← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 77/2004 van 5 mei 2004 Rolnummer : 2914 In zake : het
beroep tot vernietiging van de wet van 31 december 2003 houdende invoering van een eenmalige bevrijdende
aangifte, ingesteld door R. Marchand. Het Arbitrageh samengesteld
uit voorzitter A. Arts en de rechters-verslaggevers E. De Groot en J.-P. Moerman, bijg(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 77/2004 van 5 mei 2004 Rolnummer : 2914 In zake : het beroep tot vernietiging van de wet van 31 december 2003 houdende invoering van een eenmalige bevrijdende aangifte, ingesteld door R. Marchand. Het Arbitrageh samengesteld uit voorzitter A. Arts en de rechters-verslaggevers E. De Groot en J.-P. Moerman, bijg(...) | Extrait de l'arrêt n° 77/2004 du 5 mai 2004 Numéro du rôle : 2914 En cause : le recours en annulation de la loi du 31 décembre 2003 instaurant une déclaration libératoire unique, introduit par R. Marchand. La Cour d'arbitrage, chambre r composée du président A. Arts et des juges-rapporteurs E. De Groot et J.-P. Moerman, assistée du gr(...) |
---|---|
ARBITRAGEHOF | COUR D'ARBITRAGE |
Uittreksel uit arrest nr. 77/2004 van 5 mei 2004 | Extrait de l'arrêt n° 77/2004 du 5 mai 2004 |
Rolnummer : 2914 | Numéro du rôle : 2914 |
In zake : het beroep tot vernietiging van de wet van 31 december 2003 | En cause : le recours en annulation de la loi du 31 décembre 2003 |
houdende invoering van een eenmalige bevrijdende aangifte, ingesteld | instaurant une déclaration libératoire unique, introduit par R. |
door R. Marchand. | Marchand. |
Het Arbitragehof, beperkte kamer, | La Cour d'arbitrage, chambre restreinte, |
samengesteld uit voorzitter A. Arts en de rechters-verslaggevers E. De | composée du président A. Arts et des juges-rapporteurs E. De Groot et |
Groot en J.-P. Moerman, bijgestaan door de griffier L. Potoms, | J.-P. Moerman, assistée du greffier L. Potoms, |
wijst na beraad het volgende arrest : | après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : |
I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging | I. Objet du recours et procédure |
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 2 februari | Par requête adressée à la Cour par lettre recommandée à la poste le 2 |
2004 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 10 | février 2004 et parvenue au greffe le 10 février 2004, R. Marchand, |
februari 2004, heeft R. Marchand, wonende te 8400 Oostende, March | demeurant à 8400 Ostende, March Tower V.I.-38, a introduit un recours |
Tower V.I.-38, beroep tot vernietiging ingesteld van de wet van 31 | en annulation de la loi du 31 décembre 2003 instaurant une déclaration |
december 2003 houdende invoering van een eenmalige bevrijdende | |
aangifte (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 6 januari 2004, | libératoire unique (publiée au Moniteur belge du 6 janvier 2004, |
tweede editie). | deuxième édition). |
Bij brief die aan het Hof aangetekend is toegezonden op 27 februari | Par lettre recommandée à la poste adressée à la Cour le 27 février |
2004 en ter griffie is ingekomen op 1 maart 2004, heeft de voornoemde | 2004 et parvenue au greffe le 1er mars 2004, le requérant précité a |
verzoeker een aanvullend beroep ingesteld. | introduit un recours complémentaire. |
Op 2 maart 2004 hebben de rechters-verslaggevers E. De Groot en J.-P. | Le 2 mars 2004, en application de l'article 71, alinéa 1er, de la loi |
Moerman, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere | |
wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, de voorzitter ervan in | spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour d'arbitrage, les |
kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het | juges-rapporteurs E. De Groot et J.-P. Moerman ont informé le |
Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te | président qu'ils pourraient être amenés à proposer à la Cour, siégeant |
wijzen waarbij wordt vastgesteld dat het beroep klaarblijkelijk niet | en chambre restreinte, de rendre un arrêt constatant que le recours |
ontvankelijk is. | est manifestement irrecevable. |
(...) | (...) |
II. In rechte | II. En droit |
(...) | (...) |
B.1. De verzoekende partij voert vijf redenen aan om te stellen dat de | B.1. La partie requérante invoque cinq motifs pour affirmer que la loi |
wet van 31 december 2003 houdende invoering van een eenmalige bevrijdende aangifte discriminerend is. B.2.1. Om te voldoen aan de vereisten van artikel 6 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, moeten de middelen van het verzoekschrift te kennen geven welke van de regels waarvan het Hof de naleving waarborgt, zouden zijn geschonden, alsook welke de bepalingen zijn die deze regels zouden schenden, en uiteenzetten in welk opzicht die regels door de bedoelde bepalingen zouden zijn geschonden. B.2.2. De verzoekende partij geeft niet aan welke van de regels waarvan het Hof de naleving waarborgt zouden zijn geschonden. Tevens laat de verzoekende partij na aan te tonen in welk opzicht die regels door een of meer bepalingen van de aangevochten wet zouden zijn geschonden. De grieven van het verzoekschrift voldoen niet aan de vereisten van het voormelde artikel 6. B.3. Het beroep tot vernietiging is klaarblijkelijk onontvankelijk. Om die redenen, het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, verwerpt het beroep tot vernietiging. Aldus uitgesproken in het Nederlands, het Frans en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 5 mei 2004. De griffier, L. Potoms De voorzitter, | du 31 décembre 2003 instaurant une déclaration libératoire unique est discriminatoire. B.2.1. Pour satisfaire aux exigences de l'article 6 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour d'arbitrage, les moyens de la requête doivent faire connaître, parmi les règles dont la Cour garantit le respect, celles qui seraient violées ainsi que les dispositions qui violeraient ces règles et exposer en quoi ces règles auraient été transgressées par ces dispositions. B.2.2. La partie requérante n'indique pas, parmi les règles dont la Cour garantit le respect, celles qui seraient violées. De même, la partie requérante néglige de démontrer en quoi ces règles auraient été transgressées par une ou plusieurs dispositions de la loi attaquée. Les griefs de la requête ne satisfont pas aux exigences de l'article 6 précité. B.3. Le recours en annulation est manifestement irrecevable. Par ces motifs, la Cour, chambre restreinte, statuant à l'unanimité des voix, rejette le recours en annulation. Ainsi prononcé en langue néerlandaise, en langue française et en langue allemande, conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour d'arbitrage, à l'audience publique du 5 mai 2004. Le greffier, L. Potoms Le président, |
A. Arts | A. Arts |