Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 175/2004 van 3 november 2004 Rolnummer 2825 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 89, tweede en derde lid, van het Wetboek van strafvordering, gesteld door het Hof van Beroep te Luik. Het Arbitrag samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P.(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 175/2004 van 3 november 2004 Rolnummer 2825 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 89, tweede en derde lid, van het Wetboek van strafvordering, gesteld door het Hof van Beroep te Luik. Het Arbitrag samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P.(...) Extrait de l'arrêt n° 175/2004 du 3 novembre 2004 Numéro du rôle : 2825 En cause : la question préjudicielle relative à l'article 89, alinéas 2 et 3, du Code d'instruction criminelle, posée par la Cour d'appel de Liège. La Cour d'arbitr composée des présidents M. Melchior et A. Arts, et des juges A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, (...)
ARBITRAGEHOF COUR D'ARBITRAGE
Uittreksel uit arrest nr. 175/2004 van 3 november 2004 Extrait de l'arrêt n° 175/2004 du 3 novembre 2004
Rolnummer 2825 Numéro du rôle : 2825
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 89, tweede en En cause : la question préjudicielle relative à l'article 89, alinéas
derde lid, van het Wetboek van strafvordering, gesteld door het Hof 2 et 3, du Code d'instruction criminelle, posée par la Cour d'appel de
van Beroep te Luik. Liège.
Het Arbitragehof, La Cour d'arbitrage,
samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters composée des présidents M. Melchior et A. Arts, et des juges A. Alen,
A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke en J. Spreutels, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke et J. Spreutels, assistée du
bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior, greffier L. Potoms, présidée par le président M. Melchior,
wijst na beraad het volgende arrest : après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant :
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging I. Objet de la question préjudicielle et procédure
Bij arrest van 16 oktober 2003 in zake het openbaar ministerie tegen Par arrêt du 16 octobre 2003 en cause du ministère public contre B.
B. Maadouri, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is Maadouri, dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour
ingekomen op 7 november 2003, heeft het Hof van Beroep te Luik de d'arbitrage le 7 novembre 2003, la Cour d'appel de Liège a posé la
volgende prejudiciële vraag gesteld : question préjudicielle suivante :
« Schendt artikel 89, tweede en derde lid, van het Wetboek van « En ce qu'il dispose que, pour les véhicules automobiles, d'une part,
Strafvordering de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het le recours visé à l'article 61quater du Code d'instruction criminelle
bepaalt dat, voor de motorvoertuigen, enerzijds, het in artikel ne peut être intenté que dans le mois suivant la saisie et, d'autre
61quater van hetzelfde Wetboek bedoelde rechtsmiddel slechts kan part, le requérant ne peut envoyer ni déposer de requête ayant le même
worden ingesteld binnen een maand vanaf de inbeslagneming en, objet avant l'expiration d'un délai d'un an à compter soit du jour de
anderzijds, de verzoeker geen verzoekschrift met hetzelfde voorwerp mag toezenden of neerleggen vooraleer een termijn van een jaar is verstreken te rekenen vanaf, hetzij de dag van de laatste beslissing die op hetzelfde voorwerp betrekking heeft, hetzij de dag van het verstrijken van de termijn van een maand vanaf de inbeslagneming, terwijl de voormelde bepaling het eenieder die door een inbeslagneming van eender welk ander goed wordt geschaad, mogelijk maakt, enerzijds, de opheffing ervan te vragen, zonder dat dit verzoek dient te worden ingediend binnen een termijn die vanaf die inbeslagneming begint te lopen en, anderzijds, dat verzoek om de drie maanden opnieuw in te dienen, wat leidt tot een verbreking van de gelijkheid die onevenredig kan lijken met het nagestreefde doel, namelijk het in beslag genomen voertuig ter beschikking van de federale politie stellen ? » la dernière décision concernant le même objet, soit du jour de l'expiration du délai d'un mois suivant la saisie, alors que la disposition précitée autorise la personne lésée par la saisie de tout autre bien, d'une part, à en solliciter la levée sans que cette demande doive être introduite dans un délai courant à partir de celle-ci et, d'autre part, à renouveler cette même demande tous les trois mois, créant ainsi une rupture d'égalité pouvant sembler disproportionnée par rapport au but poursuivi, à savoir la mise à la disposition de la police fédérale du véhicule saisi, l'article 89, alinéas 2 et 3, du Code d'instruction criminelle viole-t-il les articles 10 et 11 de la Constitution ? »
(...) (...)
