← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 44/2004 van 17 maart 2004 Rolnummer 2699 In zake : de
prejudiciële vraag over artikel 49, derde lid, van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming,
zoals gewijzigd bij de wet van 2 februari 1994, ges Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior
en A. Arts, en de rechters L. Fran(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 44/2004 van 17 maart 2004 Rolnummer 2699 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 49, derde lid, van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, zoals gewijzigd bij de wet van 2 februari 1994, ges Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters L. Fran(...) | Extrait de l'arrêt n° 44/2004 du 17 mars 2004 Numéro du rôle : 2699 En cause : la question préjudicielle concernant l'article 49, alinéa 3, de la loi du 8 avril 1965 relative à la protection de la jeunesse, modifié par la loi du 2 février 1 La Cour d'arbitrage, composée des présidents M. Melchior et A. Arts, et des juges L. François, L(...) |
---|---|
ARBITRAGEHOF | COUR D'ARBITRAGE |
Uittreksel uit arrest nr. 44/2004 van 17 maart 2004 | Extrait de l'arrêt n° 44/2004 du 17 mars 2004 |
Rolnummer 2699 | Numéro du rôle : 2699 |
In zake : de prejudiciële vraag over artikel 49, derde lid, van de wet | En cause : la question préjudicielle concernant l'article 49, alinéa |
van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, zoals gewijzigd bij | 3, de la loi du 8 avril 1965 relative à la protection de la jeunesse, |
de wet van 2 februari 1994, gesteld door een onderzoeksrechter in de | modifié par la loi du 2 février 1994, posée par un juge d'instruction |
Rechtbank van eerste aanleg te Hoei. | du Tribunal de première instance de Huy. |
Het Arbitragehof, | La Cour d'arbitrage, |
samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters | composée des présidents M. Melchior et A. Arts, et des juges L. |
L. François, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe en E. Derycke, | François, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe et E. Derycke, assistée |
bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior, | du greffier P.-Y. Dutilleux, présidée par le président M. Melchior, |
wijst na beraad het volgende arrest : | après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Objet de la question préjudicielle et procédure |
Bij beschikking van 7 mei 2003 in zake het openbaar ministerie tegen | Par ordonnance du 7 mai 2003 en cause du ministère public contre X.M., |
X.M., waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is | |
ingekomen op 15 mei 2003, heeft een onderzoeksrechter in de Rechtbank | dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour d'arbitrage le 15 |
van eerste aanleg te Hoei de volgende prejudiciële vraag gesteld : | mai 2003, un juge d'instruction du Tribunal de première instance de |
Huy a posé la question préjudicielle suivante : | |
« Schendt artikel 49, derde lid, van de wet van 8 april 1965 | « L'article 49, alinéa 3, de la loi du 8 avril 1965 relative à la |
betreffende de jeugdbescherming, gewijzigd bij de wet van 2 februari | protection de la jeunesse, modifié par la loi du 2 février 1994, |
1994, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, eventueel in samenhang | viole-t-il les articles 10 et 11 de la Constitution, éventuellement |
gelezen met artikel 6.1 van het Europees Verdrag tot bescherming van | combinés avec l'article 6.1 de la Convention de sauvegarde des droits |
de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 4 november 1950, in zoverre het : - bepaalt dat de regeling van de onderzoeksprocedure met betrekking tot een misdrijf ten laste van een minderjarige valt onder de bevoegdheid van de onderzoeksrechter die het onderzoek van de feiten zelf heeft uitgevoerd, terwijl de regeling van de onderzoeksprocedure met betrekking tot een misdrijf ten laste van een meerderjarige valt onder de bevoegdheid van de raadkamer of van een andere rechter dan de onderzoeksrechter die het onderzoek van de feiten heeft uitgevoerd; | de l'homme et des libertés fondamentales du 4 novembre 1950, en ce que : - il prévoit que le règlement de la procédure d'une instruction concernant une infraction mise à charge d'un mineur est de la compétence du juge d'instruction ayant lui-même instruit, alors que le règlement de la procédure d'une instruction concernant une infraction mise à charge d'un majeur est de la compétence de la chambre du conseil, soit d'un autre juge que le juge d'instruction ayant instruit les faits; |
