na de peut adresser un mémoire à la Cour dans les trente jours de la
bekendmaking voorgeschreven in artikel 74. Hij wordt daardoor geacht publication prescrite par l'article 74. Elle est, de ce fait, réputée
partij in het geding te zijn ». partie au litige ».
B.2.2. Zoals de Ministerraad opmerkt, heeft het Hof aanvankelijk B.2.2. Ainsi que l'observe le Conseil des ministres, la Cour a
geoordeeld dat de enkele hoedanigheid van partij bij een procedure die considéré, dans un premier temps, que la simple qualité de partie à
analoog is met die welke bij het Hof prejudicieel aanhangig is, niet une procédure analogue à celle dont la Cour est saisie à titre
volstaat om te doen blijken van het belang om in een procedure préjudiciel ne suffisait pas pour établir l'intérêt à intervenir dans
betreffende een prejudiciële vraag tussen te komen (onder meer arrest une procédure sur question préjudicielle (voy. notamment arrêt n°
nr. 82/95, B.1.2). 82/95, B.1.2).
In zijn arrest nr. 56/93 van 8 juli 1993 heeft het Hof daarvoor een Dans son arrêt n° 56/93 du 8 juillet 1993, la Cour a donné à sa
principiële verantwoording gegeven naar aanleiding van een exceptie position une justification de principe, à l'occasion d'une exception
van ongrondwettigheid van artikel 87, § 1 : d'inconstitutionnalité soulevée à l'encontre de l'article 87, § 1er :
« Nu de wetgever de draagwijdte van het arrest dat is gewezen op de « Dès lors qu'il limitait la portée de l'arrêt rendu sur question
prejudiciële vraag in het geschil naar aanleiding waarvan de vraag is préjudicielle au litige à l'occasion duquel a été posée la question,
gesteld, heeft beperkt, kon hij de tussenkomst voor het Hof beperken le législateur pouvait limiter l'intervention devant la Cour aux
tot de personen die in dat geschil mochten tussenkomen. Het is personnes pouvant intervenir dans ce litige. Sans doute est-il exact
weliswaar juist dat het arrest, gewezen op prejudiciële vraag, een que l'arrêt rendu sur question préjudicielle pourrait avoir un effet
indirect effect zou kunnen hebben op soortgelijke geschillen aangezien indirect sur des litiges comparables puisque le juge saisi pourrait
de geadieerde rechter van oordeel zou kunnen zijn dat hij geen vraag estimer ne pas devoir poser une question à la Cour parce que celle-ci
aan het Hof hoeft te stellen omdat het Hof reeds op een vraag met a déjà statué sur une question ayant le même objet. Rien n'empêche
hetzelfde onderwerp uitspraak heeft gedaan. Niets belet echter de cependant les parties de développer des arguments devant ce juge pour
partijen voor die rechter argumenten uiteen te zetten om hem te le convaincre de poser à son tour une question à la Cour » (B.2.7).
overtuigen op zijn beurt een vraag aan het Hof te stellen » (B.2.7). B.2.3. Dans des arrêts ultérieurs, la Cour a toutefois nuancé son
B.2.3. In latere arresten heeft het Hof zijn standpunt evenwel point de vue et accepté l'intérêt dans une procédure analogue dans un
genuanceerd en het belang in een analoge procedure in een aantal certain nombre de cas, bien qu'elle ait maintenu, dans son arrêt n°
gevallen aanvaard, ofschoon het in zijn arrest nr. 82/2005 van 27 82/2005 du 27 avril 2005, le principe qu'une affaire analogue devait
april 2005 het principe heeft gehandhaafd dat reeds een analoge zaak déjà être pendante. La circonstance qu'un arrêt de la Cour pourrait
hangende moet zijn. De omstandigheid dat een arrest van het Hof een
invloed zou kunnen hebben op de beslissing van een rechter aan wie avoir une influence sur la décision d'un juge saisi ultérieurement de
later analoge vragen worden voorgelegd, wordt niet van dien aard questions analogues n'est pas de nature à justifier un intérêt, car il
geacht dat daaruit een belang blijkt, omdat zulks voor elke
rechtzoekende kan gelden (B.2.3). peut en être ainsi de tout justiciable (B.2.3).