III. In rechte III. En droit
(...) (...)
B.1.1. Artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering bepaalt, sinds de B.1.1. L'article 89 du Code d'instruction criminelle énonce, depuis sa
wijziging ervan bij artikel 469 van de programmawet (I) van 24 modification par l'article 469 de la loi-programme (I) du 24 décembre
december 2002 : 2002 :
« De bepalingen van de artikelen 35, 35bis, 35ter, 36, 37, 38, 39 en « Les dispositions des articles 35, 35bis, 35ter, 36, 37, 38, 39 et
39bis, aangaande de inbeslagneming van de voorwerpen die de procureur 39bis concernant la saisie des objets dont la perquisition peut être
des Konings in de gevallen van ontdekking op heterdaad mag opsporen, faite par le procureur du Roi, dans le cas de flagrant délit, sont
gelden ook voor de onderzoeksrechter. communes au juge d'instruction.
Indien de in het vorige lid bedoelde zaken bestaan uit voertuigen Si les biens visés à l'alinéa précédent comprennent des véhicules, ils
kunnen deze, voor zover zij eigendom zijn van de verdachte of peuvent, pour autant qu'ils soient propriété du suspect ou de
inverdenkinggestelde, ter beschikking gesteld worden van de federale l'inculpé, être mis à la disposition de la police fédérale. La
politie. De beslissing tot terbeschikkingstelling wordt genomen, décision de mise à disposition est prise, selon le cas, par le
naargelang het geval, door de procureur des Konings of de federale procureur du Roi ou par le procureur fédéral, conformément aux
procureur, conform de richtlijnen van de Minister van Justitie genomen directives du ministre de la Justice prises en exécution des articles
in uitvoering van de artikelen 143bis en 143ter van het Gerechtelijk Wetboek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. Zij is evenwel slechts uitvoerbaar indien de onderzoeksrechter er binnen de tien dagen na de kennisgeving ervan, geen verzet tegen aantekent ter wille van het onderzoek. De terbeschikkingstelling houdt in dat de federale politie, die het voertuig als een goed huisvader dient te gebruiken, het kan gebruiken voor haar normale werking. In geval van teruggave, geeft elke minwaarde ingevolge gebruik van het voertuig, na compensatie met de eventuele meerwaarde, aanleiding tot vergoeding. Het rechtsmiddel als bedoeld in artikel 61quater kan slechts worden ingesteld binnen een maand vanaf de inbeslagneming als bedoeld in het eerste lid. De verzoeker mag geen verzoekschrift met hetzelfde voorwerp toezenden of neerleggen vooraleer een termijn van een jaar is verstreken te rekenen vanaf, hetzij de dag van de laatste beslissing die betrekking heeft op hetzelfde voorwerp, hetzij de dag van het verstrijken van de hoger bedoelde termijn van een maand. » B.1.2. Uit de parlementaire voorbereiding blijkt dat het derde lid van dat artikel 89, ondanks de verwijzing in het eerste lid, alleen betrekking heeft op de inbeslagneming van de in het tweede lid bedoelde voorwerpen (Parl. St., Kamer, 2002-2003, DOC 50-2124/002 en 143bis et 143ter du Code judiciaire. Cette décision n'est susceptible d'aucun recours. Toutefois, elle n'est exécutable que si le juge d'instruction n'y fait pas opposition, dans les dix jours suivant sa notification, dans l'intérêt de l'instruction. La mise à disposition implique que la police fédérale, à qui il incombe d'utiliser le véhicule en bon père de famille, puisse l'utiliser pour son fonctionnement normal. En cas de restitution, toute moins-value due à l'usage du véhicule donne lieu, après compensation avec l'éventuelle plus-value, à une indemnisation. Le recours visé à l'article 61quater ne peut être intenté que dans le mois suivant la saisie visée à l'alinéa 1er. Le requérant ne peut envoyer ni déposer de requête ayant le même objet avant l'expiration d'un délai d'un an, à compter soit du jour de la dernière décision concernant le même objet, soit du jour de l'expiration du délai d'un mois visé ci-dessus ». B.1.2. Il ressort des travaux préparatoires que l'alinéa 3 de cet article 89 ne concerne, en dépit du renvoi qu'il opère à l'alinéa 1er, que la saisie des objets visés à l'alinéa 2 (Doc. parl., Chambre,