- in het stadium van de regeling van de onderzoeksprocedure, aan de | - au stade du règlement de la procédure d'une instruction, il ne |
minderjarige aan wie wordt verweten een misdrijf te hebben gepleegd en | confère pas au mineur à qui il est reproché d'avoir commis une |
aan de burgerlijke partij niet dezelfde rechten toekent als die welke | infraction et à la partie civile, les mêmes droits que ceux conférés |
de artikelen 127 en 131 van het Wetboek van Strafvordering aan de | par les articles 127 et 131 du Code d'instruction criminelle au majeur |
meerderjarige aan wie wordt verweten een misdrijf te hebben gepleegd | à qui il est reproché d'avoir commis une infraction et à la partie |
en aan de burgerlijke partij toekennen ? » | civile ? » |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. En droit |
(...) | (...) |
De in het geding zijnde bepaling en het onderwerp van de prejudiciële | La disposition en cause et l'objet de la question préjudicielle |
vraag B.1.1. Artikel 49 van de wet van 8 april 1965 betreffende de | B.1.1. L'article 49 de la loi du 8 avril 1965 relative à la protection |
jeugdbescherming, waarvan het derde lid het voorwerp uitmaakt van de | de la jeunesse, dont l'alinéa 3 fait l'objet de la question |
prejudiciële vraag, bepaalt : | préjudicielle, dispose : |
« Alleen in uitzonderingsomstandigheden en in geval van volstrekte | « Le juge d'instruction n'est saisi par réquisition du ministère |
noodzaak wordt de zaak bij vordering van het openbaar ministerie bij | public ou ne se saisit d'office en cas de flagrant délit que dans des |
de onderzoeksrechter aanhangig gemaakt of treedt deze ambtshalve op in | circonstances exceptionnelles et en cas de nécessité absolue. |
geval van ontdekking op heterdaad. | |
In spoedeisende gevallen kan de onderzoeksrechter ten aanzien van de | S'il y a urgence, le juge d'instruction peut prendre à l'égard de la |
persoon die vóór de leeftijd van achttien jaar een als misdrijf | |
omschreven feit heeft gepleegd, zelfs indien de vordering van het | personne ayant commis avant l'âge de dix-huit ans un fait qualifié |
openbaar ministerie wordt ingesteld nadat deze persoon de leeftijd van | infraction, même si la réquisition du ministère public est postérieure |
achttien jaar heeft bereikt, een van de in artikel 52 bedoelde | à la date à laquelle cette personne a atteint l'âge de dix-huit ans, |
maatregelen van bewaring nemen, onverminderd de verplichting daarvan | une des mesures de garde visées à l'article 52, sans préjudice à en |
gelijktijdig en schriftelijk bericht te geven aan de jeugdrechtbank, | donner avis simultanément et par écrit au tribunal de la jeunesse, qui |
die alsdan haar bevoegdheden uitoefent en binnen twee werkdagen | exerce dès lors ses attributions et statue dans les deux jours |
uitspraak doet, overeenkomstig de artikelen 52ter en 52quater. | ouvrables, conformément aux articles 52ter et 52quater. |
Als het onderzoek is geëindigd, neemt de onderzoeksrechter, op | L'instruction terminée, le juge d'instruction rend, sur la réquisition |
vordering van het openbaar ministerie, een beschikking tot | |
buitenvervolgingstelling of een beschikking tot verwijzing naar de | du ministère public, une ordonnance de non-lieu ou une ordonnance de |
jeugdrechtbank. Deze beschikking wordt uitgesproken na een debat | renvoi devant le tribunal de la jeunesse. Cette ordonnance est |
tussen de partijen en nadat de persoon beneden de achttien jaar, de | prononcée après un débat contradictoire et après que la personne de |
vader en de moeder en de burgerlijke partijen inzage hebben kunnen | moins de dix-huit ans, les père et mère et les parties civiles aient |
nemen van het dossier met betrekking tot de feiten, neergelegd ter | pu prendre connaissance du dossier relatif aux faits, déposé au greffe |
griffie ten minste 48 uren vóór de debatten. | 48 heures au moins avant les débats. |
