Uittreksel uit arrest nr. 70/2005 van 20 april 2005 Rolnummer 3002 In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 524bis van het Wetboek van Strafvordering, gesteld door de Correctionele Rechtbank te Gent. Het Arbitragehof, sam wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging | Extrait de l'arrêt n° 70/2005 du 20 avril 2005 Numéro du rôle : 3002 En cause : les questions préjudicielles relatives à l'article 524bis du Code d'instruction criminelle, posées par le Tribunal correctionnel de Gand. La Cour d'arbitrag composée des présidents A. Arts et M. Melchior, et des juges M. Bossuyt, L. Lavrysen, J.-P. Snappe,(...) |
---|---|
ARBITRAGEHOF | COUR D'ARBITRAGE |
Uittreksel uit arrest nr. 70/2005 van 20 april 2005 | Extrait de l'arrêt n° 70/2005 du 20 avril 2005 |
Rolnummer 3002 | Numéro du rôle : 3002 |
In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 524bis van het | En cause : les questions préjudicielles relatives à l'article 524bis |
Wetboek van Strafvordering, gesteld door de Correctionele Rechtbank te | du Code d'instruction criminelle, posées par le Tribunal correctionnel |
Gent. | de Gand. |
Het Arbitragehof, | La Cour d'arbitrage, |
samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters | composée des présidents A. Arts et M. Melchior, et des juges M. |
M. Bossuyt, L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman en J. Spreutels, | Bossuyt, L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman et J. Spreutels, |
bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van | assistée du greffier P.-Y. Dutilleux, présidée par le président A. |
voorzitter A. Arts, | Arts, |
wijst na beraad het volgende arrest : | après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging | I. Objet des questions préjudicielles et procédure |
Bij vonnis van 30 april 2004 in zake het openbaar ministerie en de | Par jugement du 30 avril 2004 en cause du ministère public et des |
burgerlijke partijen C.L. en anderen tegen M.G., waarvan de expeditie | parties civiles C.L. et autres contre M.G., dont l'expédition est |
ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 18 mei 2004, heeft de | parvenue au greffe de la Cour d'arbitrage le 18 mai 2004, le Tribunal |
Correctionele Rechtbank te Gent de volgende prejudiciële vragen gesteld : | correctionnel de Gand a posé les questions préjudicielles suivantes : |
1. « Schendt artikel 524bis, § 1, van het Wetboek van Strafvordering | 1. « L'article 524bis, § 1er, du Code d'instruction criminelle |
het gelijkheidsbeginsel en het non-discriminatiebeginsel zoals | viole-t-il les principes d'égalité et de non-discrimination garantis |
gewaarborgd bij de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet | par les articles 10 et 11 de la Constitution, lus ou non en |
samen gelezen met de artikelen 6 EVRM en artikel 14 BUPO, schendt | combinaison avec l'article 6 de la Convention européenne des droits de |
doordat het bevelen van een bijzonder onderzoek naar de in artikel 42, | l'homme et l'article 14 du Pacte international relatif aux droits |
3°, en 43bis van het Strafwetboek bedoelde vermogensvoordelen | civils et politiques, en ce que le fait d'ordonner une enquête |
particulière sur les avantages patrimoniaux visés aux articles 42, 3°, | |
afhankelijk wordt gesteld van een vordering van het openbaar | et 43bis, du Code pénal est subordonné à une réquisition du ministère |
ministerie met uitsluiting van de burgerlijke partij, wat tot gevolg | public, à l'exclusion de la partie civile, ce qui peut avoir pour |
kan hebben dat de ene burgerlijke partij een verbeurdverklaring met | effet qu'une partie civile obtienne la confiscation avec attribution à |
toewijzing aan de burgerlijke partij kan bekomen en de andere | la partie civile et qu'une autre partie civile ne l'obtienne pas, en |
burgerlijke partij niet, louter afhankelijk van de beslissing van het | fonction simplement de la décision du ministère public de requérir ou |
openbaar ministerie om een bijzonder onderzoek te vorderen of niet ? | non une enquête particulière ? »; |
»; 2. « Schendt artikel 524bis van het Wetboek van Strafvordering het | 2. « L'article 524bis du Code d'instruction criminelle viole-t-il les |
gelijkheidsbeginsel en het non-discriminatiebeginsel zoals gewaarborgd | principes d'égalité et de non-discrimination garantis par les articles |
bij de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet samen gelezen | 10 et 11 de la Constitution, lus ou non en combinaison avec l'article |