B.2.4. Ofschoon moet worden vermeden dat voor het Hof personen in B.2.4. Si la Cour doit éviter que n'interviennent devant elle des
rechte treden die slechts een hypothetisch belang hebben bij de aan personnes qui n'ont qu'un intérêt hypothétique aux questions
het Hof gestelde prejudiciële vragen, dient het rekening te houden met préjudicielles qui lui sont posées, elle doit avoir égard à l'autorité
het versterkte gezag van gewijsde dat voortvloeit uit artikel 26, § 2, de chose jugée renforcée qui découle de l'article 26, § 2, alinéa 2,
tweede lid, 2°, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 en ervoor te 2°, de la loi spéciale du 6 janvier 1989 et prévenir la multiplication
zorgen dat prejudiciële vragen met betrekking tot identieke problemen de questions préjudicielles portant sur des problèmes identiques. En
niet worden vermenigvuldigd. Door toe te staan dat elke persoon die permettant que toute personne justifiant d'un intérêt puisse demander
doet blijken van een belang de vernietiging kan vorderen van een l'annulation d'une disposition dont la Cour, statuant sur question
bepaling waarvan het Hof, uitspraak doende op een prejudiciële vraag, préjudicielle, a constaté qu'elle violait la Constitution, l'article
heeft vastgesteld dat ze de Grondwet schendt, heeft artikel 4, tweede lid, dat in de bijzondere wet van 6 januari 1989 is ingevoerd bij de bijzondere wet van 9 maart 2003, het gevolg versterkt dat een op prejudiciële vraag gewezen arrest kan hebben voor de personen die geen partij waren bij dat arrest. B.2.5. In het arrest nr. 44/2008 van 4 maart 2008 heeft het Hof dan ook gesteld dat er dient te worden aangenomen dat de personen die het afdoende bewijs leveren van het rechtstreekse gevolg dat het antwoord dat het Hof op een prejudiciële vraag zal geven, op hun persoonlijke situatie kan hebben, doen blijken van een belang om voor het Hof tussen te komen. 4, alinéa 2, qui a été introduit dans la loi spéciale du 6 janvier 1989 par la loi spéciale du 9 mars 2003, a accru l'effet que peut avoir un arrêt préjudiciel sur des personnes qui n'étaient pas parties à cet arrêt. B.2.5. Dans l'arrêt n° 44/2008 du 4 mars 2008, la Cour a donc considéré qu'il convient d'admettre que justifient d'un intérêt à intervenir devant la Cour les personnes qui font la preuve suffisante de l'effet direct que peut avoir sur leur situation personnelle la réponse que va donner la Cour à une question préjudicielle.
B.3. Ingaande op het verzoek van het Hof hebben de tussenkomende B.3. Faisant suite à la demande de la Cour, la partie intervenante
partijen H.B. en de nv D.-C. het Hof in kennis gesteld van de stand H.B. et la partie intervenante SA D.-C. ont informé la Cour de l'état
van de rechtspleging waarin naar hun oordeel het antwoord op de de la procédure dans laquelle, à leur estime, la réponse aux questions
voorliggende prejudiciële vragen relevant zou kunnen zijn, gelet op préjudicielles pendantes pourrait être pertinente, eu égard au fait
het feit dat zij de rechtbank die hun zaak behandelt, hebben verzocht qu'elles ont invité le tribunal instruisant leur affaire à poser
eveneens een prejudiciële vraag te stellen. également une question préjudicielle.