Het derde lid verhindert niet dat het openbaar ministerie een | |
vordering tot uit handen geven als bedoeld in artikel 38 aanhangig | L'alinéa 3 ne fait pas obstacle à ce que le ministère public saisisse |
maakt bij de jeugdrechtbank. De jeugdrechtbank vonnist in de staat van | le tribunal de la jeunesse d'une réquisition tenant au dessaisissement |
de procedure. » | prévu à l'article 38. Le tribunal statue en l'état de la procédure. » |
B.1.2. De verwijzende rechter vraagt het Hof of het derde lid van de | B.1.2. Le juge a quo interroge la Cour sur le point de savoir si |
voormelde bepaling de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt, | l'alinéa 3 de la disposition précitée ne viole pas les articles 10 et |
enerzijds, omdat het erin zou voorzien dat de procedureregeling van | 11 de la Constitution, d'une part, parce qu'il prévoirait que le |
een gerechtelijk onderzoek in verband met een als misdrijf omschreven | règlement de la procédure d'une instruction concernant un fait |
feit ten laste van een minderjarige onder de bevoegdheid valt van de | infractionnel mis à charge d'un mineur est de la compétence du juge |
onderzoeksrechter die zelf het onderzoek heeft geleid, terwijl de | d'instruction ayant lui-même instruit alors que c'est la chambre du |
raadkamer, dit wil zeggen een andere rechter, belast wordt met de | conseil, c'est-à-dire un autre juge, qui est chargée du règlement de |
procedureregeling van een misdrijf dat een meerderjarige ten laste | la procédure d'une infraction mise à charge d'un majeur. D'autre part, |
wordt gelegd. Anderzijds, vraagt de verwijzende rechter aan het Hof of | le juge a quo demande à la Cour si les mêmes articles de la |
dezelfde artikelen van de Grondwet worden geschonden, in zoverre de | Constitution ne sont pas violés en ce que la disposition législative |
voormelde wetsbepaling in het stadium van de procedureregeling voor | précitée ne prévoirait pas les mêmes garanties, au stade du règlement |
een minderjarige en voor de burgerlijke partij niet in dezelfde | de la procédure, pour un mineur et pour la partie civile que celles |
waarborgen zou voorzien als die waarin voor een meerderjarige en voor | qui sont prévues pour un majeur et pour la partie civile par les |
de burgerlijke partij is voorzien bij de artikelen 127 en 131 van het | articles 127 et 131 du Code d'instruction criminelle. |
Wetboek van Strafvordering. B.2. De verschillen in behandeling in het stadium van de procedureregeling in een gerechtelijk onderzoek tussen de meerderjarige inverdenkinggestelde en degene die zich burgerlijke partij heeft gesteld tegen laatstgenoemde, enerzijds, en de minderjarige inverdenkinggestelde en degene die zich burgerlijke partij heeft gesteld tegen laatstgenoemde, anderzijds, berusten op een objectief criterium, namelijk de leeftijd van de inverdenkinggestelde. Met de aanneming van de voormelde wet van 8 april 1965 wilde de wetgever aan de minderjarigen hulp en bijstand bieden die hun een normale ontwikkeling waarborgt of, wanneer het om minderjarige delinquenten gaat, maatregelen op hen toepassen die verschillen van diegene waarin is voorzien voor meerderjarigen. B.3.1. Wat betreft het eerste verschil in behandeling, namelijk het feit dat de regeling van het gerechtelijk onderzoek van een misdrijf dat ten laste wordt gelegd van een minderjarige onder de bevoegdheid valt van de onderzoeksrechter die zelf het dossier heeft behandeld terwijl de procedureregeling van een misdrijf dat ten laste wordt gelegd van een meerderjarige onder de bevoegdheid valt van de raadkamer, dient allereerst te worden opgemerkt dat, luidens de bewoordingen van artikel 49, eerste lid, van dezelfde wet, alleen in | B.2. Les différences de traitement, au stade du règlement de la procédure dans une instruction, entre l'inculpé majeur et la partie civile constituée contre ce dernier, d'une part, et l'inculpé mineur et la partie civile constituée contre ce dernier, d'autre part, reposent sur un critère objectif, à savoir l'âge de l'inculpé. En adoptant la loi précitée du 8 avril 1965, le législateur entendait procurer aux mineurs une aide et une assistance leur garantissant un développement normal ou leur appliquer, lorsqu'il s'agit de mineurs délinquants, des mesures différentes de celles prévues pour les majeurs. B.3.1. En ce qui concerne la première différence de traitement, à savoir que le règlement de l'instruction d'une infraction mise à charge d'un mineur est de la compétence du juge d'instruction ayant lui-même instruit le dossier alors que le règlement de la procédure d'une infraction mise à charge d'un majeur est de la compétence de la chambre du conseil, il y a lieu d'observer d'abord qu'aux termes de |