DOC 50-2125/002, pp. 234, 237 en 496-498). 2002-2003, DOC 50-2124/002 et DOC 50-2125/002, pp. 234, 237 et
B.2. Uit de artikelen 35, § 1, en 35ter van het Wetboek van Strafvordering blijkt dat de voorwerpen die de onderzoeksrechter op grond van het voormelde artikel 89, eerste lid, in beslag neemt, zaken zijn die het voorwerp kunnen uitmaken van een bijzondere verbeurdverklaring of zaken die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen. B.3. Op grond van artikel 61quater van het Wetboek van Strafvordering kan eenieder die geschaad wordt door een onderzoekshandeling met betrekking tot zijn goederen, zoals een inbeslagneming, aan de onderzoeksrechter de opheffing ervan vragen. Die onderzoeksrechter kan het verzoekschrift in vier gevallen afwijzen : indien hij van oordeel is dat de noodwendigheden van het onderzoek het vereisen, indien door de opheffing van de handeling de rechten van partijen of van derden in het gedrang komen, indien de opheffing van de handeling een gevaar zou opleveren voor personen of goederen, of wanneer de wet in de teruggave of de verbeurdverklaring van de betrokken goederen voorziet. Hij kan in voorkomend geval een gedeeltelijke of voorwaardelijke opheffing toestaan. De onderzoeksrechter doet uitspraak uiterlijk binnen vijftien dagen na het verzoekschrift. De procureur des Konings en de verzoeker kunnen binnen een termijn van vijftien dagen tegen zijn beschikking hoger beroep instellen bij de kamer van inbeschuldigingstelling, die binnen vijftien dagen uitspraak moet doen. In geval van weigering mag de verzoeker geen nieuw verzoekschrift neerleggen vooraleer een termijn van drie maanden is verstreken, te rekenen van de laatste beslissing die betrekking heeft op hetzelfde 496-498). B.2. Il résulte des articles 35, § 1er, et 35ter du Code d'instruction criminelle que les objets que le juge d'instruction saisit en vertu de l'article 89, alinéa 1er, précité sont des choses susceptibles de faire l'objet d'une confiscation spéciale ou des choses qui peuvent servir à la manifestation de la vérité. B.3. L'article 61quater du Code d'instruction criminelle autorise toute personne lésée par un acte d'instruction relatif à ses biens, telle qu'une saisie, à en demander la levée au juge d'instruction. Ce dernier peut rejeter la requête dans quatre hypothèses : s'il estime que les nécessités de l'instruction le requièrent, lorsque la levée de l'acte compromet la sauvegarde des droits des parties ou des tiers, lorsque la levée de l'acte présente un danger pour les personnes ou les biens, ou dans les cas où la loi prévoit la restitution ou la confiscation desdits biens. Il peut, le cas échéant, accorder une levée partielle ou assortie de conditions. Le juge d'instruction doit statuer dans les quinze jours de la requête. Le procureur du Roi et le requérant peuvent, dans les quinze jours, interjeter appel de son ordonnance auprès de la chambre des mises en accusation qui doit statuer dans les quinze jours. En cas de refus, le requérant ne peut déposer de nouvelle requête avant l'expiration d'un délai de trois mois à compter de la dernière
voorwerp (artikel 61quater, § 8). décision portant sur le même objet (article 61quater, § 8).