met de artikelen 6 EVRM en artikel 14 BUPO, doordat de burgerlijke | 6 de la Convention européenne des droits de l'homme et l'article 14 du |
Pacte international relatif aux droits civils et politiques, en ce que | |
les plaignants qui se sont portés partie civile devant le juge | |
partijen die zich overeenkomstig artikel 67 van het Wetboek van | d'audience, conformément à l'article 67 du Code d'instruction |
Strafvordering voor de zittingsrechter stelden geen bijzonder | criminelle, ne peuvent demander ni une enquête particulière sur les |
onderzoek naar de in artikel 42, 3°, en 43bis van het Strafwetboek | avantages patrimoniaux visés aux articles 42, 3°, et 43bis, du Code |
bedoelde vermogensvoordelen kunnen vragen en wanneer een dergelijk | pénal ni des actes d'instruction complémentaires au cas où une telle |
onderzoek op vordering van het openbaar ministerie zou zijn bevolen, | enquête aurait été ordonnée sur réquisition du ministère public, alors |
geen bijkomende onderzoekshandelingen kunnen vragen, terwijl de | que les parties civiles qui se sont constituées telles devant le juge |
burgerlijke partijen die zich overeenkomstig artikel 63 van het | d'instruction, conformément à l'article 63 du Code d'instruction |
Wetboek van Strafvordering voor de onderzoeksrechter stelden wel een | criminelle, peuvent demander une enquête sur les avantages |
onderzoek naar de in artikel 42, 3°, en 43bis van het Strafwetboek | patrimoniaux visés aux articles 42, 3°, et 43bis, du Code pénal ainsi |
bedoelde vermogensvoordelen en bijkomende onderzoekshandelingen kunnen | que des actes d'instruction complémentaires, ce qui peut avoir pour |
vragen, wat tot gevolg kan hebben dat de burgerlijke partijen | effet que les parties civiles soient traitées de manière inégale les |
onderling ongelijk worden behandeld louter in functie van de instantie | unes par rapport aux autres, simplement en fonction de l'instance |
voor dewelke zij hun rechten laten gelden ? »; | devant laquelle elles font valoir leurs droits ? »; |
3. « Schendt artikel 524bis, § 1, van het Wetboek van Strafvordering | 3. « L'article 524bis, § 1er, du Code d'instruction criminelle |
de bepalingen van artikel 13 van de Grondwet, al dan niet in samenhang | viole-t-il les dispositions de l'article 13 de la Constitution, lues |
met artikel 6 EVRM en artikel 14 BUPO doordat het bevelen van een | ou non en combinaison avec l'article 6 de la Convention européenne des |
bijzonder onderzoek naar de in artikel 42, 3°, en 43bis van het | droits de l'homme et l'article 14 du Pacte international relatif aux |
Strafwetboek bedoelde vermogensvoordelen afhankelijk wordt gesteld van | droits civils et politiques, en ce que le fait d'ordonner une enquête |
een vordering van het openbaar ministerie, wat tot gevolg kan hebben | particulière sur les avantages patrimoniaux visés aux articles 42, 3°, |
dat de burgerlijke partij tegen haar wil zou worden afgetrokken van de | et 43bis, du Code pénal est subordonné à une réquisition du ministère |
bevoegde, onpartijdige en onafhankelijke rechter die de wet haar | public, ce qui peut avoir pour effet que la partie civile soit |
toekent met betrekking tot de beslissing over een bijzonder | distraite contre son gré du juge compétent, impartial et indépendant |
vermogensonderzoek en een eventuele verbeurdverklaring met toewijzing | que la loi lui assigne, en ce qui concerne la décision relative à une |
enquête particulière sur le patrimoine et à une éventuelle | |
aan de burgerlijke partij ? »; | confiscation avec attribution à la partie civile ? »; |
4. « Schendt artikel 524bis, § 1, van het Wetboek van Strafvordering | 4. « L'article 524bis, § 1er, du Code d'instruction criminelle |
het gelijkheidsbeginsel en het non-discriminatiebeginsel zoals | viole-t-il les principes d'égalité et de non-discrimination garantis |
gewaarborgd bij de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet | par les articles 10 et 11 de la Constitution, lus ou non en |
combinaison avec l'article 6 de la Convention européenne des droits de | |
samen gelezen met artikel 6 EVRM en artikel 14 BUPO, doordat het | l'homme et l'article 14 du Pacte international relatif aux droits |
bevelen van een bijzonder onderzoek naar de in artikel 42, 3°, en | civils et politiques, en ce que le fait d'ordonner une enquête |
43bis van het Strafwetboek bedoelde vermogensvoordelen afhankelijk | particulière sur les avantages patrimoniaux visés aux articles 42, 3°, |