Het Hof stelt vast dat, bij een vonnis van 9 september 2008, waartegen La Cour constate que, par un jugement du 9 septembre 2008, contre
een voorziening werd ingesteld bij het Hof van Cassatie, de Rechtbank lequel un pourvoi a été introduit devant la Cour de cassation, le
van eerste aanleg te Gent, zitting houdend in hoger beroep, enerzijds, Tribunal de première instance de Gand, siégeant en degré d'appel a,
het hoger beroep ontvankelijk heeft verklaard maar niet gegrond wat d'une part, déclaré l'appel recevable mais non fondé en ce qui
een deel van de schade betreft, en, anderzijds, de uitspraak heeft concerne une partie du préjudice, d'autre part, réservé à statuer en
aangehouden wat andere aspecten van de schade betreft - waarbij de ce qui concerne d'autres aspects du préjudice, les parties étant
partijen werden verzocht haar aanvullende gegevens te verstrekken -, invitées à lui fournir des informations complémentaires, et enfin a
en ten slotte de beslissing over de kosten heeft aangehouden. réservé à statuer concernant les dépens.
Uit hetgeen voorafgaat blijkt dat de kwestie van de kosten en van de Il ressort de ce qui précède que la question des dépens et de la
grondwettigheid van artikel 162bis van het Wetboek van strafvordering constitutionnalité de l'article 162bis du Code d'instruction
nog niet werd onderzocht door de Rechtbank van eerste aanleg te Gent, criminelle n'a pas encore été abordée par le Tribunal de première
zodat de partijen H.B. en de nv D.-C. er belang bij hebben om in deze instance de Gand, de sorte que les parties H.B. et SA D.-C. ont
zaak tussen te komen. intérêt à intervenir dans la présente affaire.
B.4. De exceptie wordt verworpen. B.4. L'exception est rejetée.
Ten gronde Quant au fond
Wat de eerste prejudiciële vraag betreft En ce qui concerne la première question préjudicielle
B.5. De eerste prejudiciële vraag betreft de bestaanbaarheid van B.5. La première question préjudicielle concerne la compatibilité de
artikel 162bis van het Wetboek van strafvordering, ingevoegd bij de l'article 162bis du Code d'instruction criminelle, inséré par la loi
wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen du 21 avril 2007 relative à la répétibilité des honoraires et des
en de kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat, met de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen frais d'avocat, avec les articles 10 et 11 de la Constitution,
met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en combinés ou non avec l'article 6 de la Convention européenne des
met de artikelen 14.2 en 14.3, littera g), van het Internationaal droits de l'homme et avec les articles 14.2 et 14.3, littera g), du
Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, doordat de Pacte international relatif aux droits civils et politiques, en ce que
beklaagde die wordt veroordeeld, is gehouden tot het betalen van de le prévenu condamné est tenu de payer à la partie civile l'indemnité
rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk de procédure visée à l'article 1022 du Code judiciaire, alors que la
Wetboek aan de burgerlijke partij, terwijl de burgerlijke partij die
in het ongelijk wordt gesteld of die omtrent enig geschilpunt in het partie civile, lorsqu'elle succombe ou lorsqu'elle succombe sur
ongelijk wordt gesteld, niet is gehouden tot het betalen van de rechtsplegingsvergoeding aan de beklaagde. quelque chef, n'est pas tenue de payer l'indemnité de procédure au prévenu.