B.4. Aan het Hof wordt gevraagd of het tweede en het derde lid van het B.4. Il est demandé à la Cour si les alinéas 2 et 3 de l'article 89
voormelde artikel 89 bestaanbaar zijn met de artikelen 10 en 11 van de précité sont compatibles avec les articles 10 et 11 de la
Grondwet, in zoverre zij een verschil in behandeling invoeren tussen, enerzijds, diegene die, overeenkomstig het voormelde artikel 61quater, aan de onderzoeksrechter de opheffing van de inbeslagneming van een voertuig wenst te vragen en, anderzijds, diegene die hem de opheffing van de inbeslagneming van een ander goed wenst te vragen. Indien de eerste een dergelijk verzoek niet binnen een maand na de inbeslagneming heeft geformuleerd, moet hij na het verstrijken van die termijn één jaar wachten om in die zin een verzoekschrift neer te leggen. Indien de onderzoeksrechter het binnen de voormelde termijn van één maand neergelegde verzoekschrift afwijst, zal een nieuw verzoek met betrekking tot hetzelfde voorwerp pas ontvankelijk zijn nadat een termijn van één jaar is verstreken, te rekenen van de dag van de laatste beslissing met betrekking tot hetzelfde voorwerp. Voor wie de opheffing van de inbeslagneming van een ander goed dan een voertuig wenst te vragen, bestaat daarentegen geen enkele termijn om een eerste verzoek in die zin te formuleren. Overigens, indien de onderzoeksrechter het verzoekschrift afwijst, zal een nieuw verzoek ontvankelijk zijn nadat een termijn van drie maanden is verstreken, te rekenen van de laatste beslissing met betrekking tot hetzelfde voorwerp. B.5. Gelet op de draagwijdte van het verschil in behandeling dat aan het Hof is voorgelegd, beperkt het zijn toetsing tot het derde lid van artikel 89. B.6. Door de in het geding zijnde bepaling aan te nemen, wilde de wetgever « het gebruiksrecht [...] zinvol [...] maken » dat aan de federale politie is toegekend op grond van het voormelde artikel 89, tweede lid, zonder daarom de mogelijkheid uit te sluiten om het in Constitution, en tant qu'ils instaurent une différence de traitement entre, d'une part, celui qui, conformément à l'article 61quater précité, souhaite demander au juge d'instruction la levée de la saisie d'un véhicule et, d'autre part, celui qui souhaite lui demander la levée de la saisie portant sur un autre bien. Si le premier n'a pas formulé une telle demande dans le mois de la saisie, il doit attendre un an à compter de l'expiration de ce délai pour déposer une requête en ce sens. Si le juge d'instruction rejette la requête déposée dans le délai précité d'un mois, une nouvelle demande ayant le même objet ne sera recevable qu'après l'expiration d'un délai d'un an à compter du jour de la dernière décision concernant le même objet. Pour celui qui souhaite la levée de la saisie d'un bien autre qu'un véhicule, il n'existe, en revanche, aucun délai pour formuler une première demande en ce sens. Par ailleurs, si le juge d'instruction rejette la requête, une nouvelle demande sera recevable dès l'expiration d'un délai de trois mois, à compter de la dernière décision portant sur le même objet. B.5. Compte tenu de la portée de la différence de traitement qui lui est soumise, la Cour limite son contrôle à l'alinéa 3 de l'article 89. B.6. En adoptant la disposition en cause, le législateur voulait « conférer un sens certain au droit d'utilisation accordé à la police fédérale » en vertu de l'article 89, alinéa 2, précité, sans pour autant exclure la possibilité d'exercer le recours prévu à l'article
artikel 61quater bepaalde rechtsmiddel aan te wenden (Parl. St., 61quater (Doc. parl., Chambre, 2002-2003, DOC 50-2124/001 et DOC
Kamer, 2002-2003, DOC 50-2124/001 en DOC 50-2125/001, pp. 234 en 237). 50-2125/001, pp. 234 et 237).