wordt gesteld van een vordering van het openbaar ministerie met | et 43bis, du Code pénal est subordonné à une réquisition du ministère |
uitsluiting van de burgerlijke partij, wat tot gevolg kan hebben dat | public, à l'exclusion de la partie civile, ce qui peut avoir pour |
de publieke partij kan opkomen voor haar belangen en de burgerlijke | effet que la partie publique puisse intervenir en vue de défendre ses |
partij niet, afhankelijk van opportuniteitsoverwegingen door het | intérêts et que la partie civile ne le puisse pas, en fonction de |
openbaar ministerie ? ». | considérations d'opportunité émises par le ministère public ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. En droit |
(...) | (...) |
De in het geding zijnde bepalingen | Les dispositions en cause |
B.1.1. De prejudiciële vragen hebben betrekking op artikel 524bis, § | B.1.1. Les questions préjudicielles portent sur l'article 524bis, § 1er, |
1, van het Wetboek van Strafvordering, ingevoegd bij de wet van 19 | du Code d'instruction criminelle, inséré par la loi du 19 décembre |
december 2002 tot uitbreiding van de mogelijkheden tot inbeslagname en | 2002 portant extension des possibilités de saisie et de confiscation |
verbeurdverklaring in strafzaken, dat luidt : | en matière pénale, qui énonce : |
« De rechter die de beklaagde schuldig verklaart aan het ten laste | « Le juge qui déclare le prévenu coupable pour le fait qui lui est |
gelegde feit kan, op vordering van het openbaar ministerie, beslissen | imputé peut, sur réquisition du ministère public, ordonner une enquête |
dat een bijzonder onderzoek naar de in artikel 42, 3°, artikel 43bis | particulière sur les avantages patrimoniaux visés aux articles 42, 3°, |
en 43quater, van het Strafwetboek bedoelde vermogensvoordelen zal worden gevoerd met het oog op het bepalen van deze vermogensvoordelen. Het voeren van dit bijzonder onderzoek naar de vermogensvoordelen is evenwel enkel mogelijk indien het openbaar ministerie door middel van ernstige en concrete aanwijzingen aantoont dat de veroordeelde uit het misdrijf of uit identieke feiten in de zin van artikel 43quater van het Strafwetboek, vermogensvoordelen van enig belang heeft behaald. De vordering van het openbaar ministerie tot het instellen van een bijzonder onderzoek naar de vermogensvoordelen kan nooit voor het eerst in tweede aanleg worden gesteld ». | 43bis et 43quater, du Code pénal en vue de déterminer ces avantages patrimoniaux. Cette enquête particulière sur les avantages patrimoniaux n'est toutefois possible que si le ministère public démontre, sur la base d'indices sérieux et concrets, que le condamné a tiré de l'infraction ou de faits identiques au sens de l'article 43quater du Code pénal, des avantages patrimoniaux de quelque intérêt. La réquisition du ministère public pour mener une enquête particulière sur les avantages patrimoniaux ne peut jamais être introduite pour la première fois en degré d'appel ». |
B.1.2. De prejudiciële vragen verwijzen eveneens naar de artikelen 42, | B.1.2. Les questions préjudicielles renvoient également aux articles |
3°, en 43bis van het Strafwetboek, die bepalen : | 42, 3°, et 43bis du Code pénal, qui énoncent : |
« Art. 42.Bijzondere verbeurdverklaring wordt toegepast : |
« Art. 42.La confiscation spéciale s'applique : |
[...] | [...] |
3° Op de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn | 3° aux avantages patrimoniaux tirés directement de l'infraction, aux |
verkregen, op de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn | biens et valeurs qui leur ont été substitués et aux revenus de ces |
gesteld en op de inkomsten uit de belegde voordelen ». « Art. 43bis.Bijzondere verbeurdverklaring toepasselijk op de zaken bedoeld in artikel 42, 3°, kan door de rechter in elk geval worden uitgesproken, maar slechts voorzover zij door de procureur des Konings schriftelijk wordt gevorderd. Indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de veroordeelde, raamt de rechter de geldwaarde ervan en heeft de verbeurdverklaring betrekking op een daarmee overeenstemmend bedrag. Ingeval de verbeurdverklaarde zaken aan de burgerlijke partij toebehoren, zullen zij aan haar worden teruggegeven. De verbeurdverklaarde zaken zullen haar eveneens worden toegewezen ingeval de rechter de verbeurdverklaring uitgesproken heeft omwille van het feit dat zij goederen en waarden vormen die door de veroordeelde in de plaats gesteld zijn van de zaken die toebehoren aan de burgerlijke partij of omdat zij het equivalent vormen van zulke zaken in de zin van het tweede lid van dit artikel. Iedere andere derde die beweert recht te hebben op de verbeurdverklaarde zaak, zal dit recht kunnen laten gelden binnen een termijn en volgens modaliteiten bepaald door de Koning ». Over de prejudiciële vragen B.2.1. Op grond van artikel 524bis van het Wetboek van Strafvordering heeft de strafrechter, na de uitspraak over de schuldvraag, de mogelijkheid het openbaar ministerie toe te staan een bijzonder onderzoek te voeren naar de vermogensvoordelen bedoeld in de artikelen |