B.6.1. Volgens de motieven van het verwijzingsvonnis beogen de B.6.1. Selon les motifs du jugement a quo, les questions
prejudiciële vragen in het algemeen van het Hof te vernemen of de préjudicielles portent sur le point de savoir de manière générale si
voormelde wet van 21 april 2007 « de schending die door het la loi précitée du 21 avril 2007 « a supprimé la violation des
articles 10 et 11 de la Constitution, combinés avec l'article 6 de la
Grondwettelijk Hof [in het arrest nr. 57/2006 van 19 april 2006] werd vastgesteld van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in samenhang gelezen met artikel 6 EVRM heeft opgeheven ». B.6.2. Het Hof is niet bevoegd om door middel van het antwoord op een prejudiciële vraag op algemene wijze de grondwettigheid van de in het geding zijnde wettelijke bepaling in alle mogelijke aspecten van de verhouding tussen de beklaagde en de burgerlijke partij te toetsen en in het bijzonder na te gaan of die wet een eerder vastgestelde schending « heeft opgeheven ». Dat geldt des te meer nu over die bepaling verschillende prejudiciële vragen werden gesteld waarin zeer concrete aspecten van de verhaalbaarheid van advocatenkosten in strafzaken, in het bijzonder met betrekking tot het verschil in behandeling van de beklaagde en de burgerlijke partij, in het geding zijn. B.6.3. Het Hof onderzoekt de prejudiciële vragen bijgevolg uitsluitend rekening houdend met de relevante feitelijke procedurele omstandigheden van de zaak, namelijk het feit dat in de strafzaak het openbaar ministerie de beklaagde voor de strafrechter heeft gedagvaard en de burgerlijke partij haar vordering slechts heeft doen aansluiten bij de door het openbaar ministerie ingestelde strafvordering. De bestaanbaarheid van de in het geding zijnde bepaling met de Convention européenne des droits de l'homme, qui avait été constatée par la Cour constitutionnelle » dans l'arrêt n° 57/2006 du 19 avril 2006. B.6.2. La Cour n'est pas compétente pour contrôler, de manière générale, au moyen de la réponse donnée à une question préjudicielle, la constitutionnalité de la disposition législative en cause dans tous les aspects possibles de la relation entre le prévenu et la partie civile et pour vérifier, en particulier, si cette loi « a supprimé » une violation précédemment constatée. Il en va d'autant plus ainsi que différentes questions préjudicielles ont été posées concernant cette disposition, mettant en cause des aspects très concrets de la répétibilité des honoraires d'avocat dans les affaires pénales, en particulier quant à la différence de traitement entre le prévenu et la partie civile. B.6.3. La Cour examine donc uniquement les questions préjudicielles en tenant compte des circonstances procédurales concrètes pertinentes de l'affaire, à savoir le fait que, dans une affaire pénale, le ministère public a cité le prévenu devant le juge pénal et que la partie civile a simplement greffé son action sur l'action publique intentée par le ministère public.
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen La compatibilité de la disposition en cause avec les articles 10 et 11
met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de la Constitution, combinés ou non avec l'article 6 de la Convention
met de artikelen 14.2 en 14.3, littera g), van het Internationaal européenne des droits de l'homme et avec les articles 14.2 et 14.3,
Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, wordt derhalve littera g), du Pacte international relatif aux droits civils et
slechts onderzocht in zoverre zij op het vlak van de verhaalbaarheid politiques, n'est, partant, examinée qu'en ce qu'elle entraîne, en
van de advocatenkosten leidt tot een verschillende behandeling van de matière de répétibilité des honoraires d'avocat, une différence de
beklaagde die werd veroordeeld en de burgerlijke partij die in het traitement entre le prévenu condamné et la partie civile qui a
ongelijk werd gesteld in haar burgerlijke vordering wanneer zij haar succombé dans son action civile, lorsqu'elle a greffé cette action sur
vordering heeft doen aansluiten bij de door het openbaar ministerie l'action publique intentée par le ministère public.
ingestelde strafvordering.
B.7.1. Artikel 9 van de wet van 21 april 2007 voegt een artikel 162bis B.7.1. L'article 9 de la loi du 21 avril 2007 insère dans le Code
in het Wetboek van strafvordering in, dat bepaalt : d'instruction criminelle un article 162bis qui dispose :
« Ieder veroordelend vonnis, uitgesproken tegen de beklaagde en tegen « Tout jugement de condamnation rendu contre le prévenu et les
de personen die voor het misdrijf burgerrechtelijk aansprakelijk zijn, personnes civilement responsables de l'infraction les condamnera
veroordeelt hen tot het betalen aan de burgerlijke partij van de envers la partie civile à l'indemnité de procédure visée à l'article
rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek. 1022 du Code judiciaire.