uitzonderingsomstandigheden en in geval van volstrekte noodzaak de | l'article 49, alinéa 1er, de la même loi, le ministère public ne peut |
zaak door het openbaar ministerie bij de onderzoeksrechter aanhangig | saisir le juge d'instruction qu'en cas de circonstances |
wordt gemaakt. Artikel 9 van de wet preciseert dat in dat geval de | exceptionnelles et de nécessité absolue. L'article 9 de la loi précise |
onderzoeksrechter bij wie de zaak aanhangig wordt gemaakt, door de | que le juge d'instruction saisi dans cette hypothèse doit avoir été |
voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg speciaal belast moet | spécialement chargé par le président du tribunal de première instance |
zijn geweest met de zaken die tot de bevoegdheid van de jeugdrechtbank | des affaires qui sont de la compétence du tribunal de la jeunesse. A |
behoren. Zo niet is de onderzoeksrechter onbevoegd ratione personae en | défaut, le juge d'instruction est incompétent ratione personae et il |
staat het aan de raadkamer hem van de zaak te onttrekken. | appartient à la chambre du conseil de le dessaisir. |
Uit diezelfde bepaling blijkt dat de zaak niet op geldige wijze voor | Il résulte de cette même disposition que le juge d'instruction n'est |
de onderzoeksrechter is gebracht in het geval waarin een minderjarige | pas valablement saisi dans l'hypothèse où un mineur doit être inculpé |
in verdenking moet worden gesteld in een dossier dat oorspronkelijk ten laste van onbekenden of meerderjarigen was geopend. In dat geval moet de onderzoeksrechter, ook al is hij gespecialiseerd, het dossier overzenden aan de procureur des Konings met het oog op de uithandengeving. De uitzonderlijke gevallen die kunnen verantwoorden dat de zaak door het parket bij de onderzoeksrechter aanhangig wordt gemaakt, zijn diegene waarin bepaalde onderzoekshandelingen of dwangmaatregelen noodzakelijk zijn en waarvoor een optreden van de onderzoeksrechter verplicht wordt gesteld bij de wet, zoals een beschikking tot huiszoeking, het afluisteren van telefoongesprekken of een bevel tot medebrenging. Zodra de zaak aanhangig is gemaakt bij de onderzoeksrechter oefent hij dezelfde bevoegdheden uit als ten aanzien van meerderjarigen, met uitzondering van het beroep op de voorlopige hechtenis, aangezien hij luidens artikel 49, tweede lid, van de wet enkel ertoe gemachtigd is, en alleen in spoedeisende gevallen, een van de voorlopige maatregelen | dans un dossier initialement ouvert à charge d'inconnus ou de majeurs. Dans ce cas, le juge d'instruction, même s'il est spécialisé, doit communiquer le dossier au procureur du Roi en vue de provoquer son dessaisissement. Les cas exceptionnels qui peuvent justifier la saisine d'un juge d'instruction par le parquet sont ceux dans lesquels certains actes d'enquête ou de contrainte sont nécessaires, pour lesquels une intervention du juge d'instruction est rendue obligatoire par la loi, tels une ordonnance de perquisition, une écoute téléphonique ou un mandat d'amener. Une fois saisi, le juge d'instruction exerce les mêmes pouvoirs qu'à l'égard des majeurs, à l'exception du recours à la détention préventive, étant donné qu'il n'est autorisé, aux termes de l'article 49, alinéa 2, de la loi, qu'à prendre, et seulement en cas d'urgence, |