avantages investis ». « Art. 43bis.La confiscation spéciale s'appliquant aux choses visées à l'article 42, 3°, pourra toujours être prononcée par le juge, mais uniquement dans la mesure où elle est requise par écrit par le procureur du Roi. Si ces choses ne peuvent être trouvées dans le patrimoine du condamné, le juge procédera à leur évaluation monétaire et la confiscation portera sur une somme d'argent qui leur sera équivalente. Lorsque les choses confisquées appartiennent à la partie civile, elles lui seront restituées. Les choses confisquées lui seront de même attribuées lorsque le juge en aura prononcé la confiscation pour le motif qu'elles constituent des biens ou des valeurs substitués par le condamné à des choses appartenant à la partie civile ou parce qu'elles constituent l'équivalent de telles choses au sens de l'alinéa 2 du présent article. Tout autre tiers prétendant droit sur la chose confisquée pourra faire valoir ce droit dans un délai et selon des modalités déterminés par le Roi ». Quant aux questions préjudicielles B.2.1. En vertu de l'article 524bis du Code d'instruction criminelle, après la décision au sujet de la culpabilité, le juge pénal peut autoriser le ministère public à mener une enquête particulière sur les |
42, 3°, 43bis en 43quater van het Strafwetboek. | avantages patrimoniaux visés aux articles 42, 3°, 43bis et 43quater du Code pénal. |
B.2.2. De verwijzende rechter vraagt het Hof of de in het geding | B.2.2. Le juge a quo demande à la Cour si la disposition litigieuse |
zijnde bepaling een schending inhoudt van de artikelen 10 en 11 van de | viole les articles 10 et 11 de la Constitution, lus ou non en |
Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 6 van het | combinaison avec l'article 6 de la Convention européenne des droits de |
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en met artikel 14 van het | l'homme et avec l'article 14 du Pacte international relatif aux droits |
Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, | civils et politiques, en ce que l'enquête particulière sur les |
doordat het bijzonder onderzoek naar de in de artikelen 42, 3°, en | avantages patrimoniaux visés aux articles 42, 3°, et 43bis, n'est |
43bis bedoelde vermogensvoordelen enkel mogelijk is op vordering van | possible que sur réquisition du ministère public, ce qui implique que |
het openbaar ministerie, waardoor : | : |
- de publieke partij kan opkomen voor haar belangen en de burgerlijke | - la partie publique peut défendre ses intérêts, contrairement à la |
partij niet; | partie civile; |
- de ene burgerlijke partij een verbeurdverklaring met toewijzing aan | - une partie civile peut obtenir la confiscation avec attribution à la |
de burgerlijke partij kan verkrijgen en de andere niet, afhankelijk | partie civile et une autre ne pas l'obtenir, en fonction de la |
van de beslissing van het openbaar ministerie om al dan niet een | décision du ministère public de requérir ou non une enquête |
bijzonder onderzoek te vorderen; | particulière; |
- de burgerlijke partijen ongelijk worden behandeld naargelang zij | - les parties civiles sont traitées de manière inégale selon qu'elles |
klacht doen bij de onderzoeksrechter dan wel bij de rechter ten | déposent plainte auprès du juge d'instruction ou auprès du juge du |
gronde. | fond. |
B.2.3. Daarmee samenhangend wordt het Hof ook gevraagd of de in het | B.2.3. En corrélation avec ce qui précède, il est également demandé à |