De burgerlijke partij die rechtstreeks heeft gedagvaard en die in het La partie civile qui aura lancé une citation directe et qui succombera
ongelijk wordt gesteld, zal veroordeeld worden tot het aan de beklaagde betalen van de vergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek. De vergoeding wordt bepaald door het vonnis ». Dat artikel maakt deel uit van hoofdstuk III van de voormelde wet, waarvan de bepalingen het beginsel van de verhaalbaarheid uitbreiden tot de strafzaken, maar die uitbreiding beperken tot de verhoudingen tussen de inverdenkinggestelde of de beklaagde en de burgerlijke partij. De persoon die door een strafgerecht ten aanzien van de burgerlijke partij wordt veroordeeld, moet aldus aan die laatstgenoemde de rechtsplegingsvergoeding betalen. De burgerlijke partij wordt daarentegen ertoe veroordeeld de rechtsplegingsvergoeding te betalen aan de inverdenkinggestelde die een buitenvervolgingstelling geniet of aan de vrijgesproken beklaagde, maar enkel in de hypothese dat zij alleen verantwoordelijk is voor het op gang brengen van de strafvordering. Wanneer de strafvordering op gang wordt gebracht door ofwel het openbaar ministerie, ofwel een onderzoeksgerecht dat de inverdenkinggestelde verwijst naar een vonnisgerecht, is geen enkele rechtsplegingsvergoeding verschuldigd sera condamnée envers le prévenu à l'indemnité visée à l'article 1022 du Code judiciaire. L'indemnité sera liquidée par le jugement ». Cet article fait partie du chapitre III de la loi précitée, dont les dispositions étendent le principe de la répétibilité aux affaires pénales mais limitent cette extension aux relations entre l'inculpé ou le prévenu et la partie civile. Ainsi, la personne condamnée par une juridiction pénale envers la partie civile est redevable à celle-ci de l'indemnité de procédure. A l'inverse, la partie civile est condamnée à payer l'indemnité de procédure à l'inculpé bénéficiant d'un non-lieu ou au prévenu acquitté, mais uniquement dans l'hypothèse où elle est seule responsable de la mise en mouvement de l'action publique. Lorsque l'action publique est mise en mouvement soit par le ministère public, soit par une juridiction d'instruction qui renvoie l'inculpé
aan de buiten vervolging gestelde inverdenkinggestelde of aan de devant une juridiction de jugement, aucune indemnité de procédure
vrijgesproken beklaagde, noch ten laste van de burgerlijke partij, n'est due à l'inculpé bénéficiant d'un non-lieu ou au prévenu
noch ten laste van de overheid. acquitté, ni à charge de la partie civile, ni à charge des pouvoirs
B.7.2. In de parlementaire voorbereiding wordt aangegeven dat in de publics. B.7.2. Les travaux préparatoires indiquent que l'application de la
toepassing van de verhaalbaarheid voor de strafgerechten is voorzien répétibilité devant les juridictions répressives a été prévue parce
omdat het « meer conform [leek] te zijn met de principes van qu'il apparaissait « plus conforme aux principes d'égalité et de
gelijkheid en niet-discriminatie dat men de rechtsonderhorigen die het non-discrimination de traiter de manière identique les justiciables
herstel vragen van schade voor een burgerlijke dan wel voor een
strafrechtelijke rechtbank, gelijk zou behandelen », en dat het qui sollicitent la réparation d'un dommage devant une juridiction
voorstel om de regeling van de verhaalbaarheid uit te breiden tot de civile ou une juridiction répressive » et que la proposition d'étendre
relaties tussen de beklaagde en de burgerlijke partij in le système de la répétibilité dans les relations entre le prévenu et
overeenstemming was met het advies van de Ordes van advocaten en dat la partie civile était conforme à l'avis des ordres d'avocats et à
van de Hoge Raad voor de Justitie (Parl. St., Kamer, 2006-2007, DOC celui du Conseil supérieur de la Justice (Doc. parl., Chambre,
51-2891/002, pp. 5-6). 2006-2007, DOC 51-2891/002, pp. 5-6).