te nemen bedoeld in de artikelen 52 en 53 van de wet. In dat geval oefent hij een beschermende functie uit die gewoonlijk is voorbehouden aan de jeugdrechter en beschikt hij in dat verband dus niet over dezelfde bevoegdheden als een onderzoeksrechter die aan een meerderjarige toegeschreven feiten onderzoekt. Wanneer de onderzoeksrechter ten slotte ertoe wordt gebracht het gerechtelijk onderzoek - waarvan het Hof de beperkte draagwijdte in herinnering heeft gebracht - af te sluiten overeenkomstig artikel 49, derde lid, kan hij een beschikking tot buitenvervolgingstelling nemen, wat geenszins nadeel kan berokkenen aan de minderjarige. Tegen die beschikking kunnen dezelfde beroepen worden ingesteld als tegen die welke is uitgesproken door de raadkamer. Indien hij de schuldaanwijzingen voldoende acht, gelast hij de verwijzing naar de | une des mesures provisoires prévues aux articles 52 et 53 de la loi. Dans ce cas, il exerce une fonction de protection habituellement réservée au juge de la jeunesse et ne dispose donc pas, à cet égard, des mêmes compétences qu'un juge d'instruction instruisant sur des faits imputés à un majeur. Enfin, lorsqu'il est amené à clôturer l'instruction - dont la Cour a rappelé la portée limitée - conformément à l'article 49, alinéa 3, le juge d'instruction peut prononcer une ordonnance de non-lieu, ce qui ne peut porter en rien préjudice au mineur. Cette ordonnance est susceptible des mêmes recours que celle prononcée par la chambre du conseil. S'il estime les indices de culpabilité suffisants, le juge |
jeugdrechtbank, de enige die bevoegd is om zich uit te spreken over de | d'instruction ordonne le renvoi au tribunal de la jeunesse qui est |
grond van de zaak en om maatregelen te nemen ten aanzien van de | seul compétent pour se prononcer sur le fond et pour prendre des |
minderjarige. Ofschoon de onderzoeksrechter in die beide gevallen zelf | mesures à l'égard du mineur. S'il est vrai que dans ces deux |
uitspraak doet over zijn eigen onderzoek, kan hij, luidens de | hypothèses, le juge d'instruction statue lui-même sur sa propre |
bewoordingen van artikel 49, derde lid, van de voormelde wet, zulks | instruction, il ne peut le faire, aux termes de l'article 49, alinéa |
enkel doen na een debat tussen de partijen. | 3, de la loi précitée, qu'après un débat contradictoire. |
B.3.2. Rekening houdend met alle hiervoor vermelde beperkingen en | B.3.2. Compte tenu de l'ensemble des limitations et des garanties |
waarborgen en, in het bijzonder, met het feit dat de onderzoeksrechter | mentionnées ci-dessus et, en particulier, de ce que le juge |
geen uitspraak ten gronde doet, kan men niet oordelen dat het beginsel | d'instruction ne se prononce pas sur le fond, on ne peut considérer |
van onpartijdigheid te dezen niet in acht zou zijn genomen. De | que le principe d'impartialité ne serait pas respecté en l'espèce. |
zienswijze van de betrokkene kan weliswaar in aanmerking worden | Certes, l'optique de l'intéressé peut entrer en ligne de compte quant |
genomen in verband met de beoordeling van de schijn van partijdigheid | à l'appréciation des apparences de partialité mais elle ne joue pas un |
maar ze speelt geen beslissende rol. | rôle décisif. |
Het in het eerste deel van de prejudiciële vraag aangevoerde verschil | La différence de traitement alléguée dans la première partie de la |
in behandeling is niet onbestaanbaar met de artikelen 10 en 11 van de | question préjudicielle n'est pas incompatible avec les articles 10 et |
Grondwet. | 11 de la Constitution. |
B.3.3. Het eerste deel van de prejudiciële vraag dient ontkennend te | B.3.3. La première partie de la question préjudicielle appelle une |
worden beantwoord. | réponse négative. |
B.4.1. Het tweede verschil in behandeling dat door de verwijzende | B.4.1. La deuxième différence de traitement imputée par le juge a quo |
rechter wordt toegeschreven aan artikel 49, derde lid, bestaat erin | à l'article 49, alinéa 3, est que, d'après cet article, le règlement |
dat volgens dat artikel de erin bedoelde procedureregeling in verband | de la procédure qui y est prévu relativement aux mineurs et à la |
met de minderjarigen en de burgerlijke partij minder gunstig zou zijn | partie civile serait moins favorable que le règlement de la procédure |
dan de procedureregeling bedoeld in de artikelen 127 en 131 van het | prévu par les articles 127 et 131 du Code d'instruction criminelle, |
Wetboek van Strafvordering, sinds die zijn gewijzigd bij de wet van 12 | depuis qu'ils ont été modifiés par la loi du 12 mars 1998 relative à |