geding zijnde bepaling een schending inhoudt van artikel 13 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met de voormelde verdragsbepalingen, doordat de burgerlijke partij zou worden afgetrokken van de rechter die de wet haar toekent. B.2.4. De prejudiciële vragen kunnen samen worden beantwoord. Ten gronde B.3.1. De in het geding zijnde bepaling past in het kader van een « buitgerichte » aanpak van de zware of de georganiseerde criminaliteit. De wetgever beoogt een performanter systeem uit te werken om de vermogensvoordelen uit die vormen van criminaliteit beter op te sporen | la Cour si la disposition litigieuse viole l'article 13 de la Constitution, lu ou non en combinaison avec les dispositions conventionnelles précitées, en ce que la partie civile serait distraite du juge que la loi lui assigne. B.2.4. Les questions préjudicielles peuvent faire l'objet d'une réponse commune. Quant au fond B.3.1. La disposition en cause s'inscrit dans une approche du crime organisé et du grand banditisme qui est axée sur le butin. Le législateur entend élaborer un système plus performant, afin de mieux déceler les avantages patrimoniaux tirés de ces formes de criminalité |
en de kans op verbeurdverklaring ervan drastisch te verhogen. Aldus | et d'augmenter considérablement la possibilité de les confisquer. On |
wordt getracht de misdadiger of de misdadige organisatie te treffen in | tente ainsi de frapper le criminel ou l'organisation criminelle dans |
zijn of haar financiële middelen en in de resultaten van zijn of haar | ses moyens financiers et dans les résultats de ses actes criminels, |
misdadig optreden, met als uiteindelijk doel de criminele structuur, | avec comme objectif final le démantèlement de la structure criminelle, |
die een ernstig maatschappijontwrichtend karakter kan hebben, te | qui peut fortement déstabiliser la société (Doc. parl., Chambre, |
ontmantelen (Parl. St., Kamer, 2001-2002, DOC 50-1601/001, pp. 3 en | 2001-2002, DOC 50-1601/001, pp. 3 et 5-6). |
5-6). Volgens de wetgever heeft die benadering twee functies. Allereerst | Selon le législateur, cette approche a deux fonctions. Son but premier |
wordt het herstel beoogd in de toestand zoals die bestond vóór het | est de rétablir la situation telle qu'elle existait avant |
plegen van het misdrijf. De onrechtmatige vermogenswerving wordt op | l'infraction. L'accaparement illicite de patrimoine est ainsi mis à |
die wijze tenietgedaan. Daarnaast wordt een algemeen en een bijzonder | néant. En outre, un effet préventif général et particulier est |
preventief effect beoogd, zowel ten aanzien van de maatschappij in | recherché, tant à l'égard de la société dans son ensemble qu'à l'égard |
haar geheel, als ten aanzien van de veroordeelde in het bijzonder (ibid., p. 6). | du condamné en particulier (ibid., p. 6). |
B.3.2. Om te vermijden dat het proces over het basismisdrijf nodeloos | B.3.2. Afin d'éviter que le procès relatif au délit sous-jacent soit |
wordt vertraagd door het onderzoek naar de vermogensvoordelen die het | inutilement retardé par l'examen des avantages patrimoniaux découlant |
misdrijf heeft voortgebracht, wordt de uitspraak over de schuld en | du délit, la décision sur la culpabilité et celle relative à la |
over de verbeurdverklaring gescheiden en wordt een aparte procedure in | confiscation sont scindées et il est créé une procédure distincte, |
het leven geroepen, waarbij de rechter, nadat hij de beklaagde aan de | grâce à laquelle le juge peut, après avoir déclaré le prévenu coupable |
ten laste gelegde feiten schuldig heeft verklaard, het openbaar | |
ministerie kan toestaan een bijzonder onderzoek te voeren naar het | des faits qui lui sont imputés, autoriser le ministère public à mener |
bestaan van vermogensvoordelen (Parl. St., Kamer, 2001-2002, DOC | une enquête particulière sur l'existence d'avantages patrimoniaux |
50-1601/001, p. 3). | (Doc. parl., Chambre, 2001-2002, DOC 50-1601/001, p. 3). |
B.3.3. Dat bijzonder onderzoek kan niet ambtshalve door de rechter | B.3.3. Cette enquête particulière ne peut être ordonnée d'office par |
worden gelast, maar dient door het openbaar ministerie te worden | le juge, mais doit être requise par le ministère public. Elle n'est |
gevorderd. Het is enkel mogelijk indien het openbaar ministerie « door | possible que si le ministère public démontre, « sur la base d'indices |