In verband met de situatie van de vrijgesproken beklaagde of de buiten En ce qui concerne la situation du prévenu acquitté ou de l'inculpé
vervolging gestelde inverdenkinggestelde is nog gepreciseerd : bénéficiant d'un non-lieu qui ne peut obtenir une indemnité de
« Overeenstemmend met het advies van de ordes van advocaten en van de procédure à charge de la partie civile, il est encore précisé :
Hoge Raad voor de Justitie, zal de verhaalbaarheid trouwens ook niet « La répétibilité ne jouera par ailleurs pas dans les relations entre
aan bod komen in de betrekkingen tussen de beklaagde en de Staat, die le prévenu et l'Etat, représenté par le ministère public, et ce
wordt vertegenwoordigd door het openbaar ministerie. Er moet op toujours conformément à l'avis des ordres d'avocats et du Conseil
gewezen worden dat het openbaar ministerie, door vervolging in te supérieur de la Justice. Il faut ici relever que le ministère public,
stellen, het algemeen belang vertegenwoordigt en derhalve niet op één en exerçant les poursuites, représente l'intérêt général et ne peut
lijn kan worden gesteld met een burgerlijke partij die de dès lors être mis sur le même pied qu'une partie civile qui mettrait
strafvordering alleen in gang zou zetten om een privébelang te seule en mouvement l'action publique pour la défense d'un intérêt
verdedigen » (ibid., pp. 6-7). particulier. » (ibid., pp. 6-7).
B.7.3. In het arrest nr. 182/2008 van 18 december 2008 heeft het Hof B.7.3. Dans l'arrêt n° 182/2008 du 18 décembre 2008, la Cour a jugé
geoordeeld dat, wegens de opdracht die aan het openbaar ministerie is qu'en raison de la mission qui est dévolue au ministère public, le
toegewezen, de wetgever vermocht ervan uit te gaan dat een regeling législateur a pu considérer qu'il ne convenait pas d'étendre au
volgens welke een rechtsplegingsvergoeding verschuldigd zou zijn ministère public un système selon lequel une indemnité de procédure
telkens als de vordering van het openbaar ministerie zonder gevolg serait automatiquement due chaque fois que son action reste sans effet.
blijft, niet tot de laatstgenoemde diende te worden uitgebreid. De ce qu'il n'a pas étendu, à charge de l'Etat en cas d'acquittement
Uit het feit dat hij de forfaitaire vergoedingsregeling waarin de ou de non-lieu, le système d'indemnisation forfaitaire prévu par les
artikelen 128, 162bis, 194 en 211 van het Wetboek van strafvordering articles 128, 162bis, 194 et 211 du Code d'instruction criminelle, il
voorzien, niet heeft uitgebreid ten laste van de Staat in geval van ne s'ensuit pas que le législateur aurait violé les articles 10 et 11
vrijspraak of buitenvervolgingstelling, vloeit niet voort dat hij de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6 de la Constitution, combinés avec l'article 6 de la Convention
van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, zou hebben geschonden. B.8. Artikel 162bis van het Wetboek van strafvordering voert een verschil in behandeling in tussen de beklaagde die door een strafgerecht wordt veroordeeld en aan de burgerlijke partij de rechtsplegingsvergoeding moet betalen, en de burgerlijke partij die enkel wordt veroordeeld tot betaling van de rechtsplegingsvergoeding aan de vrijgesproken beklaagde als zij die rechtstreeks heeft gedagvaard en zij in het ongelijk werd gesteld. B.9. Rekening houdend met wat in B.7.3 is gesteld, is het eveneens verantwoord dat de burgerlijke partij slechts tot de betaling van de rechtsplegingsvergoeding aan de vrijgesproken beklaagde of aan de inverdenkinggestelde die een buitenvervolgingstelling geniet, wordt veroordeeld wanneer zij zelf de