De erkenning van de mogelijkheid om sommige in beslag genomen La reconnaissance de la faculté d'utilisation de certains véhicules
voertuigen te gebruiken, past in het kader van de bestrijding van de saisis s'inscrit dans le cadre de la lutte contre la criminalité grave
zware en georganiseerde criminaliteit. Vaststellende dat « criminelen et la criminalité organisée. Constatant que « les criminels ou les
of criminele organisaties over veel performantere voertuigen organisations criminelles disposent de véhicules nettement plus
beschikken dan de politiediensten, wat te vaak aanleiding geeft tot performants que ceux des services de police, ce qui conduit trop
een ongelijke strijd », wenste de wetgever, door het tweede en het souvent à une lutte inégale », le législateur souhaitait, par
derde lid van het voormelde artikel 89 aan te nemen, te verzekeren dat l'adoption des alinéas 2 et 3 de l'article 89 précité, assurer
de politiediensten maximaal en op de meest adequate wijze zijn l'équipement maximal des services de police de la manière la plus
uitgerust (ibid., pp. 233 en 237). B.7.1. De strafrechtelijke inbeslagneming vormt een voorlopige aantasting van het eigendomsrecht die alleen betrekking heeft op zaken met betrekking tot welke de rechter ten gronde de bijzondere verbeurdverklaring kan uitspreken of zaken die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen. Die bewarende maatregel heeft niet tot doel het vermogen van de overheid uit te breiden, zelfs niet voorlopig. B.7.2. Het rechtsmiddel waarin het voormelde artikel 61quater voorziet, maakt het de persoon die door een dergelijke inbeslagneming wordt benadeeld, mogelijk zich snel en regelmatig tot een rechter te wenden, opdat die met name nagaat of die aan het vonnis voorafgaande maatregel wel degelijk betrekking heeft op een van de zaken die volgens de wetgever in beslag mogen worden genomen. Die procedure steunt op korte termijnen. B.7.3. De wetgever heeft geen uitdrukkelijk onderscheid gemaakt naar gelang van de betrokken vorm van criminaliteit bij de inbeslagneming van het voertuig. Hij heeft evenmin bepaald dat tot de terbeschikkingstelling alleen kan worden besloten om een bepaalde vorm van criminaliteit te bestrijden. B.7.4. Ten slotte preciseert de Ministerraad niet - en ziet het Hof niet in - hoe de aan de federale politie toegekende gebruiksmogelijkheid het nemen van de in het geding zijnde maatregel vereist, omdat die mogelijkheid anders haar betekenis zou verliezen, of op zijn minst hoe de afwezigheid van een dergelijke maatregel die gebruiksmogelijkheid in het gedrang zou brengen. B.8. Uit die omstandigheden vloeit voort dat de in het geding zijnde maatregel gevolgen heeft die onevenredig zijn ten aanzien van het nagestreefde doel. De prejudiciële vraag dient bevestigend te worden beantwoord. Om die redenen, het Hof zegt voor recht : Artikel 89, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 3 november 2004. De griffier, L. Potoms. De voorzitter, adéquate (ibid., pp. 233 et 237). B.7.1. La saisie pénale constitue une atteinte provisoire au droit de propriété qui ne concerne que des choses à propos desquelles le juge du fond est susceptible de prononcer la confiscation spéciale ou des choses qui peuvent servir à la manifestation de la vérité. Cette mesure conservatoire n'a pas pour objet d'étendre, même provisoirement, le patrimoine des autorités publiques. B.7.2. Le recours prévu par l'article 61quater précité permet à la personne lésée par une telle saisie de s'adresser rapidement et régulièrement à un juge afin qu'il vérifie notamment que cette mesure préalable au jugement porte bien sur l'une des choses dont le législateur autorise la saisie. Cette procédure est organisée autour de brefs délais. B.7.3. Le législateur n'a pas fait de distinction expresse selon la forme de la criminalité en cause lors de la saisie du véhicule. Il n'a pas davantage prévu que la mise à disposition ne peut être décidée qu'en vue de réprimer une certaine forme de criminalité. B.7.4. Enfin, le Conseil des ministres ne précise pas - et la Cour n'aperçoit pas - en quoi la faculté d'utilisation conférée à la police fédérale exige, sous peine de perdre son sens, l'adoption de la mesure en cause, ou à tout le moins en quoi l'absence d'une telle mesure mettrait cette faculté en péril. B.8. Il résulte de ces circonstances que la mesure en cause a des effets disproportionnés par rapport à l'objectif poursuivi. La question préjudicielle appelle une réponse positive. Par ces motifs, la Cour dit pour droit : L'article 89, alinéa 3, du Code d'instruction criminelle viole les articles 10 et 11 de la Constitution. Ainsi prononcé en langue française et en langue néerlandaise, conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour d'arbitrage, à l'audience publique du 3 novembre 2004. Le greffier, L. Potoms. Le président,
M. Melchior. M. Melchior.
^