middel van ernstige en concrete aanwijzingen aantoont dat de veroordeelde uit het misdrijf [...], vermogensvoordelen van enig belang heeft behaald ». Aldus is het de bedoeling van de wetgever geweest om de mogelijkheid tot het voeren van een bijkomende procedure voor te behouden voor die gevallen waarin de vermoedelijke vermogensvoordelen relatief omvangrijk zijn. B.3.4. Wanneer het openbaar ministerie oordeelt dat het bijzonder onderzoek naar de vermogensvoordelen voltooid is, maakt het de vordering tot verbeurdverklaring aanhangig bij de rechtbank of het hof dat het bijzonder onderzoek heeft gelast. Dit gebeurt door een dagvaarding rechtstreeks gericht aan de veroordeelde, en in voorkomend | sérieux et concrets, que le condamné a tiré de l'infraction [...] des avantages patrimoniaux de quelque intérêt ». Le législateur a dès lors entendu réserver la possibilité de mener une procédure complémentaire aux cas où les avantages patrimoniaux présumés sont relativement considérables. B.3.4. Lorsque le ministère public estime que l'enquête particulière sur les avantages patrimoniaux est terminée, il porte l'action en confiscation devant le tribunal ou la cour qui a ordonné l'enquête particulière. Il le fait en citant directement le condamné et, le cas échéant, la partie civile. Sauf prorogation, le tribunal doit, à peine |
geval aan de burgerlijke partij. Behoudens verlenging dient de | de déchéance de cette action, être saisi de l'action en confiscation |
aanhangigmaking van de vordering tot verbeurdverklaring op straffe van | avant l'expiration d'un délai de deux ans, qui court à dater du jour |
verval te geschieden vóór het verstrijken van een termijn van twee | où l'enquête particulière sur les avantages patrimoniaux a été |
jaar vanaf de dag waarop het bijzonder onderzoek naar de | ordonnée par le juge, pour autant que le prononcé rendu sur la |
vermogensvoordelen door de rechter werd gelast, voor zover de | culpabilité soit déjà passé en force de chose jugée (article 524bis, § |
uitspraak over de schuld reeds in kracht van gewijsde is gegaan | |
(artikel 524bis, §§ 6 en 7). | § 6 et 7). |
B.3.5. Vanwege de maximumtermijn van twee jaar achtte de wetgever het | B.3.5. En raison du délai maximum de deux ans, le législateur a estimé |
niet aangewezen om de waarborgen die aan de veroordeelde en de | qu'il ne convenait pas d'assurer aussi pendant l'enquête particulière |
burgerlijke partij worden geboden tijdens het opsporingsonderzoek en | les garanties offertes au condamné et à la partie civile au cours de |
het gerechtelijk onderzoek ook te verlenen tijdens het bijzonder | l'information et de l'instruction (Doc. parl., Sénat, 2002-2003, n° |
onderzoek (Parl. St., Senaat, 2002-2003, nr. 1197/3, p. 27). | 1197/3, p. 27). |
B.4.1. Er bestaat tussen het openbaar ministerie en de burgerlijke | B.4.1. Il existe entre le ministère public et la partie civile une |
partij een fundamenteel verschil dat op een objectief criterium berust. Het openbaar ministerie is in het belang van de maatschappij belast met de opsporing, de vervolging en de bestraffing van misdrijven en vordert de toepassing van de strafwet. De burgerlijke partij behartigt haar persoonlijk belang en beoogt bij de burgerrechtelijke vordering de vergoeding te verkrijgen van de schade die haar door het misdrijf werd toegebracht. B.4.2. In het licht van de door de wetgever nagestreefde doelstellingen is het niet zonder redelijke verantwoording dat het initiatiefrecht voor het bijzonder onderzoek wordt voorbehouden aan het openbaar ministerie. Hoewel het onderzoek uiteindelijk de burgerlijke partij ten goede kan komen, wordt immers in de eerste plaats een doelstelling van algemeen belang nagestreefd, namelijk het herstellen van het maatschappelijk evenwicht dat verstoord werd door crimineel handelen. Het openbaar ministerie is uit hoofde van zijn taak ook het meest geschikt om te oordelen of het bijzonder onderzoek aangewezen is en enige kans op slagen heeft binnen de door de wet voorgeschreven termijn van twee jaar. B.4.3. Ook het feit dat het bijzonder onderzoek slechts mogelijk is nadat de rechter de beklaagde schuldig heeft bevonden aan de hem ten laste gelegde feiten en kan leiden tot een bijkomende straf, verantwoordt het verschil in behandeling tussen de burgerlijke partij en het openbaar ministerie. B.5.1. Het Hof dient evenwel na te gaan of de in het geding zijnde bepaling, door het initiatiefrecht voor het vorderen van een bijzonder onderzoek naar de in de artikelen 42, 3°, en 43bis van het Strafwetboek bedoelde vermogensvoordelen voor te behouden aan het openbaar ministerie, niet op onevenredige wijze de rechten van de burgerlijke partij beperkt. | différence fondamentale qui repose sur un critère objectif. Le ministère public est chargé, dans l'intérêt de la société, de la recherche, de la poursuite et de la répression des infractions et il exerce l'action publique. La partie civile défend son