strafvordering op gang heeft gebracht en niet wanneer zij haar vordering heeft doen aansluiten bij een door het openbaar ministerie ingestelde strafvordering of wanneer een onderzoeksgerecht de verwijzing van de beklaagde naar een vonnisgerecht heeft bevolen. In die gevallen, indien de eisen van de burgerlijke partij « niet ingewilligd worden, kan ze [voor de européenne des droits de l'homme. B.8. L'article 162bis du Code d'instruction criminelle instaure une différence de traitement entre le prévenu condamné par une juridiction pénale, qui doit payer à la partie civile l'indemnité de procédure, et la partie civile qui n'est condamnée à payer l'indemnité de procédure au prévenu acquitté que si elle a directement cité ce dernier et qu'elle a succombé. B.9. Eu égard à ce qui est énoncé en B.7.3, il est également justifié que la partie civile ne soit condamnée à payer l'indemnité de procédure au prévenu acquitté ou à l'inculpé bénéficiant d'un non-lieu que quand c'est elle qui a mis l'action publique en mouvement, et non quand elle a greffé son action sur une action publique menée par le ministère public ou quand une juridiction d'instruction a ordonné le renvoi du prévenu devant une juridiction de jugement. En effet, dans ces hypothèses, si la partie civile « échoue dans ses prétentions,
strafprocedure] niet aansprakelijk gesteld worden ten aanzien van de elle ne peut pas être tenue pour responsable de [la procédure pénale]
beklaagde en bijgevolg ook niet veroordeeld worden om die te vergoeden à l'égard du prévenu, et ne peut par conséquent pas être condamnée à
voor de procedurekosten die bij die gelegenheid zijn ontstaan » (Parl. l'indemniser pour les frais de procédure engendrés à cette occasion »
St., Kamer, 2006-2007, DOC 51-2891/002, p. 6; Parl. St., Senaat, (Doc. parl., Chambre, 2006-2007, DOC 51-2891/002, p. 6; Doc. parl.,
2006-2007, nr. 1686/4, p. 9). Sénat, 2006-2007, n° 1686/4, p. 9).
Een toetsing van de in het geding zijnde bepaling aan artikel 6 van Un contrôle de la disposition en cause au regard de l'article 6 de la
het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en aan de artikelen Convention européenne des droits de l'homme et au regard des articles
14.2 en 14.3, littera g), van het Internationaal Verdrag inzake 14.2 et 14.3, littera g), du Pacte international relatif aux droits
burgerrechten en politieke rechten leidt niet tot een andere civils et politiques ne conduit pas à une autre conclusion.
conclusie. B.10. De eerste prejudiciële vraag dient ontkennend te worden B.10. La première question préjudicielle appelle une réponse négative.
beantwoord. Wat de tweede prejudiciële vraag betreft En ce qui concerne la seconde question préjudicielle
B.11. De tweede prejudiciële vraag betreft de bestaanbaarheid met B.11. La seconde question préjudicielle concerne la compatibilité avec
dezelfde bepalingen, in het bijzonder de daarin gewaarborgde rechten les mêmes dispositions, en particulier avec les droits de la défense
van verdediging, waaronder het vermoeden van onschuld en het recht om qu'elles garantissent, dont la présomption d'innocence et le droit de
niet te worden gedwongen tegen zichzelf te getuigen, van de regeling ne pas être contraint de témoigner contre soi-même, des règles qui
waarbij de beklaagde, in strafzaken zoals in burgerlijke zaken, de permettraient au prévenu d'éviter, dans les affaires pénales comme
betaling van de rechtsplegingsvergoeding zou kunnen vermijden door dans les affaires civiles, le paiement de l'indemnité de procédure en
voorafgaandelijk de burgerlijke partij te vergoeden. indemnisant préalablement la partie civile.