maart 1998 tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium | l'amélioration de la procédure pénale au stade de l'information et de |
van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek. | l'instruction. |
B.4.2. Krachtens artikel 49, derde lid, wordt de beschikking tot | B.4.2. En vertu de l'article 49, alinéa 3, l'ordonnance de renvoi est |
verwijzing uitgesproken na een debat tussen de partijen en nadat de | prononcée au terme d'un débat contradictoire et après que le mineur, |
minderjarige, de vader en de moeder en de burgerlijk partijen inzage | les père et mère et les parties civiles ont pu prendre connaissance du |
hebben kunnen nemen van het dossier met betrekking tot de feiten, | |
neergelegd ter griffie ten minste 48 uren vóór de debatten, terwijl de | dossier relatif aux faits déposé au greffe 48 heures au moins avant |
voormelde wet van 12 maart 1998 bepaalt dat de termijn voor | les débats, alors que la loi précitée du 12 mars 1998 prévoit que le |
raadpleging van het dossier ter griffie vijftien dagen bedraagt. | délai de consultation du dossier au greffe est de quinze jours. |
B.4.3. Uit de doelstellingen zelf van de wetgever, die in B.2 in | B.4.3. Il découle des objectifs mêmes du législateur, rappelés en B.2, |
herinnering zijn gebracht, vloeit voort dat hij de voormelde wet van 8 | qu'il a adopté la loi précitée du 8 avril 1965 afin de soustraire les |
april 1965 heeft aangenomen teneinde de minderjarige delinquenten te | mineurs délinquants au droit commun de la procédure pénale. Dans le |
onttrekken aan het gemeen recht van de strafrechtspleging. In het raam | cadre de cette législation particulière, la saisie d'un juge |
van die bijzondere wetgeving, is het bij artikel 49, eerste lid, van | d'instruction n'est autorisée, par l'article 49, alinéa 1er, de la |
de wet enkel toegestaan dat de zaak bij de onderzoeksrechter aanhangig | loi, qu'à la double condition qu'il existe des circonstances |
wordt gemaakt op de tweevoudige voorwaarde dat het om | |
uitzonderingsomstandigheden en om een volstrekte noodzaak gaat. In | exceptionnelles et une nécessité absolue. Il a été précisé en B.3.1 en |
B.3.1 is gepreciseerd waarin die uitzonderingsomstandigheden kunnen bestaan. | quoi peuvent consister ces circonstances exceptionnelles. |
B.4.4. Hieruit volgt dat het in het geding zijnde artikel 49, derde | B.4.4. Il s'ensuit que l'article 49, alinéa 3, en cause peut, sans |
lid, zonder de artikelen 10 en 11 van de Grondwet te schenden, kan | violer les articles 10 et 11 de la Constitution, prévoir que le délai |
bepalen dat de termijn waarin de minderjarige, zijn vader en zijn | dans lequel le mineur, ses père et mère et les parties civiles peuvent |
moeder en de burgerlijke partijen inzage kunnen nemen van het dossier | prendre connaissance du dossier relatif aux faits, avant d'être |
met betrekking tot de feiten, alvorens gehoord te worden door de | |
onderzoeksrechter, « ten minste 48 uren » bedraagt en niet, zoals dat | entendus par le juge d'instruction, est d'« au moins 48 heures » et |
het geval is in de voormelde wet van 12 maart 1998, vijftien dagen. | non, comme c'est le cas dans la loi précitée du 12 mars 1998, de quinze jours. |
B.5. Het tweede deel van de prejudiciële vraag dient ontkennend te | B.5. La seconde partie de la question préjudicielle appelle une |
worden beantwoord. | réponse négative. |
Om die redenen, | Par ces motifs, |
het Hof | la Cour |
zegt voor recht : | dit pour droit : |
Artikel 49, derde lid, van de wet van 8 april 1965 betreffende de | L'article 49, alinéa 3, de la loi du 8 avril 1965 relative à la |
jeugdbescherming schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet. | protection de la jeunesse ne viole pas les articles 10 et 11 de la Constitution. |
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig | Ainsi prononcé en langue française et en langue néerlandaise, |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het | conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur |
Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 17 maart 2004. | la Cour d'arbitrage, à l'audience publique du 17 mars 2004. |
De griffier, | Le greffier, |
P.-Y. Dutilleux. | P.-Y. Dutilleux. |
De voorzitter, | Le président, |
M. Melchior. | M. Melchior. |