intérêt personnel et vise à obtenir la réparation du dommage que lui a causé l'infraction. B.4.2. A la lumière des objectifs poursuivis par le législateur, il n'est pas dénué de justification raisonnable que le droit d'initiative pour requérir l'enquête particulière soit réservé au ministère public. Bien que l'enquête puisse finalement profiter à la partie civile, c'est, en effet, un objectif d'intérêt général qui est poursuivi avant tout, celui de rétablir l'équilibre social que l'acte criminel a perturbé. En raison de sa mission, le ministère public est également le plus à même d'apprécier si l'enquête particulière est opportune et a des chances d'aboutir dans le délai légal de deux ans. B.4.3. Le fait que l'enquête particulière n'est possible que si le juge a déclaré le prévenu coupable des faits mis à sa charge et qu'elle peut permettre le prononcé d'une peine complémentaire justifie aussi la différence de traitement entre la partie civile et le ministère public. B.5.1. La Cour doit cependant vérifier si la disposition litigieuse, en réservant au ministère public le droit d'initiative pour requérir une enquête particulière sur les avantages patrimoniaux visés aux articles 42, 3°, et 43bis du Code pénal, ne limite pas de manière disproportionnée les droits de la partie civile. |
B.5.2. Het bijzonder onderzoek bedoeld in artikel 524bis is slechts | B.5.2. L'enquête particulière visée à l'article 524bis n'est qu'une |
een bijkomende mogelijkheid om de bijzondere vermogensvoordelen op te | possibilité accessoire pour déceler les avantages patrimoniaux |
sporen en laat de rechten onverlet waarover de burgerlijke partij voordien beschikte om de verbeurdverklaring te verkrijgen van zaken die haar toebehoren of die daarvan het equivalent of het vervangmiddel vormen. B.5.3. De mogelijkheid om na de uitspraak over de schuld nog een bijzonder onderzoek naar vermogensvoordelen te voeren sluit niet uit dat het openbaar ministerie of de onderzoeksrechter al in de fase van het opsporingsonderzoek of het gerechtelijk onderzoek naar vermogensvoordelen speurt. Indien de burgerlijke partij het bestaan van dergelijke voordelen vermoedt, kan zij binnen het gerechtelijk onderzoek om bijkomende onderzoekshandelingen verzoeken en aandringen op de afronding van het vermogensonderzoek binnen het gerechtelijk onderzoek zelf. B.5.4. Indien een bijzonder onderzoek wordt gevoerd dat het bestaan van vermogensvoordelen aantoont, maakt het openbaar ministerie de vordering tot verbeurdverklaring aanhangig bij de rechtbank die het onderzoek heeft gelast. De vordering wordt aanhangig gemaakt bij dagvaarding die wordt gericht aan de veroordeelde en aan de burgerlijke partij (artikel 524bis, § 6, eerste lid), die alzo haar rechten kan laten gelden. B.5.5. Wanneer de verbeurd te verklaren zaken aan de burgerlijke partij toebehoren, zullen zij haar worden teruggegeven. Indien de burgerlijke partij geen verbeurdverklaring in haar voordeel verkrijgt, kan zij nog steeds herstel van haar schade vorderen ten laste van de veroordeelde, zodat haar rechten ook zonder bijzonder onderzoek en zonder bijzondere verbeurdverklaring worden gevrijwaard. B.5.6. Uit het bovenstaande volgt dat de in het geding zijnde maatregel geen onevenredige gevolgen heeft ten aanzien van de burgerlijke partij. Zij wordt niet « tegen haar wil afgetrokken van de | particuliers et elle laisse intacts les droits dont disposait auparavant la partie civile pour obtenir la confiscation de choses qui lui appartiennent ou qui en constituent l'équivalent ou s'y substituent. B.5.3. La possibilité de mener encore une enquête particulière sur les avantages patrimoniaux après le prononcé sur la culpabilité n'exclut pas que le ministère public ou le juge d'instruction recherche déjà les avantages patrimoniaux au stade de l'information ou de l'instruction. Si la partie civile suspecte l'existence de tels avantages, elle peut, au cours de l'instruction, demander des actes d'instruction complémentaires et insister pour que l'enquête patrimoniale soit terminée avant la fin de l'instruction même. B.5.4. Si une enquête particulière est menée et démontre l'existence d'avantages patrimoniaux, le ministère public saisit le tribunal qui a ordonné l'enquête d'une action en confiscation. L'action est mue par citation adressée au condamné et à la partie civile (article 524bis, § 6, alinéa 1er), qui peut ainsi faire valoir ses droits. B.5.5. Lorsque les choses à confisquer appartiennent à la partie civile, elles lui seront restituées. Si la partie civile n'obtient pas de confiscation à son avantage, elle peut toujours obtenir la réparation du dommage à charge du condamné, de sorte que ses droits sont également préservés sans enquête particulière et sans confiscation spéciale. B.5.6. Il résulte de ce qui précède que la mesure litigieuse n'a pas d'effets disproportionnés à l'égard de la partie civile. Elle n'est |