B.12. Het Hof stelt vast dat de tweede prejudiciële vraag berust op de B.12. La Cour constate que la seconde question préjudicielle repose
interpretatie van een maatregel die niet in de in het geding zijnde sur l'interprétation d'une mesure qui ne figure pas dans la
bepaling is opgenomen, noch in een andere wettelijke bepaling, maar
wel in artikel 1, vierde en vijfde lid, van het koninklijk besluit van disposition en cause, ni dans une autre disposition législative, mais
26 oktober 2007 « tot vaststelling van het tarief van de bien à l'article 1er, alinéas 4 et 5, de l'arrêté royal du 26 octobre
rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de artikelen 1 tot 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van de advocaat ». Die bepalingen luiden : « Zo ook is geen vergoeding verschuldigd indien de verweerder of de gedaagde in hoger beroep vóór de inschrijving van de zaak op de rol, de eis inwilligt en zijn verbintenissen kwijt in hoofdsom, interesten en kosten. Ingeval de verweerder, of de gedaagde in hoger beroep, na de inschrijving op de rol, de eis inwilligt en zijn verbintenissen kwijt in hoofdsom, interesten en kosten, is het bedrag van de vergoeding gelijk aan één kwart van de basisvergoeding, zonder hoger te kunnen zijn dan 1.000 euro ». Het Hof is niet bevoegd om zich uit te spreken over de grondwettigheid van een koninklijk besluit. Gesteld dat de verwijzende rechter zou oordelen dat die bepaling toepasselijk zou zijn in strafzaken, zou het hemzelf toekomen te onderzoeken of zij in overeenstemming is met de 2007 fixant le tarif des indemnités de procédure visé à l'article 1022 du Code judiciaire et fixant la date d'entrée en vigueur des articles 1er à 13 de la loi du 21 avril 2007 relative à la répétibilité des honoraires et des frais d'avocat. Ces dispositions sont rédigées ainsi : « De même aucune indemnité n'est due lorsque le défendeur, ou l'intimé, avant l'inscription de l'affaire au rôle, acquiesce à la demande et remplit ses obligations en principal, intérêts et frais. Si le défendeur, ou l'intimé, après la mise au rôle, fait droit à la demande et s'acquitte de ses obligations en principal, intérêts et frais, le montant de l'indemnité est équivalent à un quart de l'indemnité de base, sans pouvoir être supérieure à 1.000 euros ». La Cour n'est pas compétente pour se prononcer sur la constitutionnalité d'un arrêté royal. Dans l'hypothèse où le juge a quo estimerait que cette disposition serait applicable en matière pénale, il lui reviendrait d'examiner si cette disposition est
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, met artikel 6 van het Europees conforme aux articles 10 et 11 de la Constitution, à l'article 6 de la
Verdrag voor de rechten van de mens en met de artikelen 14.2 en 14.3, Convention européenne des droits de l'homme et aux articles 14.2 et
littera g), van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en 14.3, littera g), du Pacte international relatif aux droits civils et
politieke rechten. politiques.
B.13. De tweede prejudiciële vraag behoeft geen antwoord. B.13. La seconde question préjudicielle n'appelle pas de réponse.
Om die reden, Par ces motifs,
het Hof la Cour
zegt voor recht : dit pour droit :
- Artikel 162bis van het Wetboek van strafvordering, zoals ingevoegd - L'article 162bis du Code d'instruction criminelle, tel qu'il a été
bij artikel 9 van de wet van 21 april 2007 betreffende de inséré par l'article 9 de la loi du 21 avril 2007 relative à la
verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand répétibilité des honoraires et des frais d'avocat, ne viole pas les
van een advocaat, schendt niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, articles 10 et 11 de la Constitution, combinés ou non avec l'article 6
al dan niet in samenhang gelezen met artikel 6 van het Europees
Verdrag voor de rechten van de mens en met de artikelen 14.2 en 14.3, de la Convention européenne des droits de l'homme et avec les articles
littera g), van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en 14.2 et 14.3, littera g), du Pacte international relatif aux droits
politieke rechten, in zoverre de burgerlijke partij niet wordt civils et politiques, en ce que la partie civile n'est pas condamnée à
veroordeeld tot betaling van de rechtsplegingsvergoeding aan de payer au prévenu acquitté l'indemnité de procédure lorsqu'elle a
vrijgesproken beklaagde wanneer zij haar vordering heeft doen greffé son action à l'action publique intentée par le ministère
aansluiten bij de door het openbaar ministerie ingestelde
strafvordering. public.
- De tweede prejudiciële vraag behoeft geen antwoord. - La seconde question préjudicielle n'appelle pas de réponse.
Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig Ainsi prononcé en langue néerlandaise et en langue française,
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989, à
terechtzitting van 21 januari 2009. l'audience publique du 21 janvier 2009.
De griffier, Le greffier,
P.-Y. Dutilleux. P.-Y. Dutilleux.
De voorzitter, Le président,
M. Bossuyt. M. Bossuyt.
^