rechter die de wet haar toekent » noch is zij « louter afhankelijk van | pas « distraite contre son gré du juge que la loi lui assigne » et |
de beslissing van het openbaar ministerie om een bijzonder onderzoek | elle ne dépend pas simplement « de la décision du ministère public de |
te vorderen ». Dat in het ene geval besloten wordt tot het voeren van | requérir ou non une enquête particulière ». Qu'il soit décidé, tantôt |
een bijzonder onderzoek en in het andere geval niet, hangt samen met | de mener une enquête particulière, tantôt de ne pas le faire, tient |
de eigen kenmerken van elke individuele zaak en houdt geen | aux caractéristiques de chaque affaire individuelle et n'est pas |
discriminatie in. De beoordelingsvrijheid die ter zake aan het | discriminatoire. La liberté d'appréciation qui est laissée en la |
openbaar ministerie wordt gelaten, maakt geen miskenning uit van het | matière au ministère public ne méconnaît pas le droit à un procès |
recht op een eerlijk proces. | équitable. |
B.5.7. Tenslotte schendt de in het geding zijnde bepaling evenmin de | B.5.7. Enfin, la disposition litigieuse ne viole pas davantage les |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat zij de burgerlijke partijen | articles 10 et 11 de la Constitution en ce qu'elle traite différemment |
verschillend behandelt naargelang zij klacht doen bij de | |
onderzoeksrechter dan wel bij de rechter ten gronde. De partij die | les parties civiles selon qu'elles déposent plainte auprès du juge |
beweert door een misdaad of een wanbedrijf te zijn benadeeld, kan zich | d'instruction ou du juge du fond. La partie qui se prétend lésée par |
burgerlijke partij stellen voor de onderzoeksrechter, voor het | un crime ou un délit peut se constituer partie civile devant le juge |
onderzoeksgerecht of voor het vonnisgerecht. Het verschil in | d'instruction, devant la juridiction d'instruction ou devant la |
behandeling waarover het Hof wordt ondervraagd vloeit voort uit de | juridiction de jugement. La différence de traitement au sujet de |
persoonlijke keuze van de burgerlijke partij, aan wie het geheel vrij | laquelle la Cour est interrogée découle du choix personnel de la |
staat voor de ene of de andere weg te kiezen. Een dergelijk | partie civile, qui peut opérer ce choix en toute liberté. Une telle |
onderscheid is niet strijdig met de artikelen 10 en 11 van de | distinction ne viole pas les articles 10 et 11 de la Constitution, lus |
Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met de in de prejudiciële | ou non en combinaison avec les dispositions conventionnelles |
vragen vermelde verdragsbepalingen. | mentionnées dans les questions préjudicielles. |
B.6. De prejudiciële vragen dienen ontkennend te worden beantwoord. | B.6. Les questions préjudicielles appellent une réponse négative. |
Om die redenen, | Par ces motifs, |
het Hof | la Cour |
zegt voor recht : | dit pour droit : |
Artikel 524bis, § 1, van het Wetboek van Strafvordering schendt niet | L'article 524bis, § 1er, du Code d'instruction criminelle ne viole pas |
de artikelen 10, 11 en 13 van de Grondwet, al dan niet in samenhang | les articles 10, 11 et 13 de la Constitution, lus ou non en |
gelezen met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de | combinaison avec l'article 6 de la Convention européenne des droits de |
Mens en met artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake | l'homme et avec l'article 14 du Pacte international relatif aux droits |
burgerrechten en politieke rechten. | civils et politiques. |
Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig | Ainsi prononcé en langue néerlandaise et en langue française, |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het | conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur |
Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 20 april 2005. | la Cour d'arbitrage, à l'audience publique du 20 avril 2005. |
De griffier, | Le greffier, |
P.-Y. Dutilleux. | P.-Y. Dutilleux. |
De voorzitter, | Le président, |
A. Arts. | A. Arts. |